Museum Security Network

Kees Verwey: Relaas van een gewelddadige overval, het verlies en een doodlopend onderzoek

Gestolen kunst is verloren kunst

Relaas van een gewelddadige overval, het verlies en een doodlopend onderzoek

Gepubliceerd: 25 maart 2008 06:30 | Gewijzigd: 26 maart 2008 08:14

Tatiana Scheltema

Wat gebeurt er als je thuis wordt beroofd van je schilderijen? Weinig. Gestolen kunst wordt niet geregistreerd en de politie ontbeert kennis. Een persoonlijk verhaal van Tatiana Scheltema.

Maandag 7 januari om half zeven ’s avonds wordt mijn vader bij een gewelddadige overval beroofd van zes van zijn geliefde schilderijen. Het betreft een zelfportret, een stilleven en een landschap van Kees Verwey, een werkje van Adjasvili, een stilleven ‘met pot en tinnen lepel’ van de joodse schilder en elektrotechnicus C.A. Feldmann en een havengezicht van G.A. Delfgaauw. 

De eerste vijf werken zijn volgens verzekeringspapieren ooit getaxeerd op ruim 80.000 gulden. Het havengezicht van Delfgaauw komt er niet in voor, dat heeft mijn vader later gekocht. 

De volgende dag belt hij mij en vertelt dat er „iets vervelends” is gebeurd, en nee, ik hoefde niet langs te komen, maar het lijkt hem gezellig om samen te eten. 

Onderkoeld vertelt mijn vader het verhaal. Hoe er, de avond ervoor, wordt aangebeld, en hij de deur open doet. Dat een jongen de weg vraagt naar het Amsterdams Medisch Centrum AMC, dat hij al onraad voelt, maar dat het te laat is om nog de deur dicht te doen. Dat er opeens nog een man is, met een bivakmuts en een slagersmes, dat ze binnendringen, hem op de grond werken, vastbinden, en een doek over zijn hoofd leggen. Dat hij ze geld biedt, maar dat ze dat weigeren. 

Terwijl één van de mannen zijn bankpassen meeneemt om zijn rekeningen leeg te trekken – onder bedreiging van het mes had mijn vader de pincode gegeven – blijft de ander bij hem. Er ontspint zich een gesprek. Uit het proces-verbaal: „Dader één begon een gesprek met mij te voeren. Ik hoorde dat hij zei dat hij in een klein huis woonde en een kutbestaan had. Ze waren straatarm. Ik hoorde dat hij vroeg wat voor werk ik deed. Ik zei dat ik tot vorig jaar rechter was. Naar mijn idee schrok de dader hier van. Ik hoorde dat hij zei: ‘Als de politie me pakt, wordt het vijf jaar.’” 

Als de tweede man terugkomt, sluiten ze mijn vader op in de wc door de deur aan de buitenkant te barricaderen. Een angstig moment, want een paar dagen opgesloten zitten, is geen prettige gedachte. Hij weet niet wanneer de werkster komt, die houdt haar eigen schema aan. Met de zwanenhals van het fonteintje lukte het hem om een gat in de deur te slaan. Meteen belt hij 112. 

De politie is binnen vijf minuten ter plaatse en doet dezelfde avond een buurtonderzoek. Dat houdt in: aanbellen bij de buren in de straat om te vragen of iemand iets verdachts heeft gezien. Zo’n onderzoek is in de buurt van mijn vader gauw klaar. Het is een rustige buurt met veel kantoren. De mensen die er wonen zijn op vakantie. Niemand heeft iets gezien. 

Dinsdag volgt een technisch sporenonderzoek. Er worden vingerafdrukken afgenomen, er wordt gezocht naar genetisch materiaal. Al met al zijn er weinig sporen. 

Als ik ’s middags langskom, gapen de lege muren me aan. Een atelierstuk van Kees Verwey staat, losgesneden van de nylon draden waaraan het was bevestigd, op de grond. Blijkbaar was het te groot om mee te nemen. Over de oppervlakken die de daders mogelijk hebben beroerd, ligt een zwart poeder: het metaalgruis, waarmee vingerafdrukken zichtbaar worden gemaakt. 

De schilderijen die zijn gestolen, ken ik al lang. Ik kan moeilijk verkroppen dat ik ze nooit meer zal zien. Dat een stelletje gajes mijn vader belaagt om een paar schilderijen en ermee weg zal komen. Mijn vader had niet de indruk dat zijn belagers kunstkenners waren. Maar omdat ze ervoor kozen die schilderijen mee te nemen – en het tafelzilver en een nieuwe camera lieten liggen – moeten ze het idee hebben gehad ze ergens te kunnen slijten. 

In de dagen die volgen probeer ik te achterhalen wat de dieven met hun buit zouden kunnen doen. „Kunstwerken uit deze ‘klasse’ gaan in de eerste paar dagen na een diefstal razendsnel en herhaaldelijk van hand tot hand”, zegt Ton Cremers, veertien jaar lang hoofd beveiliging van het Rijksmuseum en nu zelfstandig veiligheidsadviseur met zijn bedrijf Museum Security Network. „De doorsnee handelaar zal zich er – in deze fase – niet aan branden. En je kunt als koper nooit volhouden dat je te goeder trouw bent als je van iemand die niets van kunst weet een Kees Verwey koopt. Handelaren weten dat. Maar zodra je een werk op een rommelmarkt koopt heb je wél schone handen. Kijk maar, zegt zo’n handelaar dan, het werd voor iedereen zichtbaar aangeboden.” 

Cremers adviseert om rommelmarkten af te lopen, en zo snel mogelijk foto’s van de schilderijen rond te sturen en te plaatsen op sites als www.gestolenkunst.nl, een particulier initiatief. 

Op de brug van de Prinsengracht zie ik een aftands autootje rijden met op de achterbank wat schilderijen. De bestuurder is een man met een baard. Ik zie rare dingen, denk ik, maar schrijf het kenteken toch op, en geef het door aan de politie. 

Mijn vader heeft alle vertrouwen in het overvalteam van het bureau aan de Van Leyenberghlaan in Amsterdam. Zij doen, zegt hij, hun uiterste best om de daders op te sporen en de gestolen kunstwerken te traceren. 

Hoe gaat zoiets in zijn werk? Ik bel de politie en krijg een rechercheur van het overvalteam aan de lijn. Het onderzoek is in volle gang, maar nee, echt vooruitgang wordt er niet geboekt. Ik vraag of hij weet wat de daders met die gestolen schilderijen gaan doen. „Nauwelijks”, zegt hij. „We hebben geen kunstexpertise in huis.” 

Een week later ga ik langs bij het overvalteam. Er is geen nieuws. Het onderzoek heeft geen mogelijke verdachten opgeleverd. „Er wordt weleens wat teruggevonden”, zegt een rechercheur van het team die al dertig jaar bij de politie werkt. „Veel is het niet. Het probleem is dat gestolen kunst geen andere behandeling krijgt dan andere gestolen spullen. Dvd-recorders, juwelen, computers, of kunst – in de huidige opzet is het allemaal één pot nat.” 

Alle mogelijke sporen zijn nagelopen, zegt de rechercheur. De schilderijen van mijn vader zijn aangemeld bij de dienst Nationale Recherche Informatie (NRI). Zelfs het kenteken van het aftandse autootje is nagetrokken. Het bleek van een keurige familie te zijn. Hij is somber over de zaak. „We moeten het hebben van een gelukje.” 

Twee weken later zit het onderzoek op een dood spoor. Ik krijg de tactisch coördinator van het overvalteam aan de lijn. Bij wijze van laatste strohalm is besloten de zaak aan te brengen bij het televisieprogramma Opsporing Verzocht. Besloten wordt de overval zo realistisch mogelijk na te bootsen. Als stand-in van mijn vader wordt Joop ingezet, de gepensioneerde technisch onderhoudsmonteur van het bureau Van Leyenberghlaan. 

Mijn vader is geen vaste kijker van het programma. Als de crew komt draaien, maakt hij zich uit de voeten. „Misschien levert het iets op”, zegt hij. Maar hij wil de reconstructie van de overval niet meemaken. 

Tijdens de scène waarin de boeven Joop het huis in duwen en bedreigen met een mes verschijnt op de stoep opeens een woest uitziende man met een snoeizaag in de hand. Het blijkt de tuinman van de overburen te zijn. Hij had gehoord dat meneer Scheltema eerder was overvallen, en hoorde nu iets raars. Toen hij twee mannen met een bivakmuts zag
, besloot hij in te grijpen. „Voor hetzelfde geld”, zegt de cameraman, „had hij uitgehaald met die zaag.” 

Na de uitzending komen er zeven tips binnen. De meeste zijn niet heel serieus. De dader zou iemand van de Thuiszorg kunnen zijn. Of: heeft de politie wel gecheckt of er gepind is met die bankpassen? „Ja, we zijn toch niet achterlijk”, zegt de technisch coördinator. Eén tip is van iemand die meent de Meibloesem van Verwey op een veiling te hebben zien hangen. Navraag leert dat het er wel op leek, maar het niet was. 

Eind februari stelde D66 kamervragen naar de gang van zaken rond het register voor gestolen kunst. Maar bij het ministerie van OCW zijn ze er nog allerminst uit, zegt een woordvoerder desgevraagd. „Wij hebben eerst de markt onderzocht. Dat resulteerde in het rapport Schone Kunsten, eind vorig jaar. Nu gaan we kijken: wat moet er in zo’n database? Wordt hij openbaar, of juist niet? Wie krijgt welke verantwoordelijkheden, hoe wordt het gecoördineerd, wie krijgt er toegang?” Er is inmiddels overleg over de kwestie, weet hij toevallig. Hij beaamt: „Het heeft zeker een tijdsverloop gekend.” En: „Waar niets is, verliest zelfs de keizer zijn recht.” 

Schilder/aquarelist Kees Verwey (1900-1995) woonde in Haarlem. Hij leidde een teruggetrokken bestaan en bleef het liefst in zijn atelier. 

Hij had beroemde ooms: de dichter Albert Verwey (1865-1937) en de architect H.P. Berlage (1856-1934). 

Kees Verwey is bekend van onder meer zijn bloemstillevens met sprankelende lichteffecten en rake, bijna confronterende portretten. 

Op de website gestolenkunst.nl kunnen kunstenaars, galeries en particulieren hun gestolen kunst aanmelden. „Je kunt pikken wat je wilt”, zegt kunstenaar Lida Dijkstra die het particuliere register vijf jaar geleden begon om ‘het de kunstdieven wat moeilijker te maken’. „Er wordt toch niks mee gedaan.” 

De site is gratis en openbaar; het enige criterium voor vermelding op haar site is dat er een proces-verbaal is opgemaakt. Regelmatig ontvangt ze anonieme tips met informatie over gestolen kunst die tot teruggave leiden, bijvoorbeeld vorig jaar na de diefstal van beelden uit de tuin van het Singer Museum in Laren. Dijkstra wordt om haar expertise ook door politiemensen gebeld. 

Op gestolenkunst.nl staan een aantal praktische tips om de kans te vergroten dat gevonden gestolen kunst bij de rechtmatige eigenaar terugkomt. Zo adviseert Dijkstra kunstenaars om altijd een duidelijke signatuur of logo aan te brengen, bij voorkeur ook op een onopvallende plek als de achterzijde. Maak ook altijd foto’s van kunstwerken, voorzie ze eventueel van een chip of sensor. 

Aan kunstbezitters adviseert Dijkstra ook alle kunstwerken in huis te fotograferen en ze te voorzien van postcode en huisnummer ( bijvoorbeeld ‘1711 TB – 2’).Bij verhuizing kan achter de gegevens een kruis, en vervolgens de nieuwe postcode en huisnummer gezet worden (bijvoorbeeld 1711 TB-2 X 1844 NN-6). 

Victorine Stille, directeur van het Art Loss Register, afdeling Amsterdam (zie kader rechts) adviseert gedupeerden verder op veilingsites als Marktplaats, Speurders, en eBay te speuren naar gestolen waar. „Die sites zijn een verzamelplaats voor kunstcriminaliteit”, aldus Stille. 

Hoeveel kunstobjecten in Nederland zijn gestolen of worden vermist, is onbekend. In tegenstelling tot veel andere landen, worden gestolen kunstobjecten in Nederland niet in een centrale database geregistreerd. Tot 2002 was bij de Centrale Recherche Inlichtingendienst (CRI), de voorloper van de dienst Nationale Recherche Informatie, wel zo’n register dat door een kunstminnende rechercheur werd bijgehouden. 

Na het vertrek van deze rechercheur is het register overgedragen aan het Art Loss Register (ALR), een van oorsprong Engelse, commerciële organisatie waar particulieren, musea en verzekeringsmaatschappijen gestolen kunst kunnen laten registreren. Medewerkers van het ALR pluizen de database met 180 duizend objecten uit, aan de hand van catalogi van grote beurzen en sommige veilingen, maar ook in opdracht van particulieren en verzekeringsmaatschappijen. Veilinghuizen Christie’s en Sotheby’s zijn grootaandeelhouders van het ALR. Betaling van 500 euro geeft recht op dertig zoekacties per jaar in het register. In Nederland maken slechts vijf kunsthandelaren er gebruik van. 

Op dit moment wordt wel gebouwd aan een database voor gestolen kunst in opdracht van het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD), zegt Wim van Weegen, woordvoerder op het ministerie van Justitie. Hoe dit register – in 2001 al toegezegd door toenmalig staatssecretaris van Cultuur Rick van der Ploeg– er uit gaat zien, wordt bepaald door het KLPD onder verantwoordelijkheid van het ministerie van OCW. Er is contact met de Fransen over koppeling aan hun systeem. Justitie is betrokken vanwege de rechtshandhaving. Meer kan Van Weegen er niet niet over vertellen. 

De internationale politieorganisatie Interpol brengt sinds 2006 een dvd uit met gestolen kunst: de Interpol database Stolen Works of Art, waarop 180 landen zijn aangesloten. Nederland ontbreekt in het cijfermatig overzicht van gestolen kunst. 

Tatiana Scheltema is freelance journalist

http://www.nrc.nl/   http://www.museum-security.org   http://www.museumbeveiliging.com   http://handboekveiligheidszorgmusea.nl

Leave a Reply

%d bloggers like this: