Museum Security Network

Databases gestolen kunst en registratie incidenten

Databases gestolen kunst en registratie incidenten; deel I (deel II staat onder dit artikel)

Beide artikelen over incidentenregistratie werden voor het eerst gepubliceerd in mei 2005 op de Museum Security Network website.

Begin mei 2005 werd duidelijk dat de Engelse overheid besloten heeft plannen om een centrale database van gestolen kunst op te zetten heeft laten vallen (lees hierover op:
http://te.verweg.com/pipermail/cpprot/2005-May/001068.html).

De redenen het samenstellen van die database niet langer te steunen:
– a database would not have a significant effect on reducing crime,
– the long-term sustainability of the database could not be assured,
– there are question marks over how much demand there would be for such a database.

Een heel opvallende ommezwaai van de Britse overheid een jaar nadat men aanvankelijk verklaarde dat “a failure to consult the database [once established] would be a further evidential factor in determining whether the accused knew or believed that an object was tainted.”

Er is zo langzamerhand internationaal een klein woud aan databases met informatie over gestolen kunst ontstaan. Naast niet publiek toegankelijke databases van nationale en internationale politiediensten zijn er enkele commerciele databases waar particulieren (ook handelaren dus) tegen betaling gebruik van kunnen maken. De bekendste hiervan zijn het Art Loss Register en Trace, beide gevestigd in Engeland. Het Art Loss Register heeft bovendien nog dependances in New York en Sint Petersburg en heeft een logistiek – want goedkoop – centrum in India. De grootste database gestolen kunst is die van de Carabinieri in Italie. Italie is ook het enige land met een zeer uitgebreide specialistische politiedienst die zich geheel bezig houdt met de strijd tegen de illegale handel in cultuurgoed. Deze afdeling van de Carabinieri heeft in diverse plaatsen meer dan 200 politiemensen actief. In Rome is een twintigtal specialisten full-time bezig met het onderhoud van de database. Dat onderhoud, zo bleek tijdens een bezoek in oktober 2004 aan de Carabiniere afdeling in Monza, is geen eenvoudige zaak. Informatie over diefstallen wordt niet altijd efficient verspreid. Dit geldt in sterkere mate voor informatie over teruggevonden kunst. Toen men in Monza mij met enige trots liet zien dat ook Nederlandse kunstdiefstallen worden geregistreerd bleek dat de al geruime tijd teruggekeerde gestolen Helmantel schilderijen nog steeds bij de Carabini als vermist te boek stonden. Interpol, met qua omvang de tweede database gestolen kunst, klaagt al jaren dat de nationale politiediensten onvoldoende zorgen voor het melden van gestolen kunst. Toch voert Interpol een zeer actief beleid om de database toegankelijk te maken. Sinds enkele jaren produceert men de CD’s met gestolen kunst. Deze CD’s zijn gratis beschikbaar voor overheidsdiensten en tegen betaling van een abonnement voor particulieren.
Kleinere databases worden bijgehouden door nationale politiediensten in Belgie, Frankrijk, Spanje en Duitsland. De FBI in de USA houdt al jaren een database bij die niet streeft naar volledigheid maar inzicht tracht te geven in de problematiek van kunstdiefstal. Januari 2005 maakte de FBI bekend dat er een nieuwe, uitgebreider specialistische unit is opgericht om de illegale handel in cultuurgoed te bestrijden. De roof van cultuurgoed uit Irak zal bij dat besluit ongetwijfeld een rol gespeeld hebben.
Nederland slaat sinds een paar jaar een jammerlijk figuur doordat na het vertrek van een specialist bij het CRI besloten werd de betreffende afdeling op te heffen. Kunstdiefstal is daarmee in Nederland niet meer een afzonderlijk te behandelen fenomeen, maar ondergeschoven bij alle andere vormen van diefstal. Een vreemde zaak voor een land waar de afgelopen jaren keer op keer diefstallen uit musea plaatsvonden die internationaal de krantenkoppen haalden.
Wat is de rol van die databases?
Het zal duidelijk zijn dat een up-to-date database voor politiediensten een rol kan vervullen bij het oplossen van kunstdiefstallen. Politiediensten voeren overigens geen actief beleid in het matchen van de database met het aanbod van handelaren en veilinghuizen. Dat doet het Art Loss Register wel. Dagelijks worden tientallen catalogi van veilinghuizen en handelaren gescreend op vermist cultuurgoed. Sinds enkele jaren wordt het aanbod op The European Fine Art Fair (TEFAF) door het Art Loss Register onderzocht op gestolen goederen.
Helaas is het zo dat gebruik van die databases van gestolen kunst slechts verplicht is in een 15tal landen. Die landen ratificeerden de Unidroit 1995 conventie ter bestrijding van de illegale handel in kunst. Deze conventie bepaalt een aantal verplichtingen voor kopers van cultuurgoed. Deze verplichtingen worden in de conventie Due Diligence genoemd. Kopers van cultuurgoed dienen Due Diligence te betrachten. De verplichting tot Due Diligence legt de ‘bewijslast’ of men te goeder trouw is bij de aankoop van cultuurgoed bij de koper. Die omgekeerde bewijslast is een van de voornaamste bezwaarpunten van Unidroit tegenstanders. Nu is het nog zo dat de gedupeerde voor de meestal onmogelijke opgave staat aan te tonen dat een koper te kwader trouw was bij de aankoop van gestolen cultuurgoed.

De koper van cultuurgoed heeft volgens Unidroit 1995 Due Diligence betracht indien drie punten in beschouwing worden genomen:
– de omstandigheden waaronder cultuurgoed gekocht wordt;
– van wie men cultuurgoed koopt;
– de prijs die gevraagd/betaald wordt.
Daarnaast dient men relevante databases van gestolen kunst te raadplegen.

De aankoop van een Toulouse Lautrec in een Alberts Corner langs de grote weg van een handelaar in schroot voor een prijs die onder de marktwaarde ligt is dus per definitie dubieus. Er kan in dat geval geen sprake zijn van aankoop te goeder trouw. Echter, de aankoop van hetzelfde schilderij bij een gerenommeerde handelaar in diens galerie voor een marktconforme prijs vrijwaart een koper niet van de verplichting relevante databases te raadplegen. De herkomst van cultuurgoed – de zogenaamde provenance – speelt ook een belangrijke rol bij het Due Diligence onderzoek.
Een tweede bezwaarpunt dat tegenstanders van Unidroit 1995 aandragen is de ruime formulering van het begrip cultuurgoed. Men bijt zich vast in bijvoorbeeld het argument dat het onmogelijk is een collectie van duizenden oude munten varierend in waarde van enkele Euro’s tot vele duizenden Euro’s te screenen aan de hand van de Unidroit 1995 Due Diligence eisen. Daar heeft men natuurlijk gelijk in, maar het is niet een relevant anti-Unidroit argument. Geen enkele benadeelde partij zal het in zijn hoofd halen kostbare juridische procedures te beginnen over objecten van geringe waarde. Bovendien heeft ratificatie van Unidroit 1995 geen terugwerkende kracht, dus bestaande collecties – al of niet op legale wijze tot stand gekomen – zullen geen onderwerp zijn van Unidroit 1995.
Wat is het probleem, zo kan je je afvragen. Iedere verstandige handelaar of verzamelaar, en ieder verstandig museum zo mag je verwachten zal bij verwerving van cultuurgoed rekening houden met wie dat goed aanbiedt, de omstandigheden waaronder dat gebeurt, de prijs die gevraagd wordt en de provenance van dat cultuurgoed. Men zal dat doen uit eigenbelang o.a. omdat men niet opgezadeld wil raken met vervalsingen of terecht wil komen in criminele netwerken. Tenzij men te kwader trouw is natuurlijk.

De Nederlandse wetgever is geen voorstander van ratificatie van Unidroit. Een van de argumenten contra is, zo bleek uit een brief over dit onderwerp van staatssecretaris Medy van der Laan, dat slechts zeer weinig landen deze conventie geratificeerd hebben. Dit is natuurlijk baarlijke nonsens. De Unesco 1970 conventie ter bestrijding van de illegale handel in cultuurgoed is inmiddels door 115 landen geratificeerd. Nog niet door Nederland, maar Medy van der Laan is van plan dit nu eindelijk te gaan realiseren. Als het aantal landen dat geratificeerd heeft maatstaf is voor Nederland om ook te ratificeren, dan mogen we verwachten dat een van Medy van der Laans opvolgers in het jaar 2030 de Tweede Kamer mee zal delen dat Unidroit 1995 geratificeerd wordt.

Nedart, ‘The Umbrella Foundation of the Dutch Art World’, gesprekspartner van de Nederlandse overheid, is verklaard tegenstander van Unidroit 1995.

Toch is datzelfde Nedart op het moment vertegenwoordigd in een commissie die zich buigt over het herstel van een database gestolen kunst bij de landelijke politie en een incidentenregister bij de Nederlandse Museumvereniging. Dus, de organisatie die officieel gekant is tegen ratificatie van Unidroit, een conventie die het raadplegen van relevante databases van gestolen kunst dwingend voorschrijft, spreekt mee over het opzetten van een dergelijke database. Hier lijkt tegenstrijdigheid te bestaan. Toch hoeft dat niet. Misschien is het wel zo dat Nedart helemaal geen tegenstander is van het raadplegen van een dergelijke database, maar andere overwegingen heeft om tegen Unidroit te zijn. Echter, uit een gesprek dat ik mei 2005 in londen had met Julian Radcliffe, directeur van het Art Loss register, bleek dat er slechts 6 Nederlandse handelaren zijn die de database van het Art Loss Register raadplegen! Hoe zit het nu: Nedart is tegenstander van unidroit, Nedart is vertegenwoordigd via haar directeur Antoon Ott in de commissie van het ministerie van cultuur en de Nederlandse Museumvereniging die spreekt over het samenstellen van een database van gestolen kunst, en de leden van Nedart raadplegen niet een reeds bestaande en voor hen toegankelijke database.

Antwoord op al deze vragen kreeg ik via een medewerker van OCW en lid van de genoemde commissie…….

Databases gestolen kunst en registratie incidenten (deel II)

Antwoord op al deze vragen kreeg ik via een medewerker van OCW en lid van de genoemde commissie…….

Citaat:
“Er is natuurlijk wel verschil als je wel of niet voor een database moet betalen. Overigens ….. ca. 70% van wat (de kunsthandel) in handen krijgt (is) al eerder door henzelf of een andere bekende kunsthandel of veilingbedrijf verhandeld. Soms denk ik dat de kunsthandel een van de grootste recycling bedrijven ter wereld is. Ik denk dat een ‘eigen’ CRI database voor ons allemaal een geweldige vooruitgang zou zijn.”
Einde citaat.

Deze reactie gaat van enkele veronderstellingen uit die niet stroken met de dagelijkse realiteit in de kunsthandel: “al eerder door henzelf of een andere bekende kunsthandel of veilingbedrijf is verhandeld”… Wat is dit nu? Wordt kunst alleen verhandeld door ‘bekende’ kunsthandelaren en veilinghuizen. En, is bekendheid een garantie voor betrouwbaarheid? Dat laatste is niet waar zo bleek de afgelopen jaren overduidelijk door de schandalen waarin Sotheby’s en Christie’s verzeild raakten. Sotheby’s werkte jarenlang willens en wetens actief mee aan de smokkel van cultuurgoed uit Italie en liet dat cultuurgoed via de beruchte Zwitserland route vervoeren naar Engeland waar het geveild werd. Peter Watson toonde in zijn boek Sotheby’s, the inside story aan hoe gesjoemeld werd met valse rekeningen en hoe de antiquiteiten veilingen van Sotheby’s jarenlang wemelden van aangeboden cultuurgoed zonder enige provenance.
In zijn boek Treasure Hunt legt William Hunt uit hoe Christie’s in New York een blijkbaar uit Duitsland geroofd middeleeuws manuscript niet publiek durft te verkopen, maar wel de inbrenger van het gestolen object aanbiedt het boek ondershands te verkopen. Recent nog waren beide ‘bekende’ veilingbedrijven verwikkeld in een prijsafsprakenschandaal waardoor jarenlang hun klanten financieel werden benadeeld.
Herhaaldelijk komen ‘bekende’ handelaren in het nieuws en voor de rechtbank omdat ze betrokken zijn bij handel in gestolen cultuurgoed. ‘Bekendheid’ is geen synoniem voor betrouwbaar. Sterker nog: bekendheid wordt misbruikt om jarenlang betrokken te zijn bij illegale transacties.

De kunsthandel “een van de grootste recycling bedrijven ter wereld”? Wat betekent dit? Dit betekent dat de kunsthandel heel goed weet hoe provenance te creeren waar geen provenance is en via een reeks van onderlinge transacties uiteindelijk gestolen en geroofde cultuurgoederen te legitimeren en een koper te goeder trouw te vinden. Zijn er dan geen betrouwbare handelaren en veilinghuizen? Deze vraag kan met evenveel rechtvaardiging met ‘ja’ als met ‘nee’ beantwoord worden. Het is niet altijd JA en niet in alle gevallen altijd NEE. Er is wel ALTIJD een heel onduidelijk onderscheid tussen legaal en illegaal.
Terug naar de databases van gestolen kunst…
Unidroit, zoals in een deel 1 van deze reeks over databases van gestolen kunst aangegeven, stelt een reeks van Due Diligence voorwaarden. Een van die voorwaarden is het raadplegen van relevante databases van gestolen cultuurgoed. Echter, raadplegen van dergelijke databases pleit kopers niet vrij van hun verantwoordelijkheid. Het is nu eenmaal niet zo dat alle gestolen cultuurgoed in die databases is opgenomen. Cultuurgoed dat illegaal is opgegraven zal nooit in die databases voorkomen. Screening door het Art Loss Register levert bij dergelijke goederen altijd een negatief resultaat op en een certificaat wordt verstrekt dat het object niet als gestolen te boek staat. Dit certificaat van het Art Loss Register kan een eerste stap zijn naar legitimering van gestolen kunst. Het komt nogal eens voor dat handel in of tentoonstelling van antiquiteiten zonder enige provenance gerechtvaardigd lijkt op basis van het Art Loss Register certificaat. Het Art Loss Register wordt dan misbruikt om een provenance te creeren. De volgende stap tot legitimatie is een museum vinden dat bereid is het door het Art Loss register gescreende object tentoon te stellen.
Toch ligt ze zaak genuanceerder.
Het certificaat dat het Art Loss Register verstrekt na matching van een object met de database vermeldt:
“We certify that this item has not, to the best of our knowledge, been registered stolen or missing on our database of stolen and missing art nor has a claimant reported this work to us as a loss between 199 and 1945″.
Het voorbehoud dat gemaakt wordt is duidelijk. Dergelijk voorbehoud geldt natuurlijk ook voor de CD’s van Interpol. Veel gehoorde kritiek op die CD’s is dat kwaadwillenden er gebruik van kunnen maken en dubieuze kopers van cultuurgoed hun geweten ermee kunnen sussen. Die kritiek op de databases is niet terecht. Deze kritiek dient eigenlijk degenen te betreffen die misbruik trachten te maken van de databases en doen alsof raadpleging van databases van gestolen kunst absolute en definitieve informatie geeft en volledige vrijwaring van verantwoordelijkheid inhoudt.

Het Art Loss Register geeft in het certificaat heel duidelijk aan dat raadpleging van de database van gestolen kunst niet voldoende is:
“It should be noted that:
Not every loss of theft is reported to us
The database does not contain information on illegally exported artefacts unless they have been reported to us as stolen
The Art Loss register does not have details of all works of art confiscated, looted or subjected to a forced seizure of forced sale between 1933 and 1945.

En dan de heel belangrijke clausule:
IT IS ALSO IMPORTANT FOR YOU TO NOTE THAT THIS CERTIFICATE IS NO INDICATION OF AUTHENTICITY OF THE ITEM.

Tenslotte:
We do not guarantee the provenance of any item against which we have made a search.
Het certificaat vermeldt ook dat raadpleging van de ALR database getuigt van Due Diligence maar geen excuus is om geen verder onderzoek te doen. En: mocht van het certificaat misbruik worden gemaakt dan zal het ALR de nodige (juridische?) stappen nemen.

Raadpleging van de database is niet voldoende of afdoende. Wat helemaal onvoldoende en helemaal niet afdoende is, is het niet raadplegen van databases. Hoewel de Stichting Nedart op haar website de doelen van het ALR steunt en zelfs min of meer suggereert een soort Nederlandse afdeling van het ALR te zijn – Julian Radcliffe, directeur van het ALR weerlegt deze Nedart claim – zijn de honderden direct of indirect aan Nedart verbonden handelaren in cultuurgoed niet erg gretig bij het raadplegen van de ALR database. Er zijn slechts 6 Nederlandse handelaren die gebruik maken van de diensten van het ALR.

Daarmee komen we weer terug bij de verklaring van een OCW lid van de commissie die zich buigt over de totstandkoming van een Nederlandse database van gestolen kunst:
“Er is natuurlijk wel verschil als je wel of niet voor een database moet betalen. Ik denk dat een ‘eigen’ CRI database voor ons allemaal een geweldige vooruitgang zou zijn.”

Oh, dus het feit dat betaald moet worden voor een legitieme bedrijfsvoering of op legitieme wijze verzamelen van kunst is rechtvaardiging voor het niet raadplegen van de Art Loss Register database. Het zal toch niet waar zijn?

Raadplegen van een database van gestolen kunst behoort volgens mij tot een heel redelijke investering voor belanghebbenden. Het zal toch niet zo zijn dat een OCW ambtenaar oprecht meent dat deze database moet worden bekostigd uit de algemene middelen? Ik ben heel benieuwd of dit het officiele standpunt is van de staatssecretaris. Ik kan het me niet voorstellen. De handel in en het verzamelen van cultuurgoed is traditioneel privilege van de bovenmodalen. Interpol heeft dat heel goed begrepen. Overheidsdiensten maken gratis gebruik van de CD met informatie over gestolen kunst. Particulieren – handelaren, verzamelaars en musea – moeten voor deze dienst betalen. Een alleszins heel redelijk beleid.
Dat betaald moet worden voor raadpleging van de Art Loss Database een belemmering is is baarlijke nonsens. Voor 500 Engelse ponden per jaar (circa € 700,00) kan men 20 keer gebruik maken van de ALR database. Zegge en schrijven dus het imponerende bedrag van € 35,00 per raadpleging. Als dat een belemmering is voor de handel, musea en particuliere verzamelaars dan hebben we het blijkbaar over een bijna failliete groep in onze maatschappij. Bovendien, indien een verzamelaar of museum een object koopt van een handelaar, dan kan men deze uit de hand lopende kosten altijd nog samen delen.
Nee, de door het Art Loss Register gevraagde prijs is natuurlijk geen belemmering. Het is de houding van Nedart en de individuele handelaren en verzamelaars die een belemmering vormt voor het raadplegen van relevante databases.
Ik voorspel dat wanneer die Nederlandse database er komt, indien die database er komt, de handel er helemaal geen gebruik van zal maken tenzij dit wettelijk verplicht wordt door ratificatie van Unidroit 1995. Deelname van Nedart aan de commissie die een database van gestolen kunst voorbereidt is en blijft strijdig met de officiele anti-Unidroit opstelling van Nedart en de blijkbare onwil van de handelaren reeds bestaande databases van gestolen kunst te raadplegen.

Het is helemaal storend dat Nedart het idee over de database gestolen kunst en registratie van incidenten zich lijkt toe te eigenen door een ‘persmedeling’ op hun website: http://home.tiscali.nl/~nedart/pers.notitie.pdf.

Zo lang Nedart en directeur Antoon Ott niet heel actief de handelaren stimuleert gebruik te maken van reeds bestaande databases van gestolen kunst verlaagt ze zich tot het niveau van de vos die de passie preekt.
Ton Cremers
Mei 2005

Leave a Reply

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

%d bloggers like this: