Museum Security Network

De Amsterdamse politie is een omvangrijke smokkel op het spoor gekomen van Griekse iconen. Een bende stal de iconen uit kerken en kloosters in het noorden van Griekenland

HENK SCHUTTEN

AMSTERDAM – De Amsterdamse politie is een omvangrijke smokkel op het
spoor gekomen van Griekse iconen. Een bende stal de iconen uit kerken
en kloosters in het noorden van Griekenland.

Het onderzoek is het eerste succes in de strijd die de Amsterdamse
politie wil aanbinden tegen de illegale kunsthandel. Een jaar geleden besloot
Amsterdam als eerste korps in Nederland iemand speciaal hiervoor vrij
te maken.
De Griekse bende bood de religieuze kunstwerken, sommigen meer dan 300
jaar oud, aan bij handelaren in Londen, Berlijn en Amsterdam. Zeven
iconen doken op bij een Amsterdamse handelaar. De man beweerde de
iconen in goed vertrouwen te hebben gekocht en heeft ze vrijwillig
afgestaan.
Verzoeken van buitenlandse collega’s om bijstand bij de jacht op
gestolen kunst, bleven vroeger vaak liggen, zegt de Amsterdamse
recherchekundige Ruth Godthelp. Zij deed twee jaar geleden onderzoek
naar de aard van kunstcriminaliteit. Daaruit bleek dat
Nederland op het gebied van de illegale handel in kunst een uiterst
dubieuze reputatie geniet. Volgens een topfunctionaris van Interpol,
de internationale politieorganisatie in Lyon, dreigt Nederland vanwege
zijn lakse opsporingsbeleid een vrijstaat voor kunstcriminelen te
worden.
Pas de afgelopen jaren is het besef ontstaan dat het zo niet langer
kon, zegt Godthelp. “De afgelopen jaren hebben we ingezien dat de
kunstwereld kwetsbaar is voor misdaad. Ook vanuit de politiek werd er
steeds meer op aangedrongen dat kunst binnen de opsporing een plek
moet krijgen. Het kan toch niet zo zijn dat we bij onderzoek naar
vermogenscriminaliteit wel achter een gestolen fiets aan gaan maar
vanwege gebrek aan kennis de diefstal van schilderijen niet aanpakken.”
Amsterdam hoopt in de strijd tegen kunstmisdaad een voortrekkersrol te
kunnen vervullen. Met de opsporing van de iconen is een bedrag van
tussen de 50.000 en 100.000 euro gemoeid. “Maar dat is niet de reden
dat we hiermee aan de slag gaan,” verduidelijkt Godthelp: “Het gaat om
objecten die een belangrijk onderdeel vormen van de Griekse cultuur.
Voor dat land zijn ze van onschatbare waarde.”
Nederland lijkt de handel in illegale kunst jarenlang ernstig te
hebben onderschat. Godthelp durft nog steeds geen schatting te doen
over de omvang van de Nederlandse kunstmisdaad. “Het laatste half jaar
krijgen we heel veel interessante informatie aangedragen. Wat we nu
zien is slechts het topje van de ijsberg.”

 

_________________________________________________________

De afdeling zware criminaliteit van de Amsterdamse politie kreeg begin dit jaar een telefoontje van Griekse collega’s. Die waren een omvangrijke smokkel van iconen op het spoor. Een bende stal de religieuze kunstwerken, soms meer dan driehonderd jaar oud, uit kerken en kloosters en bood ze aan bij handelaren in Londen, Berlijn en Amsterdam. Zeven waren opgedoken op de site van een Amsterdamse handelaar.
Dergelijke verzoeken komen regelmatig voor, zegt de Amsterdamse recherchekundige Ruth Godthelp. Maar in het verleden werden de buitenlandse collega’s beleefd aangehoord en daar bleef het dan meestal bij. “Internationaal zijn we weliswaar verplicht mee te werken, maar als je niet over de juiste mensen beschikt, is het maar de vraag of zo’n verzoek adequaat wordt opgepakt.”
Dit keer gebeurde dat wel. Een jaar geleden had de Amsterdamse politie als eerste korps in Nederland besloten iemand speciaal vrij te maken voor de strijd tegen kunstcriminelen. Amsterdamse rechercheurs begonnen een formeel onderzoek en benaderden de handelaar. De man, wiens naam Godthelp niet wil noemen, werkte meteen mee. “Hij had de iconen in goed vertrouwen aangekocht en deed er vrijwillig afstand van.”
Godthelp raakte in 2007 bij toeval betrokken bij kunstcriminaliteit. Ze maakte deel uit van een rechercheteam dat op zoek ging naar vier verduisterde werken van Jozef Israëls (1824-1911). De schilderijen bleken in het bezit van een Amsterdamse handelaar bij wie nog meer verdachte kunst in huis werd aangetroffen. Natrekken of deze werken ook gestolen waren, bleek bepaald niet eenvoudig. “Een databank van gestolen kunst ontbrak. Ook stond er een Karel Appel waarvan we geen idee hadden of het een echte was. Wij hadden naar nauwelijks enige kennis over in huis.”
Godthelp, een voormalig strafrechtadvocaat die enkele jaren geleden overstapte naar de afdeling Zware Criminaliteit van de regionale recherche, volgde indertijd een opleiding aan de politieacademie en besloot zich in het onderwerp te verdiepen. Uit een rondgang langs internationale experts bleek dat Nederland op het gebied van de illegale handel in kunst een uiterst dubieuze reputatie genoot. Een topfunctionaris van Interpol, de internationale politieorganisatie in Lyon, zei  dat Nederland vanwege zijn lakse opsporingsbeleid een vrijstaat voor kunstcriminelen begon te worden.
Godthelp: “Tot 2002 was er een klein team bij het Korps Landelijke Politiediensten dat zich met dit soort zaken bezighield, maar dat werd opgeheven.” Kunstmisdrijven werden nauwelijks meer aangegeven, omdat er niets aan werd gedaan. Een directielid van Christie’s zei zelfs te betwijfelen of het zinvol was de politie te informeren op het moment dat het veilinghuis een kunstobject weigerde in te nemen op basis van het vermoeden dat de herkomst niet zuiver is, zegt Godthelp. Volgens haar kon het zo gebeuren dat in een jaar uit een woning in Zuid een waardevolle oude meester werd gestolen, deze vervolgens werd aangeboden bij het veilinghuis, daar niet werd geaccepteerd en zo, zonder medeweten van de politie, weer de illegaliteit in kon verdwijnen.
De geringe belangstelling staat in schril contrast met de voorname positie die Nederland, en vooral Amsterdam, nog steeds op de internationale kunstmarkt inneemt. Nederland telt naar schatting tussen de vierduizend en 6500 instellingen in de kunst- en antiekhandel. De gezamenlijke jaarlijkse omzet wordt geschat op vijf- tot zevenhonderd miljoen euro, hoewel het werkelijke bedrag volgens deskundigen waarschijnlijk veel hoger is aangezien veel transacties om fiscale reden over de grens worden afgesloten.
Kunstdieven, helers, witwassers, vervalsers en handelaren in illegale oudheden ontspringen vaak de dans, werd in 2007 al geconcludeerd in het rapport Schone kunsten van het ministerie van Justitie. Het onderzoek richtte zich alleen op het toplaag van de kunstmarkt. Ten onrechte denkt Godthelp: “De verdachte kunsthandelaar in de zaak rond de verduisterde schilderijen van Jozef Israëls was bij voorbeeld niet erg bekend. Het is heel makkelijk om je als kleine kunsthandelaar ergens te vestigen. De belastingdienst controleert nauwelijks, je kunt makkelijk anoniem zaken doen en vanwege de ondoorzichtige prijsvorming is de handel kwetsbaar voor witwaspraktijken.”
Bij de politie bleek nauwelijks enige informatie te vinden over de omvang van het probleem. Godthelp doorzocht alle politiesystemen op kunstgerelateerde zaken, maar dat bleek niet mee te vallen. “Als ik het woord kunst intikte, kwam ik vaak terecht bij kunstgebitten of kunstlederen portemonnees.”
Van een deugdelijke registratie van gestolen kunst was evenmin sprake. “Met de omschrijving ‘Schilderij met zeegezicht’ kom je niet veel verder. Het gaat om welk materiaal er is gebruikt, welke afmetingen, enzovoorts. Vaak is dat ook de verantwoordelijkheid van de mensen zelf. Dan komen ze aangifte doen van diefstal met een verdwaalde foto van oma waarop nog net ergens in een hoekje een puntje van het gestolen schilderij te zien is.”

In de zeldzame gevallen dat een gestolen kunstobject wel met behulp van de Nederlandse autoriteiten wel kon worden opgespoord, viste de rechtmatige eigenaar vaak achter het net. Want als het voorwerp in goed vertrouwen was aangekocht, hoefde het van de Nederlandse wetgever niet te worden teruggegeven. Sinds twee jaar, toen Nederland het Unesco-verdrag ter bescherming van cultuurgoederen ratificeerde, is dat anders. “Handelaren in cultureel erfgoed moeten de herkomst nu voortaan zelf verifiëren. Gestolen of illegaal uitgevoerde objecten gaan nu, als de staat van herkomst een verzoek indient, onherroepelijk terug.”
Het Unesco-verdrag dateert van 1970. Dat het veertig jaar heeft geduurd voordat het werd bekrachtigd, toont volgens haar aan welke grote economische belangen op het spel staan. “Vanuit de kunsthandel is lang gelobbyd om de ondertekening tegen te houden.”
De afgelopen jaren is het besef ontstaan dat het zo niet langer kon, zegt Godthelp. “Ook vanuit de politiek werd er op aangedrongen dat kunst binnen de opsporing een plek moet krijgen. Het kan toch niet zo zijn dat we bij onderzoek naar vermogenscriminaliteit wel achter een gestolen fiets aan gaan maar vanwege gebrek aan kennis de diefstal van schilderijen niet aanpakken.”
Het afgelopen jaar sprak Godthelp met handelaren, veilinghuizen, belastingdienst, beurzen, musea, verzekeraars en internationale collega’s. Op basis daarvan werd een strategie uitgestippeld. “Bij kunstcriminaliteit denkt iedereen meteen aan diefstal, veel minder aan witwassen en fraude. Wij denken dat je dat moet omdraaien. Witwassen is een veel groter probleem. Hetzelfde geldt voor fraude, of dat nu om vervalsingen, oplichting van de verzekering of subsidiefraude gaat. Die zaken bleven vroeger vaak liggen. Als we nu in onderzoeken naar grote criminelen iets tegenkomen op het gebied van kunst, gaan we dat uitzoeken. Vroeger liepen we er met een boog omheen.”
Godthelp werkt in samenwerking met de faculteit strafrecht en criminologie van de VU aan een promotieonderzoek naar de aard van kunstgerelateerde criminaliteit. De markt voor gestolen is kunst is volgens haar waarschijnlijk veel groter dan lang werd gedacht: “Topstukken die bij grote verzamelaars of uit musea werden gestolen, kon je nergens kwijt, doordat ze makkelijk te identificeren zijn. Maar nu begint langzaam het vermoeden te ontstaan dat criminelen wel degelijk belangstelling voor deze werken hebben. Ze hebben alleen geen zin daar zulke hoge bedragen voor te betalen. We raken er steeds meer van overtuigd dat er in Europa een netwerk van verzamelaars bestaat, waarbinnen veel gestolen werken circuleren. Kunst is allang niet meer alleen interessant voor een elite. Je kunt er status mee kopen en het gaat om waardevolle objecten die sinds de crisis steeds aantrekkelijker worden om in te investeren.”
Met de opsporing van de iconen is  50.000 toto100.000 euro gemoeid. “Maar dat is niet de reden dat we hiermee aan de slag gaan. Het gaat om objecten die een belangrijk onderdeel vormen van de Griekse cultuur. Voor dat land zijn ze van onschatbare waarde.”
Godthelp durft nog steeds geen schatting te doen van de omvang van de Nederlandse kunstmisdaad. “Het laatste halfjaar krijgen we heel veel interessante informatie aangedragen. Wat we nu zien, is slechts het topje van de ijsberg.”

Leave a Reply

%d bloggers like this: