Museum Security Network

Schone Kunsten, en nu nog schone handen! Speech bij de presentatie van het rapport “Schone kunsten; preventieve doorlichting kunst- en antiekhandel”

Amsterdam, 20 november 2007.

Dr. Steven Engelsman, directeur Museum Volkenkunde, Leiden.

Dames en Heren,

Wat een fantastische dag, vandaag, nu hier de resultaten van de preventieve doorlichting van de kunst- en antiekhandel worden gepresenteerd. En de algemene conclusie is dat de handel in schone kunsten ook grosso modo een schone handel is. Geen noemenswaardige vermenging van onder- en bovenwereld op ons prachtige werkterrein van kunst en cultuur. Dat is een geruststellende conclusie en het betekent voor mij dat ik naar mijn vrienden in de kunst- en antiekhandel niet opeens anders hoef te gaan kijken.

Maar betekent het nu echt dat alles koek en ei is, en dat er niks aan de hand is?

Nee, dat denk ik niet, en daar wil ik het met u over hebben. Niet als zuurpruim, die altijd iets te mekkeren moet hebben, wel als directeur van een groot volkenkundig museum, dat uit eigen ervaring en waarneming weet dat er aan de handel in cultuurgoederen, en met name antiquiteiten van alles niet deugt. Het is een wereldwijde handel, en op de grote aardbol is Nederland maar een heel klein landje.

Een voorbeeld: mijn vriend Thongsa Sayavongkhamdy is directeur generaal voor cultuur in Vientiane, Laos. Ik kom hem geregeld tegen, en dan heeft hij steeds weer hetzelfde droeve verhaal: minstens twee keer per week krijgt hij een rapportage op zijn bureau van weer een diefstal, roof, plundering van Boeddhabeelden uit een tempelcomplex, of van illegale opgravingen op een van de vele archeologische sites.

En dan duiken die voorwerpen enige tijd later op in de kunsthandel in Bangkok, en van daar uit gaan ze de hele wereld over. Thongsa kan er niets aan doen. Geen registratie van cultuurgoederen, waarop hij zich zou kunnen beroepen bij een claim om teruggave, of zelfs helemaal geen spoor van bewijs dat archeologisch materiaal inderdaad uit Laos afkomstig is. Thongsa heeft zijn cultuurbeschermings-wetgeving goed voor mekaar; je mag in Laos niet graven zonder permissie en toezicht, je mag geen cultuurgoederen exporteren zonder permissie. Maar waar het aan ontbreekt, schromelijk aan ontbreekt is een voldoende contingent aan archeologen, professionals, die een oogje in het zeil kunnen houden, spullen kunnen beoordelen, zelf kunnen gaan graven. Daarom is het opzetten van en faculteit archeologie aan de universiteit van Vientiane een van zijn eerste prioriteiten.

Laos is maar één voorbeeld, ik kan u er nog veel meer geven. Uit Peru, Nicaragua, Afghanistan bijvoorbeeld. Allemaal arme derde wereld landen. Of Mali, waarmee ons museum al tientallen jaren nauwe banden onderhoudt. Onze conservator Annette Schmidt heeft voor haar promotieonderzoek een inventarisatie gemaakt van de geplunderde sites in de binnendelta van de Niger. Conclusie: er wordt zo drastisch geplunderd, dat er op termijn van 10 tot 20 jaar geen ongerepte en ongeplunderde archeologische vindplaats meer over is. Daarmee verdwijnen niet alleen heel kostbare Djenné beelden uit de grond en gaan ze over de grens op weg om onze onverzadigbare honger naar bijzondere kunst te stillen. Daar wordt de hele geschiedenis van Mali – van de mensen in de Sahel – gestolen. Dat is helemaal droevig, ik vind het misdaden tegen de mensheid!

Dames en heren, in de volkenkundige museumwereld komen we deze verhalen al lang tegen, niet alleen wij in Leiden, maar evenzo onze collega’s in Tropenmuseum, Museon in den Haag, Nusantara in Delft, Wereldmuseum Rotterdam, Afrika Museum in Berg en Dal, Nijmeegs Volkenkundig Museum. De musea die samen de Stichting Volkenkundige Collectie Nederland hebben opgericht. In dit unieke samenwerkingsverband hebben we al in 1994 besloten om ons als musea zeer strikt op te stellen bij de verwerving van nieuwe collecties: we doen alsof Nederland het fatsoen zou hebben gehad om de Unesco conventies van 1970 en 1972 te ratificeren – quod non – en de durf om een actieve rol te spelen in de strijd tegen de illegale kunsthandel door in de jaren 90 de Unidroit conventie te ratificeren – eveneens quod non, en dat terwijl er twee keer een Kamermeerderheid de regering heeft opgeroepen om zulks wel te doen. It’s a shame.

Maar dat terzijde, we hebben binnen de SVCN strikte regels afgesproken voor niet alleen de verwerving, maar ook het in bruikleen nemen, het als legaat aanvaarden, ja zelfs het ter wetenschappelijke beoordeling accepteren van kunst en cultuurgoed waarvan de legale herkomst niet kan worden aangetoond. En daarmee bedoelen we dat voorwerpen óf al voor 1970 – het jaar van de eerste Unesco conventie – uit het land van herkomst waren geëxporteerd, óf dat de export na die datum, maar met valide exportvergunning heeft plaatsgevonden. De SVCN heeft een eigen Ethische Commissie, onder voorzitterschap van de Utrechtse rechtstheoreticus en ethicus professor Ton Hol, waaraan wij twijfelgevallen voor advies voorleggen. Deze SVCNinitiatieven, Dames en Heren, zijn een heel directe reactie op de vraag van onze collega’s uit de landen waar geplunderd wordt, om in ieder geval iets te doen om de vraagkant van de illegale handel te frustreren. Wettelijk ontbreken daarvoor in Nederland vrijwel alle mogelijkheden. Wij houden in ons rechtssysteem ook voor het culturele erfgoed van anderen nog steeds krampachtig vast aan het principe van de eigenaar te goeder trouw. Dat betekent dat iemand zich helemaal niet hoeft te vergewissen van de legale herkomst van een twijfelachtig stuk, maar er gewoon legaal eigenaar van kan worden als hij volhoudt het te goeder trouw van een eerlijk uitziende handelaar of derde te hebben gekocht. Ik weet het, dit is wat overdreven; de rechter zal tegenwoordig nadrukkelijker vragen of er wel voldoende onderzoek naar de herkomst is gepleegd. Tijden veranderen, al is het geleidelijk.

In 1994 liepen de volkenkundige musea wel heel erg voor de muziek uit, en waren we binnen de museumwereld de braafste jongetjes en meisjes van de klas; anderen deden er wat lacherig over. Welke museumdirecteur laat nou een mooi Etruskisch kuras lopen – zoals in Oudheden – of een Euphronios crater zoals in Metropolitan, als er geen spoor van bewijs is dat het uit een illegale opgraving komt, hoe hard de Carabinieri ook roepen dat er iets mis mee is? En je daarmee je verzameling topstukken kunt uitbreiden, en een extra publieksmagneet kunt binnenhalen? En altijd was er ook weer dat cynisme, over de landen van herkomst, hun rammelende wetgeving, wetshandhaving, corruptie. “Als zij er niet voor kunnen zorgen, kunnen wij dat toch beter doen”, dat soort tegenwerpingen kregen we veel. En nog steeds trouwens.

Dat cynisme, ik begrijp het wel. Zo’n reactie ligt vaak wel erg voor de hand. Nog maar even terug naar Thongsa . Die erover klaagt dat hij niet eens kan registreren wat er aan kunst is. Ik logeerde tegenover zijn kleine ministerie, aan de andere kant van de straat met het open riool in het wat aftandse Lane Xang hotel, ooit van grote grandeur voor bonzen en communistische fellowtravellers. Daar was de complete inventaris van de hotelkamer wel netje genummerd en geregistreerd, met van die nummertjes in plastic plakband, van wc-bril tot kleerhanger, niets was de bureaucraten van de centraal geleide planeconomie ontgaan. Tja, waarom kleerhangers wel, en kostbare Boeddha’s niet geregistreerd? Waar lagen daar de prioriteiten? Daar kun je cynisch van worden. Je kunt ook zeggen: daar is nog een boel te doen, daar zitten mensen zoals Thongsa die het beste voor hebben, hoe kunnen we hen helpen met hun belangrijke missie. En dat is de koers die we binnen de SVCN hebben gekozen.

Daarin, Dames en heren, in dat gevoelen bij collega’s en handel dat volkenkundige musea onrealistische en wereldvreemde ethische druiloren waren is de afgelopen twee jaar wel héél drastisch verandering gekomen. Dat is begonnen met de Carabinieri, die na dertig jaar blaffende honden te zijn geweest in 2005 opeens ook heel scherpe tanden bleken te hebben gekregen. Ik doel op de rechtszaken Italië versus Getty, en Italië versus Marion True in Rome. In die rechtszaken eiste Italië hele collecties Grieks-Romeinse voorwerpen terug van het Getty, met het argument dat deze van illegale opgravingen afkomstig waren, en dat de conservator en het museum daarvan ook inderdaad weet van hebben gehad. Dat zij door kunsthandelaar Hecht wel degelijk waren geïnformeerd over de exacte herkomst van de spullen, dat zij de foto’s van de illegale opgraving hadden gezien, en zich er op die manier van hadden kunnen vergewissen dat zij geen kat in de zak kochten. En ondertussen naar de buitenwereld steeds de schone schijn hadden opgehouden dat de voorwerpen afkomstig waren uit een oude Europese familiecollectie, en al lang vóór dat in Italië de cultuurbescherminsgwetgeving in werking was getreden waren geëxporteerd. Dat verhaal viel als kaartenhuis in elkaar, doordat de Carabinieri diezelfde foto’s van de illegale opgravingen bij een inval in Geneve hadden buitgemaakt.

Getty heeft de spits moeten afbijten, voor de rechter in Rome. Inmiddels is er een schikking gekomen, en heeft Getty op 25 september jongstleden een convenant met minister Rutelli gesloten, waardoor zij 40 voorwerpen teruggeven aan Italië maar er grote bruiklenen voor terug krijgen. Opeens kan er meer Romeins-Grieks in Malibu worden tentoongesteld dan Getty ooit zelf had kunnen kopen. Wie wordt daar nou slechter van? Niemand toch!

Boston Museum of Fine Arts en Metropolitan Museum in New York hebben het zover niet laten komen, zij hebben beide vorig jaar al een deal met Italië gesloten om collecties die al dertig of meer jaar betwist waren opeens terug te geven, en in bruikleen retour te ontvangen. De beroemde Euphronios crater in het Metropolitan staat nog steeds in dezelfde vitrine, maar nu niet meer als “proud property of the Metropolitan”, maar als “on loan republic of Italy”. En ook – logisch – hebben deze musea nu hun acquisitie beleid drastisch aangescherpt: alleen nog voorwerpen die legaal zijn opgegraven, legaal zijn geëxporteerd, legaal zijn geïmporteerd, alleen zulke voorwerpen mogen nu nog worden aangeschaft. Getty, Met, Boston, ze zouden nu zo mogen aanschuiven bij onze SVCN.

Dames en heren,

Dit was even een heel verhaal over die Carabinieri, Italië en de grote Amerikanen. Ik heb het verteld omdat ik het van zo’n enorme betekenis vind voor de handel, voor de markt van kunst en antiek. Er is een enorme omslag gaande naar ethisch verantwoord en transparant handelen, en daar hebben de grote Amerikaanse musea nu – weliswaar nolens volens, maar toch – het voortouw in genomen. Het laat zien dat uiteindelijk de waarheid boven komt en eerlijkheid het langst duurt. En dat is goed. En daaruit vallen nog wel een paar lessen te leren. Voor ons allen, hier in Nederland.

Wat zijn die lessen dan?

Voor musea en museummedewerkers heel simpel, dunkt me: neem de ICOM Code of Ethics echt serieus, verwerf alleen voorwerpen van onbesmette legale herkomst, laat je niet in met voorwerpen waar een luchtje aan kleeft, zelfs niet als bruiklenen voor tentoonstellingen. Accepteer alleen wat een sterling herkomst heeft. En daar is nog een wereld te winnen; de Erfgoedinspectie maakt nog heel regelmatig gevallen mee die eigenlijk niet door de ethische beugel van onze eigen Code of Ethics kunnen. Hier ligt nog wel een taak voor de Nederlandse Museumvereniging, om niet alleen alle museumdirecties, maar ook alle museummedewerkers met hun vaak grote autonome bevoegdheden ervan te doordringen hoe belangrijk transparant en ethisch handelen is.

Hier ligt natuurlijk ook een belangrijke taak voor de Nederlandse overheid, om veel betere en helderdere wettelijke kaders te scheppen voor de omgang met museumcollecties en ons eigen erfgoed. De museumwet, waar al zo lang om gevraagd wordt, die moet er toch echt een keer gaan komen. En natuurlijk behoort Nederland als serieus beschaafd land de Unesco en Unidroit conventies gewoon te ratificeren, zoals de Kamer dat van de regering heeft gevraagd. [Het ziet er naar uit dat dat nu ook inderdaad echt gaat gebeuren. Dankzij D66 Staatssecretaris Medy van der Laan is er nu een ratificatiewet voor het Unesco verdrag met aanvullingen in de richting van Unidroit in de maak.] En dan hebben we nog die kwestie van de kunstpolitie, die we dus niet meer hebben omdat de paar specialisten van de KLPD een paar jaar geleden zijn wegbezuinigd. Of het Openbaar Ministerie dat niet eens meer de moeite neemt om de paar dossiers over illegale kunsthandel netjes te bewaren – getuige dit rapport Schone Kunsten. Nederland zou toch met een half oog naar Italië moeten kijken, waar deze zaken wel hoge prioriteit hebben en puik geregeld zijn.

En tenslotte de handel. We zijn hier tenslotte op bezoek bij de kunsthandel, en het rapport schone kunsten gaat over de kunsthandel. Ik denk dat de handel zich heel goed moet afvragen wat de lessen voor haar zijn uit het Carabinieri verhaal, en de conclusies die Getty, Metropolitan, Boston daaruit getrokken hebben. Aan die topmusea kun je al helemaal niets meer verkopen als er geen sterling herkomstdocumentatie bij zit. Me dunkt dat de handel daar zijn voordeel mee kan gaan doen, zijn meerwaarde mee kan gaan bewijzen, door alleen nog maar stukken aan te bieden met een solide en betrouwbare verklaring over de herkomst. Zodat in Laos gestolen, of in Mali illegaal opgegraven voorwerpen geen schijn van kans meer maken.

En hoe je dat moet doen, kun je daar dan nog geld mee verdienen? Ik zou het wel weten, ik heb het bij mijn broertje Volkert gezien. Die handelt met zijn bedrijf EOSTA op grote schaal in biologisch en biologisch dynamische groente en fruit. En hij heeft een methode ontwikkeld om in de prijs van zijn producten niet alleen de voedselkwaliteit tot uitdrukking te brengen, maar ook de herkomst: gehanteerde landbouwtechnieken (wat voor bemesting, besproeiing) en het sociale ondernemerschap van het landbouwbedrijf (medische verzorging, scholing van medewerkers etc.). Gecertificeerde auditors beoordelen dat, en die scores kan de eindgebruiker terugvinden op de website atureandmore.com met de code die op een stickertje op elke appel en elke avocado is aangebracht. Hij heeft er prijzen voor duurzaam ondernemen mee gewonnen.

Volkert verkoopt niet alleen het product zelf, hij verkoopt daar ook de hele productiecontext bij. En daarmee verdient hij meer dan een museumdirecteur. Mij dunkt dat de kunsthandel exact hetzelfde zou kunnen doen. Niet alleen de intrinsieke esthetische en kunsthistorische kwaliteit aanprijzen, maar evenzeer de herkomst, de legale provenance. Dat hoeft niet met een stickertje, maar dat zou wel moeten met een degelijke documentatie, die netjes extern en onafhankelijk is geaudit. En daarmee zou ook de kunsthandel in de categorie duurzame en sociaal verantwoorde ondernemingen gaan vallen en prijzen kunnen binnenslepen.

Dames en heren,

Ik sluit af. Ik hoop dat het ooit zover komt, dat musea en medewerkers zich allemaal houden aan hun eigen ethische code, dat de overheid de wettelijke kaders afdoende heeft geregeld, en dat de handel de garantie geeft dat de hele herkomstketen van hun stukken perfect in orde en legaal is, niet alleen volgens Nederlands recht, maar ook volgens het recht van de landen waar de voorwerpen oorspronkelijk vandaan komen. Als het zover is, Dames en Heren, dan zijn niet alleen de kunsten schoon, maar ook onze handen. En zo hoort het toch?

Hartelijk dank voor uw aandacht.

Leave a Reply

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

%d bloggers like this: