In De Volkskrant van 14 oktober 2015, pagina V11, stond een kort artikel: Kunstwerken krijgen hun eigen DNA. Wetenschappers van de State University New York zouden een unieke, synthetische DNA-code ontwikkeld hebben waarmee kunstwerpen kunnen worden gemarkeerd. Via opname in een database zou dan kunnen worden gecontroleerd of een kunstwerk vals is.

Synthetische DNA- codes om gestolen kunstwerken op te sporen of, zoals nu weer wordt beweerd, vervalsingen te herkennen, zijn een periodiek terugkerende hype die in de praktijk nog nooit tot enig resultaat heeft geleid.
Het heeft geen enkele zin bestaande kunstwerken exact na te maken om ze dan als origineel te verkopen. Han van Meegeren kopieerde geen kunstwerken, maar maakte zijn eigen Vermeers, pastiches naar Vermeer. De vervalste Jackson Pollocks die afgelopen decennia verkocht werden door de Knoedler Gallery in New York waren pastiches naar Pollock en geen kopieen, van bestaande Pollocks. Wolfgang Beltracchi in Duitsland verdiende over vele jaren miljoenen met vervalsingen van Duitse expressionistische schilderijen.
De Nederlandse ‘meestervervalser’ – wat heb ik een hekel aan dat woord ‘meester’ – Geert Jan Jansen kopieerde geen Karel Appels, Miro’s of Monets, maar schilderde in de stijl van deze kunstenaars en wist, totdat hij in Frankrijk ontmaskerd werd als vervalser, aanzienlijke sommen geld daarmee te verdienen. De inmiddels overleden Eric Hebborn, vervalser van Corot, CastiglioneMantegna, Van Dyck, Poussin, Ghisi, Tiepolo, Rubens, Jan Breughel en Piranesi. veroorzaakte het schaamrood op de kaken van conservatoren die stonken in zijn vervalsingen.
Al deze vervalsers maakten pastiches van beroemde meesters; daar had geen DNA tegen geholpen. (Synthetisch) DNA waarmee schilderijen gemarkeerd worden, heeft slechts zin, en dan nog heel weinig, indien kunstenaars er een gewoonte van maken, tijdens de productie van hun kunst DNA toe te voegen. Dat moeten ze dan wel doen bij alles dat ze maken. Mochten er in de toekomst werken op de markt komen waar twijfel bestaat over de authenticiteit dan zou het ontbreken van de DNA markering kunnen betekenen dat er sprake is van een vervalsing.
Let wel: ‘mocht’ en ‘zou kunnen’. Het kan altijd nog zo zijn dat het betreffende werk dateert uit een periode dat de kunstenaar nog geen DNA markeringen gebruikte, of dat hij/zij de markering nagelaten/vergeten heeft op een werk.
De unieke DNA-code moet worden opgeslagen in een database. Wie produceert dit synthetisch DNA, wie gaat de database beheren, hoe vind je DNA terug op een kunstwerk, wat heb je daar voor apparatuur voor nodig, moet het kunstwerk getransporteerd worden naar de beheerder van de database, is er laboratoriumondertzoek nodig om de uniciteit van het DNA te determineren? Er zullen ongetwijfeld nog meer vragen te bedenken zijn.
Volgens het Volkskrantartikel zijn de kosten verbonden aan gebruik van de DNA-code € 135,00 per kunstwerk. Is dat wat het kost om synthetisch DNA te verkrijgen en aan te brengen? Ik kan mij niet voorstellen dat dit bedrag alle kosten dekt indien er een dispuut ontstaat over de toeschrijving van een kunstwerk.
Haken en ogen…en niet weinig. Ik verwacht dat ook dit DNA-initiatief, evenals vorige, een zachte dood zal sterven.
Iets anders: dat oplichters als Beltracchi, Jansen, Hebborn en Vermeer velen financieel slachtofferden, maar desondanks bewondering oogst(t)en zie ik als een absurditeit.
Ton Cremers

 

October 15th, 2015

Posted In: vervalsing

Tags: , , , , , , ,

In the aftermath of the second world war, allied soldiers recovered paintings of great value that the Nazis had looted from museums during their conquest of Europe. Among these was a most remarkable work by the eminent Johann Vermeer, The woman taken in adultery, found in the stash of Hermann Goering, Hitler’s second-in-line. Tracing its acquisition records pointed to a certain Han van Meegeren as the dealer in Amsterdam and a potential traitor to the Netherlands. Faced with a charge of collaboration for selling a Dutch national treasure to the Nazis, van Meegeren wrestled with a dilemma: stand trial for this act of treason, punishable by death, or confess to forgery?

Van Meegeren had forged The woman taken in adultery, as well as a handful of other artworks, attributing them to Dutch golden age painters Vermeer and Pieter de Hooch. This arose out of a desperate need for income due to his failing artistic career as well as a personal vendetta against the art historians and museum curators who denied his talents. 

Van Meegeren was a unique forger, in that he created ‘original forgeries’ – paintings made to resemble the style of a particular artist but which had never been created by them. He imitated the styles of the masters so convincingly that he was able to dupe both the Nazis and well-regarded art historians. He accomplished this with a number of duplicitous tricks, including purchasing genuinely aged canvases and using the expensive ultramarine blue pigment that artists would have exclusively used for blue in the 17th century.

One trick involved mixing bakelite into paint pigments and baking completed canvases in the oven – the resulting hard paint layer gave the appearance of authentic age. Bakelite is the common name for a resin, a thermosetting plastic synthesised from an elimination reaction between phenol and formaldehyde.

Unfortunately, his clever sleight of hand was eventually seen through. A key witness to the trial was Paul Coremans, a Belgian chemist. To disprove van Meegeren’s work, he conducted x-ray radiography on the forgeries. The radiograph revealed damage marks from van Meegeren’s modification of the canvases he had obtained to fit his new paintings, detecting traces of the old paint layer’s white lead residue he had scraped away and showing that the craquelure of the underlying primer layer did not match that of the painted surface layer, which van Meegeren had artificially induced. Another anachronism was that the ultramarine blue pigment van Meegeren had used contained traces of cobalt blue, a cheaper synthetic alternative that would have been unavailable during Vermeer’s time.

Read full text at: A veneer of Vermeer | Chemistry World

October 4th, 2015

Posted In: fakes and forgeries, Ton Cremers

Tags: , , ,

In the aftermath of the second world war, allied soldiers recovered paintings of great value that the Nazis had looted from museums during their conquest of Europe. Among these was a most remarkable work by the eminent Johann Vermeer, The woman taken in adultery, found in the stash of Hermann Goering, Hitler’s second-in-line. Tracing its acquisition records pointed to a certain Han van Meegeren as the dealer in Amsterdam and a potential traitor to the Netherlands. Faced with a charge of collaboration for selling a Dutch national treasure to the Nazis, van Meegeren wrestled with a dilemma: stand trial for this act of treason, punishable by death, or confess to forgery?

Van Meegeren had forged The woman taken in adultery, as well as a handful of other artworks, attributing them to Dutch golden age painters Vermeer and Pieter de Hooch. This arose out of a desperate need for income due to his failing artistic career as well as a personal vendetta against the art historians and museum curators who denied his talents. 

Van Meegeren was a unique forger, in that he created ‘original forgeries’ – paintings made to resemble the style of a particular artist but which had never been created by them. He imitated the styles of the masters so convincingly that he was able to dupe both the Nazis and well-regarded art historians. He accomplished this with a number of duplicitous tricks, including purchasing genuinely aged canvases and using the expensive ultramarine blue pigment that artists would have exclusively used for blue in the 17th century.

One trick involved mixing bakelite into paint pigments and baking completed canvases in the oven – the resulting hard paint layer gave the appearance of authentic age. Bakelite is the common name for a resin, a thermosetting plastic synthesised from an elimination reaction between phenol and formaldehyde.

Unfortunately, his clever sleight of hand was eventually seen through. A key witness to the trial was Paul Coremans, a Belgian chemist. To disprove van Meegeren’s work, he conducted x-ray radiography on the forgeries. The radiograph revealed damage marks from van Meegeren’s modification of the canvases he had obtained to fit his new paintings, detecting traces of the old paint layer’s white lead residue he had scraped away and showing that the craquelure of the underlying primer layer did not match that of the painted surface layer, which van Meegeren had artificially induced. Another anachronism was that the ultramarine blue pigment van Meegeren had used contained traces of cobalt blue, a cheaper synthetic alternative that would have been unavailable during Vermeer’s time.

Read full text at: A veneer of Vermeer | Chemistry World

October 4th, 2015

Posted In: fakes and forgeries, Ton Cremers

Tags: , , ,

This content is password protected. To view it please enter your password below:

September 4th, 2015

Posted In: Museum thefts

Tags: , , , , , , , ,