Museum Security Network

belang alarmopvolging bij het beveiligen van musea

Sinds 1 april hanteert de politie nieuwe regels bij de alarmopvolging van elektronische alarmen.

Alarmen uit beveiligingsystemen dienen eerst geverifieerd te worden voordat de politie mag worden gebeld. Blijkt bij verificatie dat er werkelijk sprake is van inbraak dan zal de politie aan de alarmopvolging prioriteit 1 geven en snel ter plekke zijn.

De politie wil overigens wel dat er binnen een kwartier een sleutelhouder aanwezig is.

Na dat kwartier zal de politie weer vertrekken. De eigen alarmopvolging is dus ook heel belangrijk. Dit geldt overigens niet alleen voor inbraakalarmen maar zeker ook voor brandalarmen. Zowel de politie als de brandweer – denk aan de collectie – kan alleen adequaat de alarmen opvolgen wanneer het museum in staat is te zorgen dat de externe en de eigen alarmopvolging naadloos op elkaar aansluiten.

Door deze nieuwe regels is ineens het focus gekomen op de alarmopvolging. De alarmopvolging is echter altijd al een zeer belangrijk onderdeel geweest van de beveiliging(sorganisatie). Dat geldt zowel tijdens openingsuren als buiten die uren.

Belangrijk is te bepalen wat precies van die alarmopvolging verwacht wordt.

Enkele voorbeelden:

Doel alarmopvolging bij inbraak: 

1. volledig voorkomen van diefstal bij een inbraak

2. voorkomen dat bij een inbraak grote delen van de collectie gestolen worden 

3. er voor zorgen dat na een inbraak een timmerman gewaarschuwd wordt om kapotte ramen en deuren provisorisch te dichten. 

Het zal duidelijk zijn dat deze drie opties heel verschillende eisen stellen aan de bouwkundige inbraakwerendheid, aan de elektronische signalering en aan de alarmopvolging. Wanneer de eerste optie het doel is dan zal de bouwkundige weerbaarheid zodanig moeten zijn dat er een vertraging is die de alarmopvolgingsorganisatie voldoende tijd gunt adequaat te reageren.

Die alarmopvolging wordt aangestuurd door de elektronische inbraaksignalering. Deze signalering moet daarom in een zo vroeg mogelijk stadium plaatsvinden. Investering in bouwkundige weerbaarheid heeft een beperkt nut wanneer inbrekers pas elektronisch gedetecteerd worden nadat ze binnen zijn (bij optie 2 en 3 kan met inpandige alarmering volstaan worden, maar bij optie 1 niet).

De politie heeft tussen enkele en 15 minuten nodig om bij prioriteit 1 voor te rijden. Die tijd wordt door eigen verificatie ter plekke onacceptabel vertraagd indien het doel is een succesvolle diefstal bij inbraak te voorkomen.

Er zal dus zodra een elektronisch signaal gegenereerd wordt onmiddellijk vanuit de particuliere alarmcentrale verificatie moeten plaatsvinden. Dat kan via camera’s of microfoons. De politie accepteert ook technische verificatie op afstand. Met technische verificatie op afstand wordt bedoeld dat er meerdere alarmen gegenereerd worden die elkaar binnen maximaal 5 minuten opvolgen en binnen de topografie van het gebouw op elkaar aansluiten.

Het zal duidelijk zijn: de inbrekers zijn dan al binnen. Het is nu eenmaal inbrekers eigen dat ze niet lang binnen blijven tenzij ze zeker weten dat het inbraakmeldsysteem niet functioneert (het Westfries Museum scenario; daar werden de bewegingsmelders overdag afgeplakt waardoor de inbrekers ongemerkt hun slag konden slaan). 

Bij technische verificatie op afstand is de alarmopvolging in het nadeel.

Dus: als een diefstal bij inbraak succesvol verijdeld moet worden dan moet aan een aantal eisen worden voldaan waarbij de maximale (?) alarmopvolgingstijd van 15 minuten door de politie uitgangspunt moet zijn. 

In de eerste plaats moet de bouwkundige weerbaarheid minimaal 15 minuten, maar liever nog enkele minuten langer, zijn.

Die weerbaarheid hoeft niet alleen in de buitenschil van het gebouw te worden gerealiseerd, maar kan ook bereikt worden via een combinatie van inbraakwerende buitenschil en inpandige compartimentering. Het gaat erom dat de te stelen goederen pas na 15 minuten bereikt kunnen worden.

Een aanval op de inbraakwerendheid moet in een zo vroeg mogelijk stadium worden gesignaleerd door elektronische signalering op de buitenschil van het gebouw of buiten de inpandige inbraakwerende compartimenten. De alarmen moeten op afstand vanuit een PAC geverifieerd kunnen worden. 

De eigen alarmopvolgingsorganisatie moet in staat zijn binnen 15 minuten nadat het alarm de PAC bereikte ter plekke te zijn.

Om dit alles te realiseren zal geïnvesteerd moeten worden in:

1. bouwkundige weerbaarheid

2. elektronische signalering

3. verificatie op afstand door middel van camera’s en of microfoons.

De vernieuwde risicoklasse-indeling spreekt in de hoogste risicocategorie over een inbraakwerendheid van 10 minuten. Dit zal in de praktijk niet altijd voldoende zijn. De te realiseren bouwkundige inbraakwerendheid zal moeten worden vastgesteld op basis van een analyse van de alarmopvolging. Zo lang die alarmopvolging meer tijd in beslag neemt dan inbrekers nodig hebben om hun buit te vergaren hebben investeringen in bouwkundige weerbaarheid en elektronische signalering een beperkt nut.

Het is duidelijk dat er hoge eisen moeten worden gesteld aan de bouwkundige weerbaarheid, de elektronische signalering, de verificatie op afstand en de alarmopvolging om pogingen tot inbraak met diefstal succesvol te verijdelen. Indien de waarde van de collectie dit rechtvaardigt moeten die hoge eisen verwezenlijkt worden.

Er zijn meer maatregelen nodig om de inbrekers af te schrikken. Hierbij kan gedacht worden aan het automatisch schakelen van de verlichting bij alarmen en de installatie van een doordringend luidalarm, gedacht kan worden aan een inpandige sirene van minimaal 120Db en, indien mogelijk, de installatie van een mistgenerator.

Alarmopvolging bij brand

In heel Nederland werken erfgoedbeheerders in regionale projecten gezamenlijk aan de optimalisering van de calamiteitenplannen waarbij uitgebreid aandacht wordt besteed aan de collectiehulpverlening. Hier geldt ook dat de eigen alarmopvolging naadloos moet aansluiten op die door de brandweer.

Indien de eigen organisatie snel ter plekke kan zijn wordt de kans om collectieobjecten te redden bij een brand groter. Analoog aan de rol van de BHV organisatie – eerste bereddering en gidsen van de brandweer – kan de collectiehulpverlening (CHV) de brandweer van informatie voorzien bij het beredderen van de collectie en mogelijk zelf een rol vervullen – mits de omstandigheden dat zonder gevaar voor mensen toelaten – bij het in veiligheid brengen van collectie.
Dit betekent dus dat de eigen alarmopvolging niet alleen bij inbraak maar ook bij brand moet zijn afgestemd op de alarmopvolging door externe partijen.

Belangrijk is dat vooraf nagedacht is over de prioriteitenstelling bij de bereddering van de collectie. Deze prioritering moet bepaald worden aan de hand van een aantal criteria:

1. de continuïteit van de bedrijfsvoering;
2. de waarde (het belang) van individuele collectieobjecten;
3. de vervangbaarheid;
4. de haalbaarheid, snelle verplaatsbaarheid;
5. kwetsbaarheid;
6. eigen collectie versus bruiklenen.

Het is niet juist er bij voorbaat vanuit te gaan dat bij een brand geen enkele beredderende actie kan worden ondernomen. Dat hangt namelijk helemaal af van de beheersbaarheid en de locatie van de brand.
Indien een brand boven in een gebouw ontstaat is er vaak veel tijd om uit lagere gebouwdelen objecten te redden. Dat bleek april 2008 bij de brand in het Schutterijmuseum in het Limburgse Steyl en in 2004 bij de brand in de Anna Amalia bibliotheek in Weimar.
De brand in het Armandomuseum oktober 2007 in Amersfoort ontstond in de dakconstructie. Indien er op dat moment medewerkers van het museum aanwezig waren geweest was er een grote kans geweest dat meerdere schilderijen in veiligheid waren gebracht.

Het spreekt vanzelf dat zowel voor diefstal als brand geldt dat de aandacht in eerste instantie uit moet gaan naar preventie.

Een snelle alarmopvolging, op basis van een adequaat en regelmatig geoefend calamiteitenplan, kan schade aan de collectie voorkomen of in ieder geval beperken.

Ton Cremers

toncremers@museumbeveiliging.com

http://www.museumbeveiliging.com

http://www.museum-security.org

http://www.handboekveiligheidszorgmusea.nl

Leave a Reply

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

%d bloggers like this: