Museum Security Network

RAPPORTAGE DATABASE INCIDENTEN CULTUREEL ERFGOED (DICE)

www.museumbeveiliging.com/2009/10/06/rapportage-database-incidenten-cultureel-erfgoed-dice/

06/10/2009 – 18:20

Op http://www.kvce.nl/rubrieken/rubriek/incidentenregistratie/rapportages/ is een statistische rapportage te vinden over de incidenten die gerapporteerd zijn in DICE, de Database Incidenten Cultureel Erfgoed. De rapportage geeft helaas (nog) geen inzicht in de oorzaken van incidenten. De statistiek uit DICE geeft slechts zeer beperkt bruikbare informatie omdat twee zeer belangrijke gegevens ontbreken:

  1. de rapportageperiode
  2. absolute aantallen incidenten.

Er worden alleen percentages aangegeven. Wanneer de rapportage gaat over de hele periode dat DICE on-line is, dan kan aan de hand van bekende incidenten – er waren de afgelopen jaren 3 ernstige branden bij musea (Armando Museum, Schutterij museum, Bromfiets Museum) – en de percentages uit de DICE rapportage berekend worden hoeveel incidenten er totaal waren. Bij brand staat het percentage: 4.  Dus 3 branden vormen 4% van het totaal aantal incidenten. Totaal moeten dan 3/4 * 100 = circa 75 incidenten hebben plaatsgevonden.

Er waren echter ook branden bij andere erfgoedbeheerders zoals de replica’s van historische schepen in lelystad en Den Helder.  Deze branden zijn niet in te delen, althans: het is mij niet bekend, in de door DICE gehanteerde categorieën: bibliotheken en archieven, musea, monumenten. Bovendien was er ook nog de omvangrijke brand in de Technische Universiteit Delft. In welke categorie viel die brand? Mochten de branden op beide historische schepen ook ingedeeld zijn in de categorie Musea, dan komt het totaal aantal incidenten uit op 5/4 * 100 = 125.

In bovenstaande berekeningen over incidenten in musea ben ik er van uit gegaan dat alle branden die zich voordeden in musea in de DICE database zijn opgenomen. Het is mij niet bekend of alle ‘slachtoffers’ hun incidenten melden – ik vrees van niet – en in hoeverre het Kenniscentrum Cultureel Erfgoed op eigen initiatief incidenten opneemt indien de slachtoffers die incidenten niet melden.

Wanneer het totaal aantal incidenten volgens bovenstaande berekening klopt, dan waren er 7,5 (of 12,5) inbraken/diefstallen in musea (10%). Deze cijfers komen mij niet ongeloofwaardig over, maar zijn gebaseerd op vermoedens omdat de rapportage nu eenmaal geen absolute cijfers noch de rapportageperiode geeft. De statistiek is in die zin niet bruikbaar.

Er is nog een andere kanttekeningen te plaatsen bij de rapportage. DICE werd destijds niet opgezet om dit soort (onduidelijke) percentages te genereren, maar om informatie te vergaren en leveren (!) die bruikbaar is om het aantal incidenten te verminderen. De opsplitsing in de categorieën bibliotheken en archieven, musea, monumenten is nauwelijks relevant. Beter ware de volgende (voor mijn betoog fictieve) indeling geweest:
– Bij de Nederlandse erfgoedbeheerders deden zich in de periode van 1 juli 2007 tot 1 juli 2009 zeven branden voor.

Oorzaken van deze branden waren:

  1. brandstichting bij inbraak: 1
  2. brandstichting van buitenaf, tegen de gevel: 2

  3. overslag brand vanaf de buren: 1

  4. kortsluiting: 2
  5. dakwerkzaamheden: 1

1a. De erfgoedbeheerder waar werd ingebroken was niet in het bezit van een inbraakmeldsysteem; wel brandmeldsysteem, beperkte schade
2a. Pand erfgoedbeheerder ligt buiten de bebouwde kom; brand ontstond 22.00 uur, brandmeldsysteem aanwezig; doormelding naar brandweer, beperkte schade
2b. Gelegen binnen de bebouwde kom; brand ontstond 07.30uur, geen brandmeldsysteem, aanzienlijke schade
3. binnen de bebouwde kom; brand ontstond rond het middaguur, brandmeldsysteem, doormelding naar brandweer, beperkte schade.
4a. kortsluiting in TL verlichting, brand ontstond rond middernacht, verlichting wordt bij sluitronde niet uitgeschakeld, geen brandmeldsysteem, aanzienlijke schade
4b. Kortsluiting in koffiezetapparaat bij begin van de werkdag, brandmeldsysteem met doormelding brandweer, brand ontstond overdag,  geen waterdruk op de slanghaspels, zeer aanzienlijke schade.
5. werkzaamheden werden niet begeleid, dakdekkers hadden geen blusapparatuur bij zich, zeer aanzienlijke schade.

Verdere relevante informatie zou kunnen zijn of er een BHV organisatie is, of er een CHV plan is, of er schade is aan de collectie, of er afspraken zijn met de brandweer, of de organisatie een eigen adequate alarmopvolging (24 uur per dag) heeft om de brandweer te gidsen en van informatie te voorzien. Bovendien mag van het Kenniscentrum Cultureel Erfgoed (KVCE) dat DICE beheert adviserende interpretatie van de gemelde incidenten verwacht worden.

Het zal duidelijk zijn: uit incidentmeldingen bruikbare informatie over preventieve maatregelen halen is geen sinecure. Statistieken met alleen percentages hebben echter geen zin.

Ton Cremers

 

Leave a Reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.