Allard Pierson Museum geeft archeologische stukken terug aan Italië

Het Allard Pierson Museum in Amsterdam stuurt Siciliaans aardewerk terug naar Italië.

Dat meldt de Volkskrant donderdag.

Het gaat om in totaal 37 objecten die in 1982 door het museum van de Universiteit van Amsterdam werden aangeschaft. Ruim dertig jaar later is het Allard Pierson Museum erachter gekomen dat de objecten onderdeel uitmaken van Siciliaans erfgoed.

“In de jaren tachtig was er nog nauwelijks regelgeving voor het uitwisselen van archeologische vondsten. En we wisten ook domweg niet dat ze van het Siciliaanse wrak afkomstig waren”, doelt directeur Steph Scholten op de objecten die afkomstig zijn van het zogenaamde Capistello-wrak.

‘Zeldzaam gebaar’

De ambassadeur van Italië in Nederland, Francesco Azzarello, is zeer blij met het besluit van het museum. Hij spreekt van een ‘zeldzaam gebaar’. “Hoe vaak moeten we niet jarenlang onderhandelen om stukken terug te krijgen waar Italië recht op heeft? Het Allard Pierson Museum geeft een voorbeeld aan de rest van de wereld door zelf met dit voorbeeld te komen.”

De nog te retourneren stukken zijn tot en met 17 april te zien in het museum van de Universiteit van Amsterdam.

Source: Allard Pierson Museum geeft archeologische stukken terug aan Italië | NU – Het laatste nieuws het eerst op NU.nl

November 20th, 2015

Posted In: commentaar, illegale handel, Uncategorized

Tags: , , ,

De Kunsthal, het Catharijne Convent, Huis Doorn, het Stedelijk Museum Zutphen, Museum Bommel van Dam…vijf geslachtofferde Nederlandse musea binnen vijf maanden en het einde zal ongetwijfeld nog niet in zicht zijn. Criminelen zien onze musea blijkbaar als ‘soft targets’ en erger nog: ze bewijzen hun gelijk te vaak. Dit kan niet langer zo door gaan.

Het zal toch niet zo zijn dat inbrekers na het ‘makkie’ in De Kunsthal zich realiseren dat ‘state of the art’ beveiliging bij musea synoniem is aan gemakkelijke binnendringen. Zal hier sprake zijn van ‘copy cat’ criminaliteit? Het gaat er op lijken.

Het wordt nu echt tijd dat alle, maar dan ook alle musea zich zorgen maken over en aandacht besteden aan de inbraakwerendheid van de gebouwen (en de vitrines in die gebouwen) en niet langer vertrouwen op bewegingsmelders binnen het gebouw, maar zorgen voor detectie op de buitenschil van de gebouwen.

Niet alle inbraken zullen voorkomen kunnen worden. Was het maar waar, maar de inbraak en diefstal in De Kunsthal – er zijn nog geen details bekend over de inbraken in Zutphen en Venlo – had zonder meer voorkomen kunnen worden.

Als het al lukt een buitendeur te forceren, inbrekers deinzen er niet voor terug zelfs explosieven te gebruiken (Museum Gouda 2012), dan nog moet het inbrekers grote moeite en tijd kosten verder door te dringen. Dat kan via inbraakvertragende compartimenten en inbraakvertragende vitrines. Het gaat om ontmoedigen en tijd winnen zodat de alarmopvolgers adequaat kunnen reageren.

Er zijn naast compartimenteringsmaatregelen nog andere middelen om na binnendringen in het gebouw diefstal te verijdelen. Heel effectief is de Inferno Sound Barrier. Bij testen is gebleken dat niemand langer dan 30 seconden in een ruimte kan blijven waar Inferno klinkt. Proefpersonen werden onwel en moesten overgeven na die 30 seconden.

Er bestaat geen enkele beveiligingsmaatregelen die op zichzelf afdoende is. In de beveiliging wordt het begrip ‘redundancy’ gehanteerd. Die sound barrier kan immers omzeild worden via oorbeschermers (dan moeten inbrekers die wel bij zich hebben). Naast geluid kan stroboscopisch licht een belangrijke rol vervullen. Helaas bestaat er weerstand tegen het gebruik van mistgeneratoren die razendsnel een ruimte ondoordringbaar maken.

Waarom geen rolluiken achter ramen en deuren? Er zijn gecertificeerde rolluiken die zeer afdoende zijn tegen inbraak. In enkele Nederlandse musea zijn de afgelopen tien jaar inbraakwerende vitrines geplaatst die volgens testen 15 tot zelfs 20 minuten bestand zijn tegen aanvallen met koevoeten, (voor)hamers en ander handgereedschap.

Het kan allemaal. Het is mogelijk om inbraken als in Rotterdam, Doorn, Zutphen en Venlo te voorkomen, of een diefstal tijdens openingstijd zoals in het Catharijne Convent (via inbraakwerende vitrines).

Al die voorzieningen zullen heel afdoende blijken, maar ze kosten geld. Er moet een relatie zijn tussen investeringen in beveiligingen en de waarde van te beschermen objecten.

Klagen over gebrek aan budgetten om afdoende te beveiligen is feitelijk een schuldbekentenis: het betekent namelijk dat er voor gekozen wordt objecten bewust te kwetsbaar te tonen. Als het niet mogelijk is objecten op een veilige wijze te tonen, dan moeten ze maar – tijdelijk – niet getoond worden.

Dat soms helemaal geen geld nodig is om maatregelen te treffen, maar het door nalatigheid toch fout gaat betoogde ik al in een bizarre discussie met de directeur van het Natuurhistorisch (museum) in Rotterdam.

Ton Cremers

 

 

March 22nd, 2013

Posted In: Catharijneconvent, Columns Ton Cremers, commentaar, De Kunsthal, diefstal, diefstal uit museum, Kunsthal, Uncategorized

update 14 juni 2010

Er gaan al enkele jaren magische verhalen rond over de mogelijkheden die RFID (Radio Frequency Identification) biedt bij de beveiliging van musea. Er zouden miniscule chips bestaan die op een geheime plaats in objecten kunnen worden verborgen en waarmee de objecten wereldwijd via satellieten gevolgd kunnen worden. Minder sciencefictionachtig, maar helaas even onwaar: dankzij RFID tags in of aan museumobjecten kunnen die objecten op afstand gevolgd worden binnen de museumgebouwen en tijdens transporten. Bij diefstal zou dankzij de RFID tag de dief binnen het gebouw van ruimte tot ruimte gevolgd kunnen worden. Toekomstmuziek? Misschien, maar nog geen eenvoudig realiseerbare werkelijkheid. Voegt RFID in zijn huidge vorm iets toe aan de beveiliging?

Twee soorten RFID tags

In grote lijnen zijn er twee soorten RFID tags: passieve en actieve.

De passieve RFID tags hebben geen elektrische voeding en worden uitgelezen via antennes: handlezers of de bekende detectiepoortjes zoals gebruikt worden in kledingzaken en boekhandels. Bibliotheken gebruiken in toenemende mate deze passieve RFID tags bij de registratie van uitleen en retournering van boeken. Dankzij de RFID tags in boeken en de mogelijkheid de lezerskaart digitaal uit te lezen wordt in steeds meer bibliotheken gebruik gemaakt van self-service in- en uitchecken van boeken. De Vaticaanse bibliotheek in Rome heeft 50.000 van de ongeveer 120.000 boeken in de openbare leeszalen van RFID tags voorzien. De gehele bibliotheek omvat overigens circa twee miljoen kostbare manuscripten en gedrukte boeken. De kostbare oude boeken zijn niet van RFID tags voorzien. Er bestaan bij oude drukken namelijk bezwaren tegen het aanbrengen van tags omdat die de ‘integriteit’ van de boeken aantasten. Het heeft immers geen zin de tags op duidelijk zichtbare plekken makkelijk verwijderbaar in de boeken aan te brengen.

Passieve RFID tags kunnen in musea gebruikt worden om de inventarisatie te vergemakkelijken. Met behulp van de aan objecten vastgemaakte tags en een handlezer kunnen binnen secondes tientallen objecten ‘gelezen’ worden. Er is een beperking: het is absoluut niet zo dat deze methode geschikt is om met 100% zekerheid de aanwezigheid of afwezigheid van objecten te bepalen. In binnen- en buitenland zijn leveranciers van RFID systemen die beweren dat het mogelijk is met deze RFID methodiek opgestapelde of zelfs in ladenkasten opgeborgen objecten snel te indentificeren zonder dat die objecten aangeraakt hoeven te worden. Er gaat binnen de museumwereld een grote aantrekkelijkheid uit van een controlemethode die het aantal keren dat objecten moeten worden gehanteerd beperkt. Het zal duidelijk zijn – overigens vreemd dat RFID leveranciers dit nooit expliciet vermelden – dat de inventarisatie en standplaatsbepaling met behulp van een RFID handlezer van in een ladenkast opgeborgen objecten helemaal niets zegt over de aanwezigheid van de objecten maar slechts aangeeft dat de RFID tags aanwezig zijn….

Actieve RFID tags zijn voorzien van een elektrische voeding en zijn daarom aanzienlijk groter dan passieve tags. Actieve tags kunnen over een afstand van enkele tientallen tot zelfs honderd meter ‘uitgelezen’ worden. Het signaal dat ze uitzenden wordt opgevangen door ontvangers die op strategische plaatsen in het gebouw opgehangen zijn. Afhankelijk van het aantal ontvangers kan de locatie waar de tag (dus NIET het object) zich bevindt redelijk nauwkeurig bepaald worden. Het RFID signaal dringt door muren, vloeren en plafonds. Afhankelijk van de gebouwconstructie, al of niet veel staal, kan die doorbringbaarheid groot zijn. Dit heeft voor de exacte lokatiebepaling, ze zogenaamde track-and-trace optie waarmee RFID beveiliging gepromoot wordt, nadelen. Indien er onvoldoende ontvangers zijn is de kans groot dat een object zich niet alleen in een andere museumruimte bevindt dan gemeten, maar zelfs op een andere etage. Exactere tracking-and-tracing is alleen mogelijk indien zich in iedere ruimte een of meerdere ontvangers bevinden. De actieve tags communiceren draadloos met de ontvangers, maar er zal vrijwel altijd gebruik moeten worden gemaakt van ontvangers die bedraad zijn. Dit betekent niet alleen een aanzienlijke investering in hardware maar ook in installatie. Het zal al snel zo zijn dat het evenwicht tussen investering en uiteindelijk beveiligingsrendement zoek is.
Beveiliging met RFID

Exacte lokatiebepaling en precieze tracking binnen een museumgebouw van objecten is geen eenvoudige zaak. Het regelmatig wisselen van tentoonstellingen maakt het alleen maar ingewikkelder. Om objecten in een gebouw te kunnen volgen moet beweging gedetecteerd worden. Bij gebruik van passieve tags wordt beweging geconstateerd met behulp van antennes die alleen van zeer dichtbij de RFID tag kunnen opvangen. Denk hierbij aan de bekende detectiepoortjes in de detailhandel. Met behulp van actieve tags kan beweging gedetecteerd worden zodra een object in beweging komt. De RFID tag functioneert op dat moment als trildetectie zoals er al jarenlang vele soorten in de handel zijn. De actieve, van elektrische voeding voorziene, RFID tag wordt voor museumbeveiliging slechts gebruikt als trildetectie. Hiermee wordt dus alleen een zeer beperkte optie van de RFID gebruikt. Hier is overigens niets op tegen. Het is aan de gebruiker van deze techniek te bepalen in hoeverre alle opties te gebruiken.

Een Engels bedrijf dat zich strijdvaardig op de museummarkt stortte met RFID hield de musea een worst voor door te suggereren dat die techniek een eenvoudig toepasbare track-and-trace mogelijkheid biedt. Nergens waar de door dit bedrijf geleverde RFID tags in musea worden gebruikt is men erin geslaagd daadwerkelijk aan tracking-and-tracing te doen.

Zolang de RFID tags doen wat men er mee wil doen: het detecteren van beweging/trillen, lijkt er nog geen probleem te zijn.

Er is echter wel een serieus probleem met die tags. Daar waar deze Engelse firma gebruik maakt van in Zuid-Afrika door Wavetrend geproduceerde RFID tags (er is ook een Nederlandse leverancier die dezelfde tags aanbiedt) voldoet de gebruikte frequentie namelijk niet aan de Europese harmonisatieregeling, conform het ERC (European Radiocommunications Committee) besluit van 12 maart 2001 waarbij de 868 MHz band in heel Europa aangewezen werd voor beveiligingstoepassingen. Deze band is in drie onderdelen opgedeeld:

1. inbraakbeveiliging
2. telemetrie toepassingen
3. sociale alarmering

Dit besluit is genomen omdat de ‘oude’ licentievrije 433 MHz band inmiddels helemaal vol zit met toepassingen zoals afstandsbedieningen van auto’s, besturing van garageopeners en draadloze apparatuur in de woonomgeving zoals draadloze koptelefoons en weerstations. In sommige landen mag de 433MHz band zonder licentie niet meer gebruikt worden voor draadloze beveiligingstoepassingen. In Nederland mag dat (nog?) wel.

De Wavetrend RFID tags die in Nederlandse musea gepromoot worden werken op de 433MHz frequentie. Deze frequentie is inmiddels zo volgeslibt door allerlei niet-beveiligings apparatuur dat hij niet meer geschikt is voor professioneel beveiligen.

Dit betekent dus dat Nederlandse musea die overwegen actieve RFID tags te gebruiken voor beveiligen en track-and-trace zeer op hun tellen moeten passen. Track-and-trace is, zo blijkt in de praktijk, nauwelijks een bruikbare optie en de 433MHz band is gezien de kans op interferentieproblemen niet geschikt voor beveiligingstoepassingen in de hoogste risicoklasse.

Van de RFID techniek wordt op een oneigenlijke manier gebruikt gemaakt. De mogelijkheid van actieve tags om beweging te detecteren is bedoeld voor track-and-trace en niet slechts voor het detecteren van beweging/trillen vanuit de beveiligingsoptiek. Er bestaat tegen dit oneigenlijk gebruik geen bezwaar. Er bestaat wel bezwaar tegen de door de Wavetrend gebruikte frequentie. Naar verwachting zal de 433MHz band, gezien de Europese regelgeving, in de toekomst niet meer gebruikt kunnen worden voor professionele draadloze beveiligingstoepassingen.

RFID signaleert aanraking van objecten door bezoekers. ‘Kijken met de handen’ komt veel vaker voor dan pogingen tot diefstal. De RFID tags geven geen lokaal alarm. Dat is een gemis. De voorkeur dient in de museale omgeving uit te gaan naar tags die ook lokaal alarm geven. Dat mag een laagvolume zoemer zijn die de bezoekers attendeert op de beveiliging.

toncremers@museum-security.org

June 14th, 2010

Posted In: commentaar

– Citaat –

Dat betekent dat je alles moet doen wat redelijkerwijs kan worden verwacht op het gebied van controle van de herkomstgegevens van een voorwerp of verzameling.
Dit is wel wat werk voor de toekomstige eigenaren van cultuurgoederen. Je moet bijvoorbeeld rekening houden met de omstandigheden van de verwerving. Denk aan een betaalde prijs en raadpleging van registers voor (gestolen) cultuurgoederen
“.

– einde citaat –

Update 6 juli 2010:

Boeiende nieuwe informatie.

Op 25 februari werd bij de politie Den Haag door ‘een’ erfgoedinspecteur aangifte tegen mij gedaan wegens belediging, smaad en laster. Het is nogal wat. Geen van mijn teksten rechtvaardigt volgens mij deze aangifte. Inhoudelijk ga ik op deze zaak (nog) niet in.

Op 10 april 2010 – zes weken nadat de erfgoedinspecteur aangifte deed – werd ik gebeld door een medewerker van OCW. Over de inhoud van dat bizarre gesprek rapporteerde ik eerder (zie hieronder). Toen ik gebeld werd was het niet meer mogelijk de aangifte in te trekken. Men moet dat bij de Erfgoedinspectie geweten hebben. Hoe moet ik interpreteren dat ik NOOIT enige reactie kreeg van de Erfgoedinspectie/inspecteur op mijn e-mails en op alle door mij geschreven en aan de inspectie/inspecteur gestuurde artikelen en dat men mij pas liet bellen zes weken nadat aangifte werd gedaan?

Mag ik even interpreteren/fantaseren? De inspectie zal zich ongetwijfeld hebben laten adviseren door een van de vele juristen op het ministerie. Ik kan mij niet voorstellen dat door een inspecteur aangifte tegen een ‘burger’  wordt gedaan zonder ruggespraak met een jurist. Waarschijnlijk heeft iemand nadat aangifte werd gedaan een, te laat, helder moment gehad en de vraag gesteld: “Is er ooit gereageerd op Cremers’ mails en zijn teksten?” Oeps, dat was nooit gebeurd. Voor het doen van aangifte was contact met Cremers niet verplicht, maar het ware veel zorgvuldiger geweest. Deze onzorgvuldigheid zou indien dit een zaak wordt voor de rechter weleens een heel slordige indruk kunnen maken. Wat te doen? Ik zie het opgewonden en bezorgde gesprek al voor mij. De oplossing werd gevonden: Van Kouterik kende Cremers nog uit zijn Rijksmuseumtijd en zou Cremers wel even bellen met het verzoek zijn berichtgeving op het Internet te kuisen van de naam van de erfgoedinspecteur. Niemand kon voorzien dat het nutteloze want slechts formele telefoongesprek grondig verknoeid werd door de beller die eerst het afgesproken verzoek indiende, toen dreigde met aangifte en daarna mededeelde dat al aangifte gedaan was. Kon het nog onhandiger? Nee, dat kon niet.

Na dat telefoontje stuurde ik meerdere e-mails naar de Erfgoedinspectie met het verzoek om uitleg. Nooit ontving ik antwoord.

Wordt ongetwijfeld vervolgd.

Ton Cremers

Update 28 mei 2010:

Het zal niet verbazen dat Barbara Siregar, directeur van de Erfgoedinspectie, mijn mail van 6 mei onbeantwoord liet. Dat is beleid bij de Erfgoedinspectie: berichten worden niet beantwoord. Dan vanmorgen maar gebeld met het nummer waar vandaan ik op 10 april benaderd werd met dreigementen over aangifte: 070-4122749. Achter dat nummer zit een beveiliger van het ministerie, Van kouterik, die mij namens erfgoedinspecteur Marja van Heese belde destijds. Blijkbaar gaat deze Van kouterik gebukt onder een selectief falend geheugen. Hij kon zich het gesprek van 10 april nog perfect herinneren maar wist niet meer de aard van de aangifte omdat hij ‘de stukken’ niet op zijn bureau had. Hoeveel aangiftes doet die man? Het moeten er heel veel zijn..
Wel wilde hij van mij weten of de politie al contact met mij opgenomen heeft. Dus volgens Van kouterik is er wel degelijk sprake van een aangifte tegen mij. Sneu dat de man zich in de veelheid van aangiftes niet kan herinneren wat het strafbare feit dan is. Het blijft een klucht, maar wel een heel kwalijke klucht: de Erfgoedinspectie probeert mijn nieuwsgaring namelijk te frustreren via (dreigementen over) een aangifte en weigert in te gaan op verzoeken om toelichting.

Ton Cremers

Update 7 mei 2010:

Oorspronkelijke bericht dateert van 10 april 2010 (zie hieronder) en is gezonden aan de Erfgoedinspectie en wel aan Marja van Heese. Zoals te verwachten bleef enige reactie uit. Gisteren, 6 mei 2010, heb ik een bericht gestuurd aan Barbara Siregar, directeur van de Erfgoedinspectie, waarin ik mijn beklag deed over dreigementen door een medewerker van het Ministerie van OCW namens erfgoedinspecteur Marja van Heese. Ik heb mevrouw Siregar gevraagd mij uiterlijk 14 mei te laten weten wat de status van het dreigement en van de ‘aangifte’ is. Mocht ik op genoemde datum geen reactie ontvangen hebben, dan zal ik een klacht indienen bij de minister. Het is niet acceptabel dat verslaglegging over een ernstige kwestie leidt tot dreigementen door een ambtenaar die met die dreigementen tracht de vrijheid van meningsuiting te beperken.

Ton Cremers

Bericht van 10 april 2010:

Het is een paar jaar geleden dat ik bij de Erfgoedinspectie meldde ernstige zorgen te hebben over de aankoopethiek van de oprichter van het Ikonenmuseum in Kampen. De betreffende erfgoedinspecteur, Marja van Heese, reageerde nauwelijks op die melding en kwam pas in actie toen ik anderhalf jaar later de publiciteit zocht. Tijdens een gesprek met de Erfgoedinspectie najaar 2009 werd mij medegedeeld dat de fouten gemaakt rondom mijn melding voor de inspectie aanleiding waren een meldingsprocedure te ontwikkelen. Die procedure had er natuurlijk al jaren moeten zijn. De trouwe lezers van de http://www.museumbeveiliging.com website en van de Museum Security Network en Museumbeveiliging Google groepen zullen het verhaal kennen. Ik heb er na zo veel tijd en energie geen zin meer in de hele geschiedenis te herhalen. Geïnteresseerden kunnen via een Google zoekopdracht alle informatie op het web vinden.

Voor mij was deze zaak geschiedenis totdat ik vanmorgen een bizar telefoontje kreeg van iemand die zich meldde als medewerker van het ‘Ministerie van Onderwijs’ (070-4122749).
In dat telefoontje werd mij verzocht mijn WWW archief te censureren en de naam van erfgoedinspecteur Marja van Heese te verwijderen. Een dergelijke vraag bereikte mij nooit eerder, in ieder geval niet van de betreffende inspecteur. Ik geef toe dat ik op dit heel onverwachte verzoek afwijzend reageerde, temeer daar Van Heese een achttal e-mails van mij aan haar in de loop van vorig jaar onbeantwoord liet. Tamelijk nalatig voor een ambtenaar die beroepsmatig door een ‘burger’  benaderd wordt.

In reactie op mijn weigering van vanmorgen kreeg ik van de beller te horen dat er inmiddels aangifte tegen mij gedaan was. Aangifte? Aangifte? Wat is het strafbare feit vraag ik mij af. Ik zie dat wel wanneer die aangifte mij bereikt. Ik zal hem dan meteen delen met de bezoekers van mijn site en de abonnees van de mailing list.

Behalve de vraag naar het strafbare feit is er een andere vraag die mij nog veel meer boeit. Men (Van Heese? De Erfgoedinspectie? Het Ministerie?) doet eerst aangifte en daarna word ik gebeld met het vriendelijke verzoek de naam van Marja van Heese te verwijderen uit mijn berichtgeving. Wat een vreemde volgorde. Deze door het ministerie gehanteerde handelwijze komt mij even amateuristisch voor als de wijze waarop de Erfgoedinspectie – onderdeel van datzelfde ministerie – destijds omging met mijn zeer ernstige en door een getuige gestaafde melding.

In deze tijd van dreigende bezuinigingen dringt zich een voor de hand liggende bezuinigingsoptie op….

Ton Cremers

May 28th, 2010

Posted In: Alexander Stichting Kampen, commentaar, conventies, Cyprus, Erfgoedinspectie, Ikonen Museum Kampen, illegale handel

Tags: , , , , , ,

Op 21 januari 2009 organiseert het Nederlands Instituut voor Fysieke Veiligheid (NIFV) een Symposium Bescherming Cultureel Erfgoed bij Calamiteiten.
Tijdens dat symposium worden o.a. presentaties gegeven door Rene Hagen (werkzaam bij het NIFV) en Gerard de Kleijn, directeur van het Armandomuseum.

Gezamenlijke deelname van beiden aan dit symposium heeft iets curieus. Als lid van de (tot nu toe eenmalige) Brandraad’08 ondertekende Hagen een persbericht waarin de verantwoordelijken voor het Armandomuseum, dus Gerard de Kleijn als eindverantwoordelijke, het pijnlijke verwijt kre(e)gen dat die brand veroorzaakt werd door “onduidelijkheid over verantwoordelijkheden, onvoldoende risicobewustzijn en gebrek aan kennis van preventiemaatregelen”.

Een onterecht verwijt voor een museum dat in het bezit was van een gebruiksvergunning, voorzien was van brandcompartimentering en een brandmeldinstallatie had conform de geldende normen. Bovendien was er een directe verbinding met de regionale alarmcentrale (112) en was een van de medewerkers opgeleid tot beheerder van de brandmeldinstallatie (Opgeleid Persoon). Daarnaast nam het museum deel aan een door het museumconsulentschap in Utrecht georganiseerd project waar samen met collega erfgoedbeheerders en de brandweer gewerkt werd aan het opstellen van een actueel calamiteitenplan. Het museum was zich, mede omdat de verbouwing van de Elleboogkerk tot museum destijds plaats vond onder toezicht van de brandweer, niet alleen goed bewust van de risico’s maar nam ook de wettelijk vereiste maatregelen. Het verwijt aan het museum dat er ““onduidelijkheid over verantwoordelijkheden, onvoldoende risicobewustzijn en gebrek aan kennis van preventiemaatregelen” zou zijn is feitelijk een verwijt aan de gemeente Amersfoort omdat het museum onder die gemeente valt. Hoe het ook zij: het is een misplaatst en onterecht verwijt.

In het door Hagen ondertekende persbericht wordt de hele erfgoedsector als incompetent over één kam geschoren. Ik heb destijds in meerdere artikelen grote bezwaren gemaakt tegen het door de Brandraad’08 verspreide persbericht.

Geïnteresseerden kunnen op http://snipurl.com/275t3 die teksten lezen. Je moet wel enige motivatie hebben want het is omvangrijk leesvoer.

Nu, circa zeven maanden nadat ik die tekst schreef, sta ik nog onveranderd achter de inhoud en blijf van mening dat de Brandraad’08 in het persbericht geheel ongemotiveerd de erfgoedsector veel te ondeskundig en onbewust van risico’s afschilderde. Dat doet geen recht aan de grote energie in tijd en de aanzienlijke financiële investeringen die met name de afgelopen zes jaar via de Mondriaanstichting door heel Nederland in regionale projecten zijn gedaan.

Naar het symposium van januari kijk ik met extra belangstelling uit omdat ik verwacht en vooral hoop dat Hagen en (mede)Brandraad’08-lid Theo Vermeulen het persbericht van de Brandraad’08 nuanceren. Dat mag je verwachten van iemand die als lector aan de Brandweeracademie toekomstige brandweerofficieren opleidt en van de projectleider Kenniscentrum Cultureel Erfgoed (http://www.kvc.nl).

Ton Cremers

Museum Security Network / Museum Security Consultancy
toncremers@museum-security.org
http://www.museum-security.org
http://www.handboekveiligheidszorgmusea.nl/
http://groups.google.com/group/museum-security-network
http://groups.google.com/group/library-security-and-safety

Op 21 januari 2009 organiseert het Nederlands Instituut voor Fysieke Veiligheid (NIFV) een Symposium Bescherming Cultureel Erfgoed bij Calamiteiten.
Tijdens dat symposium worden o.a. presentaties gegeven door Rene Hagen (werkzaam bij het NIFV) en Gerard de Kleijn, directeur van het Armandomuseum.

Gezamenlijke deelname van beiden aan dit symposium heeft iets curieus. Als lid van de (tot nu toe eenmalige) Brandraad’08 ondertekende Hagen een persbericht waarin de verantwoordelijken voor het Armandomuseum, dus Gerard de Kleijn als eindverantwoordelijke, het pijnlijke verwijt kre(e)gen dat die brand veroorzaakt werd door “onduidelijkheid over verantwoordelijkheden, onvoldoende risicobewustzijn en gebrek aan kennis van preventiemaatregelen”.

Een onterecht verwijt voor een museum dat in het bezit was van een gebruiksvergunning, voorzien was van brandcompartimentering en een brandmeldinstallatie had conform de geldende normen. Bovendien was er een directe verbinding met de regionale alarmcentrale (112) en was een van de medewerkers opgeleid tot beheerder van de brandmeldinstallatie (Opgeleid Persoon). Daarnaast nam het museum deel aan een door het museumconsulentschap in Utrecht georganiseerd project waar samen met collega erfgoedbeheerders en de brandweer gewerkt werd aan het opstellen van een actueel calamiteitenplan. Het museum was zich, mede omdat de verbouwing van de Elleboogkerk tot museum destijds plaats vond onder toezicht van de brandweer, niet alleen goed bewust van de risico’s maar nam ook de wettelijk vereiste maatregelen. Het verwijt aan het museum dat er ““onduidelijkheid over verantwoordelijkheden, onvoldoende risicobewustzijn en gebrek aan kennis van preventiemaatregelen” zou zijn is feitelijk een verwijt aan de gemeente Amersfoort omdat het museum onder die gemeente valt. Hoe het ook zij: het is een misplaatst en onterecht verwijt.

In het door Hagen ondertekende persbericht wordt de hele erfgoedsector als incompetent over één kam geschoren. Ik heb destijds in meerdere artikelen grote bezwaren gemaakt tegen het door de Brandraad’08 verspreide persbericht.

Geïnteresseerden kunnen op http://snipurl.com/275t3 die teksten lezen. Je moet wel enige motivatie hebben want het is omvangrijk leesvoer.

Nu, circa zeven maanden nadat ik die tekst schreef, sta ik nog onveranderd achter de inhoud en blijf van mening dat de Brandraad’08 in het persbericht geheel ongemotiveerd de erfgoedsector veel te ondeskundig en onbewust van risico’s afschilderde. Dat doet geen recht aan de grote energie in tijd en de aanzienlijke financiële investeringen die met name de afgelopen zes jaar via de Mondriaanstichting door heel Nederland in regionale projecten zijn gedaan.

Naar het symposium van januari kijk ik met extra belangstelling uit omdat ik verwacht en vooral hoop dat Hagen en (mede)Brandraad’08-lid Theo Vermeulen het persbericht van de Brandraad’08 nuanceren. Dat mag je verwachten van iemand die als lector aan de Brandweeracademie toekomstige brandweerofficieren opleidt en van de projectleider Kenniscentrum Cultureel Erfgoed (http://www.kvc.nl).

Ton Cremers

Museum Security Network / Museum Security Consultancy
toncremers@museum-security.org
http://www.museum-security.org
http://www.handboekveiligheidszorgmusea.nl/
http://groups.google.com/group/museum-security-network
http://groups.google.com/group/library-security-and-safety

Op 21 januari 2009 organiseert het Nederlands Instituut voor Fysieke Veiligheid (NIFV) een Symposium Bescherming Cultureel Erfgoed bij Calamiteiten.
Tijdens dat symposium worden o.a. presentaties gegeven door Rene Hagen (werkzaam bij het NIFV) en Gerard de Kleijn, directeur van het Armandomuseum.

Gezamenlijke deelname van beiden aan dit symposium heeft iets curieus. Als lid van de (tot nu toe eenmalige) Brandraad’08 ondertekende Hagen een persbericht waarin de verantwoordelijken voor het Armandomuseum, dus Gerard de Kleijn als eindverantwoordelijke, het pijnlijke verwijt kre(e)gen dat die brand veroorzaakt werd door “onduidelijkheid over verantwoordelijkheden, onvoldoende risicobewustzijn en gebrek aan kennis van preventiemaatregelen”.

Een onterecht verwijt voor een museum dat in het bezit was van een gebruiksvergunning, voorzien was van brandcompartimentering en een brandmeldinstallatie had conform de geldende normen. Bovendien was er een directe verbinding met de regionale alarmcentrale (112) en was een van de medewerkers opgeleid tot beheerder van de brandmeldinstallatie (Opgeleid Persoon). Daarnaast nam het museum deel aan een door het museumconsulentschap in Utrecht georganiseerd project waar samen met collega erfgoedbeheerders en de brandweer gewerkt werd aan het opstellen van een actueel calamiteitenplan. Het museum was zich, mede omdat de verbouwing van de Elleboogkerk tot museum destijds plaats vond onder toezicht van de brandweer, niet alleen goed bewust van de risico’s maar nam ook de wettelijk vereiste maatregelen. Het verwijt aan het museum dat er ““onduidelijkheid over verantwoordelijkheden, onvoldoende risicobewustzijn en gebrek aan kennis van preventiemaatregelen” zou zijn is feitelijk een verwijt aan de gemeente Amersfoort omdat het museum onder die gemeente valt. Hoe het ook zij: het is een misplaatst en onterecht verwijt.

In het door Hagen ondertekende persbericht wordt de hele erfgoedsector als incompetent over één kam geschoren. Ik heb destijds in meerdere artikelen grote bezwaren gemaakt tegen het door de Brandraad’08 verspreide persbericht.

Geïnteresseerden kunnen op http://snipurl.com/275t3 die teksten lezen. Je moet wel enige motivatie hebben want het is omvangrijk leesvoer.

Nu, circa zeven maanden nadat ik die tekst schreef, sta ik nog onveranderd achter de inhoud en blijf van mening dat de Brandraad’08 in het persbericht geheel ongemotiveerd de erfgoedsector veel te ondeskundig en onbewust van risico’s afschilderde. Dat doet geen recht aan de grote energie in tijd en de aanzienlijke financiële investeringen die met name de afgelopen zes jaar via de Mondriaanstichting door heel Nederland in regionale projecten zijn gedaan.

Naar het symposium van januari kijk ik met extra belangstelling uit omdat ik verwacht en vooral hoop dat Hagen en (mede)Brandraad’08-lid Theo Vermeulen het persbericht van de Brandraad’08 nuanceren. Dat mag je verwachten van iemand die als lector aan de Brandweeracademie toekomstige brandweerofficieren opleidt en van de projectleider Kenniscentrum Cultureel Erfgoed (http://www.kvc.nl).

Ton Cremers

Museum Security Network / Museum Security Consultancy
toncremers@museum-security.org
http://www.museum-security.org
http://www.handboekveiligheidszorgmusea.nl/
http://groups.google.com/group/museum-security-network
http://groups.google.com/group/library-security-and-safety

December 20th, 2008

Posted In: brand Armando Museum, Brandraad08, commentaar, congressen

Tags: , , , ,

Op 21 januari 2009 organiseert het Nederlands Instituut voor Fysieke Veiligheid (NIFV) een Symposium Bescherming Cultureel Erfgoed bij Calamiteiten.
Tijdens dat symposium worden o.a. presentaties gegeven door Rene Hagen (werkzaam bij het NIFV) en Gerard de Kleijn, directeur van het Armandomuseum.

Gezamenlijke deelname van beiden aan dit symposium heeft iets curieus. Als lid van de (tot nu toe eenmalige) Brandraad’08 ondertekende Hagen een persbericht waarin de verantwoordelijken voor het Armandomuseum, dus Gerard de Kleijn als eindverantwoordelijke, het pijnlijke verwijt kre(e)gen dat die brand veroorzaakt werd door “onduidelijkheid over verantwoordelijkheden, onvoldoende risicobewustzijn en gebrek aan kennis van preventiemaatregelen”.

Een onterecht verwijt voor een museum dat in het bezit was van een gebruiksvergunning, voorzien was van brandcompartimentering en een brandmeldinstallatie had conform de geldende normen. Bovendien was er een directe verbinding met de regionale alarmcentrale (112) en was een van de medewerkers opgeleid tot beheerder van de brandmeldinstallatie (Opgeleid Persoon). Daarnaast nam het museum deel aan een door het museumconsulentschap in Utrecht georganiseerd project waar samen met collega erfgoedbeheerders en de brandweer gewerkt werd aan het opstellen van een actueel calamiteitenplan. Het museum was zich, mede omdat de verbouwing van de Elleboogkerk tot museum destijds plaats vond onder toezicht van de brandweer, niet alleen goed bewust van de risico’s maar nam ook de wettelijk vereiste maatregelen. Het verwijt aan het museum dat er ““onduidelijkheid over verantwoordelijkheden, onvoldoende risicobewustzijn en gebrek aan kennis van preventiemaatregelen” zou zijn is feitelijk een verwijt aan de gemeente Amersfoort omdat het museum onder die gemeente valt. Hoe het ook zij: het is een misplaatst en onterecht verwijt.

In het door Hagen ondertekende persbericht wordt de hele erfgoedsector als incompetent over één kam geschoren. Ik heb destijds in meerdere artikelen grote bezwaren gemaakt tegen het door de Brandraad’08 verspreide persbericht.

Geïnteresseerden kunnen op http://snipurl.com/275t3 die teksten lezen. Je moet wel enige motivatie hebben want het is omvangrijk leesvoer.

Nu, circa zeven maanden nadat ik die tekst schreef, sta ik nog onveranderd achter de inhoud en blijf van mening dat de Brandraad’08 in het persbericht geheel ongemotiveerd de erfgoedsector veel te ondeskundig en onbewust van risico’s afschilderde. Dat doet geen recht aan de grote energie in tijd en de aanzienlijke financiële investeringen die met name de afgelopen zes jaar via de Mondriaanstichting door heel Nederland in regionale projecten zijn gedaan.

Naar het symposium van januari kijk ik met extra belangstelling uit omdat ik verwacht en vooral hoop dat Hagen en (mede)Brandraad’08-lid Theo Vermeulen het persbericht van de Brandraad’08 nuanceren. Dat mag je verwachten van iemand die als lector aan de Brandweeracademie toekomstige brandweerofficieren opleidt en van de projectleider Kenniscentrum Cultureel Erfgoed (http://www.kvc.nl).

Ton Cremers

Museum Security Network / Museum Security Consultancy
toncremers@museum-security.org
http://www.museum-security.org
http://www.handboekveiligheidszorgmusea.nl/
http://groups.google.com/group/museum-security-network
http://groups.google.com/group/library-security-and-safety

Op 21 januari 2009 organiseert het Nederlands Instituut voor Fysieke Veiligheid (NIFV) een Symposium Bescherming Cultureel Erfgoed bij Calamiteiten.
Tijdens dat symposium worden o.a. presentaties gegeven door Rene Hagen (werkzaam bij het NIFV) en Gerard de Kleijn, directeur van het Armandomuseum.

Gezamenlijke deelname van beiden aan dit symposium heeft iets curieus. Als lid van de (tot nu toe eenmalige) Brandraad’08 ondertekende Hagen een persbericht waarin de verantwoordelijken voor het Armandomuseum, dus Gerard de Kleijn als eindverantwoordelijke, het pijnlijke verwijt kre(e)gen dat die brand veroorzaakt werd door “onduidelijkheid over verantwoordelijkheden, onvoldoende risicobewustzijn en gebrek aan kennis van preventiemaatregelen”.

Een onterecht verwijt voor een museum dat in het bezit was van een gebruiksvergunning, voorzien was van brandcompartimentering en een brandmeldinstallatie had conform de geldende normen. Bovendien was er een directe verbinding met de regionale alarmcentrale (112) en was een van de medewerkers opgeleid tot beheerder van de brandmeldinstallatie (Opgeleid Persoon). Daarnaast nam het museum deel aan een door het museumconsulentschap in Utrecht georganiseerd project waar samen met collega erfgoedbeheerders en de brandweer gewerkt werd aan het opstellen van een actueel calamiteitenplan. Het museum was zich, mede omdat de verbouwing van de Elleboogkerk tot museum destijds plaats vond onder toezicht van de brandweer, niet alleen goed bewust van de risico’s maar nam ook de wettelijk vereiste maatregelen. Het verwijt aan het museum dat er ““onduidelijkheid over verantwoordelijkheden, onvoldoende risicobewustzijn en gebrek aan kennis van preventiemaatregelen” zou zijn is feitelijk een verwijt aan de gemeente Amersfoort omdat het museum onder die gemeente valt. Hoe het ook zij: het is een misplaatst en onterecht verwijt.

In het door Hagen ondertekende persbericht wordt de hele erfgoedsector als incompetent over één kam geschoren. Ik heb destijds in meerdere artikelen grote bezwaren gemaakt tegen het door de Brandraad’08 verspreide persbericht.

Geïnteresseerden kunnen op http://snipurl.com/275t3 die teksten lezen. Je moet wel enige motivatie hebben want het is omvangrijk leesvoer.

Nu, circa zeven maanden nadat ik die tekst schreef, sta ik nog onveranderd achter de inhoud en blijf van mening dat de Brandraad’08 in het persbericht geheel ongemotiveerd de erfgoedsector veel te ondeskundig en onbewust van risico’s afschilderde. Dat doet geen recht aan de grote energie in tijd en de aanzienlijke financiële investeringen die met name de afgelopen zes jaar via de Mondriaanstichting door heel Nederland in regionale projecten zijn gedaan.

Naar het symposium van januari kijk ik met extra belangstelling uit omdat ik verwacht en vooral hoop dat Hagen en (mede)Brandraad’08-lid Theo Vermeulen het persbericht van de Brandraad’08 nuanceren. Dat mag je verwachten van iemand die als lector aan de Brandweeracademie toekomstige brandweerofficieren opleidt en van de projectleider Kenniscentrum Cultureel Erfgoed (http://www.kvc.nl).

Ton Cremers

Museum Security Network / Museum Security Consultancy
toncremers@museum-security.org
http://www.museum-security.org
http://www.handboekveiligheidszorgmusea.nl/
http://groups.google.com/group/museum-security-network
http://groups.google.com/group/library-security-and-safety

Op 21 januari 2009 organiseert het Nederlands Instituut voor Fysieke Veiligheid (NIFV) een Symposium Bescherming Cultureel Erfgoed bij Calamiteiten.
Tijdens dat symposium worden o.a. presentaties gegeven door Rene Hagen (werkzaam bij het NIFV) en Gerard de Kleijn, directeur van het Armandomuseum.

Gezamenlijke deelname van beiden aan dit symposium heeft iets curieus. Als lid van de (tot nu toe eenmalige) Brandraad’08 ondertekende Hagen een persbericht waarin de verantwoordelijken voor het Armandomuseum, dus Gerard de Kleijn als eindverantwoordelijke, het pijnlijke verwijt kre(e)gen dat die brand veroorzaakt werd door “onduidelijkheid over verantwoordelijkheden, onvoldoende risicobewustzijn en gebrek aan kennis van preventiemaatregelen”.

Een onterecht verwijt voor een museum dat in het bezit was van een gebruiksvergunning, voorzien was van brandcompartimentering en een brandmeldinstallatie had conform de geldende normen. Bovendien was er een directe verbinding met de regionale alarmcentrale (112) en was een van de medewerkers opgeleid tot beheerder van de brandmeldinstallatie (Opgeleid Persoon). Daarnaast nam het museum deel aan een door het museumconsulentschap in Utrecht georganiseerd project waar samen met collega erfgoedbeheerders en de brandweer gewerkt werd aan het opstellen van een actueel calamiteitenplan. Het museum was zich, mede omdat de verbouwing van de Elleboogkerk tot museum destijds plaats vond onder toezicht van de brandweer, niet alleen goed bewust van de risico’s maar nam ook de wettelijk vereiste maatregelen. Het verwijt aan het museum dat er ““onduidelijkheid over verantwoordelijkheden, onvoldoende risicobewustzijn en gebrek aan kennis van preventiemaatregelen” zou zijn is feitelijk een verwijt aan de gemeente Amersfoort omdat het museum onder die gemeente valt. Hoe het ook zij: het is een misplaatst en onterecht verwijt.

In het door Hagen ondertekende persbericht wordt de hele erfgoedsector als incompetent over één kam geschoren. Ik heb destijds in meerdere artikelen grote bezwaren gemaakt tegen het door de Brandraad’08 verspreide persbericht.

Geïnteresseerden kunnen op http://snipurl.com/275t3 die teksten lezen. Je moet wel enige motivatie hebben want het is omvangrijk leesvoer.

Nu, circa zeven maanden nadat ik die tekst schreef, sta ik nog onveranderd achter de inhoud en blijf van mening dat de Brandraad’08 in het persbericht geheel ongemotiveerd de erfgoedsector veel te ondeskundig en onbewust van risico’s afschilderde. Dat doet geen recht aan de grote energie in tijd en de aanzienlijke financiële investeringen die met name de afgelopen zes jaar via de Mondriaanstichting door heel Nederland in regionale projecten zijn gedaan.

Naar het symposium van januari kijk ik met extra belangstelling uit omdat ik verwacht en vooral hoop dat Hagen en (mede)Brandraad’08-lid Theo Vermeulen het persbericht van de Brandraad’08 nuanceren. Dat mag je verwachten van iemand die als lector aan de Brandweeracademie toekomstige brandweerofficieren opleidt en van de projectleider Kenniscentrum Cultureel Erfgoed (http://www.kvc.nl).

Ton Cremers

Museum Security Network / Museum Security Consultancy
toncremers@museum-security.org
http://www.museum-security.org
http://www.handboekveiligheidszorgmusea.nl/
http://groups.google.com/group/museum-security-network
http://groups.google.com/group/library-security-and-safety

December 20th, 2008

Posted In: brand Armando Museum, Brandraad08, commentaar, congressen

Tags: , , , ,

In het nummer 08/02 van Museumvisie staat een summiere reactie op het persbericht van de Brandraad’08. In die reactie distantieert Museumvisie zich op een heel milde wijze ‘gedeeltelijk’ van de conclusies die de Brandraad in een persbericht trok.

Verder wordt verwezen naar een checklist brandbeveiliging voor musea die de Brandraad’08 zou hebben gepubliceerd.

Ik nodig iedereen uit die ‘checklist’ te bestuderen. Bij alle brandmeld- en brandpreventietechnieken staat in die door sprinklerbedrijf Aqua+ gemaakte checklist (de checklist was namelijk al beschikbaar voordat de door Aqua+ geinitieerde Brandraad’08 bijeen kwam) te lezen wat de nadelen/tekortkomingen van al die technieken zijn.

Het is niet verwonderlijk dat geen enkel nadeel van sprinklers wordt vermeld anders dan dat de museumwereld bang zou zijn voor waterschade.

Een wat fermer stellingname door Museumvisie tegen het diffamerende persbericht van de Brandraad’08 zou gerechtvaardigd geweest zijn.

Ton Cremers

July 5th, 2008

Posted In: brandbeveiliging, Brandraad08, commentaar, opinie, sprinklers

AON was vertegenwoordigd in de Brandraad’08 in de persoon van Marcel Hanssen. We komen de naam AON nogal eens tegen in de museumwereld…

Lees meer hierover….

June 19th, 2008

Posted In: algemeen, commentaar, opinie

Nederlandse invoering cultuurgoed-verdrag in zicht

(Commentaar moderator mailing list: Deze mededeling van Hirsch Ballin is allesbehalve reden tot feest maar benadrukt de schaamteloos lakse houding van Nederland bij de ratificatie van dit verdrag. Maar al te vaak gedragen we ons als een gidsland in ethische en politieke kwesties, maar puur uit opportuniteit en lafheid duurde het veel te lang voordat Unesco 1970 – bijna 40 jaar nadat dit verdrag tot stand kwam – door Nederland geratificeerd gaat worden. We hebben jaarlijks de belangrijkste internationale kunst- en antiekbeurs, de TEFAF, in ons land en hadden Unesco 1970 al veel eerder moeten ratificeren. Het moment van ratificatie zal ongetwijfeld door een aantal politieke en erfgoedspelers ‘feestelijk’ en met trots gevierd worden. Voor mij betekent het veel te late moment van ratificatie een mijlpaal die schaamte markeert. Het ‘enthousisasme’ van de Tweede Kamer is misplaatst. Ton Cremers)

DEN HAAG (ANP) – De Tweede Kamer is in grote lijnen enthousiast over de invoering in Nederland van het UNESCO-verdrag over onrechtmatige invoer, uitvoer of eigendomsoverdracht van cultuurgoederen.

Het verdrag, dat al uit 1970 stamt, gaat over de voorwerpen die de inmiddels 115 aangesloten landen zien als belangrijk in hun eigen culturele erfgoed. Nederland heeft de maatstaven daarvoor al aangewezen in de Wet tot Behoud van Cultuurbezit uit 1984. De Nederlandse deelname aan het UNESCO-verdrag betekent voor andere landen dat hun cultureel erfgoed straks ook in ons land is beschermd en dat ze het kunnen terugkrijgen als het aantoonbaar illegaal in Nederlandse handen is gekomen.

Minister Ernst Hirsch Ballin van Justitie zei donderdag tijdens de behandeling in de Tweede Kamer dat de deelname door Nederland in het verdrag geen terugwerkende kracht heeft. Dat zou gewoon te ingewikkeld worden.

http://www.trouw.nl/
http://www.museum-security.org
http://www.museumbeveiliging.com
http://www.handboekveiligheidszorgmusea.nl
http://groups.google.com/group/museum-security-network
http://groups.google.com/group/library-security-and-safety

May 31st, 2008

Posted In: commentaar, conventies, illegale handel

Het persbericht van de Brandraad08 (23 april 2008) begint met de conclusie dat bij een groot aantal erfgoedbeheerders onduidelijkheid over verantwoordelijkheden bestaat, dat er een gebrekkig risicobesef en onvoldoende kennis over preventiemaatregelen is. Dat liegt er niet om.

Je vraagt je af hoe de Brandraad aan die conclusies komt.

Op geen enkele manier wordt daar duidelijkheid over gegeven. Er wordt slechts verwezen naar twee recente museumbranden.

Van een Brandraad had je mogen verwachten dat die branden geanalyseerd werden en dat mogelijk op basis van die analyse conclusies waren getrokken.

Op basis van de analyse van twee zeer verschillende branden hadden zo wie zo geen conclusies kunnen worden getrokken de hele erfgoedsector betreffend.

Ieder incident moet op eigen merites beoordeeld worden en pas nadat zich een aantal overeenkomstige incidenten voordoet bij overeenkomstige organisaties is het mogelijk, met enige voorzichtigheid, conclusies te trekken over alle soortgelijke organisaties.

Er zijn in Nederland circa 1000 tot 1200 musea. Hoeveel bibliotheken en archieven er zijn weet ik niet, maar een heel conservatieve schatting is dat het er ook minstens 1000 moeten zijn.

Dus, wanneer we de hele erfgoedsector over een kam scheren, zoals de Brandraad doet, dan deden zich in 2000, beperkt vergelijkbare instellingen twee branden voor.

Stel dat er zich jaarlijks twee branden in de erfgoedsector voor zouden doen en dat dan over een groot aantal jaren, dan betekent dat dat iedere erfgoedinstelling statistisch eens in de 1000 jaar door brand kan worden getroffen.

Statistiek helpt hier niet om conclusies te trekken over de kwaliteit van de brandbeveiliging. Het blijft namelijk altijd mogelijk dat de brandveiligheid zeer te wensen over laat maar dat er toch geen brand komt.

Nog minder is het mogelijk op basis van een enkel brandincident conclusies over een groot deel van de sector te trekken. De door de Brandraad geformuleerde conclusies zijn daarom ongefundeerd.

Het persbericht van de Brandraad is niet alleen ongefundeerd maar ook bewust misleidend.

Deze Brandraad – petje af voor de slim gekozen naam – is een initiatief van Michel Walhof, directeur van een sprinklerbedrijf. De Brandraadleden namen ‘op persoonlijke titel’ deel aan de Brandraad maar worden in de ondertekening wel allemaal met bijna volledige functies vermeld.

In een SPITS interview wordt Michel Walhof wel ‘voorzitter van het European Fire Sprinkler Network’ genoemd, maar daar blijft zijn directeurschap van een sprinklerbedrijf onvermeld. Dat kan geen toeval zijn.

Wat is dat European Fire Sprinkler Network?

Een bezoekje aan de site geeft al meteen duidelijkheid. Dat Network is: “een samenwerkingsverband tussen bedrijven en instanties op het gebied van brandbeveiliging, alsmede politieke en andere(?) organisaties, die tot gezamenlijk doel hebben het gebruik van sprinklers te bevorderen om zodoende mensen , bezittingen en het milieu te beschermen tegen ( de gevolgen van) brand. “.

Daar gaat het dus om: de verkoop van sprinklers.

Wie zitten in dat Europese netwerk: verzekeraars, installateurs en sprinklerverkopers. Geen enkele politieke of overheidsorganisatie.

Die door Walhof geïnitieerde Brandraad is niets anders dan een lokale kopie van het Europese netwerk met als doel sprinklers te verkopen. Daar had die Brandraad best wel wat meer duidelijkheid over mogen geven. Door die duidelijkheid achterwege te laten is het persbericht van de Brandraad niet alleen ongefundeerd maar ook misleidend.

Genoeg kritiek.

Laat ik de Brandraad een handje helpen en hun duidelijk maken hoe zo’n persbericht er uit had moeten zien:

“De Brandraad08, opgezet door Michel Walhof, directeur van sprinklerbedrijf Aqua en voorzitter van de European Fire Sprinkler Network, kwam 23 april 2008
in Brummen bijeen.

Deelnemers aan die Brandraad waren: 1, 2, 3, 4,…..

De Brandraad heeft op basis van de volgende bevindingen 1, 2, 3, ……. geconstateerd dat:

1. de Nederlandse erfgoedwereld de afgelopen 20 jaar veel initiatieven heeft ontwikkeld om de veiligheidszorg, inclusief de brandveiligheid, op een hoger plan te brengen;

2. zich recent twee ernstige brandincidenten hebben voorgedaan;

3. op basis van uitgebeid onderzoek (nader toe te lichten) binnen de erfgoedsector, er kennelijk nog verbeterpunten zijn in de brandbeveiliging.

Die verbeterpunten zijn:

1,2,3, 4,……

Op basis van deze constateringen doet de Brandraad de volgende aanbevelingen:

1, 2, 3, 4,…….”

Een dergelijk persbericht had kunnen leiden tot een vruchtbaar gesprek met de erfgoedwereld over de brandbeveiliging.

De Brandraad kwam eenmalig bijeen op 23 april van 14.00 tot 16.00 uur waarna de sessie werd afgesloten met een aperitief en een diner.

Een vergadering van twee uur tussen deelnemers van zeer diverse pluimage waarvan de meesten elkaar voor de eerste keer ontmoetten en dan na twee uur al vergaande conclusies trekken over de brandveiligheid van circa 2000 onderling zeer verschillende instellingen?

Opmerkelijk, heel opmerkelijk

Ton Cremers
28 april 2008

 

Persbericht van de Brandraad’08 is te vinden op:
http://www.brandraad.nl

Deelnemers Brandraad ‘08

• René Hagen, lector brandpreventie bij de Brandweeracademie, onderdeel van
het Nederlands Instituut Fysieke Veiligheid Nibra

• Michel Walhof, voorzitter European Fire Sprinkler Network. Bestuurslid Verenigde
Sprinkler Installateurs en directeur Aqua+

• Nina Duggen, erfgoedinspectie/collecties Den Haag, onderdeel van het
Ministerie OC&W. Bestuurslid sectie veiligheidszorg & facility management
Nederlandse Museumvereniging

• Marcel Hanssen, director risk control Aon Global Risk Consulting R´dam

• Ricardo Weewer, adviseur strategie en innovatie, regionale brandweer
Amsterdam-Amstelland

• Theo Vermeulen, projectmanager Kenniscentrum veiligheid cultureel erfgoed

• Hans Emans, dagvoorzitter van Brandraad ’08. Oud-journalist en tv-producent van
o.a. reconstructies van de rampen in Enschede, Volendam en Schiphol.

toncremers@museum-security.org
http://www.museum-security.org
http://www.museumbeveiliging.com
http://www.handboekveiligheidszorgmusea.nl

April 28th, 2008

Posted In: Brandraad08, commentaar

In opdracht van het Ministerie van OCW bouwt de Koninklijke Bibliotheek (KB) sinds begin dit jaar aan het Kenniscentrum Veiligheid Cultureel Erfgoed. Het Kenniscentrum heeft twee doelen: het uitdragen van het belang voor aandacht voor veiligheidszorg in erfgoedinstellingen en het bundelen en gestructureerd toegankelijk maken van de kennis en informatie die op dit gebied in Nederland aanwezig is.

Voorgeschiedenis

Sinds het begin van de eenentwintigste eeuw is de focus op veiligheid in de maatschappij enorm toegenomen. Nationale en internationale rampen als de Nieuwjaarsbrand in Volendam, de vuurwerkramp in Enschede en de aanslagen van 11 september hebben het thema veiligheid op de politieke agenda gezet. Veiligheidszorg kreeg ondertussen in de erfgoedwereld ook de nodige aandacht. In 2002 werd de Haagse pilot gestart, een proefproject voor de huidige netwerkaanpak waarbij binnen een regio de culturele instellingen gezamenlijk werken aan het opstellen van de eigen calamiteitenplannen en afspraken maken om elkaar bij calamiteiten bij te staan. De Haagse pilot werd gevolgd door het succesvolle congres Glamour for Safety & Security, gehouden in november 2003. De erfgoedwereld kende ondertussen zijn eigen rampen. Kort na de opheffing van de gespecialiseerde afdeling voor kunst en antiek en de daaraan gekoppelde database van gestolen kunst bij de KLPD vonden spraakmakende diefstallen plaats uit het Van Gogh Museum, het Frans Hals Museum en het Museon. Aanleiding genoeg voor het veld om in gesprek te raken met de Directie Cultureel Erfgoed van OCW. Uit dit overleg volgde begin 2005 een drietal aanbevelingen aan de politiek. Er moest opnieuw een landelijke database voor gestolen kunst worden opgezet, er moest een landelijk systeem komen voor een gezamenlijke registratie van incidenten in erfgoedinstellingen en er moest een kenniscentrum op het gebied van veiligheidszorg in de erfgoedsector worden ingericht. Staatssecretaris Medy van der Laan nam deze aanbevelingen over en verwoordde ze in een beleidsbrief aan de Tweede Kamer, die met de voornemens instemde. De database voor incidentenregistratie is in 2005-2006 opgezet door de KB. Naar het kenniscentrum is in die periode nader onderzoek gedaan door het Instituut Collectie Nederland (ICN). In 2006 is de KB gevraagd een uitwerkingsvoorstel voor een kenniscentrum op te stellen. Dit voorstel is in juni 2007 door het Ministerie van OCW goedgekeurd, waarna het ministerie de KB gevraagd heeft het kenniscentrum in te richten.

Het Kenniscentrum

Het Kenniscentrum Veiligheid Cultureel Erfgoed heeft als doel veiligheidszorg een prominente plaats in de Nederlandse erfgoedinstellingen te geven. Het kenniscentrum doet dat in de eerste plaats door alle verspreid aanwezige kennis te bundelen en via een website en een loket gestructureerd toegankelijk te maken voor zowel de professionele als vrijwillige medewerkers in de instellingen. Daarnaast wordt het belang van veiligheidszorg actief uitgedragen.
De website www.kvce.nl wordt opgezet als brede algemene ingang voor het onderwerp integrale veiligheidszorg in de erfgoedsector. De informatie zal worden aangeboden in een aantal hoofdrubrieken, te weten risicobeheer, veiligheidsbeleid, maatregelen en wetgeving en regelingen. Daarnaast zal apart aandacht besteed worden aan de regionale netwerken veiligheidszorg. De al bestaande database voor incidentenregistratie DICE zal ook een belangrijk onderdeel van het Kenniscentrum worden. Een gedeelte van de website bevat algemene informatie en is publiek toegankelijk, maar er is ook een beveiligde laag die alleen voor geautoriseerde gebruikers met inlognaam en wachtwoord toegankelijk is. Onder andere DICE krijgt een plaats in die beveiligde omgeving. Daarnaast zal in het beschermde gedeelte een forum worden ingericht waar discussies kunnen worden gevoerd en ervaringen worden uitgewisseld. De website wordt nu gebouwd, en zal in de zomer van 2008 online gaan. Op het webadres is tot dier tijd algemene informatie over het Kenniscentrum te vinden.
De website is een brede algemene ingang. Maar de medewerkers van het Kenniscentrum zijn ook telefonisch en via email te benaderen voor advies en informatie. Een gedeelte van de inlichtingen en adviezen zal gegeven worden op basis van eigen kennis en ervaring. Indien nodig zal ook verwezen worden naar expertise elders in het veld.

Incidentenregistratie

Het Kenniscentrum is een centrum voor en door de erfgoedwereld. Het zal alleen goed kunnen functioneren als het ook gebruikt gaat worden als instrument voor uitwisseling van kennis en ervaring. Dit gebeurt onder andere via de Database Incidentenregistratie Cultureel Erfgoed DICE. De database is in 2006 gebouwd en aanvankelijk als proefproject gebruikt door een aantal instellingen uit Den Haag, Leiden, Delft en Rotterdam. In 2007 is de proef geëvalueerd en is besloten met DICE verder te gaan als landelijke database, binnen het op te richten Kenniscentrum. DICE moet een belangrijk instrument voor het Kenniscentrum worden. Het levert een schat aan informatie op over risico’s die erfgoedinstellingen lopen, en over de maatregelen die bij calamiteiten genomen worden. Ook kunnen op basis van de meldingen in DICE nieuwe trends, zoals de diefstal en vernieling van buitenkunst, sneller worden onderkend. DICE is zo opgezet dat de instellingen de database ook als middel voor de eigen incidentenregistratie kunnen gebruiken. De ingevoerde incidenten kunnen uitsluitend door de eigen instelling en de databasebeheerder van het Kenniscentrum worden ingezien. Het Kenniscentrum gebruikt de gegevens voor geanonimiseerde rapportages, en voor het ontwikkelen van best en worst practices.

Draagvlak

Het Kenniscentrum wordt opgezet door de KB, maar is geen taak voor de KB alleen. Er is een stuurgroep ingericht op directieniveau met vertegenwoordigers van een aantal grote Nederlandse instellingen die op dit terrein werkzaam zijn. Daarnaast is er een klankbordgroep met inhoudelijke deskundigen uit de hoek van zowel archieven, bibliotheken, kerken, monumenten, musea als het digitale erfgoed. De museumconsulenten en de door hun gecoördineerde regionale preventienetwerken spelen bij het opzetten van het Kenniscentrum ook een belangrijke rol.

Het Kenniscentrum is voor de periode tot eind 2009 ondergebracht bij de KB. In de zomer van 2009 wordt het functioneren van het Kenniscentrum geëvalueerd. Het zal dan zijn bestaansrecht bewezen moeten hebben. Op basis van het evaluatierapport zal OCW in het najaar van 2009 beslissen over een eventueel vervolg. Dan wordt door het ministerie ook besloten worden waar in het erfgoedveld het Kenniscentrum zijn definitieve plaats zal vinden.

April 18th, 2008

Posted In: commentaar

This content is password protected. To view it please enter your password below:

April 16th, 2008

Posted In: commentaar

This content is password protected. To view it please enter your password below:

April 15th, 2008

Posted In: commentaar

Ongeveer een week nadat ik schreef over de kneuterigheid van Stadsdeel Zuid viel het definitieve besluit dat de ingang in de onderdoorrit van het Rijksmuseum niet door gaat. De geplande ingang in de onderdoorrit zou te weinig ruimte laten voor fietsers en voetgangers en bij calamiteiten zou een gevaarlijke situatie ontstaan. Dit is de wereld op zijn kop.
De aanwezigheid van die fietsers laat juist veel te weinig ruimte voor een bezoekersvriendelijke, monumentale ingang voor dit internationaal toonaangevend museum. Een logische besluit zou zijn geweest de onderdoorrit definitief voor fietsers te sluiten. De ‘doorrit’ over het Museumplein werd voor over de keitjes razende auto’s afgesloten omdat deze snelweg niet meer thuishoorde in de laat 20ste eeuwse stadslogistiek. Waarom dan wel de 19de eeuwse doorgang voor fietsers onder het museum koste wat kost handhaven?
(more…)

May 17th, 2005

Posted In: algemeen, Columns Ton Cremers, commentaar

(ARTCONCERN not concerned about NOK statues?)

In its latest issue the Netherlands magazine ‘ORIGINE’ for Arts and Antiques published an editorial about the role of international conventions and the struggle against illicit export. It is a real treat to read in a magazine dedicated to the collecting of antiques that:
“….in the antiques world it is common knowledge that NOK art most of the time reaches Europe via looting and illicit trade”…
(Volume 10, issue 6, 2001, p.82).

However, at page 94 there is an advertissement of an Amsterdam art dealer ‘Poekelien Lingbeek’ offering a NOK statue.

And the name of Poekelien’s shop: ARTCONCERN (!)


Provenance: German Private Collection……
Ton Cremers

 

January 24th, 2002

Posted In: African Affairs, commentaar, illegale handel

Tags: , , , ,