Op enkele LinkedIn groepen maakte ik begin april bekend dat er een nieuwe publicatie het daglicht zag over de veiligheid van cultureel erfgoed en brand.

Een zogenaamde ‘kennispublicatie’. Dat die publicatie voornamelijk ‘oude’ kennis en niets nieuws bevat, zal onderwerp zijn van een volgende column. Het is een koffietafel babbelstuk gemaakt door belastingruifwerknemers die elkaar van de straat houden en draagt niets bij aan wat sinds 2000 al op vele plaatsen verkondigd werd.

In het betreffende babbelstuk staat vermeld dat het Waterschadewiel (1999) en het Brandschadewiel (2011) tot stand kwamen ‘onder leiding van’ de Rijksdienst Cultureel Erfgoed (RCE). Dit klopt niet. Het waterschadewiel werd geproduceerd toen RCE nog niet bestond en is feitelijk niets anders dan een vertaling van een Canadees product.

Het Brandschadewiel kwam niet tot stand onder leiding van RCE, maar op initiatief en onder leiding van het Landelijk Contact Museumconsulenten. Ere wie ere toekomt.

Maar goed: fouten kunnen gemaakt worden. Echter RCE, Hanna Pennock, is medeauteur van die ‘kennispublicatie’. Voor een formulering als ‘onder leiding van’ wordt natuurlijk bewust gekozen. Dit is geen fout meer, maar een verkeerde weergave van de feiten en schurkt aan tegen liegen. Foei toch.

Op de LinkedIn groepen Dutch Museum Security en Veilig Erfgoed beperkte ik mij tot een ‘zakelijke’ rectificatie.

Daar kwam een reactie op door Darnal Vanheste, een ‘bewakingsagent’ uit Gent.

Zo ver, zo goed…

Totdat er ook een reactie kwam door Theo Vermeulen, Coördinator Security & Collections Koninklijke Bibliotheek Den Haag. Theo is niet alleen Hanna Pennock’s voorganger bij het Kenniscentrum Veiligheidszorg Cultureel Erfgoed (KVCE), maar ook een van de auteurs van het kennispublicatietje.

‘Kennispublicatie’, ‘Kenniscentrum’…het regent (gebrek aan) ‘kennis’. Ook daar kom ik op terug in een blog over de door RCE/KVCE met trots gepubliceerde Checklist beveiliging…..over kennis gesproken…

Die reactie van Theo Vermeulen was niet bepaald gespeend van arrogantie. Hij gaf zijn mening, ook Theo mag dat, maar ging helaas slechts zeer gedeeltelijk inhoudelijk op mijn rectificatie in, en stampvoette slechts dat ik ongelijk had en dat wat hem betreft de discussie beëindigd was. Een variant op boos iets roepen en je omdraaien en wegbenen, of iets schreeuwen door de telefoon en de verbinding verbreken omdat je het weerwoord niet horen wilt.

Vermeulen vond de discussie sowieso een discussie om niks. Waarom er dan aan deelnemen?

Vermeulen is niet de eigenaar/moderator van de bewuste LinkedIn groepen en niet degene die de competentie heeft discussies te beëindigen. Hij kan slechts afzien van zijn deelname aan discussies, maar wanneer hij zich geroepen voelt dat wel te doen, dan ware het redelijk dat te doen op basis van argumenten. Deelnemen aan een discussie creëert automatisch het recht van anderen, net als van Theo, te kiezen voor reactie.

Aangesproken op zijn vreemde handelwijze komt meneer Vermeulen slechts met een nog vreemdere en bovendien niet onderbouwde – een specialiteit van Vermeulen? – en zelfs onterechte aantijging. Mijn verzoek zijn aantijging met een voorbeeld te staven bleef, hoe voorspelbaar, onbeantwoord.

Ik heb er in de loop der jaren regelmatig voor gekozen in mijn blogs de confrontatie aan te gaan en man-en-paard te noemen – altijd op basis van argumenten – en zal nooit verdere discussie weigeren.

Hierboven is daar een voorbeeld van te vinden. Het verwijtende geblaat van Vermeulen mist enige argumentatie of onderbouwing.

Zo zijn blijkbaar de manieren…

Het archief groeit……

April 11th, 2013

Posted In: Columns Ton Cremers, Dienst Cultureel Erfgoed, Rijksdienst Cultureel Erfgoed, Uncategorized

Tags: , , ,

In dit rapport presenteerde de Erfgoedinspectie augustus 2012 de geanonimiseerde resultaten van een onderzoek uit 2011 naar integrale veiligheidszorg bij rijksgesubsidieerde collectiebeherende instellingen.

De inspectie werd uitgevoerd op verzoek van de Directie Cultureel Erfgoed (DCE) van het ministerie OCW. Voor alle duidelijkheid, de Erfgoedinspectie is ook een afdeling van OCW. Op basis van prestatieafspraken met DCE moeten de verzelfstandigde rijksmusea per 1 januari 2011 de beschikking hebben over een integraal veiligheidsplan.

De resultaten van de inspectie zijn in september 2011 gedeeld met DCE.

Daarna heeft de Erfgoedinspectie een jaar (!) nodig gehad de resultaten in een summier rapport naar buiten te brengen.
Als daartoe aanleiding was heeft DCE contact opgenomen met de betreffende instelling.

De Erfgoedinspectie heeft in april 2011 38 instellingen per e-mail uitgenodigd de vragenlijst in te vullen. Bij het sluiten van de inzendtermijn hadden 35 instellingen de vragenlijst ingevuld. Twee instellingen bleken onder één organisatie te vallen en hebben daarom één vragenlijst ingevuld.

De instellingen werden bevraagd op een aantal gebieden: het integraal veiligheidsplan, collectiehulpverlening, calamiteitenoefeningen, risicoanalyse, maatregelen naar aanleiding van de risicoanalyse, incidentenregister en de veiligheidsregio.

Definitie Integraal veiligheidsplan door DCE / Erfgoedinspectie: “Het geheel van plannen voor de integrale veiligheidszorg zoals bedrijfhulpverlening, collectiehulpverlening, informatiehulpverlening, bewaking en beveiliging”.

Je mist in deze definitie brandveiligheid.Wel BHV en collectiehulpverlening, wat te doen als het fout gaat, maar niet preventie en dat terwijl beveiliging en bewaking wel vermeld worden.

Ondanks de prestatieafspraak blijken 11 van de 35 instellingen die de vragenlijst invulden niet in het bezit te zijn van een integraal veiligheidsplan, 32% dus. Een zorgwekkende constatering 11 jaar nadat de Erfgoedinspectie een rapport publiceerde onder de titel: “Het risicobeheer in twintig verzelfstandigde musea: een inventarisatie”; negen jaar (2002) nadat de Haagse Pilot werd opgezet waarbij 18 collectiebeherende instellingen, inclusief enkele rijksgesubsidieerde, werkten aan het ontwikkelen van een integraal veiligheidszorgplan, en ruim 6 jaar nadat toenmalig staatssecretaris Medy van der Laan financiën beschikbaar stelde opdat collectiebeheerders in heel
Nederland via regionale projecten konden werken aan hun veiligheidszorg.

Het is schrikken dat 30% van de verzelfstandigde rijksmusea na al die incidentele financiële injecties, plus de niet geringe vaste ondersteuning die deze grootste subsidieslurpers uit belastingopbrengsten krijgen, na meer dan 20 jaar – laten we niet vergeten dat al die musea verzelfstandigden in de jaren negentig van de vorige eeuw – hun veiligheidszorgzaken niet op orde hebben. En dat terwijl op deze musea door de Erfgoedinspectie – een kostbare
overheidsdienst – constant toezicht wordt gehouden.

Het is echter nog erger: de helft van deze collectiebeheerders heeft geen compleet integraal plan. De instellingen die niet over een integraal veiligheidsplan of over een onvolledig plan beschikken, geven daarvoor als voornaamste redenen: gebrek aan personele middelen, gebrek aan tijd, gebrek aan financiële middelen en gebrek aan kennis.

Gebrek aan kennis? Hoe is dat mogelijk? In de inleiding van het rapport staat te lezen dat de overheid al sinds 2005 een Kenniscentrum Veiligheid Voor Cultureel Erfgoed heeft. De kennis lijkt dus voor het grijpen te liggen.Gebrek aan tijd, personeel en geld? Zal het misschien zo zijn dat het eerder een kwestie is van gebrek aan prioriteit en motivatie? Ook al kan je je dat niet voorstellen want in de periode sinds de publicatie door de Erfgoedinspectie van het rapport “Het risicobeheer in twintigverzelfstandigde musea: een inventarisatie” deden zich inbraken met diefstal voor in het Museon Den Haag (zes miljoen aan diamantensieraden, onder andere Portugese kroonjuwelen, werd gestolen, niets teruggevonden), het VanGoghmuseum (twee schilderijen, nog steeds zoek), het Frans Halsmuseum(gestolen schilderijen zijn terug), het Westfries Museum te Hoorn (meer dan 20 schilderijen plus een aantal zilveren voorwerpen, niets teruggevonden); het Armando Museum brandde af en de gehele collectie ging verloren, hetSchutterijmuseum in Steijl brandde af en er was een gewapende overval op het Scheringa Museum (niet opgelost). Deze opsomming is verre van compleet, want er deden zich meer inbraken, diefstallen, waterschades en branden voor.

Ook kan je je niet voorstellen dat de overheid de verzelfstandigde musea qua middelen in de kou laat staan, want het zijn slechts de organisaties die in een tijd toen dat een politieke hype was verzelfstandigden. De collecties en gebouwen zijn nog steeds eigendom van de overheid. Mocht het waar zijn dat de verzelfstandigde organisaties te weinig middelen krijgen van die overheid, dan wordt het werkelijk interessant, want de Erfgoedinspectie (overheid) doet op verzoek van de Dienst Cultureel Erfgoed (overheid) een onderzoek naar het beheer door private organisaties van overheidscollecties in overheidsgebouwen en daar komt o.a. uit dat de overheid onvoldoende middelen beschikbaar stelt… Wanneer het beheer onder de maat is, de cijfers geven dat aan, doordat de verzelfstandigde organisaties onvoldoende middelen krijgen, dan geeft de overheid zichzelf hier een draai om de oren.

Dat 66% van de zelfstandige organisaties nooit oefent roept vragen op over het toezicht door de overheid (= Erfgoedinspectie).Veertien procent van de organisaties analyseerde nooit de risico’s en dat terwijl een risicoanalyse uitgangspunt en basis is van het veiligheidszorgbeleid. Van de organisaties die wel een risicoanalyse uitvoerden nam 60% geen maatregelen n.a.v. die risicoanalyse omdat dat ‘niet hoefde’. Met andere woorden: de zorg voor de veiligheid is volgens die organisaties perfect geregeld. Goed nieuws? Misschien, maar in het licht van alle andere cijfers twijfelachtig. Risicoanalyses waarbij geen verbeterpunten worden geconstateerd zijn een witte raaf, maar blijkbaar vond de Erfgoedinspectie bij het onderzoek een hele vlucht witte raven.

Vijftien procent van de organisaties houdt incidenten niet bij. Dat cijfer verbaast niet, want komt bijna exact overeen met het aantal organisaties dat nooit een risicoanalyse maakte. Helaas geeft het rapport van de Erfgoedinspectie niet aan of dit dezelfde organisaties zijn. Een gemiste kans, of gebrek aan openheid?

Sinds 2005, ook betaald uit belastingopbrengsten, beheert het KVCE de Database Incidenten Cultureel Erfgoed (DICE). Hier kunnen musea geanonimiseerd hun incidenten melden opdat het KVCE gericht kan adviseren aan de collectiebeherende sector. Helaas meldt 58% van de verzelfstandigde musea nooit iets in DICE (en DICE heeft andersom na al die jaren nog nooit iets geadviseerd aan de collectiebeherende sector als geheel op basis van in DICE gemelde incidenten).

Niet duidelijk is of de 42% die wel iets gemeld heeft in DICE structureel meldt. Dat kom je ook niet te weten wanneer in een onderzoek daar niet expliciet naar gevraagd wordt.

Overigens: 29% van de beheerders van rijkscollecties meldt incidenten ook niet aan de eigen inspectie.

Nog een paar cijfers: 14% van de organisaties is niet bekend met de veiligheidsregio en de helft heeft geen afspraken met die veiligheidsregio over bestrijding van rampen en crisisbeheersing.

De conclusie dat het beheer van ‘onze’ nationale collecties kwalitatief onvoldoende is, is gerechtvaardigd. Dat is niet alleen de zelfstandige organisaties aan te rekenen, maar ook het lakse, want sanctieloze, toezicht door de Erfgoedinspectie. Of zal het zo zijn dat die inspectie, en het KVCE, de deskundigheid ontberen om professioneel
voor te lichten en te controleren?

Nogmaals: in de inleiding van het rapport door de Erfgoedinspectie wordt de prestatieafspraak vermeld die DCE heeft met de verzelfstandigde Rijksmusea: per 1 januari 2011 hebben van een integraal veiligheidszorgplan. Meer dan de helft van die musea heeft geen, of geen volledig plan en dat terwijl de overheid hier jaarlijks tientallen miljoenen in pompt. Er is dus een afspraak en die wordt niet nagekomen. Wat nu? Over tien jaar weer een rapport met ongeveer dezelfde conclusies als in 2000 en 2011?

Heeft Joop Daalmeijer, voorzitter van de Raad voor Cultuur, dan toch gelijk dat musea zich zakelijker moeten manifesteren?

Zou dit wanpresteren in een profitsector waar voor miljoenen aan kostbaarheden moeten worden beschermd worden geaccepteerd? De vraag stellen is hem beantwoorden.

Als het gaat om Rijkseigendom en belastinggeld worden blijkbaar softere eisen gesteld, en als ze al gesteld worden is er geen sanctie – verminderen subsidie of personele gevolgen op managementniveau – op niet nakomen.

Let wel: we hebben het hier over de KERNTAAK veiligheidszorg en niet over een marginale verantwoordelijkheid.

Rapport is te downloaden op:
http://www.erfgoedinspectie.nl/uploads/publications/rapport_inspectie_integrale_veiligheidszorg.pdf

Ton Cremers

 

January 20th, 2013

Posted In: Columns Ton Cremers, DICE Database Incidenten Cultureel Erfgoed, Dienst Cultureel Erfgoed, Erfgoedinspectie