Museum Security Network

SPRINKLERS VOOR DE MEESTE MUSEA ABSOLUUT NIET DE OPLOSSING (PERSBERICHT BRANDRAAD08 DOET GEEN RECHT AAN DE ERFGOEDSECTOR)

SPRINKLERS VOOR DE MEESTE MUSEA ABSOLUUT NIET DE OPLOSSING (persbericht Brandraad08 doet geen recht aan de erfgoedsector)

www.museumbeveiliging.com/2008/04/24/sprinklers-voor-de-meeste-musea-absoluut-niet-de-oplossing-persbericht-brandraad08-doet-geen-recht-aan-de-erfgoedsector/

24/04/2008 – 18:11WEDEROM: DE SPRINKLERDISCUSSIE

Naar aanleiding van de brand in het Armandomuseum is, mede door opmerkingen van ondergetekende in de pers, een intensieve discussie ontstaan over het nut van sprinklers bij het beperken van brandschade. Die discussie was gelardeerd met vooroordelen over sprinklers. Ik heb mij op mijn site en ook tijdens een door de sectie Veiligheidszorg en Facilitymanagement van de Museumvereniging in Utrecht georganiseerde themabijeenkomst over sprinklers met verve verzet tegen al die vooroordelen. Sprinklers vormen namelijk geen enkele bedreiging, integendeel: sprinklers beperken zowel brand- als waterschade.
Mijn uitgebreide betogen over het nut van sprinklers blijkt, o.a. door een presentatie van zakelijk directeur Hans Buurman van het Gemeentemuseum in Den Haag, tot een nieuw vooroordeel te hebben geleid namelijk dat ik van mening ben dat alle musea van sprinklers zouden moeten worden voorzien. Die mening ben ik allerminst toegedaan. Integendeel zelfs.

BRANDRAAD08

“NEDERLANDSE ERFGOEDSECTOR ONVOLDOENDE BEWUST VAN BRANDRISICO’S

Bij een groot aantal musea, archieven, bibliotheken en monumenten staat brandbeveiliging niet hoog genoeg op de agenda. Recente museumbranden zoals in Amersfoort en Steijl kunnen ook elders uitbreken. Dat concludeert de Brandraad ’08 tijdens haar eerste bijeenkomst op 23 april te Brummen. Onduidelijkheid over verantwoordelijkheden, onvoldoende risicobewustzijn en gebrek aan kennis van preventiemaatregelen behoren tot de belangrijkste oorzaken.”

De brand in het Armandomuseum genereerde nog een ander initiatief: de Brandraad08 (de naam doet vermoeden dat er ook eerdere Brandraden zijn geweest, maar dat is niet zo). Dat initiatief werd ontplooid door een van de grootste sprinklerleveranciers van Nederland, de firma Aqua. Om een vinger aan de pols te houden, een initiatief door een sprinklerleverancier naar aanleiding van de brand in het Armandomuseum en de daaropvolgende publieke discussie lijkt namelijk niet gespeend van zakelijke belangen, nam ik deel aan de voorbereiding van die Brandraad. Er is overigens geen enkel principieel bezwaar tegen dit initiatief door een bedrijf dat belang heeft bij positieve berichtgeving over sprinklers. Het gaat immers om de goede zaak: beperken van brandschade. De Brandraad08 vond op 23 april plaats in Brummen. De deelnemers aan die Brandraad publiceerden na afloop van de bijeenkomst een persbericht onder de titel “Nederlandse erfgoedsector onvoldoende bewust van brandrisico’s”.

Dat persbericht kan niet zonder reactie kan blijven.

Volgens het persbericht staat brandbeveiliging bij archieven, bibliotheken en monumenten niet hoog genoeg op de agenda. Een vooroordeel en een veroordeling die volkomen onterecht zijn.

De Archiefwet uit 1995 en het archiefbesluit van 2001 schrijven heel nadrukkelijk brandpreventie maatregelen voor. Zo moeten archiefbewaarplaatsen voorzien zijn van compartimenten met een brandwerendheid van minimaal twee uur en schrijft het Archiefbesluit bij compartimenten groter dan 1000 vierkante meter zelfs dwingend de installatie van sprinklers voor.

Er zijn in Nederland ongeveer 1200 musea. We hebben daarmee een museumdichtheid die in Europa slechts door Finland overtroffen wordt. Van die musea zijn 350 lid van de Museumvereniging. Er zijn op het moment 371 musea opgenomen in het Museumregister. Van die 371 zijn, dat geschiedt iedere vijf jaar, 111 musea herijkt. Om opgenomen te worden in het Museumregister dienen musea te voldoen aan criteria op het gebied van collectieregistratie, financieel beheer, duurzaam behoud en beheer van de collectie, publiekstaken en veiligheidszorg.

De meeste musea in Nederland zijn kleine tot zeer kleine organisaties. Vele van die organisaties ‘draaien’ geheel op de inzet van vrijwilligers en moeten werken met zeer beperkte budgetten.

Volgens de Brandraad hangt “aan brandveiligheid een prijskaartje”, maar dat “zou geen hindernis mogen vormen bij het nemen van preventieve maatregelen”. Een statement die van wel heel weinig realiteitszin getuigt.

Volgens het persbericht van de Brandraad is er in de culturele sector “onduidelijkheid over verantwoordelijkheden, onvoldoende risicobewustzijn en gebrek aan kennis van preventiemaatregelen”. Deze tekortkomingen zouden de oorzaak zijn van branden die plaatsvonden.

Dus: musea, archieven en bibliotheken weten niet wie het voor het zeggen heeft,  niet wat de risico’s zijn en te weinig kennis over preventie. Branden zijn daar het gevolg van. Het is nogal wat.

Een verwijt dat niet alleen ongefundeerd is, maar ook haaks staat op de vele stappen die sinds begin jaren negentig gezet zijn om de veiligheidszorg te verbeteren.

1. Begin jaren negentig deed het toenmalige Centraal Laboratorium (tegenwoordig het Instituut Collectie Nederland) een uitgebreid onderzoek naar het risicobeheer in de Nederlandse musea. Dat onderzoek werd afgesloten met een druk bezocht symposium in het Rijksmuseum te Amsterdam onder de titel Voor het kalf verdronken is. Bij dat symposium werd een handleiding voor het maken van calamiteitenplannen gepubliceerd onder dezelfde titel. Die zeer zorgvuldige en grondige handleiding is meerdere jaren DE handleiding geweest en feitelijk de onderlegger voor latere projecten. Het brandrisico speelde een centrale rol bij dit symposium en deze publicatie.

2. Maart 1992 liet het Ministerie van Justitie door Olav Etman en Nelleke Eelman een studie verrichten naar de Veiligheidszorg in Nederlandse Musea. Mei 1993 werd die indrukwekkende rapportage gevolgd door een vergelijkende studie: Veiligheidszorg in Vlaamse, Britse en Nederlandse Musea. Het brandrisico kwam in beide studies uitgebreid aan bod.

3. In 1994 schreef brandweercommandant Herman Meuleman, op basis van vele in de museumwereld gevoerde gesprekken de scriptie: BRANDVEILIGHEID CULTUREEL ROEREND ERFGOED. Deze scriptie is geschreven voor meerdere doelgroepen. Vooral diegenen die te maken hebben of kunnen krijgen met de twee centrale thema’s: unieke en waardevolle collecties en brand. Daarom wordt in deze scriptie ruim aandacht besteed aan het brandveiligheidsbeleid in musea en de rol van de brandweer. Herman Meuleman schrijft in zijn voorwoord:

“De keuze voor dit onderwerp komt voort uit een persoonlijke belangstelling voor het culturele roerende erfgoed en kunstcollecties in het bijzonder. De directe aanleiding was de aankoop door de Nederlandse Staat van de Victory Boogie-Woogie van Mondriaan waarvoor 16 miljoen erfgenamen vijf gulden per persoon betaalden. Vanuit mijn huidige beroep als brandweerofficier rees gelijk de vraag in welke mate onze kunstcollecties beschermd zijn tegen de gevolgen van een brand?”

De Brandraadleden hebben deze scriptie van mij toegestuurd gekregen. In het persbericht wordt de uitdrukking ’16 miljoen erfgenamen’ zonder bronvermelding opgenomen.

4. In maart 1997 publiceerde de Nederlandse Museumvereniging het Handboek Veiligheidszorg Musea en het softwareprogramma MUSAVE, de MUseum Standaard Audit VEiligheidszorg. In de ontwikkeling van dat handboek en het softwareprogramma investeerde de Nederlandse overheid (de ministeries van Binnenlandse Zaken, Justitie en Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen), meer dan honderdduizend gulden. In 2000 verscheen de tweede editie van MUSAVE. Zelfs internationaal trok dit programma veel aandacht en in de USA is, in samenwerking met ondergetekende, gewerkt aan een Amerikaanse editie. Ook in dit handboek en MUSAVE komt het brandrisico uitgebreid aan bod.

5. In het jaar 2000 verscheen van de hand van Hanna Pennock, inspecteur bij de toenmalige Inspectie Cultuurbezit (huidige naam Erfgoedinspectie) een studie over het Risicobeheer in twintig verzelfstandigde rijksmusea, een inventarisatie. De systematiek van deze gemakkelijk leesbare studie vormt feitelijk een handleiding voor alle musea bij de opzet van hun risicobeheer. De studie van Pennock verdient daarmee zonder meer de status ‘standaard’. Aan het brandrisico wordt in deze studie, hoe kan het ook anders, veel aandacht besteed.

6. In 2002 kwam de zogenaamde Haagse Pilot tot stand. In die Pilot, opgezet door het Instituut Collectie Nederland, werkten 18 Haagse musea, bibliotheken, archieven en de Tweede Kamer als beheerder van een kunstcollectie aan hun calamiteitenplannen. Ter afsluiting van de Haagse Pilot vond in het Provinciehuis van Den Haag een tweedaags symposium plaats onder de naam Glamour for Safety and Security. Aan dat symposium nam een brede vertegenwoordiging uit de Nederlandse, Belgische en Duitse erfgoedwereld deel. Sprekers kwamen uit Nederland, Duitsland en de USA. De spreker uit de USA was de New Yorkse brandweerman Joe Torillo die een studie naar branden in Amerikaanse musea en bibliotheken presenteerde.

7. De Haagse Pilot werd opgevolgd door overeenkomstige projecten in Delft, Leiden, Rotterdam, Antwerpen en Mechelen. Sinds drie jaar vinden door heel Nederland (en België) projecten plaats op basis van de voorbeelden uit Den Haag etc. In die ruim 40 projecten werken honderden erfgoedbeheerders in samenwerking met de brandweer en gemeentelijke rampenbestrijdingsafdelingen aan hun risicobeheer, inclusief brandpreventie. Deze projecten worden aangestuurd door de provinciale museumconsulenten en via de Mondriaanstichting gefinancierd door het Ministerie van OCW, door provinciale en gemeentelijke overheden en waar nodig dragen de deelnemers zelf hun financiële steentje bij. Bij die projecten krijgen de deelnemers niet alleen een uitgebreide documentatiemap en de nodige software bestanden, maar ook het door het Instituut Collecte Nederland gepubliceerde boek: Handleiding voor het maken van een calamiteitenplan voor collectiebeherende instellingen (aangezien het ICN een onderdeel is van het Ministerie van OCW is ook die publicatie door dat ministerie bekostigd).

8. Mogelijk in de marge, maar sinds 1996 draagt ook de Nederlandse website Museum Security Network bij aan de bewustwording van de risico’s waarmee de (Nederlandse) musea worden geconfronteerd.

9. Verder worden er in heel Nederland sinds drie jaar, ook weer door het Ministerie van OCW via de Mondriaanstichting gefinancierd, door experts risicoanalyses verricht in musea, archieven, bibliotheken en kerken. Het brandrisico maakt, vanzelfsprekend, van al die analyses onderdeel uit.

10. Sinds twee jaar loopt onder de naam DICE (Database Incidenten Cultureel Erfgoed) een proef met centrale registratie van incidenten in de erfgoedwereld. Ook dit initiatief wordt bekostigd door het Ministerie van OCW. Een van de risico’s die in de vragenlijst aan bod komen: brand.

11. Vanaf januari dit jaar, ook weer dankzij gelden van het Ministerie van OCW, wordt bij de Koninklijke Bibliotheek gewerkt aan de oprichting van een Kenniscentrum Veiligheid Cultureel Erfgoed. Het kan niet anders of dit Kenniscentrum zal aandacht besteden aan het risico brand.

“Niet hoog genoeg op de agenda”?

Al vele jaren staat veiligheidszorg en de zorg om brand zeer hoog op de agenda. Dat zich recent twee branden in musea voordeden zegt helemaal niets over de positie van brandveiligheid op de agenda. Het risicobeheer in de erfgoedsector, inclusief brand, staat al vanaf begin jaren negentig, en bij voortduring, op de agenda. Het wekt verbazing dat een dergelijke conclusie na een middag vergaderen via een persbericht de wereld in is gestuurd. De schrijver van dat persbericht had veel beter zijn huiswerk moeten doen en had moeten onderzoeken wat de werkelijke status is van de veiligheidszorg in de Nederlandse erfgoedsector en de aanzienlijke investeringen die gedaan zijn.

