Museum Security Network

KUNSTROOF, RUUD SPRUIT EN “MINUSCULE CHIPS OM EEN GESTOLEN OBJECT VIA DE SATELLIET TE TRACEREN”

KUNSTROOF, Ruud Spruit en “minuscule chips om een gestolen object via de satelliet te traceren”

06/09/2009 – 09:20

Op http://www.museumbeveiliging.com/?p=1659 en http://www.museumbeveiliging.com/?p=1665 besteedde ik al ruime aandacht aan het door Ruud Spruit ingeleide, vertaalde en ‘bewerkte’ boek van Jonathan Webb en het Art Loss Register “KUNSTROOF, een museum van verdwenen meesterwerken”.

Enkele beweringen van Spruit over de techniek van beveiligen kunnen niet zonder reactie blijven. Het gaat vooral om de volgende passage uit zijn inleiding tot het boek: “De ontwikkelingen op het gebied van objectbeveiliging gaan heel snel. Het is al mogelijk met minuscule chips een gestolen object via de satelliet te traceren. Er is materiaal in de handel waarbij (ik vermoed dat Spruit hier bedoelt ‘waarmee’) een voorwerp onzichtbaar kan worden gemerkt”.

TRACEREN VIA SATELLIET

Dat Spruit als museumdirecteur de ontwikkelingen in de beveiliging vele jaren helemaal niet volgde heb ik zo langzamerhand voldoende duidelijk gemaakt. Dat hij echt niet weet waar hij over schrijft maakt hij in bovenstaand citaat zelf duidelijk. Er bestaan helemaal geen minuscule chips waarmee objecten via de satelliet getraceerd kunnen worden. Dat is een sciencefiction verhaal. Er bestaan minuscule chips met behulp waarvan verplaatsing van objecten kan worden gesignaleerd. Dergelijke minuscule chips worden bijvoorbeeld gebruikt in moderne bibliotheken waar lezers boeken zelf kunnen in- en uitchecken, in de detailhandel om diefstal te bestrijden en voorraden te beheren en in logistieke bedrijven om verplaatsingen te administreren. Die minuscule chips moeten gelezen worden via antennes in detectiepoortjes of via handlezers (denk bijvoorbeeld aan de Talking Tags van Helicon Conservation Services). Dergelijke chips kunnen alleen gelezen worden op een afstand van 1 of 2 meter (maximaal). Er zijn testen gaande om chips, in dit geval radio Frequency Identification chips (RFID), over grotere afstand met behulp van lasertechnologie te lezen. Dan gaat het bijvoorbeeld om loodsen van transport- en productiebedrijven. Via de satelliet traceren (en volgen) is met dergelijke minuscule chips niet mogelijk.

Toch kunnen gestolen objecten zoals (vracht)auto’s op grote afstand gelokaliseerd worden. Daar is echter een techniek voor nodig waarbij een in de auto verborgen zender continu signalen uitzendt naar satellieten vergelijkbaar met de navigatiesystemen in auto’s en schepen. Er is contact met minimaal drie satellieten nodig om de locatie van een object te bepalen. Voor het zenden van dat signaal is elektrische voeding nodig en dat kan helaas nog niet met minuscule chips. Het kleinste formaat is dat van een GSM telefoon. Voor het ontvangen en doorzenden van dat signaal, en om de locatie te bepalen, is een woud aan ontvangers en zenders gebouwd over de hele wereld. Die GSM telefoon heeft een batterijvoeding die maximaal een week stand-by mogelijk maakt. Wanneer er echter continu met de ontvangers gecommuniceerd wordt is die batterij veel eerder leeg. De voeding van navigatiesystemen op batterij raakt bij continu gebruik – en dat is nodig wanneer je wilt navigeren – na een uur of zes al uitgeput. Om die reden worden navigatiesystemen altijd geleverd met een oplaadverbinding via de sigarettenaansteker in de auto.

De Groningse universiteit volgt de trek van de Grauwe Kiekendief naar Afrika met behulp van een zendertje dat op de rug van die vogel is aangebracht. Het zal duidelijk zijn dat een dergelijk zendertje niet meer dan een gering aantal grammen mag wegen en dat de vogel dus niet met een accu op zijn rug op pad kan worden gestuurd. De universiteit heeft dat probleem opgelost met een kleine zonnecel die voldoende energie levert om eens per dag contact te maken met de vogels. Deze technologie – we mogen niet verwachten dat gestolen schilderen in de buitenlucht getransporteerd worden – biedt dus geen soelaas bij het traceren van gestolen museumobjecten.

Er moet een onderscheid gemaakt worden tussen passieve chips (in boeken en detailhandelproducten) die vlak langs een detectiepoort moeten gaan om gesignaleerd te worden en actieve, door batterij of anders gevoede chips die op grote afstand gevolgd kunnen worden. Deze laatste chips kunnen van dienst zijn bij het traceren van objecten, maar zijn door de noodzakelijke elektrische voeding aanzienlijk groter van omvang en dus geheel nutteloos bij de beveiliging van kunstvoorwerpen. Het spijt mij voor Spruit, maar ook op dit onderdeel slaat hij op pijnlijke wijze de plank volledig mis. Het ware beter geweest als hij zich verdiept had in deze materie alvorens zich deskundigheid aan te matigen. De gewapende overvallers die in Oslo De Schreeuw en De Madonna van Munch roofden sloegen buiten meteen de lijsten kapot omdat ze vreesden dat die voorzien zouden zijn van apparatuur om de schilderijen te volgen. Chips, groot of klein, worden natuurlijk door dieven verwijderd. Het wordt helemaal interessant wanneer ze ze als een postpakketje naar een ver land sturen. Track-and-trace techniek kan zelfs gebruikt worden om de politie te misleiden.

ONZICHTBAAR MARKEREN

De techniek van onzichtbaar markeren is absoluut niet nieuw. Een jaar of veertig geleden werden al pennen op de markt aangeboden met onzichtbare inkt waarmee men eigendommen kon markeren. Op die onzichtbare inkt – de meeste musea en bibliotheken willen absoluut niet dat hun objecten met die inkt beschreven worden – borduurde Print-Lock Corporation in de Verenigde Staten een tiental jaar geleden voort en voegde aan de inkt een DNA patroon toe in de DNA Print-Kit.  Voor een bedrag van ongeveer € 100,00 kunnen vele honderden objecten onzichtbaar gemarkeerd en van een DNA code voorzien worden.  Niets is echter zo gemakkelijk als het lijkt. Wordt een gestolen object teruggevonden dan wordt het nog een hele klus via een laboratorium te onderzoeken of het DNA profiel in de markering overeenstemt met dat uit de Print-Kit van de gedupeerde eigenaar.

Het kan veel gemakkelijker. In de Print-Kit zit een stempelkussen met onzichtbare inkt. Markering met behulp van de eigen vingerafdruk is zeker zo simpel en misschien zelfs doeltreffender.

Sinds ruim een jaar wordt in Nederland een andere techniek aangeboden op basis van DNA. Ook dan zullen de gestolen voorwerpen eerst teruggevonden moeten worden en zal bij onduidelijkheid over het rechtmatige eigenaarschap van de objecten onderzoek moeten plaatsvinden aan de hand van de DNA database van de leverancier van dit product. Mocht het gestolen object inmiddels in handen zijn van een koper te goeder trouw dan helpt de markering wel om aan te tonen wie de juridische eigenaar is, maar die eigenaar zal toch aan de goede trouw bezitter van het gestolen object compensatie moeten betalen.

Spruit schrijft zelf dat “.. veel van deze (gestolen) kunstwerken zijn voor immer verloren gegaan”.  Hij heeft op dit punt gelijk. Dat die objecten voor immer verloren gingen had niet kunnen worden voorkomen door welke markeringstechniek dan ook. Dat kan alleen maar worden voorkomen door een professionele beveiliging en, dat geeft Spruit keer op keer aan, “in de handen van beveiligers” wil hij “niet vallen”. Hij heeft niets geleerd van de roof uit zijn voormalige museum.

Ton Cremers

toncremers@museum-security.org

Leave a Reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.