Museum Security Network

Objectbeveiliging in musea

Inleiding 

Objectbeveiliging in musea – niet te verwarren met de term ‘beveiliging van objecten’ zoals die elders in de beveiligingswereld wel gebruikt wordt – is een betrekkelijk jonge ontwikkeling en behelst in ruime zin de bescherming van kunstvoorwerpen tegen diefstal en beschadiging. Het getuigt van realiteitszin te onderkennen dat de risico’s van diefstal en beschadiging zich niet beperken tot inbraak in de nachtelijke uren, maar evenzo en misschien wel in grotere mate aanwezig zijn tijdens de openingsuren van een museum. De erkenning daarvan is intussen niet langer voorbehouden aan enkele grotere musea met vooraanstaande collecties, maar begint, mede als gevolg van eisen van verzekeraars en bruikleengevers, een aanvaard gegeven te worden in de museale wereld als geheel. Het is dan ook verheugend om te zien dat dit onderwerp inmiddels niet alleen aandacht krijgt binnen de professionele beveiligingsstaf, maar in toenemende mate ook in het artistieke en zakelijke bestuur van het museum.

Objectbeveiliging laat zich op verschillende wijzen beschrijven. Een eerste onderscheid kan gemaakt worden naar elementaire voorzieningen, partiële voorzieningen en geïntegreerde voorzieningen. Een tweede benadering is die waarbij risicoanalyse, techniek en procedure en tenslotte inbedding in de organisatie de uitgangspunten zijn. De eerste benadering kan een pragmatische genoemd worden en is een informele, intuïtieve benadering, de tweede, een managementbenadering, is een strikt formele benadering. De eerste benadering begint meestal met de vaststelling dat er een reëel risico is, de tweede vertrekt vanuit de potentiële, permanente aanwezigheid van een risico. 

Objectbeveiliging, een informele benadering 

In praktisch ieder museum verdwijnt wel eens wat. Dat gebeurt door een gebrekkige administratie van tentoongestelde of uitgeleende voorwerpen, door een gebrekkig depotbeheer –  voorzichtig gesteld: tussen 5% en 10% van iedere collectie is tijdelijk of permanent niet traceerbaar – of door diefstal. Op het eerste rust een soort taboe, maar bij diefstal gaan de bellen rinkelen. Dan moet er iets gebeuren – met soms draconische maatregelen als gevolg.

In het voorkomende geval is duidelijk geworden dat er sprake was van een reëel risico.

Een aantal elementaire voorzieningen had het risico wellicht kunnen verkleinen, de meeste zijn ‘gezond verstand’ voorzieningen:

Overzichtelijkheid; een overzichtelijke entree en een overzichtelijke tentoonstellingsruimte bieden maximale sociale controle en vergemakkelijken professioneel toezicht.

Huisregels, vooral die met betrekking tot kleding en tassen hebben geen effect indien zij onvoldoende geafficheerd en op naleving gecontroleerd worden.

Vluchtweg; kort gezegd, de langste vluchtweg voor de meest kwetsbare (kleine) objecten; een schilderij van twee bij drie meter bij de ingang loopt een kleiner risico gestolen te worden dan een schilderij van twintig bij dertig centimeter. Nooduitgangen en dienstruimtes verdienen bijzondere aandacht.

Barrières; in algemene zin, hoe meer hoe beter. In praktische zin, er zijn ophangsystemen voor schilderijen met een mechanische vergrendeling. Vitrines dienen qua constructie en sluitmechanisme aan de eisen van de tijd te voldoen en voorzien te zijn van slagvast glas. Veel, vooral oudere vitrines, voldoen hier niet aan.

CCTV: een camerabewakingssysteem, voorzien van een goede back-up faciliteit, is een adequaat hulpmiddel, mits goed toegepast. Een camera van goede kwaliteit bij de entree, zichtbaar opgesteld, en zodanig gemonteerd dat bezoekers en face worden opgenomen, levert een herkenbaar beeld op en geen grijze schim. Een potentiële dief is zich hiervan bewust.

Vast opgestelde camera’s in tentoonstellingsruimtes lopen het risico door de tentoonstellings- inrichting het zicht op de ruimte (gedeeltelijk) te verliezen. Ook de plaatsing van verlichting kan effect hebben op de beeldkwaliteit. Een en ander zal een potentiële dief zeker niet ontgaan.

Vanzelfsprekend verliezen dit soort elementaire voorzieningen aan effect als toezichthoudend personeel onvoldoende bekend is met de mogelijke risico’s en onvoldoende geïnstrueerd is inzake de opvolging.

Dat lijkt minder te gelden voor een professionele beveiliger dan voor een vrijwilliger, maar juist in de professionele hoek, kan, door personeelsverloop en gebruik van inhuurkrachten, een achterstand in actuele kennis en informatie ontstaan en daarmee een verminderde waardering van de risico’s. Dit is een permanent aandachtsgebied voor het management. 

In aanvulling op voorgaande elementaire voorzieningen kunnen met behulp van technische apparatuur partiële voorzieningen worden getroffen. Dit vindt zijn toepassing nog al eens bij tijdelijke tentoonstellingen, maar er zijn geen redenen die een permanent gebruik in de weg zouden staan.

Waar op gedoeld wordt is een verzameling van elektronische detectietechnieken, die, al naar gelang de aard van het object, of aantal objecten, toegepast kan worden en een locaal, akoestisch alarm afgeeft, waardoor een argeloze bezoeker gewaarschuwd en een potentiële dief ontmoedigd wordt en de dichtstbijzijnde suppoost aangespoord wordt om poolshoogte te nemen.

Een detector die reageert op trilling bijvoorbeeld, kan gemonteerd worden aan de achterzijde van een schilderij, of op of onder een vitrine worden aangebracht, of in een vaas gelegd.

Dit soort van detectoren, van een bescheiden afmeting, zijn voorzien van een batterij en genereren een signaal met een sterkte van meer dan 100 dB voor de duur van een minuut, voldoende om het juiste effect te sorteren.

Om objecten of ruimtes te scheiden van het publiek kan met behulp van een infrarood zender/ ontvanger een onzichtbare lijn worden gespannen, die, wanneer onderbroken, resulteert in een locaal, akoestisch alarm.

Op gelijkaardige wijze kan met behulp van een (instelbare) CurtainPIR een infrarood gordijn voor een wand of rondom een vrijstaand object of groep objecten aangebracht worden. En ook hier geldt weer, wanneer het gordijn onderbroken wordt ontstaat er een alarm.

Detectie, gebaseerd op een capacitief veld, kan gebruikt worden om vrijstaande, drie-dimensionale voorwerpen te beschermen. Een onzichtbaar veld ‘omhult’ het object. Benadering van het object  resulteert in een alarm. Het veld is instelbaar tot max. 60 cm.

Een eenvoudige variant hiervan reageert op drukverschillen. Drukgevoelige sensoren worden onder het object geplaatst. Variatie in druk geeft een alarm.

Natuurlijk kunnen dit soort detectoren, net als glasbreukmelders, deurcontacten en wat dies meer zij, gekoppeld worden aan een centraal beveiligingssysteem. Dat kan middels bekabeling, maar om een flexibele inzet van deze technieken mogelijk te maken, wordt in toenemende mate gebruik gemaakt van draadloze verbindingen.

Indien rechtstreekse koppelingen aan (bestaande) beveiligingssystemen worden gemaakt is het goed er op te wijzen dat een aantal van deze detectietechnieken buiten de NEN 50131-2-X normen vallen en derhalve als maatwerk gecertificeerd moeten worden, indien gewenst.

In strikte zin is certificering niet aan de orde, het geheel van de betrokken detectietechnieken dient slechts ter ondersteuning van de beveiliging in de dagsituatie. 

Een elegantere methode om tot een geheel van geïntegreerde voorzieningen te komen is door gebruik te maken van draadloze verbindingen. In beginsel gaat het hier om een autonoom objectbeveiligingssysteem, (doorgaans) bestaande uit een PC, waarop een geëigend software pakket wordt geïnstalleerd. De PC is verbonden aan één of meerdere ontvangers, die, binnen het ontvangstbereik, signalen van draadloze detectoren kunnen ontvangen. Zo kan bekabeling tot een minimum worden teruggebracht. Naast de hiervoor genoemde partiële voorzieningen – die ook draadloos aan het systeem gekoppeld kunnen worden – kan een heel scala van detectoren gebruikt worden. Detectoren die reageren op trilling, actief en passief infrarood, ultrasoon, magneetcontacten, ieder van deze detectietechnieken is toegesneden op het te beveiligen object. Zo is 95% van alle objecten wel op de een of andere wijze te beveiligen, waarbij niet onopgemerkt mag blijven dat inmiddels ook beelden in de buitenruimte op een adequate wijze beveiligd kunnen worden.

Een alarm veroorzaakt door één van de detectoren wordt als een alarmmelding op de PC weergegeven, waarna, op basis van vastgestelde procedures de alarmopvolging kan plaats vinden. Doorkoppeling van de alarmmelding naar een CCTV systeem – zodat object, ruimte en vluchtweg in beeld worden gebracht (en vastgelegd) – of doorkoppeling naar GSM, DECT telefoons of portofoons, ondersteunen de opvolging. Deze koppelingen kunnen rechtstreeks gemaakt worden of verlopen via een management- of algemeen beveiligingssysteem. 

Objectbeveiliging, de formele benadering 

Bij de formele benadering kan objectbeveiliging als integrerend of als aanvullend bestanddeel van een algemeen beveiligingsplan gezien worden, naast gebieden als organisatie, bouwkundige voorzieningen, brandbeveiliging, schilbeveiliging, enz.

Als deel van de algehele risicoanalyse dient dus ook het deelgebied van de objectbeveiliging in kaart gebracht te worden. Een aantal aspecten is daarbij van belang:

     objectbeveiliging is geen autonoom gebied, er is een organisatorische en technische verwevenheid met de overige deelgebieden. Deze wisselwerking dient in het plan tot uitdrukking te komen.

     objectbeveiliging heeft consequenties voor de (beveiligings)organisatie; bemanning, procedures en kennis dienen daarmee in overeenstemming te worden gebracht.

     objectbeveiliging, wellicht méér dan de overige deelgebieden, raakt aan de collectie; het verdient aanbeveling om de verantwoordelijke(n) voor het collectiebeheer in een vroeg stadium bij de analyse en de uiteindelijke implementatie te betrekken. Ook het creëren van draagvlak speelt hierbij een rol.

     objectbeveiliging is een betrekkelijk nieuwe ontwikkeling, niet iedere organisatie – ook niet de reguliere beveiligingsleverancier – beschikt over voldoende kennis en kunde op dit specifieke deelgebied. Gekwalificeerd extern advies kan een zinvolle aanvulling betekenen.

De breedte van deze aspecten geeft aan dat de invoering van objectbeveiliging duidelijk een managementverantwoordelijkheid dient te zijn. 

Als resultante van de risicoanalyse zal in de meeste gevallen een plan van aanpak ontstaan. In dat plan maakt objectbeveiliging een integrerend deel van het geheel uit. In de uitvoering van dat plan dient zich de keuze van techniek en procedure aan. Op het vlak van de techniek ligt het in de rede dat gekozen zal worden voor een (draadloos) objectbeveiligingssysteem, waarbij systeem bedoeld is als het functionele geheel van detectie, alarmoverdracht en alarmweergave, zoals hiervoor omschreven onder ‘geïntegreerde voorzieningen’. Een beperkt aantal leveranciers voorziet hierin. Bij de keus stelt zich een probleem. Daar waar voor inbraakalarmsystemen geldende normen zijn die als referentie kunnen dienen – NEN 50131-1 t/m 6 – geldt dat (nog) niet voor draadloze objectbeveiligingssystemen. In het huidige preadvies aan de Raad Criminaliteitspreventie worden draadloze inbraakalarmsystemen aangemerkt als bruikbaar in risicoklasse 2. Een museum wordt doorgaans aangemerkt als risicoklasse 4. Het is daarom van belang een objectbeveiligingssysteem niet te zien (of the gebruiken) als een inbraakalarmsysteem. Uit het voorgaande mag overigens niet de conclusie worden getrokken dat er voor draadloze toepassingen geen richtlijnen of normen zijn:

NEN 50131-5-3 geeft standaards voor draadloze inbraakalarmsystemen die in delen ook van toepassing zijn op objectbeveiligingssystemen (o.m. signaalsterkte, identificatiecodes, interferentie, eisen t.a.v. antennes en nog een aantal zaken meer).

Daarnaast is er de Europese richtlijn 1999/5/EC (R&TTE directive), resulterend in het ERC/DEC/(01)04 besluit waarbij de 868 Mhz. frequentieband is gekozen als de te gebruiken band voor draadloze beveiligingssystemen (868.0 – 868.6 Mhz.). De eisen die hierin worden gesteld zijn stringent (ten aanzien van duty-cycle, interferentie, zendvermogen). In een aantal Europese landen is daarmee het gebruik van andere frequenties voor draadloze beveiligingssystemen, zoals bijvoorbeeld de 433 Mhz. band verboden. De 433 Mhz. band wordt ondermeer gebruikt voor huishoudelijke toepassingen zoals garageopeners, tuinsproeiers e.d. waarbij gebruik gemaakt wordt van een groot zendvermogen, wat de kans op interferentie vergroot en derhalve als onveilig wordt gezien.

Behoudens compatibiliteit met richtlijnen zijn er nog een aantal andere overwegingen bij de keus van het objectbeveiligingssysteem: installatievoorzieningen, detectoren, gebruiksvriendelijkheid en fysieke integratie.

Voor wat de installatievoorzieningen betreft zijn er twee aspecten die aandacht verdienen: de bekabeling die nodig is om de ontvangers aan het centrale gedeelte van het systeem te verbinden (de PC in de meldkamer) en de noodstroomvoorziening.

Ideaal is een vaste kabelverbinding tussen ontvanger en centraal gedeelte. Indien door (bouwkundige) omstandigheden dit op bezwaar stuit, kan gekeken worden naar verbindingen via een locaal data-netwerk. Als ook dat niet tot de mogelijkheden behoort, kan gedacht worden aan het gebruik van repeaters (draadloze zend/ontvangers).

Indien een meldkamer, of de locatie waar het objectbeveiligingssysteem geplaatst wordt, niet beschikt over een centrale noodstroomvoorziening verdient het aanbeveling het systeem te voorzien van een UPS (Uninterrupted Power Supply).

De verscheidenheid van de objecten die beveiligd moeten worden bepaalt de verscheidenheid van detectoren die gebruikt zullen worden en daarmee de keus van het systeem. In algemene zin geldt dat hoe groter de flexibiliteit van het systeem is ten aanzien van het type en aantal detectoren dat gebruikt kan worden, des te eenvoudiger het is adequate oplossingen te vinden waar en wanneer dat nodig is. In het bijzonder bij wisselende tentoonstellingen is dat van belang.

Gebruiksvriendelijkheid van het systeem hoeft, bij de huidige stand van de techniek, geen issue te zijn en is veeleer een kwestie van voorkeuren. Toch zijn er wel enkele vuistregels te noemen. Eenvoud is kenmerk van het ware, een overload aan informatie wanneer er een alarmmelding ontstaat werkt averechts, informatie moet eenduidig zijn en niet voor in
terpretatie vatbaar. Een flexibele paswoordstructuur biedt de mogelijkheid de toegang tot het systeem in overeenstemming te brengen met de verleende verantwoordelijkheden, zonder dat dit een beperking inhoudt aangaande de weergave van relevante statusinformatie.

Wijzigingen in objectbestanden, bij wisseling van een tentoonstelling bijvoorbeeld, moeten mogelijk zijn zonder dat toegang ontstaat tot systeemparameters. De rapportage van het systeem dient flexibel en inzichtelijk te zijn.

Regelmatig worden objectbeveiligingssystemen gekoppeld aan CCTV systemen en/of PZI installaties. Van recentere datum is de integratie van het objectbeveiligingssysteem met een managementsysteem. Daarbij worden de (alarm)meldingen van het objectbeveiligingssysteem, samen met meldingen van het inbraakalarmsysteem, brandalarm, etc. op gelijke wijze afgehandeld door het managementsysteem. Ook de aansturing van CCTV en PZI installatie verloopt dan via het managementsysteem. 

Of het nu gaat om een managementsysteem of een objectbeveiligingssysteem, in beide gevallen dienen procedures ontworpen en vastgelegd te worden die het gebruik van het systeem complementeren. Behoudens de technische configuratie spelen daarbij bouwkundige omstandigheden, risicoafweging, inzetbaarheid en taakomschrijving van (beveiligings)personeel een rol. Aanbevelingen op dit vlak vallen niet binnen de context van deze bijdrage. 

Uit het geheel van overwegingen dat hiervoor gegeven werd mag geconcludeerd worden dat objectbeveiliging een legitieme plaats verdient naast ‘essentieel’ geachte voorzieningen als inbraakbeveiliging, toegangscontrole of camerabewaking. In sommige gevallen is het een aanvulling op de bestaande voorzieningen, maar in de meeste gevallen zal het een versterking daarvan betekenen, een geheel dat méér is dan de samenstellende delen.

 schuuring@euronova-nl.nl

http://www.euronova-nl.nl 

 

Leave a Reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.