Museum Security Network

MUSEUMBEVEILIGING, PUBLICITEIT EN VERTROUWELIJKHEID

www.museumbeveiliging.com/2012/12/12/museumbeveiliging-publiciteit-en-vertrouwelijkheid-2/

Museumbeveiliging, publiciteit en vertrouwelijkheid

12/12/2012 – 11:35http://www.museumbeveiliging.com/2012/12/12/museumbeveiliging-publiciteit-en-vertrouwelijkheid/

December 12, 2012

12/12/2012 – 11:20

Sinds eind jaren tachtig van de vorige eeuw worden mijn contactgegevens door journalisten uit binnen- en buitenland uit de kaartenbak gelicht – zelf nam ik nooit contact op – zodra zich een ernstig incident voordoet bij een collectiebeheerder.  Meestal betreft het musea, maar soms ook bibliotheken, archieven of andere collectiebeheerders. Ik stond pers welwillend, en bijna altijd  terughoudend te woord en beperkte mijn kanttekeningen bij de beveiliging van geslachtofferde collectiebeheerders tot het milde ‘er zijn blijkbaar verbetermogelijkheden’.

In de meeste gevallen koos ik ervoor, soms tegen beter weten in, het slachtoffer te beschermen tegen negatieve opmerkingen over de beveiliging.  Het is nu eenmaal de eerste vraag die alle journalisten stellen: hoe heeft de inbraak, de diefstal, het vandalisme plaats kunnen vinden? Is dit museum goed beveiligd? In een drietal gevallen ging ik verder dan het obligate ‘verbeteringsmogelijkheden’, en wel na de inbraak en diefstal van twee schilderijen uit het Van Goghmuseum (2003), de omvangrijke diefstal uit het Westfriesmuseum in  Hoorn (2005), en de inbraak in De Kunshal, Rotterdam (2012).

BELANGRIJK IS TE WETEN, DAT IK VOOR GEEN VAN DEZE DRIE ORGANISATIES OOIT GEWERKT HEB. Het is nu eenmaal onderdeel van de beroepsethiek van een beveiliger, of beveiligingsadviseur geen mededelingen, en zeker geen vertrouwelijke, over (voormalige) opdrachtgevers te doen.

Terugkijkend op die drie optredens in de publiciteit vind ik, dat ik mij ten aanzien van het Van Goghmuseum terughoudender op had moeten stellen. Aangaande het Westfriesmuseum en De Kunsthal, en beide falende, in de publiciteit mallotig optredende directeuren heb ik geen enkele twijfel over mijn verklaringen in de pers en mijn teksten op mijn website.

Na de inbraak in het Van Goghmuseum – ik werd vanuit Amsterdam door een getuige gebeld  VOORDAT de politie arriveerde – werd ik, zoals altijd belaagd door journalisten die mijn commentaar wilden horen. Zoals altijd was dat commentaar terughoudend, ook op de TV in het programma NOVA. Daar kreeg ik na afloop van het interview de gebruikelijke fles wijn en werd met de taxi naar huis gebracht. De volgende dag, zondag, keerde de rust weer en genoot ik aan het einde van de middag ontspannen van de wijn…en toen werd ik gebeld door een journalist van Het Parool. De eerste les in ‘Omgaan met de pers’, schrijft voor dat alcohol en pers een slechte combinatie vormt. Ik zondigde tegen die les en liet mij ontvallen dat de ladder die de inbrekers gebruikten er al dagen stond en de voorhamer klaar lag op het dak. Niet slim, maar nog minder slim was mijn commentaar dat de criminelen het gebouw blijkbaar beter in de gaten houden dan de beveiligers, want dat werd vanzelfsprekend de volgende dag de kop in de krant. Het gesprek dat later plaatsvond met de toenmalige zakelijk directrice van het museum en het toenmalige hoofd bewaking verliep wat de zakelijk directrice en mij betrof in een goede, sympathieke sfeer. Het hoofd bewaking zat er tandenknarsend bij en knarst, ruim tien jaar na datum, volgens mij nog steeds zijn tanden. Dat die inbraak mogelijk was in zijn museum is eerder de Rijksgebouwendienst te verwijten dan hem. Wat gezegd is, is gezegd en kan na publicatie in een krant niet gewist worden uit het geheugen. Dat er achter deze kwestie en mijn commentaar veel meer schuilt, is zonder meer waar, maar zal vertrouwelijk blijven.

Over het mallotige gedrag, gejok en gedraai van de voormalige directeur van het Westfries Museum schreef ik al meerdere keren. In het Westfries Museum plakten de criminelen tijdens openingstijd de ouderwetse bewegingsmelders af waardoor ze ‘s nachts ongemerkt hun gang konden gaan; 22 schilderijen werden niet alleen uit de lijsten gehaald, maar ook spijkertje-voor-spijkertje verwijderd van de spieramen. Er moet langdurig gefröbeld zijn in het museum. Bovendien werden deuren en vitrines ingetrapt en een aantal zilveren voorwerpen gestolen. Maar wat beweerde de directeur – raaskallende Ruud – de beveiliging was geavanceerd – een glasharde leugen – en de inbrekers ‘zeer professioneel’. Zum kotzen dat een falende manager complimentjes uitdeelt aan criminelen. Ruud liet door zijn liegen de hele museumwereld in de kou staan: de waarheid had zijn collega’s kunnen helpen in het verbeteren van de beveiliging van hun musea. Pikant detail: een paar maanden na deze inbraak en diefstal was Ruud Spruit gastheer bij de presentatie van de Database Incidenten Cultureel Erfgoed (DICE) waar collectiebeheerders hun incidenten kunnen registreren. Pijnlijk dat een directeur die juist helemaal niet bereid bleek de waarheid over een ernstig incident te spreken – en dat bijna acht jaar later nog steeds niet doet – bij dit evenement gastheer mocht zijn. Na een presentatie door ondergetekende in de Reinwardt Academie over diefstallen uit musea – ik nodigde Ruud Spruit daar meerdere keren voor uit, maar hij kwam niet- stuurde de man mij een mail waarin hij bezwaar maakte dat ik over zijn museum had gesproken en dreigde alle museumdirecteuren te waarschuwen voor dat ‘bureautje’ van mij. In mijn presentatie gingen 3 slides, van meer dan 110, over het Westfries Museum en ik onthulde geen vertrouwelijke informatie.

Spruit weigerde dat idiote dreigement in te trekken, dus koos ik ervoor met deze kwestie naar buiten te treden. Ik heb immers een winkeltje en de etalage moet verzorgd worden. Ruud kon een jaar voor zijn pensioen als directeur vertrekken en kwekt nog steeds ondeskundig voort over kunstcriminaliteit en mysterieuze minuscule chips waarmee gestolen schilderijen wereldwijd gevolgd en opgespoord kunnen worden. Over criminaliteit gesproken: wie kan mij vertellen waar het schilderij van Karel Appel gebleven is dat Ruud als museumdirecteur na het organiseren van een tentoonstelling ooit van Appel cadeau kreeg? Ik vraag maar, ik vraag maar…

De Kunsthalkwestie ligt nog vers in het geheugen. De beveiliging daar faalde pijnlijk, want bij een inbraak die slechts twee minuten duurde werden zeven schilderijen gestolen. Spruit blijkt school te hebben gemaakt, want de directrice van De Kunsthal presteerde het na de inbraak te verkondigen dat de beveiliging geavanceerder dan geavanceerd is, en kwalificeerde de beveiliging van De Kunsthal als ‘state of the art’, daarmee zichzelf diskwalificerend als directeur. Zelfs in de dagen na de inbraak verkondigde ze in De Volkskrant en NRC Handelsblad geen aanleiding te zien de beveiliging aan te pakken. Je vraagt je af hoe het mogelijk is dat zo iemand doodleuk op een post blijft waar ze aantoonbaar niet geschikt voor is. De woorden van de voorzitter van de Raad voor cultuur dat musea zich zakelijker moeten opstellen, geldt blijkbaar niet voor falende directeuren. Die kunnen gewoon op hun post blijven.

Dat ik zonder terughoudendheid mijn mening over dit falen geef, kan zijn repercussies hebben op mijn winkeltje. Het zij zo. Dat risico neem ik bewust. Er is namelijk een hoger doel: de beveiliging van cultuurgoed. Ik ben ervan overtuigd dat grote sprongen vooruit gemaakt kunnen worden indien eindverantwoordelijke directeuren persoonlijk aangesproken worden wanneer de kerntaak beveiliging aantoonbaar verwaarloosd is. Dat werd zowel bij het Westfries Museum als bij De kunsthal zonder enige twijfel aangetoond. Niet alleen door de feiten, maar ook door de verklaringen van beide directeuren achteraf in de pers.

Hoe goed de beveiliging ook is, het blijft altijd mogelijk dat er iets fout gaat, maar 22 schilderijen minutieus van de spieramen verwijderen of 7 kostbare schilderijen in twee minuten bij een inbraak stelen valt niet in de categorie ‘iets fout gaan’. Dat is het gevolg van verwaarlozing van de beveiliging en beleidsmatig falen. De enig juiste consequentie is hier dat de eindverantwoordelijke plaats maakt voor een opvolger. Doodleuk blijven zitten is arrogant en een belediging voor het hele museumveld.

Ik zal dit standpunt blijven herhalen en verdedigen..

Ton Cremers

Museumbeveiliging, Ton Cremers » Blog Archive » Museumbeveiliging, publiciteit en vertrouwelijkheid.

Leave a Reply

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

%d bloggers like this: