Museum Security Network

Persbericht Brandraad’08: niet onderbouwd en ondanks ‘deskundigheid’ leden gespeend van enig inhoudelijk advies; een ultieme reactie.

In diverse teksten reageerde ik afgelopen week op het door de Brandraad’08 gepubliceerde persbericht. Deze teksten zijn te lezen op: http://www.museumbeveiliging.com/category/brandraad08/
Hoewel het persbericht van de Brandraad’08 slechts 1 pagina beslaat bevat het bericht zo veel vaagheden, ongefundeerde conclusies en verwijtende uitspraken dat mijn reacties in totaal een (te) groot aantal pagina’s beslaan.

Vooraf

Ik was voor deelname aan de Brandraad’08 uitgenodigd, bracht initiator Michel Walhof met enkele deelnemers in contact en presenteerde vooraf documentatie. Op de dag van de bijeenkomst in Brummen was ik helaas op het laatste moment verhinderd. Aanvankelijk stoorde het mij zeer dat aan mijn voorbereidende inspanningen geen recht gedaan werd en mijn naam niet voorkwam op de Brandraad’08 site of het persbericht. Ik heb dat Walhof via de e-mail laten weten. Echter binnen een kwartier na dat bericht mailde ik hem weer met de mededeling dat ik onder geen voorwaarde wilde dat mijn naam in verband met de Brandraad’08 zou worden genoemd omdat ik het zeer oneens was met het persbericht van de Brandraad’08.

Het persbericht van de Brandraad’08

De Brandraad’08 kwam op 23 april 2008 bijeen. Het programma besloeg maximaal drie uur. Er werden, met uitzondering van een studie over brand en roerend cultureel erfgoed door Herman Meuleman uit 1994, vooraf geen stukken uitgewisseld. Er waren geen onderzoeken beschikbaar op basis waarvan de discussie gevoerd werd. Dus, de conclusies die de Brandraad’08 trok zijn enkel gebaseerd op een vergadering van drie uur tussen een zeer gemengd gezelschap van ‘deskundigen’ die elkaar voor het eerst ontmoetten. Het fundament waarop een conclusie over de organisatie, het risicobewustzijn en de kennis van preventiemaatregelen bij duizenden erfgoedbeheerders werd getrokken was dus uiterst smal.

Onderstaand een poging grondig en op basis van argumenten definitief op dat persbericht van de Brandraad’08 in te gaan. Het volledige persbericht van de Brandraad’08 is te vinden aan het einde van dit artikel. Delen uit het persbericht van de Brandraad’08 zullen cursief en vetgedrukt voorafgaan aan mijn reacties.

Eerst enige opmerkingen over de naam en de achtergrond van de Brandraad’08.

De Brandraad’08 werd opgericht door Michel Walhof, directeur van het sprinklerbedrijf Aqua. Walhof kwam op het idee de Brandraad’08 op te richten naar aanleiding van de brand in het Armando Museum. In het persbericht wordt de brand in het Schutterij Museum in Steyl ook als aanleiding genoemd. Dat is een vervalsing van de Brandraad’08 voorgeschiedenis. Die Brandraad’08 werd namelijk zes weken voorafgaand aan de brand in het Schutterij Museum al aangekondigd.

De naam Brandraad’08 doet vermoeden dat deze brandraad er een is uit een reeks. Dat zal nog moeten blijken want er gingen geen brandraden aan deze 2008 editie vooraf. De naamskeuze verdient een compliment. Brandraad doet erg denken aan adviesraad of Veiligheidsraad en wekt de indruk dat we hier te maken hebben met een niet-commerciële activiteit, of ten minste een privaat-publieke raad. Niet is minder waar. De Brandraad’08 is, althans volgens het persbericht, een puur private aangelegenheid omdat, nogmaals volgens het persbericht, alle leden van de Brandraad’08 deelnamen op persoonlijke titel (ik kom daar nog op terug).

Het persbericht van de Brandraad’08 werd met hulp van een bureau gespecialiseerd in de verspreiding van persberichten (Capita) de wereld in gestuurd onder de pakkende titel: NEDERLANDSE ERFGOEDSECTOR ONVOLDOENDE BEWUST VAN BRANDRISICO’S. Een titel die uitnodigt tot lezen, vooral omdat je verwacht dat in de tekst deze titel zal worden onderbouwd. Niets is minder waar. Deze titel wordt nergens in de tekst aan de hand van voorbeelden, onderzoeken, statistieken onderbouwd en blijft daardoor op het niveau van een ongefundeerde kreet.

Eerste reactie en repliek

Meteen na het verschijnen van het persbericht stuurde ik een breed beargumenteerde kritiek naar de Brandraad:
http://www.museumbeveiliging.com/2008/04/24/sprinklers-voor-de-meeste-musea-absoluut-niet-de-oplossing-persbericht-brandraad08-doet-geen-recht-aan-de-erfgoedsector/

Op die kritiek kreeg ik drie reacties van Brandraad deelnemers.

Rene Hagen schreef dat het niveau (?) van mijn reactie niet uitnodigde tot verdere discussie. Een boeiend standpunt van iemand die al zijn mails ondertekent met Lector Brandweeracademie. Het persbericht van de raad had een zeer laag niveau want alle onderbouwing ontbreekt, maar als je met argumenten reageert duikt de raad weg en speelt de man in plaats van de bal. Een andere Brandraad’08 deelnemer vertelde mij mondeling de middag van de bijeenkomst niet goed geconcentreerd te zijn geweest en dat het persbericht er heel anders uit zou hebben gezien indien ik (ondergetekende) aanwezig was geweest. Feitelijk nam dit lid afstand van het persbericht.

Een derde deelnemer mailde mij dat de kern van de discussie heel positief was. Helaas is van die positiviteit in het persbericht niets te vinden.

Definitieve reactie op het Brandraad’08 persbericht 

Het persbericht begint met:

Bij een groot aantal musea, archieven, bibliotheken en monumenten staat brandbeveiliging niet hoog genoeg op de agenda.

Alleen in deze eerste zin wordt de specificatie ‘musea, archieven, bibliotheken en monumenten’ gegeven. In de rest van het persbericht wordt gesproken over erfgoedbeheerders of erfgoedsector. Die erfgoedsector bestaat uit meer dan alleen maar de vier door de Brandraad’08 genoemde categorieën. Naast musea, bibliotheken, archieven en monumenten vallen ook kerken met erfgoed, molens, kastelen, en industrieel erfgoed zoals oude stoomgemalen en zelfs historische tuinen en arboretums onder de definitie erfgoedsector. In Pieterburen is bijvoorbeeld een historische tuin, Domies Toen, die als museum geregistreerd is in het Nederlandse Museumregister. Er zijn in Nederland circa 1200 musea, 2000 archieven en bibliotheken, 1100 molens, 7000 kerken (die ingeschreven staan bij de Stichting Kerkelijk Kunstbezit Nederland) en vele honderden, zo niet duizenden, monumenten, inclusief kastelen. Om dubbeltellingen te voorkomen heb ik die duizenden monumenten niet in de totaaltelling opgenomen, maar alleen uitgaande van de musea, kerken, molens, bibliotheken en archieven is de Nederlandse erfgoedsector zeker 10.000 organisaties rijk. Wanneer de Brandraad’08 het heeft over ‘een groot aantal’ dan zal de raad toch minstens de helft van alle erfgoedbeheerders bedoelen. Zou het namelijk om minder dan de helft van de erfgoedsector gaan, dan had de Brandraad’08 fatsoenshalve in het persbericht moeten vermelden dat bij een meerderheid van de erfgoedbeheerders brandbeveiliging hoog genoeg op de agenda staat. Ik ga er vanuit dat de Brandraad’08 niet erop uit was een negatieve sfeer te scheppen over de erfgoedsector -of vergis ik me daarin? – en tegen beter weten in in het persbericht suggereerde dat het bij een meerderheid van de erfgoedsector niet snor zit met de agendering van brandbeveiliging. Helaas, blijft de vraag open hoe de Brandraad’08 aan de wijsheid gekomen is dat het bij een groot deel (meer dan 5000 organisaties?) huilen met de pet op is waar het gaat om de agendering van de brandbeveiliging.

Helaas bieden de krantenartikelen die op basis van het persbericht verschenen – het persbericht werd hier en daar vrijwel geheel klakkeloos overgenomen – geen duidelijkheid. Integendeel. Brandraad’08 deelnemer Rene Hagen, lector aan de Brandweeracademie, maakt de verwarring alleen maar groter wanneer hij in een interview beweert: “Precieze aantallen en namen van musea kan de raad niet geven, maar in het algemeen is er geen aandacht voor de brandveiligheid van het cultureel erfgoed”. Hier breekt mijn klomp! De Brandraad’08 beschikt niet over ‘precieze aantallen’, maar weet wel dat ‘een groot aantal musea, archieven, bibliotheken en monumenten brandbeveiliging niet hoog op de agenda heeft staan’. Dit riekt verdacht veel naar ‘hinein interpretieren’ zonder te beschikken over enig relevant, deze bewering ondersteunend feitenmateriaal.

“Recente museumbranden zoals in Amersfoort en Steijl kunnen ook elders uitbreken. concludeert de Brandraad ’08 tijdens haar eerste bijeenkomst op 23 april te Brummen”. 

Dat ‘recente branden zoals in Amersfoort en Steyl ook elders kunnen uitbreken’ is een fascinerende conclusie. Als de Brandraad’08, gebaseerd op duidelijke verifieerbare feiten, geconcludeerd had dat branden zoals de twee genoemde niet elders kunnen uitbreken dan zouden bijna alle Brandraad’08 deelnemers op slag werkeloos zijn geweest en kon Aqua de deuren sluiten. Er is maar 1 conclusie mogelijk: natuurlijk kunnen dergelijke branden ook elders uitbreken.

De volgende zin is ronduit pijnlijk:

“Onduidelijkheid over verantwoordelijkheden, onvoldoende risicobewustzijn en gebrek aan kennis van preventiemaatregelen behoren tot de belangrijkste oorzaken.”

Dat kunnen de beide door de Brandraad’08 als voorbeeld genoemde door brand geslachtofferde musea in hun zak steken. Die branden zijn veroorzaakt door ‘onduidelijkheid over verantwoordelijkheden, onvoldoende risicobewustzijn en gebrek aan kennis van preventiemaatregelen”. Een onfris verwijt dat heel makkelijk door feiten kan worden weersproken. Ik ben hier gedwongen uit de school te klappen omdat ik vlak voor de brand in het Armando Museum dat museum bezocht voor het verrichten van een risicoanalyse. Ik heb daar kunnen constateren dat het museum voorzien was van brandwerende compartimenteringen, van een goed onderhouden recent aangelegd elektrisch systeem en van een gecertificeerde recente brandmeldinstallatie conform de NEN 2535. Bovendien was er in het museum een opgeleide Beheerder Brandmeldinstallaties (BBMI) conform de NEN 2654-I. Het Armando Museum aan te wrijven dat die brand te wijten is aan een slechte organisatie (= onduidelijkheid over verantwoordelijkheden), onvoldoende risicobewustzijn (waarom dan al die preventieve voorzieningen en de brandmeldinstallatie?) en onvoldoende kennis van preventieve maatregelen (idem) raakt kant noch wal en is misplaatst verwijtend naar dat museum. Over het Schutterij Museum kan ik kort zijn: die brand werd in het holst van de nacht door een psychiatrisch patiënt aangestoken. Dat museum treft eerder lof dan blaam, want het is ondanks deze nachtelijke overval door een brandstichter gelukt vrijwel de gehele collectie te redden.

Lees ik misschien verkeerd en bedoelde de Brandraad’08 niet dat de drie genoemde onvolkomenheden branden veroorzaken, maar dat hierdoor brandbeveiliging niet hoog genoeg op de agenda staat? Nee, ik lees niet verkeerd, maar ik lees wat er staat. ‘Branden als in Amersfoort en Steyl kunnen elders ook voorkomen’ wordt meteen gevolgd door de conclusie dat ‘onduidelijkheid over verantwoordelijkheden etc etc’ de oorzaken zijn. ‘Branden’ en ‘oorzaken’…

“Brandraad ’08 bestaat uit zes deskundigen op het snijvlak van brandveiligheid en cultureel erfgoed die zich op persoonlijke titel hebben gebogen over de brandveiligheid van het Nederlands cultureel erfgoed.”

Deskundigen op het snijvlak van brandveiligheid en cultureel erfgoed? De brandbeveiligingsexperts Rene Hagen en Michel Walhof hebben in hun persuitlatingen meer dan duidelijk aangetoond dat ze mijlen verwijderd zijn van dat snijvlak en geen enkele kennis, of misschien zelfs affiniteit, hebben van/met de erfgoedsector. Blijkbaar zijn alle deelnemers aan de Brandraad’08 het eens met het persbericht van de Brandraad’08 want hun namen staan er onder. Ik nodig hen slechts uit via enige zelfreflectie te bepalen in hoeverre ze zich op dat snijvlak bevinden of dat het eigenlijk zo is dat ze of erfgoeddeskundigen, of brandbeveiligingsdeskundigen zijn, maar op het snijvlak van??

“…… op persoonlijke titel hebben gebogen over de brandveiligheid van het Nederlands cultureel erfgoed”.

Op persoonlijke titel? Als dat zo is, waarom staan dan volledige functies en organisaties bij de namen van de deelnemers vermeld onder het persbericht? Niets persoonlijke titel natuurlijk. De deelnemers aan de Brandraad’08 werden niet op persoonlijke titel, maar juist vanwege hun beroepsmatige achtergrond in die Brandraad’08 uitgenodigd. Die beroepsmatige achtergronden (lector brandweeracademie, voorzitter European Fire Sprinkler Network, Erfgoedinspectie en bestuurslid sectie Veiligheidszorg van de Museumvereniging, director risk control AON Global Risk Consulting, projectmanager kenniscentrum veiligheid cultureel erfgoed) waren broodnodig om de Brandraad’08 het gewenste gewicht te geven.

“De raad is opgericht naar aanleiding van de branden in het Armando Museum en het Limburgse Schutterijmuseum en heeft tot doel om brandveiligheid in de erfgoedsector hoger op de maatschappelijke agenda te zetten.”

Michel Walhof, directeur van sprinklerbedrijf Aqua, nam het initiatief tot het oprichten van de Brandraad’08 na de brand in het Armando Museum. De brand in het Schutterij Museum vond plaats twee weken voor de eerste bijeenkomst van de Brandraad’08. Toen de brand in het Schutterij Museum via het radionieuws naar buiten kwam werd ik door Michel Walhof opgebeld terwijl ik met een collega onderweg was in de auto. Mijn GSM stond in de handsfreeset en mijn collega en ik hoorden beiden de stuitende mededeling van Walhof dat “die brand in Limburg mij (Walhof) erg in de kaart speelt”.

“De brandveiligheid in de erfgoedsector hoger op de maatschappelijke agenda zetten”?

Heel ambitieus. De brandveiligheid moet ineens niet alleen hoger op de agenda in de erfgoedsector, maar hoger op de maatschappelijke agenda. Is dat nodig? Mij dunkt dat via het Bouwbesluit en de Gemeentelijke Bouwverordeningen de brandveiligheid heel hoog staat op de maatschappelijke agenda. Heeft de Brandraad’08 het in de eerste zin van het persbericht over brandveiligheid op de agenda van de musea, archieven, bibliotheken en monumenten, nu wordt de ideële taak van de Brandraad’08 plotseling nog veel hoger opgevat. De brandveiligheid in de erfgoedsector moet hoger op de maatschappelijke agenda. Hoe, Brandraad’08, zo vraag ik me af?

“Door de hoeveelheid betrokken partijen bij brandbeveiliging zoals overheden, erfgoedbeheerders en de brandweer, zijn verantwoordelijkheden niet altijd helder afgebakend. Bovendien blijkt dat de aandacht voor brandgevaar in veel gevallen pas wordt aangewakkerd na een incident elders”.

Hier spreekt de Brandraad’08 zichzelf tegen. Enerzijds vindt de Brandraad’08 dat brandbeveiliging niet hoog genoeg op de agenda staat en nu blijkt dat te veel partijen zich ermee bemoeien. De verantwoordelijkheden zijn volgens mij heel goed afgebakend. De overheid stelt landelijk (Bouwbesluit) en lokaal (gemeentelijke bouwverordening) eisen aan de brandbeveiliging. Die eisen zijn wettelijk vastgelegd en gericht op de veiligheid van mens en dier. De erfgoedsector kan aan deze wettelijk vastgelegde verantwoordelijkheid via de voormalige Gebruiksvergunning en de huidige Gebruiksmeldplicht niet ontkomen. Daarnaast heeft de erfgoedsector een verantwoordelijkheid ten aanzien van de collectie. Ten aanzien van deze verantwoordelijkheid bestaan geen wettelijke verplichtingen. Wel is het zo dat de Erfgoedinspectie toezicht houdt op het behoud en beheer van objecten die op de nationale erfgoedlijst staan. Bij de door de Erfgoedinspecteurs verrichte controles op die objecten horen ook aspecten van veiligheidszorg, inclusief brandbeveiliging.

De verantwoordelijkheden voor enerzijds de mens en anderzijds de collectie zijn juist heel helder afgebakend.

Dat de aandacht voor brandgevaar pas ‘aangewakkerd’ (het ontbreekt de Brandraad’08 ondanks de ernst van het onderwerp niet aan humoristisch taalgebruik) wordt na een incident geldt ook de Brandraad’08 zelf. Die werd ook opgezet naar aanleiding van een incident. Erger nog is dat de Brandraad’08 zijn conclusies enkel en alleen op basis van dat incident lijkt te trekken en niet op basis van grondig en systematisch onderzoek.

“Bij het beslissen over een pakket brandpreventiemaatregelen zijn de beheerders van instellingen vaak niet volledig geïnformeerd en laten zij zich soms leiden door vooroordelen”.

In gewoon taalgebruik heet dit: de pot verwijt de ketel dat hij zwart ziet. In iets meer gedragen taalgebruik kan deze formulering gezien worden als wel heel erg voor de hand liggende projectie. Het is juist de Brandraad’08 die zich hier laat leiden door vooroordelen. Nergens in het persbericht worden de conclusies van de Brandraad’08 gestaafd door representatief feitenmateriaal en wat is een oordeel dat niet gebaseerd is op feiten? Juist: een vooroordeel.

“De raad stelt bijvoorbeeld vast dat de erfgoedsector noodzakelijke preventiemaatregelen zoals sprinklerinstallaties of compartimentering in historische gebouwen niet zelden ten onrechte afwijst op esthetische gronden”.

Nergens maakt de Brandraad’08 HOE dit is vastgesteld.

Beste experts op het snijvlak van brandveiligheid en cultureel erfgoed, en vooral beste sprinklerverkoper Heer Walhof: een sprinklerinstallatie is niet een noodzakelijke preventiemaatregel, maar een blustechniek. Preventiemaatregelen zijn gericht op het voorkomen van brand. Sprinklers en ook compartimentering hebben tot doel het effect van een brand te beperken. Deze formulering is niet alleen in strijd met de feiten maar ook zeer slordig, zeker voor experts die zich op het snijvlak etc etc etc…..

Het is gewoonweg niet waar dat in historische gebouwen preventieve maatregelen vanwege esthetische bezwaren afgewezen worden. Dit is echt een VOOROORDEEL, beste Brandraad’08. Dankzij een door staatssecretaris van OCW Aad Nuis in 1997 uitgevaardigd Besluit Rijkssubsidiering Restauratie Monumenten is het volgens artikel 16 niet alleen mogelijk subsidie te krijgen voor brandpreventieve maatregelen, maar volgens artikel 28 kunnen die maatregelen zelfs dwingend worden voorgeschreven.

Na de brand in het Armando Museum is er 1 museumdirecteur geweest die kanttekeningen plaatste bij de esthetiek van sprinklers. Nergens anders las ik dergelijk commentaar. Het zal toch niet zo zijn dat de Brandraad’08 op basis van de opmerking van 1 museumdirecteur 10.000 erfgoedbeheerders over dezelfde kam scheert? Over vooroordelen gesproken……

“De Brandraad signaleert dat de aandacht voor brandbeveiliging in de erfgoedsector weliswaar groeit, maar dat er nog het nodige te winnen valt”.

Volgens een van de Brandraad’08 leden, reagerend op mijn kritiek naar aanleiding van het persbericht, was deze zin de kern van de discussies binnen de Brandraad’08 op 23 april. Heel fijn om te horen, maar waarom is die kern dan als een minimaal onderdeel in het persbericht weggestopt? Bovendien is ‘weliswaar groeit’ een formulering die helemaal geen recht doet aan alle stappen die sinds 1990 genomen zijn om de brandbeveiliging binnen de erfgoedsector heel duidelijk op de agenda te zetten. Een uitgebreid overzicht van al die stappen is te vinden op:
http://www.museumbeveiliging.com/2008/04/24/sprinklers-voor-de-meeste-musea-absoluut-niet-de-oplossing-persbericht-brandraad08-doet-geen-recht-aan-de-erfgoedsector/
Het is niet zo dat de ‘aandacht voor brandbeveiliging weliswaar groeit’; de feiten zijn dat die aandacht vooral de afgelopen 5 jaar zeer intensief is geweest via tientallen projecten door heel Nederland waarbij erfgoedbeheerders samen met de brandweer uit hun regio aandacht besteedden aan brandbeveiliging.

“Het bewustzijn van de risico’s van brand en de kennis over de organisatorische en technische preventiemaatregelen moet hogere prioriteit krijgen bij ieder die verantwoordelijkheid draagt voor het beheer van ons cultureel erfgoed”.

Dat bewustzijn en die kennis hebben al een aantal jaren hoge prioriteit. Dat de branddeskundigen op dat snijvlak dit niet wisten is niet heel erg verwonderlijk. De erfgoeddeskundigen op het snijvlak wisten dit echter maar al te goed omdat beiden vanaf het begin, sinds 5 jaar, betrokken waren bij projecten waarin erfgoedbeheerders gezamenlijk werkten aan het verhogen van veiligheidsbewustzijn, inclusief brandbeveiliging. Hoe is het mogelijk dat zulks in het persbericht niet duidelijk benadrukt is?

“Dat betekent ook dat er vooraf heldere veiligheidsdoelen en regels gesteld moeten worden, zodat de verantwoordelijken hierop aangesproken kunnen worden als het misgaat”.

De Brandraad’08 stelt hier eisen aan de erfgoedsector die heel wat verder gaan dan de eisen die de Brandraad’08 stelde aan het eigen persbericht. Dat persbericht geeft namelijk geen enkele duidelijkheid anders dan de duidelijkheid dat de Brandraad’08 conclusies trekt die nergens op gebaseerd zijn en door de feiten tegengesproken kunnen worden. De dreigende formulering dat verantwoordelijken er op aangesproken kunnen worden wanneer het ‘misgaat’ is ronduit belachelijk. Verantwoordelijken moeten altijd op hun verantwoordelijkheden aangesproken worden. Dit ‘advies’ van de Brandraad’08 is een nutteloze algemeenheid.

“Dat aan brandveiligheid een prijskaartje hangt, zou geen hindernis mogen vormen bij het nemen van preventieve maatregelen”.

Klinkt goed uit de mond van een sprinklerverkoper: “dat mijn sprinklers duur zijn mag voor u geen belemmering zijn om ze te kopen”. Als we ons even tot musea beperken: de absolute meerderheid van de musea moet zich redden met heel beperkte budgetten en wordt geheel door de inzet van vrijwilligers overeind gehouden. Zeer beperkte budgetten zijn maar al te vaak een hindernis om museale kerntaken naar behoren te verrichten. Die hindernis wordt echter keer op keer weer, dankzij ruime subsidies van onder andere het Ministerie van OCW (vaak verstrekt via de Mondriaanstichting) op bewonderenswaardige wijze genomen.

De Brandraad’08 laat hier wel heel duidelijk zien veel te ver weg te staan van de erfgoedrealiteit en dat de deskundigen uit die Brandraad’08 zich niet bewegen op het snijvlak tussen brandveiligheid en cultureel erfgoed.

Het is opvallend hoeveel aandacht, ondanks beperkte budgetten, de erfgoedsector besteedt aan allerlei aspecten van veiligheidszorg, inclusief brandbeveiliging.

Ton Cremers

2 mei 2008

PERSBERICHT BRANDRAAD08
24 april 2008

NEDERLANDSE ERFGOEDSECTOR ONVOLDOENDE BEWUST VAN BRANDRISICO’S

Bij een groot aantal musea, archieven, bibliotheken en monumenten staat brandbeveiliging niet hoog genoeg op de agenda. Recente museumbranden zoals
in Amersfoort en Steijl kunnen ook elders uitbreken. Dat concludeert de Brandraad ’08 tijdens haar eerste bijeenkomst op 23 april te Brummen. Onduidelijkheid over verantwoordelijkheden, onvoldoende risicobewustzijn en gebrek aan kennis van preventiemaatregelen behoren tot de belangrijkste oorzaken.

Brandraad ’08 bestaat uit zes deskundigen op het snijvlak van brandveiligheid en cultureel erfgoed die zich op persoonlijke titel hebben gebogen over de brandveiligheid van het Nederlands cultureel erfgoed. De raad is opgericht naar aanleiding van de branden in het Armando Museum en het Limburgse Schutterijmuseum en heeft tot doel om brandveiligheid in de erfgoedsector hoger op de maatschappelijke agenda te zetten.

16 miljoen erfgenamen

De Brandraad wijst er op dat beheerders van cultureel erfgoed een verantwoordelijkheid dragen namens 16 miljoen Nederlanders. Door de hoeveelheid
betrokken partijen bij brandbeveiliging zoals overheden, erfgoedbeheerders en de brandweer, zijn verantwoordelijkheden niet altijd helder afgebakend. Bovendien blijkt dat de aandacht voor brandgevaar in veel gevallen pas wordt aangewakkerd na een incident elders. Bij het beslissen over een pakket brandpreventiemaatregelen zijn de beheerders van instellingen vaak niet volledig geïnformeerd en laten zij zich soms leiden door vooroordelen. De raad stelt bijvoorbeeld vast dat de erfgoedsector noodzakelijke preventiemaatregelen zoals sprinklerinstallaties of compartimentering in historische gebouwen niet zelden ten onrechte afwijst op esthetische gronden.

Verhoging brandveiligheid in de toekomst

De Brandraad signaleert dat de aandacht voor brandbeveiliging in de erfgoedsector weliswaar groeit, maar dat er nog het nodige te winnen valt. Het bewustzijn van de risico’s van brand en de kennis over de organisatorische en technische preventiemaatregelen moet hogere prioriteit krijgen bij ieder die verantwoordelijkheid draagt voor het beheer van ons cultureel erfgoed. Dat betekent ook dat er vooraf heldere veiligheidsdoelen en regels gesteld moeten worden, zodat de verantwoordelijken hierop aangesproken kunnen worden als het misgaat.

De toenemende waarde van het Nederlands cultureel erfgoed staat in geen enkele verhouding tot de investeringen die worden gedaan om het erfgoed te beveiligen. Dat aan brandveiligheid een prijskaartje hangt, zou geen hindernis mogen vormen bij het nemen van preventieve maatregelen.

Deelnemers Brandraad ‘08

René Hagen, lector brandpreventie bij de Brandweeracademie, onderdeel van
het Nederlands Instituut Fysieke Veiligheid Nibra

Michel Walhof, voorzitter European Fire Sprinkler Network. Bestuurslid Verenigde
Sprinkler Installateurs en directeur Aqua+

Nina Duggen, erfgoedinspectie/collecties Den Haag, onderdeel van het
Ministerie OC&W. Bestuurslid sectie veiligheidszorg & facility management
Nederlandse Museumvereniging

Marcel Hanssen, director risk control Aon Global Risk Consulting R´dam

Ricardo Weewer, adviseur strategie en innovatie, regionale brandweer
Amsterdam-Amstelland

Theo Vermeulen, projectmanager Kenniscentrum veiligheid cultureel erfgoed

Hans Emans, dagvoorzitter van Brandraad ’08. Oud-journalist en tv-producent van
o.a. reconstructies van de rampen in Enschede, Volendam en Schiphol.

toncremers@museum-security.org
http://www.museum-security.org
http://www.museumbeveiliging.com
http://www.handboekveiligheidszorgmusea.nl

Leave a Reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.