Volgens het persbericht van de Brandraad staat de toenemende waarde van het Nederlandse culturele erfgoed in geen enkele verhouding tot de investeringen die worden gedaan om dat erfgoed te beveiligen. Deze conclusie is ongefundeerd en slaat kant noch wal. Er zijn de afgelopen 15 jaar door de overheid en de instellingen vele tonnen geïnvesteerd in de veiligheidszorg van de Nederlandse erfgoedsector. Diverse nieuw gebouwde musea en archieven zijn voorzien van sprinklers en het risico brand staat zeer hoog op de agenda.De individuele spelers in die erfgoedsector spannen zich al jaren in om de veiligheidzorg op een hoger niveau te brengen. Het lijkt erop dat de initiator van de Brandraad08 met grote stappen snel thuis wilde zijn en slechts aanstuurde op het promoten van de eigen winkel.

SPRINKLERS VOOR DE MEESTE MUSEA ABSOLUUT NIET DE OPLOSSING

Zoals boven al omschreven bestaat het merendeel van de Nederlandse musea uit kleine tot zeer kleine organisaties. In het rapport van Etman en Eelman uit 1992 worden de Nederlandse musea in ‘grote’ en kleine organisaties ingedeeld. Een museum wordt ‘groot’ genoemd wanneer er meer dan 15 formatieplaatsen zijn. Een basisinstallatie voor sprinklers kost circa € 30.000,00. Dit staat nog los van het leidingennetwerk en de aanzienlijke investeringen voor de installatie in bestaande gebouwen en de complexiteit van die installatie. Daarnaast zijn er nog de jaarlijks terugkerende kosten voor onderhoud. Voor de meeste musea zijn deze kosten niet te betalen.

In mijn presentatie op de sprinkler themabijeenkomst besteedde ik bij de inleiding aandacht aan brandpreventieve maatregelen zoals compartimentering, gebruik van brandwerende materialen, organisatorische maatregelen, brandsignalering en een adequate respons op beginnende brand. Wat dat betreft verschillen Hans Buurman en ik niet van mening (als we überhaupt al van mening verschillen).

Er bestaan geen technische bezwaren tegen sprinklers. In de afgelopen 100 jaar is aangetoond dat automatische blussing door sprinklers heel veel schade kan voorkomen.

Ik blijf bij mijn standpunt, zonder enig verwijt aan dat museum, dat dit ook had gegolden voor het nu afgebrande Armandomuseum. Ik zou het niet in mijn hoofd halen die brand te wijten aan onduidelijkheid over verantwoordelijkheden, onvoldoende risicobewustzijn en gebrek aan kennis over preventiemaatregelen. In dat museum waren de nodige preventiemaatregelen (brandwerende compartimentering) genomen en er was een conform de NEN 2535 gecertificeerde brandmeldinstallatie. Er werd bij de verbouwing van kerk tot museum voldoende aandacht besteed aan brandpreventie.

De musea, archieven en bibliotheken zijn absoluut niet geholpen met een Brandraad die in zijn persbericht de beschuldigende vinger wijst naar de erfgoedsector dat brandbeveiliging niet hoog genoeg op de agenda staat. Dat doet geen recht aan alle investeringen, in geld en energie, die de afgelopen jaren zijn gedaan in het verbeteren van de veiligheidszorg.

Zijn er dan geen verbeterpunten? Natuurlijk wel. Die zijn er altijd. Automatische blussing van brand kan onder bepaalde condities tot die verbetermogelijkheden horen.

Ton Cremers
24 april 2008

 

Persbericht van de Brandraad’08 is te vinden op:
http://www.brandraad.nl

Deelnemers Brandraad ‘08

• René Hagen, lector brandpreventie bij de Brandweeracademie, onderdeel van
het Nederlands Instituut Fysieke Veiligheid Nibra

• Michel Walhof, voorzitter European Fire Sprinkler Network. Bestuurslid Verenigde
Sprinkler Installateurs en directeur Aqua+

• Nina Duggen, erfgoedinspectie/collecties Den Haag, onderdeel van het
Ministerie OC&W. Bestuurslid sectie veiligheidszorg & facility management
Nederlandse Museumvereniging

• Marcel Hanssen, director risk control Aon Global Risk Consulting R´dam

• Ricardo Weewer, adviseur strategie en innovatie, regionale brandweer
Amsterdam-Amstelland

• Theo Vermeulen, projectmanager Kenniscentrum veiligheid cultureel erfgoed

• Hans Emans, dagvoorzitter van Brandraad ’08. Oud-journalist en tv-producent van
o.a. reconstructies van de rampen in Enschede, Volendam en Schiphol.

http://www.museum-security.org

http://www.museumbeveiliging.com

http://www.handboekveiligheidszorgmusea.nl

Leave a Reply

%d bloggers like this: