Museum Security Network

Diefstal- en incidentenregistratie cultuurgoederen

Diefstal- en incidentenregistratie cultuurgoederen

Dit artikel werd voor het eerst mei 2005 geplaatst op de Museum Security Network website.

‘Incidenten’ in Nederlandse musea de afgelopen jaren waren aanleiding voor de Nederlandse Museumvereniging een onderzoek in te laten stellen door Gerard de Baay naar de mogelijkheden de beveiliging van de musea op een hoger plan te brengen. Een van de aanbevelingen in het rapport van De Baay was het opzetten van een incidentenregistratie. Een werkgroep heeft zich de afgelopen twee jaar gebogen over de uitvoering van dit advies. De werkgroep kwam tot de aanbeveling twee sporen te volgen: – opzetten van een database gestolen kunst bij de landelijke politiedienst – centrale incidentenregistratie ten behoeve van de erfgoedsectorDe registratie van incidenten zou zich niet moeten beperken tot diefstal en opzettelijke beschadiging maar ook informatie moeten bevatten over calamiteiten en onopzettelijke incidenten. De bedoeling is dat deze registratie uiteindelijk informatie oplevert die van belang is voor het risicobeheer en beperken van het aantal incidenten.
Feiten en vragenGaan musea straks centraal melden dat een conservator in een depot achteruitlopend op een 17de eeuws Delftsblauw bord is gaan staan? Gaan musea straks centraal melden dat een schoonmaker de steel van een bezem dwars door een schilderij gestoken heeft? Gaan musea straks melden dat in een restauratieatelier een schilderij van Jan Steen van een ezel is gevallen? Gaan musea straks centraal melden dat een masterkey een hele dag in de buitendeur heeft gezeten? Gaan musea straks centraal melden wanneer, waar, en onder welke omstandigheden bezoekers vallen of onwel worden? Gaan musea straks centraal melden dat medewerkers van de onderhoudsdienst erop betrapt zijn in de kelder op een butagasvuurtje vis te bakken (met alle brandgevaarlijke risico’s)? Gaan musea straks centraal melden dat tassen gestolen worden uit de bewaakte garderobe? Gaan musea straks centraal melden dat een slimme oplichter zich presenteert als medewerker en garderobenummertjes omruilt met achteloze bezoekers die wijsgemaakt wordt dat men een fout gemaakt heeft en dan doodleuk hun jas en tas ophaalt? Gaan musea straks centraal melden dat een medewerker een boek steelt uit het magazijn van de museumwinkel? Allemaal praktijkvoorbeelden van de afgelopen paar jaren en allemaal leerzame informatie..

Incidentenregistratie als middel bij risicobeheerIncidentenregistratie als middel bij risicobeheer is niet nieuw en wordt al vele jaren toegepast bij organisaties met hoge risico’s zoals chemische bedrijven, vliegtuigmaatschappijen en in de medische sector. Wanneer aan de top van de incidentenpiramide ernstige calamiteiten staan, dan wordt de brede basis gevormd door bijna-incidenten. Inzicht in bijna incidenten, en daar dan ook naar handelen, verkleint de kans op werkelijke, ernstige incidenten en calamiteiten.
Er dient dan wel een bedrijfscultuur te bestaan waarbinnen het normaal gevonden wordt (bijna-)incidenten centraal te melden. Daar wringt nu net de schoen. Het is zeer de vraag of de culturele wereld bereid is incidenten buiten de eigen organisatie te melden. Recente cijfers over aangiftebereidheid heb ik niet, maar een jaar of tien geleden lag die bereidheid op circa 30%. Zelfs binnen de eigen organisatie heeft men vaak de grootste moeite incidenten te melden. Maar al te vaak heerst er een fluistercultuur als het gaat om incidenten. Als dit al zo is binnen de eigen organisatie, dan kan men helemaal niet verwachten dat informatie over incidenten buiten de organisatie centraal gemeld worden. Enkele recente feiten van de afgelopen twee jaar: – Uit het restauratieatelier van een museum wordt een laptop ontvreemd. Niet ten onrechte wordt geconcludeerd dat als een laptop kan worden gestolen uit die afgesloten ruimte dat het dan ook heel goed mogelijk is dat een schilderij uit diezelfde ruimte wordt meegenomen. De diefstal van de laptop wordt echter zelfs intern niet tot onderwerp van gesprek gemaakt. Uit het restauratieatelier van het Centre Pompidou verdween in 2004 een vroege Picasso. Het heeft maanden geduurd voordat men de conclusie getrokken heeft dat het schilderij gestolen is. – Uit een kantoor van een erfgoedinstelling wordt de portemonnee van een medewerker gestolen. Het personeelslid verzoekt de directeur deze diefstal aan iedereen bekend te maken opdat men bij het verlaten van de kamer bureaus en kasten goed afsluit. De directeur weigert dit omdat hij “geen paniek wil zaaien”. – Er wordt een schilderij gestolen uit een Nederlands museum. De directie doet aangifte, maar besluit tevens aan deze diefstal geen enkele ruchtbaarheid te geven. Gezien de vergaande bescherming van kopers te goeder trouw in ons rechtssysteem een zeer onverstandig besluit; – Er wordt in een museum ingebroken en een grote collectie schilderijen gestolen. Hoewel de criminelen op een kinderlijk eenvoudige wijze de elektronische signalering hebben weten te omzeilen verklaart de directie van het museum te beschikken over een ‘zeer geavanceerd beveiligingssysteem’ en slachtoffer te zijn geworden van ‘zeer professionele criminelen’. Niet alleen wordt onjuiste informatie gegeven over het niveau van het beveiligingssysteem, maar tevens worden ordinaire criminelen zeer ten onrechte gecomplimenteerd met hun ‘professionaliteit’. De directie verklaart bovendien te hopen dat andere musea van deze gebeurtenis kunnen leren.Dat leermoment is nu juist de reden om een centrale registratie van incidenten op te zetten, maar wordt gefrustreerd wanneer men enerzijds weigert informatie te geven en anderzijds – om het eigen hachje te redden? – moedwillig onjuiste informatie geeft over de feiten.
Centraal melden van (bijna)incidenten betekent dat men met de billen bloot moet en zonder gene melden dat zaken fout gaan.
Centrale registratie heeft alleen kans van slagen wanneer die informatie, weliswaar met voldoende veiligheden omgeven, voor alle belanghebbenden toegankelijk is, maar vooral wanneer die informatie betrouwbaar, actueel en volledig is.

Tenslotte: via de Museum Security Network en de Cultural Property Protection Net mailing lists worden al 8 jaar lang meer dan 2.000 professionals uit 85 landen geinformeerd over incidenten met cultuurgoed. Hoewel deze mailing lists een Nederlands initiatief zijn, maken slechts een handvol Nederlanders van deze gratis service gebruik. De Nederlandse motivatie om geinformeerd te worden over incidenten lijkt niet heel groot….

Ton Cremers
15 mei 2005

Leave a Reply

%d bloggers like this: