De afgelopen 15 jaar werd de museumwereld een aantal keren geconfronteerd met zeer ernstige schade veroorzaakt door lethargisch beleid van museumdirecteuren. Consequenties van falen door eindverantwoordelijken hoort niet tot de bedrijfscultuur van musea. Je vraagt je af waarom. Het vermoeden dringt zich op dat consequenties uitblijven omdat het falen gevolg is van een keten falende verantwoordelijkheid van subsidiegever, bestuur, raad van toezicht tot de eindverantwoordelijke directeur.

In de profit sector komt het regelmatig voor dat ondeskundige managers hun biezen moeten pakken. Ik geef toe: dat biezen pakken gaat nogal eens gepaard met een financiële douceur waar menig werknemer in dienstverband van smult. Wie wil er niet als een Rijkman Groenink genoodzaakt worden de werkjas aan de wilgen te hangen? Rijkman – what’s in a name – zou later spreken over rampjaar: 2007, het jaar waarin hij door de vijandige overname van de ABN AMRO bank een beloning van een slordige 30 miljoen euro in de schoot geworpen kreeg. Bij zijn vertrek kreeg hij twee jaarsalarissen mee en zijn optie- en aandelenbeloningen bleken in één klap zo’n 26 miljoen euro waard. Je zou bijna medelijden krijgen met de man, vooral omdat het volk nog jaren kritiek bleef spuien over dit riante afscheidscadeau. Groenink, een verklaard tegenstander van absurd hoge bonussen in de bankenwereld – een beter voorbeeld van een vos die de passie predikt is niet denkbaar – ziet het geld dat hij kreeg als genoegdoening voor het onverteerbare feit dat ABN Amro in 2007 tegen zijn zin werd overgenomen en opgeknipt. Een jaar later bleek niet alleen de ABN AMRO bank er een bende van te hebben gemaakt, maar dat vrijwel de hele bankenwereld wegens egoïstisch, zelfverrijkend management door de mand viel. Er rolden vele volgevreten koppen op alle niveaus in de bankenwereld.

Hoge vertrekpremies zijn in de profit sector minder sociaal aanvaard dan voorheen, maar worden wel nog verstrekt. Falen loont in veel gevallen op financieel aantrekkelijke wijze. Niet goed functioneren? Wegwezen en tegelijk de schaapjes op het droge.

Als ik Rijkman Willem Johan Groenink tijdens de vernissage op The European Fina Art Fair (TEFAF) in Maastricht in zijn maatkostuum en met zijn ijdele haarbos, net onder de droogkap vandaan, rond zie stappen, kan ik niet nalaten te denken: “Met belastingcenten volgepropt varken dat je bent!” Belastingcenten omdat zijn omvallende bank met miljarden belastinggeld overeind moest worden gehouden.

Zo lang die bonussen en vertrekpremies betaald worden uit de winst die bedrijven maken, is dat hoogstens zeer pijnlijk voor de werknemers die alleen via zeer moeizame CAO-onderhandelingen een enkel graantje meepikken van het succes. Erger nog: niet zelden stapt de CEO met een zak vol geld de deur uit vlak voordat een faillissement wordt uitgesproken. Werknemers en leveranciers in verbijsterde armoe en werkloosheid achterlatend.

Maar dan de museale non-profit sector. Geen, voor zover ik weet, klinkende gouden handdrukken bij falend beleid. Nee, erger nog: falend beleid heeft helemaal geen gevolgen voor de eindverantwoordelijke directeur.

Je ‘halve museum’ leeggeroofd in Hoorn (2005)? Je liegt in de pers en op bijeenkomsten van de Museumvereniging dat je een geavanceerde beveiliging had, maar helaas geslachtofferd werd door ‘professionele criminelen’. Dat zijn twee vliegen in 1 klap: liegen over zowel de beveiliging als over de professionaliteit van de criminelen. De vraag dringt zich op: hoe komt het dat je na een inbraak ineens expert lijkt te zijn over de professionaliteit van de criminelen, maar nooit zelfs maar het initiatief nam iets te doen aan je beveiliging? Helemaal een gotspe: nadat deze directeur – ik heb het over raaskallende Ruud Spruit – door het ijs zakte als buiten-de-deur-beunhazende broodschrijver en programmamaker, vertaalde en verziekte hij een boek over gestolen kunst. Alles, werkelijk alles, dat Beun de Haas toevoegde aan het oorspronkelijke boek is gelardeerd met nonsens en fouten. De inleiding die hij schreef in dit slordig geproduceerde boek, een onvervalste commercial voor het Art Loss Register (een particuliere onderneming met winstdoelmerk), geurt naar hoerige journalistiek. Had al dat falen en gesjoemel van Ruud consequenties? Wie zal het zeggen. Ongeveer een jaar voor zijn pensioen verdween hij met stille trom uit het museum, overeind gehouden door wethouder van cultuur Tonnaer. Volledig onbegrijpelijk: na de omvangrijke diefstal uit het Westfries Museum meldden zich diverse museumdirecteuren die het allemaal zo sneu vonden voor Ruud dat ze hem aan de borst namen en ongevraagd schilderijen in bruikleen aanboden om de gaten in het museum op te vullen. De Museumvereniging ging op de uitnodiging van Ruud in om in zijn museum de sectie Veiligheidszorg te presenteren. Ben ik nu gek geworden? Laat ik deze vraag meteen beantwoorden: Nee, dat ben ik niet. Het hermetische, zichzelf beschermende museumwereldje toonde hier symptomen van gekte. (Ruud organiseerde ooit een Karel Appel tentoonstelling en kreeg, als directeur van het museum, van Appel als dank een schilderij cadeau. Waar is dat schilderij?)

Hoe kon dit slecht beveiligde museum verzekerd zijn? De verzekeringsmakelaar was AON – breek me de bek niet open – Artscope.

Een unieke situatie? Van geen kant. Na de inbraak en diefstal in het Museon Den Haag (2002) waar een tentoonstelling met diamanten sieraden werd gedecimeerd door criminelen, kreeg toenmalig directeur Bert Molsbergen van allerlei kanten het aanbod sieraden in bruikleen te nemen om de tentoonstelling weer aan te vullen. Ben ik u gek geworden? Nee, nee, nee. Het ‘wereldje’ vertoonde ook daar trekken van acute verstandsverbijstering. De verzekeraar weigerde de schade te vergoeden omdat de beveiliging middeleeuws was. Een terecht besluit. Maar, hoe kwam het dat de verzekeraar deze slecht georganiseerde tentoonstelling ‘dekte’. Hier gaat het deksel van een kwalijk riekende beerput open. De verzekeringsmakelaar was AON – breek me de bek niet open – Artscope. Twee weken voordat in het Museon werd ingebroken vertelde een medewerker van AON Artscope mij dat de beveiliging van de tentoonstelling ‘om te huilen’ was. Vreemd, heel vreemd. Waarom bracht deze makelaar de tentoonstelling zonder eisen te stellen onder bij een verzekeraar? Laat ik hierover niet fantaseren. Of toch een beetje: had het misschien iets te maken met geld verdienen en duimen dat er niets fout zou gaan? Wie zal het zeggen. Hoe het ook zij: de Portugese kroonjuwelen die gestolen werden, zijn nooit meer teruggevonden, evenmin als alle andere gestolen sieraden.

Had dit falen gevolgen voor de verantwoordelijke managers in het museum? Wie het weet mag het zeggen. Ik weet het, maar zeg het deze keer niet.

Jaar-in-jaar uit niet in staat een honderden miljoenen kostende verbouwing van het Rijksmuseum niet vlot krijgen als eindverantwoordelijke? Ik las in geen enkele krant dat de grootste financier van deze verbouwing en tevens eigenaar van de collectie en gebouwen consequenties uit dit onvermogen trok. Nee, Ronald de Leeuw vertrok met stille trom, omdat hij ‘meer tijd voor zichzelf wilde hebben’. Wat??! Vijfenvijftig jaren jong en bedeeld met de meest prestigieuze baan in de Nederlandse museumwereld, een van de meest prestigieuze banen in de internationale museumwereld, en dan in de bloei van je carrière aan je stutten trekken omdat je meer tijd voor jezelf wilt hebben? Binnen en wereld gebouwd op creativiteit en kunstzinnigheid had ik een wat originelere smoes verwacht. Werd Ronald de Leeuw onder druk van het ministerie de laan uit gestuurd? Geen idee. Collectie en gebouwen zijn weliswaar eigendom van de staat, maar het toezicht ligt in handen van de zelfstandige Stichting Het Rijksmuseum. Ronald de Leeuw vormde in zijn eentje het bestuur van deze stichting onder toezicht van een commissie zeer wijze mannen en vrouwen (onder andere de huidige directeur Wim Pijbes). Kreeg Ronald een financiële douceur mee? Laat ik niet te veel suggestieve vragen stellen, want ik weet niet wat er gebeurd is. Echter, niemand kan mij verkopen dat er geen relatie is tussen dat vroegtijdige vertrek, na een kort dienstverband, van Ronald de Leeuw en de stagnatie bij de verbouwing. Laat ik het er op houden dat mijn zeer persoonlijke overtuiging is dat RdeL zorgvuldig beschermd door het Rijksmuseale netwerk genoodzaakt was het hazenpad te nemen.

Brand (2007) je gehele museum af en komt de aap uit de mouw dat je geen calamiteitenplan had, dat er geen duidelijke afspraken waren met externe hulpverlening zoals de brandweer, dat er dakwerkzaamheden plaatsvonden terwijl je de belangrijkste tentoonstelling uit je tienjarig bestaan organiseerde en dat er over die werkzaamheden onvoldoende afstemming was met de gemeente? Geen probleem. Het museum – Armando Museum in de Elleboogkerk in Amersfoort – is na de brand van de aardbodem verdwenen samen met de in het museum aanwezige collectie, inclusief kostbare bruiklenen. De verantwoordelijke directeur, Gerard de Klein, raakte door zijn falen zijn museum kwijt en daardoor zijn baan. Geen reden tot zorg: binnen de kortste keren werd binnen de museumwereld weer een directeursbaantje voor hem gevonden, en wel van museumgoudA (let wel: deze maffe spelling is niet mijn vondst). Gerard haalde binnen de kortste keren weer het nieuws door de twijfelachtige veilingverkoop om de museale kas te spekken van een Marlene Dumas schilderij. De inbraak in zijn museum en de diefstal van een monstrans is hem niet aan te rekenen. Wel ben ik natuurlijk heel benieuwd wat Gerardje gedaan heeft om herhaling te voorkomen.

Hoorde of las ik kritische vragen over het functioneren van De Klein in Amersfoort? Hoorde of las ik kritische vragen over het wanbeleid van Spruit in Hoorn. Werd Bert Molsbergen persoonlijk aangesproken over de uiterst slechte beveiliging van de tentoonstelling in het Museon? Hoorde of las ik kritische kanttekeningen bij het verbouwingswanbeleid van Ronald de Leeuw? Niets van dat al. Ik zag wel meeleven op het medelijdende af, verhulling van falen, idiote aanbiedingen van bruiklenen aan geslachtofferde musea. Hoe vreemd kan het lopen.

Is bovenstaand overzicht compleet? Nee, er is nog een museum met een ‘geavanceerde beveiliging’ waar een stelletje Roemeense kruimeldieven met het grootste gemak hun slag sloegen (2012): De Kunsthal (strikt genomen geen museum) in Rotterdam. Alsof het de diefstal uit een onbeveiligd rijtjeshuis betrof gingen die jongens aan de haal met een aantal beroemde meesters, maar aan de beveiliging mankeerde volgens directeur Emily Ansenk helemaal niets. Die was dik op orde. Hoe bont kan je het maken. Dacht mevrouw Ansenk werkelijk dat de buitenwereld, inclusief ondergetekende, die Spruitiaanse bluf zou slikken voor zoete koek? Niet alleen gefaald als eindverantwoordelijke voor het veilig tentoonstellen van kostbare bruiklenen – maling aan de gedupeerde bruikleengevers – maar ook nog minachting voor de pers en de buitenwereld. Had dit voor de positie van Ansenk gevolgen? Natuurlijk niet. Waren er dan helemaal geen gevolgen? Ja, binnen een dag werd de geavanceerde beveiliging nog geavanceerde gemaakt door op voor ramkraak kwetsbare plekken rondom het gebouw betonnen plantenbakken te plaatsen en anderhalf jaar later vond er een aanzienlijke ingreep plaats in het gebouw om onder andere de ‘klimaatbeheersing te moderniseren’.

Oh ja, voordat ik het vergeet: wie was de verzekeringsmakelaar? Juist: AON – breek me de bek niet open – Artscope.

Vooruit, om af te sluiten nog een kleintje: het Natuurhistorisch Museum, buur van Ansenk. Daar werd ingebroken (2011) en de kostbare hoorn van een neushoorn werd gestolen. Hoe was dat mogelijk? Dat was mogelijk doordat de beunhazende (ja, Ruud Spruit staat niet alleen) directeur een advies van de politie in de wind sloeg. Meneer Jelle Reumer had geen boodschap aan de hausse aan inbraken in natuurhistorische musea waar een, vermoedelijk Ierse, bende zich richtte op deze hoorns. Reumer wilde het de scholieren niet aan doen dat ze moesten kijken naar een kopie van kunsthars. Nee, ze moesten het echte werk zien en niets anders. Jammer, heel jammer dat dat echte werk er nu niet meer is. Was er enig kritisch geluid te horen over Jelle? Niente, nada. Wat Jelle wel deed: mij een aanmatigende mail sturen omdat ik mij kritisch uitliet over zijn wanpresterende buurvrouw en over zijn maatje Ruud Spruit. Het zij hem vergeven. Ook Jelle heeft op z’n tijd recht de ratio uit het oog te verliezen en neer te donderen in een emotionele afgrond.

Is bovenstaand overzicht volledig? Nee. Moet ik door gaan? Een volgende keer. Er is meer, veel meer in binnen- en buitenland. Erger nog: de lijst zal, zo vrees ik, in de toekomst groeien.

Ton Cremers

 

 

January 18th, 2016

Posted In: Geen categorie, Herinneringen van een museumbeveiliger, Ton Cremers blogs

Tags: , , , , , , , , , , , , ,

kanttekeningen bij de mediahype rondom het Westfries Museum

by Ton Cremers

De afgelopen week werd, in ieder geval in Nederland, het nieuws voor een aanzienlijk deel bepaald door de hype rondom de gestolen schilderijen uit het Westfries Museum in Hoorn.

Er zou zich een militante splintergroep bij de Nederlandse ambassade in Kiev gemeld hebben met het aanbod de schilderijen tegen betaling terug te bezorgen. Van een van de schilderijen werd een foto getoond met daarop een exemplaar van een recente krant. Gemakshalve ga ik er vanuit dat dit niet een digitale bewerking, oplichterij, betreft, maar een werkelijke foto.

Je zou verwachten dat deze kwestie in handen werd gegeven van Interpol, de Oekraïense en de Nederlandse politie. Misschien gebeurde dat ook, echter: het geslachtofferde museum kreeg volgens de directeur uiteindelijke de vrije hand bij de onderhandelingen met de huidige bezitters (niet ‘eigenaars’ zoals ik een ‘expert’ hoorde zeggen) en schakelde een private, commerciële partij in.

Deze partij die zich afficheert als kunstdetective, historicus, kunst- en antiquiteitenexpert, kunstaankoopadviseur, vervalsings- en provenancedeskundige – veel talenten verzameld binnen een enkele persoon – toog naar de Oekraïne om namens het museum te onderhandelen over de terugkeer van de schilderijen.

Helaas leverden die onderhandelingen niets anders op dan een spannend relaas over gevaarlijke criminelen en militairen en zelfs de Oekraïense geheime dienst. Smullen in de media.

De onderhandelaar kon in Oekraïne geen overeenstemming bereiken over de waarde van de gestolen kunst en een aan die waarde gerelateerd te betalen bedrag om de schilderijen terug te krijgen. Geheel in overeenstemming met de geldende (juridische) mores kon slechts gesproken worden over een vergoeding van door de schilderijengijzelnemers gemaakte kosten. Het is immers niet gebruikelijk, en in vele landen zelfs in strijd met de wet, aan dieven of helers te betalen voor het terugkrijgen van gestolen goederen.

Het museum zou bereid zijn € 50.000,00 op tafel te leggen, terwijl de criminele bezitters meenden dat de schilderijen totaal 50 miljoen euro waard zouden zijn. Een telefoontje naar Oekraïne was voldoende geweest om te constateren dat hier sprake was van een onoverbrugbaar gat en dat onderhandelingen bij voorbaat gedoemd waren te mislukken.

Dus: veel opgewonden tam-tam in de media over een ballon, want er werd geen resultaat bereikt.

Er is bovendien geen enkele duidelijkheid over de verblijfplaats van de schilderijen, noch over de staat waarin ze verkeren. Het ene schilderij waar een foto van getoond werd, verkeert kennelijk in een slechte staat. Over het hele schilderij lopen verticale vouwen omdat het te lang opgerold is geweest.

Voordat de reis naar Oekraïne werd gemaakt, ware het zinnig geweest indien vanuit Nederland, en dan liefst door professionals, onderhandeld werd over de haalbare financiële marges en had toch minstens de eis gesteld moeten worden dat foto’s werden getoond van alle schilderijen.

Het is niet uitgesloten dat de schilderijen zich in een ander land bevinden dan nu beweerd wordt. Sterker nog: het is niet uitgesloten dat de schilderijen zich niet onder de controle bevinden van degenen die dachten miljoenen euro’s in de wacht te slepen. Of, het ergst denkbare scenario, dat de overige schilderijen niet meer beschikbaar zijn.

In zijn persconferentie deze week verklaarde directeur Ad Geerdink van het Westfries Museum dat de publiciteit gezocht werd om het de criminelen onmogelijk te maken met de schilderijen de markt op te gaan.

Na de inbraak zondag 9 op maandag 10 januari 2005 werden foto’s van de gestolen schilderijen over het internet verspreid. Van niet alle schilderijen waren kleurenfoto’s beschikbaar. Geen beste beurt van het museum (kleurenfotografie is vanaf 1960 de norm; blijkbaar slaagde het museum er in een halve eeuw niet in de registratie op orde te krijgen).

Dat het beleid van Geerdinks voorganger Ruud Spruit op meer terreinen faalde was op museumbeveiliging.com herhaaldelijk onderwerp van kritische beschouwing.

Ik duim dat alle schilderijen in bezit zijn van de criminelen waarmee onderhandeld werd en dat ze terugkeren naar het beroofde museum.

Of het museum dit in zijn eentje, buiten officiële internationale instanties om, gaat redden, betwijfel ik zeer.

Ton Cremers

 

December 11th, 2015

Posted In: Ton Cremers blogs

Tags: ,

Meerdere keren schreef ik op museumbeveiliging.com en toncremers.nl columns over de schandalige rol van de Erfgoedinspectie en met name de rol van een inerte inspecteur die de verkeerde keuze maakte: niet een melding van mij naar eer en geweten afhandelen, maar aangifte tegen mij omdat ik naar buiten trad met haar inertie.

Vandaag lees ik in de NRC een artikel Kapot gemaakt door de overheid, waarin een schandalige rol van de Erfgoedinspectie beschreven wordt en waarin vermeld wordt dat deze inspectie schadevergoeding zal moeten betalen aan een bedrijf dat moedwillig door de Erfgoedinspectie kapot gemaakt werd. Onder moedwillig, hoort een vette streep, want moedwil (kwaadwil) ervoer ik ook destijds bij de kansloze aangifte tegen mij. Dat was een moedwillige poging van de Erfgoedinspectie, en met name van de inspecteur Marja van Heese mij de mond te snoeren.

Zo zijn blijkbaar de manieren van de Erfgoedinspectie: een serieuze melding over een misstand in de museumwereld weigeren ze af te handelen, totdat publiekelijk aan de bel getrokken wordt en dan uiteindelijk pas na twee jaar als het te laat is.

Mijn klokluiden leidde tot maar 1 daadkrachtige reactie door de Erfgoedinspectie: aangifte tegen mij wegens smaad en laster. Blijkbaar waren de juristen op het ministerie met vakantie toen die aangifte gedaan werd en namen de Erfgoedinspectie en inspecteur Marja van Heese niet de moeite even op te zoeken wat deze juridische begrippen betekenen.

Nu staat dus in de NRC te lezen hoe diezelfde Erfgoedinspectie wilens en wetens een archeologisch bedrijf de grond in trachtte te boren. Ik weet wel waarom: de bij de automaat koffieslurpende. inactieve inspecteurs exploderen van jaloezie over de ondernemingszin van particuliere partijen.

Er blijft die Erfgoedinspectie blijkbaar slechts 1 keuze: de mond snoeren en kapot maken die particuliere partijen.

Aangifte tegen mij, gif spuwen over Aart Vermeulen, archeoloog en mededirecteur van het opgraafbedrijf ArcheoMedia, en – een stommiteit door ex-erfgoedinspecteur, Hanna Pennock – hele teksten wegcensureren van een LinkedIn groep die deze ambitieuze erfgoedouderlinge vanuit haar functie als rijksambtenaar opzette.

Ja, ik weet: Hanna Pennock was toen geen erfgoedinspecteur meer, maar blijkbaar krijg je het meisje wel uit de Erfgoedinspectie, maar de Erfgoedinspectie niet uit het meisje.

De Erfgoedinspectie is een collectie navelstaarders die wel de tijd had gezamenlijk, op kosten van de belastingbetaler, eenhagiografisch boek te schrijven over hun vertrekkende baas, Charlotte van Rapperd-Boon, maar tijd om te doen waar ze voor zijn ingehuurd..

De teambuildinguitstapjes, ook op kosten van de belastingbetaler, onder andere naar de Efteling – nee ik maak geen grapjes over sprookjes – hebben zonder enige twijfel geleid tot een hecht team. Tot een hermetisch team van hoogbetaalde verspillers van belastinggeld, want de overheid (= de belastingbetaler) amateuristisch opzadelen met schadeclaims is verspilling; niets anders.

Mag in deze tijd van bezuinigingen astublief deze anomalie Erfgoedinspectie geheten opgeheven worden!

Zie hieronder enkele citaten uit het artikel in de NRC. Het hele artikel is te lezen op: nrc.nlhttp://www.nrc.nl/next/2015/10/23/kapotgemaakt-door-de-overheid-1549221

Ton Cremers

Kapotgemaakt door de overheid

Merijn Rengers

„Het had zo mooi kunnen zijn”, zegt Aart Vermeulen, archeoloog en mededirecteur van het opgraafbedrijf ArcheoMedia. Elf jaar geleden groeven Vermeulen en zijn 32 personeelsleden bij bouwplaatsen en afgravingen door heel Nederland naar bodemschatten, maar na jaren van juridische strijd is er weinig meer over van zijn bedrijf. (….) Het bedrijf ArcheoMedia heeft eind september in hoger beroep een slepende rechtszaak gewonnen van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Het Haagse gerechtshof oordeelde dat de erfgoedinspectie, die waakt over een deel van de Nederlandse bodem- en kunstschatten, zich ontoelaatbaar en ongefundeerd negatief had uitgelaten over ArcheoMedia – waardoor het bedrijf steeds minder overheidsopdrachten kreeg. De staat moet het inmiddels zieltogende bedrijf een nog te bepalen schadevergoeding betalen. (………………..)

In 2009 heeft een gerenommeerd accountantskantoor vastgesteld dat de geleden schade 1,7 miljoen euro bedraagt.” (….) De Erfgoedinspectie laat in een reactie weten het vonnis nog te bestuderen en wil verder niet reageren. Bij een eerdere inhoudelijke behandeling van de zaak, begin 2014 in de Haagse rechtbank, zei hoofdinspecteur Hans Magdelijns dat hij ermee in zijn maag zat. „Deze zaak sleept al sinds 2007 en er moet een streep onder”, aldus Magdelijns. (……)

Lees het hele artikel op: nrc.nlhttp://www.nrc.nl/next/2015/10/23/kapotgemaakt-door-de-overheid-1549221

 

October 23rd, 2015

Posted In: Geen categorie, Ton Cremers blogs

Tags: , , ,

Lege lijst Isabella Stewart Gardner Museum, Boston

Lege lijst Isabella Stewart Gardner Museum, Boston

 

Uit Beveiliging Nieuws, 16 oktober 2015:

Tweederde gestolen kunst is bijna niet op te sporen

beveiligingnieuws.nl/nieuws/diefstal/tweederde-gestolen-kunst-is-bijna-niet-op-te-sporen 

“Ruim tweederde van de in Nederland gestolen kunst en antiek kan nauwelijks worden opgespoord. Doordat slachtoffers vaak niet beschikken over exacte gegevens of foto’s van de gestolen objecten.”  Dat zegt Martin Finkelnberg, hoofd van het landelijke politieteam kunst- en antiekcriminaliteit, die de database beheert, in deVolkskrant. Jaarlijks neemt het team zo’n 700 gestolen objecten op in zijn digitale kaartenbak. Ruim tweeduizend gestolen goederen worden niet geregistreerd in de database gestolen kunst van de Landelijke Politie omdat slachtoffers foto’s, serienummers, specifieke beschadigingen en andere kenmerken van hun kostbaarheden ontberen.Soms wordt kunst of antiek gevonden bij een vermeende crimineel, maar kan de eigenaar niet meer worden achterhaald. De rechter bepaalt dan of het wordt bewaard, geveild of vernietigd. Het publiek moet alerter, zegt Finkelnberg. Ook rechercheurs zouden kunstregistratie moeten opnemen in hun routine, net als dat nu wel bij gestolen auto’s gebeurt.

Dan is de conclusie gerechtvaardigd dat alleen 1/3 van geregistreerde gestolen kunst wordt opgespoord, want statistieken over niet geregistreerde gestolen kunst zijn er niet. Dit betekent dat van de totale hoeveelheid gestolen kunst veel meer zoekt blijft dan 2/3.
Wanneer je een overjarige 2hands auto koopt voor € 500, loop je tegen allerlei registraties aan: je moet hem verzekeren, het kenteken op naam zetten en wegenbelasting betalen. Met de duizenden camera’s langs de weg wordt je hele (handel en) wandel geregistreerd.
Het is echter altijd nog mogelijk kunst van duizenden tot miljoenen euro’s ongeregistreerd, desnoods contant en met zwart geld, te verhandelen.
De enige afdoende manier kunstdiefstal met een grote kans op succes te bestrijden, is de opname van alle kunst, vanaf een bepaalde waarde, in een positieve database.
Een utopie.
Ik bezocht meerdere keren het tweejaarlijkse congres van Interpol in Lyon over kunstcriminaliteit. De steeds terugkerende klacht daar was dat nationale politiecorpsen te weinig info aanleveren, en bovendien vaak met grote vertraging.
Kunstcriminaliteit is een grensoverschrijdende criminalteit.
Een nationale database is zinnig, maar absoluut niet voldoende.
De vraag die al jaren bij mij speelt, is of die kunstcriminaliteit nu werkelijk zo’n groot probleem is. Je hoort en leest dat het om zeker 6 miljard dollar per jaar gaat (hoe komt men aan zo’n getal?) en op de derde plaats staat na drugs en wapens. Dat behoeft nuance: in drugs en wapens gaat jaarlijks 100 miljard dollar om. Nogal een verschil.
Nog een nuance: uitgaande van de totale hoeveelheid kunst in musea en bij particulieren, durf ik de stelling aan dat we het hier hebben over een marginaal probleem. Overigens wel een probleem dat in het nieuws en in speelfilms tot de verbeelding spreekt.

Ton Cremers

October 16th, 2015

Posted In: Geen categorie, Ton Cremers blogs

Tags: ,

Dale trui = Smeets trui

Dale trui = Smeets trui

 

Al vele jaren lees ik met plezier de boeken van Smeets. Ik heb zeker niet alles gelezen – zijn bibliografie in Verhaal halen, the best of Mart Smeets (uitgeverij Carrera, Amsterdam 2015; samenstelling Jacob Bergsma) beslaat zes pagina’s – maar veel wel. De boeken over wielrennen hadden mijn, zelf bij tijd en wijle een enthousiast fietser, voorkeur, maar ook zijn verhalen over reizen in de Verenigde Staten. Die min of meer autobiografische verslagen tonen een kind in een speelgoedwinkel die niets liever doet dan shoppen, bij voorkeur in CD winkels. Zijn enthousiasme is aanstekelijk. Voor mij althans, want het werd in de loop der jaren in toenemende mate lastig mijn leesplezier te delen met anderen. Waarom weet ik niet, maar hoon was mijn deel en ik kreeg steeds meer de indruk stiekem mijn guilty pleasure voor mij te moeten houden. Zelfs in de boekenwinkel waar ik mijn bestelling van Verhaal halen kocht, kreeg ik te horen dat ik waarschijnlijk een van de laatste Smeetsfans ben in Nederland. Dat zal niet waar zijn. Ik weet niet de oplagecijfers van Smeets’ boeken, maar ga er van uit dat ze voor de uitgever voldoende winstgevend zijn.

Sinds de Avondetappe met Smeets er niet meer is, is de Tour de France voor mij minder interessant, echt niet alleen om aan het einde van de Avondetappe weg te kunnen dromen bij het melancholische Buenas noches mi amor van Dalida. Smeets en Dalida zijn in de loop der jaren voor mij wel met elkaar verbonden geraakt. Dat bleek toen mijn vrouw Monique en ik vorig jaar in Montmartre langs het beeld van Dalida liepen; even voelden we de sfeer van de avondetappe. De Avondetappe was in de eerste plaats een must tijdens de Tour de France, vanwege de rustige sfeer, de gasten, de gesprekken, de verhalen van wijlen Jean Nelisse en Smeets. Dat ik ’s winters een Dale trui draag, is niet geinspireerd door Smeets, maar het is wel mijn ‘Mart-Smeetstrui’.

Ben ik fan? Ja, zonder enige twijfel. Kritiekloos? Zeker niet. Hij valt iedere keer voor mij een beetje van zijn voetstuk wanneer hij zich laat interviewen. Hij zou niet moeten deelnemen aan die idiotie van elkaar interviewende journalisten, deze journalistieke inteelt (met dank aan Ton Planken). Wanneer hij net iets te fanatiek het gebruik van de autocue verdedigt (door Eva Jinek even fanatiek tegengesproken) manouvreert hij zich in de weinig elegante rol van de seniorprofessional die het beter weet en beter kan, het verleden ophemelt en de nieuwe generatie de les leest. Kromme tenen.

Wat is de reden dat hij zo veel anti-gevoelens oproept? Is het zijn neiging tot bombastisch taalgebruik, is het de overkill aan Mart Smeets in de publiciteit, is het zijn succes? “Mensen zijn bereid je alles te vergeven, behalve je succes”, zei Henk van der Meijdentoen hij afscheid nam van De Telegraaf als PRIVE roddelprofessional. Geen van deze drie mogelijke oorzaken van antipathie kan verklaren waarom Smeets uitgekotst wordt. Hoe ver dat uitkotsen gaat is te lezen in de boeiende en vlot geschreven inleiding doorJacob Bergsma in Verhaal halen, the best of Mart Smeets: “Tijdens de research voor dit boek ben ik ronduit geschrokken van de overstelpende hoeveelheid vuiligheid en nog heel, heel, heel veel erger die er over Mart Smeets is geschreven, vooral op de kennelijke vrijplaats die internet heet. Wanneer tegen het topje van de ijsberg aangifte zou worden gedaan, zou het Openbaar Ministerie met een royale dagtaak worden opgezadeld. Dat weet Mart Smeets zelf ook. Hij probeert het niet te lezen. Hij probeert het te ontwijken. Niet zelden loopt hij over straat, of hij wordt beschimpt, bespuugd, uitgescholden of zelfs met de dood bedreigd. En dan nemen ze zijn vrouw, en zijn kinderen en het licht in zijn ogen in een moeite mee. Want ze weten allemaal waar hij woont, dus komen ze hem opzoeken…..“.

Je schrikt er van als je het leest. Het kan bijna niet waar zijn. Las ik ooit een tekst van Mart Smeets die maar in de verte dergelijke reacties verklaart (gerechtvaardigd zijn ze sowieso niet)? Nooit! Als publiek figuur roep je onvermijdelijk alleen al omdat je kop op TV verschijnt negatieve reacties op. Dat hoort er blijkbaar bij. Je hoeft slechts een enkele keer live de tweets te lezen die gestuurd worden naar aanleiding van babbelprogramma’s als De wereld draait door en Pauw en het wordt duidelijk wat Jacob Bergsma bedoelt met ‘de kennelijke vrijplaats die internet heet’. De reacties zijn vaak te walgelijk voor woorden en zelden inhoudelijk waardevol.

Heerlijk dat we leven in een maatschappij waar iedereen vrijwel onbegrensd mag blaten wat hij wil. Jammer dat velen niet begrijpen wat vrijheid van meningsuiting werkelijk inhoudt.

Een keuze uit Twitter in de maand september 2015:

Sep 23 Als Peter R. de Vries, Halina Reijn en Mart Smeets tegelijk ziek zijn, dan is er die week geen tv.

Sep 23 Als Mart Smeets mij ging volgen op Twitter zou ik hem direct blocken

Sep 21  ‘BITCH JE MOEDER IS ZO DIK ALS ZE BIJ DE RADIO ZIT LIJKT ZE OP MART SMEETS IN BODYWARMER.’

Sep 19 Heeft Mart Smeets nou zo’n groot lichaam of een heel klein hoofdje?

Sep 18 Kees Jansma over Mart Smeets: “Moeilijke man, terroriseerde de redactie”

Sep 10 Zijn er echt mensen die Mart Smeets leuk vinden? Echt? Eerlijk?

Sep 9 Zag vanmorgen een ongewassen Mart Smeets recht in de ogen… man man man… wat een stinkerd is dat.

Sep 9 Kan iemand die idioot Mart Smeets achter de microfoon weghalen?

Hoe het ook zij: ik verorber de nieuwe Smeets bloemlezing met veel smaak. Hoewel Smeets zelf in het voorwoord blijkbaar fan van Ischa Meijer was, ‘maar een fan die niet in zijn schaduw kan staan’, vind ik zijn interviews met de weduwe van Piet Moeskops en met Gerrie Kneteman van een ‘meijeriaans’ niveau. Smullen!
Het wordt tijd dat Nico Dijkshoorn, over Smeets een op de man spelend repeteergeweer, uit zijn leegrakende voorraad originaliteit iets anders weet te halen dan “Mag ik dat zeggen, ja, dat mag ik zeggen“… Overigens: met alle respect voor Dijkshoorn die volgens mij de-beste-ooit-column (2010) uitsprak op TV; ook na jaren nog steeds niet met droge ogen aan te horen, en vooral te zien.
Ton Cremers

 

October 1st, 2015

Posted In: Geen categorie, Ton Cremers blogs

Tags: ,

Hero Jakkie Brinkman; politieke partijen hoppende diender

Hero Jakkie Brinkman; politieke partijen hoppende diender

 

Politieke partijen hoppende opportunist Hero Brinkman en ‘loan shark’ Dirk Scheringa presenteerden bij Jeroen Pauw hun nieuwe kongsi: de Ondernemers Partij.

De partij wil het ondernemen in Nederland gemakkelijker maken en richt zich daarbij specifiek op ZZP’ers en MKB’ers.

Tijdens de presentatie bij Pauw greep Hero Brinkman meteen de kans te laten zien hoe deze nieuwe partij zich in gaat zetten voor de ZZP’ers en hoe ondernemers door hem en Scheringa – hoe durft die man – ondersteund gaan worden.

Peter de Vries, ook niet vies van een politiek avontuurtje, plaatste op de hem bekende wijze, liever de bal dan de man spelend (en dat door een beunhazende voetbalmakelaar), kanttekeningen bij de plannen van beide politieke en financiele oplichters.

Brinkman kon niets anders bedenken dan de ZZP-ende Peter de Vries aan te vallen omdat deze zich voor zijn werkzaamheden bij Pauw zou laten betalen. Een vraag die helemaal niets te maken had met de discussie die plaatsvond tijdens het programma.

Dan presenteer je een partij die zich gaat richten op de belangen van ZZP-ers en MKB’ers en het eerste dat je publiek doet is een ZZP’er aanvallen op zijn inkomsten. Niet slim.

Mijn advies: MKB’ers en ZZP’ers aller landen verenigt u en stem niet op het onbetrouwbare partijtje van deze twee onbetrouwbare heren.

Ton Cremers

 

September 23rd, 2015

Posted In: Geen categorie, Ton Cremers blogs

Tags: , , , ,

Bill Pijbes

Bill Pijbes

 

Een avondje Nederlandse TV biedt onafgebroken de mogelijkheid tenenkrommend Engels taalgebruik aan te horen. Mode, bij ministers (bijvoorbeeld Hennis van defensie) en praatprogramma (talkshow) deelnemers is de laatste tijd:  “as we speak”.

Rijksmuseum directeur Wim (Bill) Pijbes kan in het programma De Wereld Draait Door geen formulering uit zijn mond krijgen zonder Engelse termen. De president van de Verenigde Staten is bij hem The president of the Oenaitet Steets. Opgewonden als een hitsige bakvis die een bewonderde beroemdheid mocht aanschouwen, hijgde Bill in DWDD van 24 november 2014 over de door hem in Parijs bezochte Jef Koons tentoonstelling.

Nog los van zijn modieuze “het is wat het is” – o ja, wat dan? – en de ontboezeming dat hij ‘stupéfait’ is van Koons, mogen we horen dat het Rijksmuseum in de veilingzaal door Koons verslagen wordt omdat Koons diepere ‘pockets’ heeft dan het Rijks. Diepere pockets? Heeft Koons meer last van terugkruipend tandvlees dan het Rijks?

Verzamelaars die kunst ophangen in Amerikaanse musea krijgen geen belastingaftrek, maar: “tax deduction”.

Van Nieuwkerk omschrijft de heersende opinie over Koons: “kitsch”, en Koons als “een charlatan die de boel bij de neus neemt”. Pijbes: “You’re right”. Zo, dan weet een internationaal publiek dat Van Nieuwkerk gelijk krijgt van Bill Pijbes.

Pijbes houdt, het moet gezegd worden, een aardig betoog over de rol van Koons in de huidige kunstomgeving, maar bezoedelt dat betoog dan weer met “je kan het disgusting vinden”. Ja Bill, het is natuurlijk even nadenken hoe je dat ook alweer in het Nederlands zegt; een hele inspanning. Het werk van Koons is echter meer, het is: “serious business”.

Koons maakt van zijn objecten altijd drie of vijf exemplaren, want er zijn immers: “five continents”. Als kunstbeschouwer gebruik je volgens onze Bill een vocabulaire dat bij Koons helemaal vastloopt. Van een vastlopend, maar dan in het Engels vastlopend, vocabulaire weet Pijbes zelf van wanten.

De winkel van Koons vader is “in the middle of nowhere” in de Oenaitet Steets waar je meubels en spullen ziet opgestapeld, maar: “dat is gewoon The American Dream”. Het is allemaal “perfect, bloody perfect”, Koons is “purfukt” en hij loopt in zijn eigen “American Dream”, Americain te wezen. Koons porno is “ushering in banality” (ja, ja, ik weet dat het varkentje in het Stedelijk Museum zo heet, maar ik weet niet wat dat varkentje met porno te maken heeft).

De werkelijk pornografisce foto’s van Koons kunnen volgens Bill Pijbes voor acht uur ‘s avonds niet op TV uitgezonden worden. Wat is dat nu? Is Bill zich ineens bewust van het kijkerspubliek waar hij voor spreekt? Je zou het niet zeggen wanneer je naar zijn pocherige Engelse kreten luistert. Koons maakt Pijbes vrolijk, maar met mensen zoals Pijbes (museumdirecteuren) heeft Koons niets, want “let’s celebrate life”. De oorzakelijkheid tussen het maling hebben aan museumdirecteuren en de oproep dat het leven gevierd moet worden, ontgaat mij.

Het wordt steeds erger met Bill Pijbes wanneer hij, rekening houdend met zijn publiek van voor acht uur, beweert over Koons: “At the end of the day he makes a smile”.

In de loop van dit gedenkwaardige interview met Pijbes wordt het duidelijk: niet alleen de kunst van Koons is kitsch, Pijbes geeft dat volmondig toe, maar ook zijn met Engelse termen gelardeerde, opgewonden betoog is dat.

Is het luiheid, is het een poging zo werelds mogelijk over te komen? Ik weet het niet.

Mijn mening over dit absurde taalgebruik – geheel in stijl wil ik even lenen bij de buren -: zum Kotzen!

Misschien moet Bill volgende keer meedoen aan een engelstalig nationaal dictee, al vrees ik dat hij dan eveneens een bovengemiddeld aantal fouten zal maken.

Ton Cremers

November 26th, 2014

Posted In: Geen categorie, Ton Cremers blogs

Tags: ,