Museum Security Network

RFID en Museumbeveiliging: gebakken lucht? (mei 2008 vakblad Beveiliging; update juni 2010)

update 14 juni 2010

Er gaan al enkele jaren magische verhalen rond over de mogelijkheden die RFID (Radio Frequency Identification) biedt bij de beveiliging van musea. Er zouden miniscule chips bestaan die op een geheime plaats in objecten kunnen worden verborgen en waarmee de objecten wereldwijd via satellieten gevolgd kunnen worden. Minder sciencefictionachtig, maar helaas even onwaar: dankzij RFID tags in of aan museumobjecten kunnen die objecten op afstand gevolgd worden binnen de museumgebouwen en tijdens transporten. Bij diefstal zou dankzij de RFID tag de dief binnen het gebouw van ruimte tot ruimte gevolgd kunnen worden. Toekomstmuziek? Misschien, maar nog geen eenvoudig realiseerbare werkelijkheid. Voegt RFID in zijn huidge vorm iets toe aan de beveiliging?

Twee soorten RFID tags

In grote lijnen zijn er twee soorten RFID tags: passieve en actieve.

De passieve RFID tags hebben geen elektrische voeding en worden uitgelezen via antennes: handlezers of de bekende detectiepoortjes zoals gebruikt worden in kledingzaken en boekhandels. Bibliotheken gebruiken in toenemende mate deze passieve RFID tags bij de registratie van uitleen en retournering van boeken. Dankzij de RFID tags in boeken en de mogelijkheid de lezerskaart digitaal uit te lezen wordt in steeds meer bibliotheken gebruik gemaakt van self-service in- en uitchecken van boeken. De Vaticaanse bibliotheek in Rome heeft 50.000 van de ongeveer 120.000 boeken in de openbare leeszalen van RFID tags voorzien. De gehele bibliotheek omvat overigens circa twee miljoen kostbare manuscripten en gedrukte boeken. De kostbare oude boeken zijn niet van RFID tags voorzien. Er bestaan bij oude drukken namelijk bezwaren tegen het aanbrengen van tags omdat die de ‘integriteit’ van de boeken aantasten. Het heeft immers geen zin de tags op duidelijk zichtbare plekken makkelijk verwijderbaar in de boeken aan te brengen.

Passieve RFID tags kunnen in musea gebruikt worden om de inventarisatie te vergemakkelijken. Met behulp van de aan objecten vastgemaakte tags en een handlezer kunnen binnen secondes tientallen objecten ‘gelezen’ worden. Er is een beperking: het is absoluut niet zo dat deze methode geschikt is om met 100% zekerheid de aanwezigheid of afwezigheid van objecten te bepalen. In binnen- en buitenland zijn leveranciers van RFID systemen die beweren dat het mogelijk is met deze RFID methodiek opgestapelde of zelfs in ladenkasten opgeborgen objecten snel te indentificeren zonder dat die objecten aangeraakt hoeven te worden. Er gaat binnen de museumwereld een grote aantrekkelijkheid uit van een controlemethode die het aantal keren dat objecten moeten worden gehanteerd beperkt. Het zal duidelijk zijn – overigens vreemd dat RFID leveranciers dit nooit expliciet vermelden – dat de inventarisatie en standplaatsbepaling met behulp van een RFID handlezer van in een ladenkast opgeborgen objecten helemaal niets zegt over de aanwezigheid van de objecten maar slechts aangeeft dat de RFID tags aanwezig zijn….

Actieve RFID tags zijn voorzien van een elektrische voeding en zijn daarom aanzienlijk groter dan passieve tags. Actieve tags kunnen over een afstand van enkele tientallen tot zelfs honderd meter ‘uitgelezen’ worden. Het signaal dat ze uitzenden wordt opgevangen door ontvangers die op strategische plaatsen in het gebouw opgehangen zijn. Afhankelijk van het aantal ontvangers kan de locatie waar de tag (dus NIET het object) zich bevindt redelijk nauwkeurig bepaald worden. Het RFID signaal dringt door muren, vloeren en plafonds. Afhankelijk van de gebouwconstructie, al of niet veel staal, kan die doorbringbaarheid groot zijn. Dit heeft voor de exacte lokatiebepaling, ze zogenaamde track-and-trace optie waarmee RFID beveiliging gepromoot wordt, nadelen. Indien er onvoldoende ontvangers zijn is de kans groot dat een object zich niet alleen in een andere museumruimte bevindt dan gemeten, maar zelfs op een andere etage. Exactere tracking-and-tracing is alleen mogelijk indien zich in iedere ruimte een of meerdere ontvangers bevinden. De actieve tags communiceren draadloos met de ontvangers, maar er zal vrijwel altijd gebruik moeten worden gemaakt van ontvangers die bedraad zijn. Dit betekent niet alleen een aanzienlijke investering in hardware maar ook in installatie. Het zal al snel zo zijn dat het evenwicht tussen investering en uiteindelijk beveiligingsrendement zoek is.
Beveiliging met RFID

Exacte lokatiebepaling en precieze tracking binnen een museumgebouw van objecten is geen eenvoudige zaak. Het regelmatig wisselen van tentoonstellingen maakt het alleen maar ingewikkelder. Om objecten in een gebouw te kunnen volgen moet beweging gedetecteerd worden. Bij gebruik van passieve tags wordt beweging geconstateerd met behulp van antennes die alleen van zeer dichtbij de RFID tag kunnen opvangen. Denk hierbij aan de bekende detectiepoortjes in de detailhandel. Met behulp van actieve tags kan beweging gedetecteerd worden zodra een object in beweging komt. De RFID tag functioneert op dat moment als trildetectie zoals er al jarenlang vele soorten in de handel zijn. De actieve, van elektrische voeding voorziene, RFID tag wordt voor museumbeveiliging slechts gebruikt als trildetectie. Hiermee wordt dus alleen een zeer beperkte optie van de RFID gebruikt. Hier is overigens niets op tegen. Het is aan de gebruiker van deze techniek te bepalen in hoeverre alle opties te gebruiken.

Een Engels bedrijf dat zich strijdvaardig op de museummarkt stortte met RFID hield de musea een worst voor door te suggereren dat die techniek een eenvoudig toepasbare track-and-trace mogelijkheid biedt. Nergens waar de door dit bedrijf geleverde RFID tags in musea worden gebruikt is men erin geslaagd daadwerkelijk aan tracking-and-tracing te doen.

Zolang de RFID tags doen wat men er mee wil doen: het detecteren van beweging/trillen, lijkt er nog geen probleem te zijn.

Er is echter wel een serieus probleem met die tags. Daar waar deze Engelse firma gebruik maakt van in Zuid-Afrika door Wavetrend geproduceerde RFID tags (er is ook een Nederlandse leverancier die dezelfde tags aanbiedt) voldoet de gebruikte frequentie namelijk niet aan de Europese harmonisatieregeling, conform het ERC (European Radiocommunications Committee) besluit van 12 maart 2001 waarbij de 868 MHz band in heel Europa aangewezen werd voor beveiligingstoepassingen. Deze band is in drie onderdelen opgedeeld:

1. inbraakbeveiliging
2. telemetrie toepassingen
3. sociale alarmering

Dit besluit is genomen omdat de ‘oude’ licentievrije 433 MHz band inmiddels helemaal vol zit met toepassingen zoals afstandsbedieningen van auto’s, besturing van garageopeners en draadloze apparatuur in de woonomgeving zoals draadloze koptelefoons en weerstations. In sommige landen mag de 433MHz band zonder licentie niet meer gebruikt worden voor draadloze beveiligingstoepassingen. In Nederland mag dat (nog?) wel.

De Wavetrend RFID tags die in Nederlandse musea gepromoot worden werken op de 433MHz frequentie. Deze frequentie is inmiddels zo volgeslibt door allerlei niet-beveiligings apparatuur dat hij niet meer geschikt is voor professioneel beveiligen.

Dit betekent dus dat Nederlandse musea die overwegen actieve RFID tags te gebruiken voor beveiligen en track-and-trace zeer op hun tellen moeten passen. Track-and-trace is, zo blijkt in de praktijk, nauwelijks een bruikbare optie en de 433MHz band is gezien de kans op interferentieproblemen niet geschikt voor beveiligingstoepassingen in de hoogste risicoklasse.

Van de RFID techniek wordt op een oneigenlijke manier gebruikt gemaakt. De mogelijkheid van actieve tags om beweging te detecteren is bedoeld voor track-and-trace en niet slechts voor het detecteren van beweging/trillen vanuit de beveiligingsoptiek. Er bestaat tegen dit oneigenlijk gebruik geen bezwaar. Er bestaat wel bezwaar tegen de door de Wavetrend gebruikte frequentie. Naar verwachting zal de 433MHz band, gezien de Europese regelgeving, in de toekomst niet meer gebruikt kunnen worden voor professionele draadloze beveiligingstoepassingen.

RFID signaleert aanraking van objecten door bezoekers. ‘Kijken met de handen’ komt veel vaker voor dan pogingen tot diefstal. De RFID tags geven geen lokaal alarm. Dat is een gemis. De voorkeur dient in de museale omgeving uit te gaan naar tags die ook lokaal alarm geven. Dat mag een laagvolume zoemer zijn die de bezoekers attendeert op de beveiliging.

toncremers@museum-security.org

Leave a Reply

%d bloggers like this: