Museum Security Network

Schilderijendiefstal: meestal triviaal, zonder romantiek en zelden koel beredeneerd

Schilderijendiefstal: meestal triviaal, zonder romantiek en zelden koel beredeneerd 

Wie in Nederland een kostbaar schilderij uit een museum steelt, is eigenlijk niet goed snik. Een beetje crimineel weet immers dat beroemde meesterwerken een buit zijn, waarmee hij niet of nauwelijks uit de voeten kan. Nergens vindt hij een kunsthandelaar die zich aan het helen van gesignaleerde schilderijen waagt. Er als dief zélf de markt mee opgaan is ook onmogelijk en de gestolen Rembrandt, Jan Steen of Van Gogh in je eigen huis ophangen is vanwege de eventuele oplettende visite evenmin een optie.

Dat wil niet zeggen dat het stelen van kunst niet zou lonen. De internationale criminaliteit ziet er zelfs dusdanig brood in dat ze jaarlijks over de hele wereld voor zo’n zes tot tien miljard dollar aan kunst en cultuurgoederen rooft. Die kunst verdwijnt echter voor het overgrote deel uit particuliere woningen, bedrijfsgebouwen en kerken. Anders dan wat de musea beheren, is het particuliere kunstbezit namelijk niet zo nauwkeurig of soms helemaal niet gedocumenteerd. Dat vergemakkelijkt het verhandelen ervan. Daardoor staan er momenteel over de hele wereld ruim honderdduizend schilderijen als vermist te boek. Elk jaar wordt de lijst die het Art Loss Register in Londen ervan bijhoudt weer een stukje langer.

 

Nederland beleeft jaarlijks zo’n 450 diefstallen van kunst, antiquiteiten en andere cultuurgoederen. Ze worden geregistreerd bij de dienst Nationale Recherche Informatie (de vroegere CRI) in Zoetermeer. Daar was tot voor kort een ‘Kunst- en Antiekcentrale’, bemand door de politiële kunstexpert Aad du Croix Timmermans. De expert ging echter eind 2001 met Vut en kreeg geen opvolger. De gewone inbraakspecialisten van de NRI zouden de kunstcriminaliteit er voortaan wel bijdoen – en dat terwijl in Frankrijk de centrale recherchedienst een kunstdivisie heeft van 35 man en in Italië de nationale kunstbrigade meer dan honderd man groot is.

 Glamourvolle inbrekers 

Het beeld dat het grote publiek van de kunstrover heeft is zeer romantisch en heldhaftig. Het is dan ook vormgegeven door Hollywood. In films als ‘Entrapment’ en ‘The Thomas Crown Affair’ is te zien hoe glamourvolle mannen als Sean Connnery en Pierce Brosnan virtuoos en koelbloedig de geavanceerde beveiliging te slim af zijn en zich bijna achteloos van ’s werelds beroemdste schilderijen meester maken.

De 55-jarige Ton Cremers heeft dertien jaar het Rijksmuseum in Amsterdam beveiligd en is nu internationaal consultant op het gebied van museumsecurity. Hij weet inmiddels dat de kunstcrimineel er in werkelijkheid anders uitziet dan op het witte doek. “Dat is helemaal geen Robin-Hoodachtige gentleman met een prachtige culturele achtergrond. Hij blijkt elke keer weer een ordinaire crimineel te zijn, voor wie kunst net zulke handel is als drugs, een kostbare sportauto of een dvd-recorder. Van sublieme planning en voorbereiding is ook bijna nooit sprake. Meestal breekt zo’n man ergens in en, kijk es aan: hij ziet schilderijen hangen! Meenemen maar, die dingen, als ze althans een beetje vervoerbaar zijn. Maar liever heeft de inbreker juwelen, zilverwerk, kostbare elektronica en desnoods een Friese staartklok. Zulke spullen hebben in zijn milieu aanzienlijk meer status dan het doek van een Hollandse landschapschilder of, nog erger, iets abstracts.”

In 1970 heeft de Unesco een verdrag opgesteld ter bestrijding van illegale kunsthandel. Het is in de loop der tijd door ruim honderd landen geratificeerd, echter niet door Nederland. Ook aan een later verdrag, de Unidroit Conventie, heeft Nederland zijn handtekening onthouden. Ton Cremers vindt dat ongepast. “Zo’n terughoudendheid is heel raar voor een land dat met de jaarlijkse TEFAF in Maastricht de grootste en ook belangrijkste kunst- en antiekbeurs van de wereld in huis heeft. Het zal toch niet zo zijn dat de TEFAF bij ons wordt gehouden, júist omdat wij de internationale verdragen niet erkennen, die illegale kunsthandel moeten tegengaan? De Nederlandse kunsthandel heeft altijd sterk gelobbyd tegen die verdragen. Want die beperken de kunsthandelaar aardig in zijn transacties; hij zou dan immers allerlei databases moeten gaan raadplegen als er een kostbaar schilderij wordt aangeboden.”

 Dr. No bestaat niet 

Ook al vindt het overgrote deel van de kunstdiefstallen plaats in particuliere omgeving, toch zijn het de museuminbraken die de meeste aandacht krijgen. En dan spreekt Nederland een behoorlijk woordje mee in de wereld. De afgelopen twintig jaar heeft ons land tal van keren de internationale voorpagina’s gehaald met opzienbarende schilderijenroven. In bijna de helft van de gevallen ging het dan om Van Goghs.

“Dat toont volgens mij aan wat voor nitwits die kunstinbrekers allemaal zijn,” zegt Ton Cremers. “Met zo’n Van Gogh steel je een topper uit de internationale schilderkunst die alleen al dáárom onverkoopbaar is! Je kunt er nergens mee naartoe.”

En van diefstal van meesterwerken op bestelling, daar gelooft Cremers nu eenmaal niet in. “Zo’n Dr. No bestaat niet: een schatrijke griezel die op een afgelegen eilandje kunstschatten verzamelt. Evenmin is ooit de legendarische rijkaard gevonden, de weirdo die in een verborgen kelder van zijn paleis genotzuchtig voor die ene Van Gogh zit, die hij voor veel geld uit een museum heeft laten stelen.”

Dat de verhalen over schilderijendiefstal op bestelling steeds weer opduiken komt volgens Cremers door de keren dat er twee Van Goghs of drie Rembrandts tegelijk worden gestolen. “Dan zegt men: wat moet de dief ánders met zoveel schilderijen als hij er niet al een afnemer voor heeft? Nou, geloof mij nu maar dat de doorsnee kunstdief in het gehéél niet weet wat hij eigenlijk aan het doen is. Een van de spectaculairste diefstallen van Van Goghs vond in 1988 in het Kröller Müller plaats. Er werden er toen drie gestolen. Later bleken de dieven een paar Veluwse jongens te zijn, die in de kroeg besloten om maar eens te gaan inbreken. Ze waren al een paar avonden met de motor naar het museum in Otterlo gereden en pas de derde keer durfden ze. Wat ze met hun gestolen schilderijen aan moesten, daar hadden ze nóóit bij stilgestaan. De boeven waren dan ook snel gepakt. Ik bedoel maar: vaak is zo’n kunstdiefstal een hele triviale aangelegenheid, zonder enige romantiek en zeker niet met koele beredenering.”

De meeste schilderijen van Vincent van Gogh horen bij ’s werelds duurste kunstwerken. Dat feit brengt volgens Ton Cremers mensen steeds weer op het idee om zo’n schilderij te gaan stelen. “Want daar zal best een hoog losgeld voor betaald worden, denken ze dan. Onlangs is op een veiling een Renoir verkocht voor 24 miljoen dollar. Ik dacht meteen: laat elk museum met Renoirs nu onmiddellijk zijn security gaan checken, want het nieuws over zoveel miljoenen inspireert vast weer een of meer criminelen om juist achter Renoirs aan te gaan. Want geloof mij: het merendeel van de internationale kunstrovers is verre van intelligent – anders steel je geen onverkoopbare schilderijen.”

 

Mocht soms een particuliere kunstliefhebber tòch willens en wetens ingaan op het aanbod van een gestolen schilderij, dan komt hij volgens Ton Cremers in een heel eng wereldje terecht. “Die waagt zich dan met zijn aankoop in een circuit waar hij bloot staat aan chantage, afpersing en roof en misschien wel zijn eigen graf graaft. Maar ik ben ervan overtuigd dat uit musea gestolen topstukken vaak het criminele milieu helemaal niet eens verlaten. Zo’n Van Gogh of een Rembrandt zal nooit een Wassenaarse of Bloemendaalse villa bereiken. Wel is er een directe link tussen de drugshandel en de kunstcriminaliteit. Kunst wordt nogal eens gebruikt als onderpand bij drugstransacties. Het is immers makkelijker om een schilderij te transporteren dan met twee koffers boordevol met dollar- of eurobiljetten over straat te gaan.”

 Twee miljard euro weggespoeld 

Van alle wereldwijd gestolen schilderijen komt de helft na verloop van tijd terug bij de eigenaar. Naar het lot van de rest is het gissen. Maar soms wordt de kunstwereld opgeschrikt door een gruwelijk verhaal als van die Franse moeder die in de lente van 2002 de buit van zeven jaar schilderijendiefstal van haar gearresteerde zoon vernietigde. Om bewijsmateriaal te verdonkeremanen zette ze mes en schaar in 109 schilderijen en tekeningen en dumpte de snippers in het Rhône-Rijnkanaal bij Straatsburg. Zo spoelde ze onder meer Brueghels, Bouchers en Watteau’s weg alsmede 17de-eeuwse schilderijen van drie leerlingen van Rembrandt, alles bij elkaar twee miljard euro aan kunst.

Zo’n radicaal einde zal kunst niet vaak treffen. Maar Ton Cremers vermoedt toch dat veel gestolen kunst wegens het gebrek aan afzetmogelijkheden op verborgen plaatsen staat te verpieteren of inderdaad vernietigd is. Hij zegt: “Al zeventig jaar wordt gezocht naar het beroemde schilderij van de gebroeders Van Eyck, de Aanbidding van het Lam Gods, dat uit een kerk in Gent is gestolen. Steeds zijn er weer tips over de plaats waar het stuk verborgen is. Maar in de Belgische kunsthistorische wereld is menigeen ervan overtuigd dat het paneel allang in een kachel is opgestookt.”

Niettemin zal er ook wel degelijk hier en daar een gestolen schilderij thuis hangen bij mensen die het kunstwerk te goeder trouw en voor veel geld gekocht hebben. Cremers: “Ik kan in Nederland een aantal kunsthandelaren aanwijzen, waarvan ik overtuigd ben dat ze integer zijn, onkreukbaar. Maar van de meerderheid moet je helaas vaststellen dat ze hun kritisch vermogen even uitschakelen als ze dat zo uitkomt. Hoewel ik niet geloof dat er dieven en inbrekers zijn die gespecialiseerd zijn in kunst, staat voor mij wel het bestaan van gespecialiseerde helers vast. En die moet je dan helaas in de officiële kunsthandel zoeken.”   Vijftien jaar opzienbarende museuminbraken  

In de afgelopen vijftien jaar zijn er tal van opzienbarende inbraken geweest in Nederlandse musea. Daarbij werden vooral schilderijen van Van Gogh buitgemaakt. Meestal waren ze weer snel terug. In 1988 stalen inbrekers uit het Kröller Müller Museum drie Van Goghs; de dieven waren snel gevat en met hen de doeken. In juni 1990 werden bij een inbraak in het Noord-Brabants Museum drie schilderijen van Van Gogh gestolen. Het duurde ruim drie jaar voor ze terug waren. In april 1991 verdwenen twintig Van Goghs uit het aan hem gewijde museum in Amsterdam. Ze werden de nacht van de inbraak al teruggevonden in een geparkeerde auto; de arrestatie van de dieven was drie maanden later.

Een greep uit de andere kunstdiefstallen sinds eind jaren tachtig: in oktober 1988 worden uit een Leerdams museum een Frans Hals en een Van Ruijsdael gestolen. Ze worden in 1991 teruggekocht van tussenpersonen. De dief wordt gepakt. Januari 1989: uit een depot van de Rijksdienst Beeldende Kunst in Den Haag verdwijnen een Rembrandt en een Van Gooyen. Er worden vier arrestaties verricht, de doeken worden later teruggevonden. In juli en oktober 1994 wordt ingebroken in het Rembrandthuis in Amsterdam. De politie neemt de gestolen schilderijen later in beslag bij een advocaat die ze te koop aanbiedt. De dief zelf en zijn eventuele maten zijn echter nog niet gevonden. In oktober 1999 worden uit een villa in Bilthoven zeven schilderijen gestolen van onder meer Jan Steen, Israels en Van Ruysdael. Van doeken noch daders is tot dusver enig spoor.

Vorig jaar was het met diefstal uit musea drie keer spectaculair raak. In maart 2002 worden uit het Frans Halsmuseum in Leerdam vijf 17de-eeuwse meesterwerken gestolen, waaronder een Jan Steen. In december 2002 nemen inbrekers diamanten en juwelen ter waarde van zes miljoen euro mee uit het Museon in Den Haag. Een paar dagen later dringen dieven ’s morgens het Van Gogh Museum in Amsterdam binnen en stelen er twee schilderijen van de beroemde naamgever. De daders zijn spoorloos, de doeken ook.

  De kunstroof uit Isabella Gardner Stewart  

De Amerikaanse stad Boston is de plaats van de grootste kunstroof aller tijden. In de vroege uren van 18 maart 1990 meldden zich twee als politiemannen verklede dieven bij de poort van het Isabella Gardner Stewart Museum. De dienstdoende jonge portier liet na de identiteit van de dienders te controleren en was ook verder niet geïnteresseerd in het doel van hun matineuze bezoek. Ze mochten binnen. Daar werd de portier overmeesterd, wat even later ook gebeurde met zijn collega die kwam kijken wat er aan de hand was. De portiers werden gekneveld en in de kelder gelegd.

Een uur en 21 minuten later hadden de dieven het museum weer verlaten, opnieuw via de hoofdingang. Kort na hun vertrek werd groot alarm geslagen. Er waren twaalf kunstwerken verdwenen – en niet de geringste: een Vermeer, drie Rembrandts (waarbij zijn enige ‘zeegezicht’: ‘De storm op het meer van Galilea’), een Govert Flinck, een Manet en vijf doeken van Degas. Voorts namen de dieven een antieke bronzen Chinese drinkbeker mee – alsmede de videoband waarop hun gang door het museum was vastgelegd.

De waarde van het gestolene werd geschat op 300 miljoen dollar. Tot op de dag van vandaag is noch van de dieven noch van hun kostelijke buit iets vernomen. Er werd nooit ‘losgeld’ gevraagd en evenmin dook een van de gestolen schilderijen ooit op bij een veiling of een kunsthandelaar. Zou het dus ‘diefstal op bestelling’ geweest zijn? Intimi in de kunstwereld vinden dat zeer onwaarschijnlijk. Daarvoor hebben de Bostonse dieven te lukraak hun slag geslagen en zich teveel moeite getroost voor ‘povere schilderijen’ (de vijf van Degas) die het qua artistieke en financiële waarde niet haalden bij wat even verderop in het museum voor het grijpen hing.

Bij de FBI staat de museumroof hoog in de toptien van de belangrijkste onopgeloste misdaden. Er ligt al jaren een beloning van vijf miljoen dollar klaar voor de tip die leidt tot het terugvinden van de schilderijen. En dertien jaar na dato zijn eindelijk de opnamen begonnen voor een spannende film over de roof uit Isabella Stewart Gardner. Hij komt in december in Amerika op de televisie.

 Panorama, mei 2003

Leave a Reply

%d bloggers like this: