Museum Security Network

Herinneringen van een museumbeveiliger – gratis weekend Parijs voor twee personen

De afgelopen vijftien jaar overkwam het mij meerdere keren dat vraagtekens geplaatst werden bij de vertrouwelijkheid van mijn werk als adviseur beveiliging en veiligheid in de erfgoedsector.

Er waren momenten waarop ik in de gelegenheid werd gesteld uitleg te geven over mijn optreden in de pers en op het internet. Mogelijk werden die vragen ook achter mijn rug gesteld. In slechs 1 geval kreeg ik botweg van een conservator te horen dat ik een opdracht niet kreeg omdat het bestuur van de Gelderse Kastelen mij reeds veroordeeld had als niet integer. Zo af en toe kom je verliezers in je leven tegen die zich behaaglijk voelen in de rol van aanklager, rechter en beul; multi-getalenteerde bangerikken die de ‘verdachte’ zijn kans op weerwoord misgunnen. Het is helaas niet anders.

Ooit was ik voor een museum werkzaam, ingehuurd door de facilitymanager, zonder dat de directrice van het betreffende museum daarover geinformeerd was. Ze was ‘not amused’ toen ze hierover hoorde en stelde mij de indringende vraag hoe het zat met mijn vertrouwelijkheid omdat ik menig keer in de publiciteit commentaar leverde op incidenten in de museumwereld.

Ik kon haar zorg wegnemen en stelde haar een geheel verzorgd weekend Parijs, inclusief partner, in het vooruitzicht als ze ook maar 1 voorbeeld kon vinden waaruit bleek dat ik de vertrouwelijkheid tussen mij en mijn opdrachtgever schond.

Dat voorbeeld kon ze, natuurlijk, niet geven. Interessant is – nee, we noemen geen namen – dat ze mijn opdacht tot het maken van een risicoanalyse opschortte toen ik meldde grote vraagtekens te zetten bij de beveiliging van haar instituut, met name in het licht van een naderende tentoonstelling met veel kostbare bruiklenen uit binnen- en buitenland.

De opdrachtgever is de baas, dus ik diende mijn werkzaamheden en rapportage uit te stellen, echter niet zonder, vooruitlopend op mijn definitieve rapportage, een tussentijds verslag te overhandigen met daarin mijn overtuiging dat de tentoonstelling niet verantwoord was.

De tentoonstelling ging door, zonder inachtneming van mijn bevindingen, en gelukkig deden zich geen incidenten voor.

Ik leerde van deze casus, dat het blijkbaar bestaat dat een museumdirecteur willens en wetens bruiklenen in huis haalt terwijl dat niet verantwoord is. Deze kwestie dateerde enkele jaren voor de ‘blitzinbraak’ en diefstal in De Kunsthal (heb ik nooit voor gewerkt). De directricve daar trachtte zich weliswaar onder haar verantwoordelijkheid uit te bluffen met een de-beveiliging-is-state-of-the-art verklaring, maar later werd duidelij dat er al jaren onvoldoende budget was voor de beveiliging. Na die internationaal geruchtmakende inbraak in De Kunsthal werd de beveiliging opgewaardeerd waarmee naast het begrip state-of-the-art,  ‘stater-of-the-art’ en ‘statest-of-the-art’ waren geboren. Ook een voorbeeld waarbij willens en wetens dat het niet verantwoord was kostbare kunstwerken in huis werden gehaald. Juichende bezoekstatistieken wegen blijkbaar zwaarder dan verantwoorde beveiliging.

De buurman van De Kunsthal, Jelle Reumer, directeur van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam (nooit mijn opdrachtgever geweest) mailde mij zelfs dat de overheid te weinig budget beschikbaar stelt voor een goede beveiliging. Reumer schoot met die zelfingenomen wijsheid zichzelf in de voet, want hij realiseerde zich niet dat dit feitelijk een schuldbekentenis is: er van overtuigd dat er te weinig geld is voor beveiliging en dan toch kostbare bruiklenen aanvaarden of kostbare eigen collectie in gevaar brengen. Op Jelle Reumer kom ik nog terug in mijn Herinneringen…

Heb ik meer voorbeelden van onverantwoord omgaan met de beveiliging? Natuurlijk: denk onder andere aan het Westfries Museum en het Museon. Waarom kan ik die beide musea noemen? Omdat ze nooit mijn opdrachtgever waren. Zijn er meer voorbeelden? Ja…..

Daar informatie over geven zou betekenen dat ik mededelingen doe over (ex-)opdrachtgevers. Ik verkeer niet in de positie om allerlei opdrachtgevers te tracteren op geheel verzorgde weekenden Parijs. Dus doe er liever het zwijgen toe.

Sprak ik dan nooit over een opdrachtgever? Jazeker wel: dat is 1 keer gebeurd, na de brand in het Armando Museum. Er diende toen een groter belang: de rol van sprinklers in musea, bibliothken, archieven etc. Op die rol kom ik nog terug in de reeks Herinneringen. Gaf ik vertrouwelijke informatie prijs over het Armando Museum? Natuurlijk niet. Echter, zelfs in algemene zin werden mijn sprinkleropmerkingen in de pers niet in dank afgenomen, gezien de reacties van Yvonne Ploumen (via e-mail) en Gerard de Klein (in mijn gezicht vlak voordat hij tijdens een sprinklerbijeenkomst in het Catharijne Convent tijdens de presentaties in slaap viel). Ik zou de relatie tussen het Armando Museum en de gemeente Amersfoort geschaad hebben. Mocht dat al waar zijn – ik betwijfel dat nog steeds – dan gooiden Ploumen en De Klein daar niet een schepje, maar een schep bovenop toen ze korte tijd later de gemeente in de pers schoffeerden. Ook daar kom ik nog op terug. Het nieuwe Armando Museum in Landhuis Oud Amelisweerd zal ik een dezer weken met een bezoek vereren; mij bereiken namelijk verontrustende signalen over de beveiliging.

Mochten er ‘gedupeerden’ zijn die menen recht te hebben op dat geheel verzorgde weekend Parijs, dan kunnen ze zich melden via toncremers@gmail.com.

Ton Cremers

 

Leave a Reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.