Museum Security Network

Aangifte door erfgoedinspecteur tegen Ton Cremers door O.M. geseponeerd want: "het feit is niet strafbaar".

Dat ‘het feit’, namelijk mijn publicaties op het WWW over de inspectie/inspecteur en een Nederlands museum, niet strafbaar is verbaast mij niet. Ik had dat zelf al meteen bedacht. Hoe is het in hemelsnaam mogelijk dat een erfgoedinspecteur, ongetwijfeld ondersteund door juristen van het ministerie, dat niet zelf wist te bedenken? Of is het misschien zo dat die aangifte tegen mij gedaan werd zonder enig overleg met de juristen van het ministerie? Dat maakt het alleen maar erger.

Ik blijf bij mijn conclusies zoals verwoord op: http://www.museumbeveiliging.com/?p=2260

Er resteert een heel nare smaak na deze onaangename en oliedomme poging van de erfgoedinspectie/inspecteur mij de mond te snoeren via een uitzichtloze aangifte.
Ik beraad mij over tegenstappen omdat de erfgoedinspecteur voordat ik als ‘verdachte’ gehoord werd en voordat het O.M. besloten had over deze aangifte met de aangifte naar buiten trad bij de beveiliging van het ministerie – mijn peergroup – en mij feitelijk daardoor belasterde.

Het laatste woord is over deze kwestie nog niet gezegd. Mij rest onder andere de optie een klacht in te dienen bij de minister.

De feiten kort op een rij

1. Mei 2007 had ik samen met een museumconsulent een onderhoud met de bestuursvoorzitter van een museum. De collectie van dat relatief nieuwe museum bestaat vrijwel geheel uit de in een stichting ondergebrachte verzameling van die bestuursvoorzitter;

2. tijdens dat onderhoud deelde de man ons mede dat hij geen vragen stelt bij aankopen: “Wannner een handelaar zegt dat het okay is, dan ben ik gedekt”.

3. ik heb expliciet gevraagd of hij ook objecten had uit een land waar veel objecten geroofd zijn de afgelopen tientallen jaren. Het antwoord was bevestigend: hij had enkele objecten uit dat land, maar de handelaar van wie hij deze objecten kocht adviseerde hem ze niet in zijn museum tentoon te stellen omdat hij anders problemen zou kunnen krijgen met de diplomatieke vertegenwoordiging van dat land;

4. dit gesprek was voor mij aanleiding melding te doen bij de erfgoedinspectie en wel bij Marja van Heese;

5. reactie van Van Heese: “Dit betreft niet onze competentie, want het is geen verzelfstandigd, voormalig Rijksmuseum;

6. ik heb tegen deze opstelling telefonisch bezwaar gemaakt; Van Heese stelde mij in het gelijk, maar wilde toch geen actie nemen en verzocht mij de bestuursvoorzitter “op andere gedachten” te brengen (pas twee jaar later bleek Van Heese het museum wel aangeschreven te hebben; het ware zorgvuldig geweest wanneer ik als melder daarover geinformeerd was);

7. Dit “op andere gedachten brengen” heb ik tevergeefs telefonische geprobeerd en heb Van Heese toen laten weten verder geen actie te nemen;

8. na anderhalf jaar was er aanleiding voor mij – het museum ontving een substantiële gemeentelijke subsidie voor een verbouwing – met de hele kwestie, inclusief de rol van de Erfgoedinspectie, naar buiten te treden;

9. ik stuurde mijn WWW publicaties plus meerdere e-mails naar de Erfgoedinspectie, geen enkele mail werd ooit beantwoord;

10. pas toen ik een mail stuurde met de mededeling dat ik een klacht bij de minister overwoog kreeg ik een reactie en werd uitgenodigd voor een gesprek;

11. tijdens dat gesprek bij de Erfgoedinspectie werd mij medegedeeld dat mijn melding door de erfgoedinspectie niet correct/zorgvuldig was afgehandeld en dat daarom een meldingsprotocol ontwikkeld was (dat had er natuurlijk allang moeten zijn); bovendien werd mij verteld dat de Erfgoedinspectie een onderzoek zou instellen; men wilde mij niet vertellen wat dat onderzoek inhield;

12. samen met de KLPD deed de Erfgoedinspectie – meer dan anderhalf jaar na mijn oorspronkelijke melding! – een onderzoek naar de collectie van het museum (let wel: ik meldde dat de bewuste objecten NIET in het museum zouden zijn);

13. conclusie uit dat onderzoek: de Erfgoedinspectie vond geen aanwijzingen voor illegaliteit (niet bepaald een verrassing wanneer je anderhalf jaar na een melding onderzoek doet en de feiten inmiddels op straat liggen);

14. december 2009 berichtte ik in een eindejaarsbericht over deze hele kwestie onder de kop: “Terugblik: Gitzwarte bladzijde uit 2009; inertie van falende Erfgoedinspectie en dubieuze handel en wandel oprichter X van X Museum te X” (dat bericht is inmiddels afgeschermd nadat het betreffende museum en ik uitgebreid contact hadden)

15. einde februari 2010 deed erfgoedinspecteur Marja van Heese aangifte tegen mij wegens laster en smaad;

16. april 2010 werd ik gebeld door een beveiliger (!) van het ministerie met het verzoek Van Heese’s naam van mijn site te halen want anders zou aangifte tegen mij gedaan worden: die aangifte was echter al gedaan; een bizar telefoontje dus;

17. Voor noch na de aangifte heeft Marja van Heese of de directie van de Erfgoedinspectie, op mijn mails gereageerd; geen van mijn vragen werd beantwoord; nooit werd ik aangesproken over mijn mailing list of WWW berichten over deze kwestie (naast een tiental directe e-mails, stuurde ik alle door mij geschreven teksten naar Marja van Heese.

De aangifte plus de manipulaties rondom die aangifte waren voor mij aanleiding te twijfelen aan de integriteit van de erfgoedinspecteur.

Ton Cremers

Leave a Reply

%d bloggers like this: