– Citaat –

Dat betekent dat je alles moet doen wat redelijkerwijs kan worden verwacht op het gebied van controle van de herkomstgegevens van een voorwerp of verzameling.
Dit is wel wat werk voor de toekomstige eigenaren van cultuurgoederen. Je moet bijvoorbeeld rekening houden met de omstandigheden van de verwerving. Denk aan een betaalde prijs en raadpleging van registers voor (gestolen) cultuurgoederen
“.

– einde citaat –

Update 6 juli 2010:

Boeiende nieuwe informatie.

Op 25 februari werd bij de politie Den Haag door ‘een’ erfgoedinspecteur aangifte tegen mij gedaan wegens belediging, smaad en laster. Het is nogal wat. Geen van mijn teksten rechtvaardigt volgens mij deze aangifte. Inhoudelijk ga ik op deze zaak (nog) niet in.

Op 10 april 2010 – zes weken nadat de erfgoedinspecteur aangifte deed – werd ik gebeld door een medewerker van OCW. Over de inhoud van dat bizarre gesprek rapporteerde ik eerder (zie hieronder). Toen ik gebeld werd was het niet meer mogelijk de aangifte in te trekken. Men moet dat bij de Erfgoedinspectie geweten hebben. Hoe moet ik interpreteren dat ik NOOIT enige reactie kreeg van de Erfgoedinspectie/inspecteur op mijn e-mails en op alle door mij geschreven en aan de inspectie/inspecteur gestuurde artikelen en dat men mij pas liet bellen zes weken nadat aangifte werd gedaan?

Mag ik even interpreteren/fantaseren? De inspectie zal zich ongetwijfeld hebben laten adviseren door een van de vele juristen op het ministerie. Ik kan mij niet voorstellen dat door een inspecteur aangifte tegen een ‘burger’  wordt gedaan zonder ruggespraak met een jurist. Waarschijnlijk heeft iemand nadat aangifte werd gedaan een, te laat, helder moment gehad en de vraag gesteld: “Is er ooit gereageerd op Cremers’ mails en zijn teksten?” Oeps, dat was nooit gebeurd. Voor het doen van aangifte was contact met Cremers niet verplicht, maar het ware veel zorgvuldiger geweest. Deze onzorgvuldigheid zou indien dit een zaak wordt voor de rechter weleens een heel slordige indruk kunnen maken. Wat te doen? Ik zie het opgewonden en bezorgde gesprek al voor mij. De oplossing werd gevonden: Van Kouterik kende Cremers nog uit zijn Rijksmuseumtijd en zou Cremers wel even bellen met het verzoek zijn berichtgeving op het Internet te kuisen van de naam van de erfgoedinspecteur. Niemand kon voorzien dat het nutteloze want slechts formele telefoongesprek grondig verknoeid werd door de beller die eerst het afgesproken verzoek indiende, toen dreigde met aangifte en daarna mededeelde dat al aangifte gedaan was. Kon het nog onhandiger? Nee, dat kon niet.

Na dat telefoontje stuurde ik meerdere e-mails naar de Erfgoedinspectie met het verzoek om uitleg. Nooit ontving ik antwoord.

Wordt ongetwijfeld vervolgd.

Ton Cremers

Update 28 mei 2010:

Het zal niet verbazen dat Barbara Siregar, directeur van de Erfgoedinspectie, mijn mail van 6 mei onbeantwoord liet. Dat is beleid bij de Erfgoedinspectie: berichten worden niet beantwoord. Dan vanmorgen maar gebeld met het nummer waar vandaan ik op 10 april benaderd werd met dreigementen over aangifte: 070-4122749. Achter dat nummer zit een beveiliger van het ministerie, Van kouterik, die mij namens erfgoedinspecteur Marja van Heese belde destijds. Blijkbaar gaat deze Van kouterik gebukt onder een selectief falend geheugen. Hij kon zich het gesprek van 10 april nog perfect herinneren maar wist niet meer de aard van de aangifte omdat hij ‘de stukken’ niet op zijn bureau had. Hoeveel aangiftes doet die man? Het moeten er heel veel zijn..
Wel wilde hij van mij weten of de politie al contact met mij opgenomen heeft. Dus volgens Van kouterik is er wel degelijk sprake van een aangifte tegen mij. Sneu dat de man zich in de veelheid van aangiftes niet kan herinneren wat het strafbare feit dan is. Het blijft een klucht, maar wel een heel kwalijke klucht: de Erfgoedinspectie probeert mijn nieuwsgaring namelijk te frustreren via (dreigementen over) een aangifte en weigert in te gaan op verzoeken om toelichting.

Ton Cremers

Update 7 mei 2010:

Oorspronkelijke bericht dateert van 10 april 2010 (zie hieronder) en is gezonden aan de Erfgoedinspectie en wel aan Marja van Heese. Zoals te verwachten bleef enige reactie uit. Gisteren, 6 mei 2010, heb ik een bericht gestuurd aan Barbara Siregar, directeur van de Erfgoedinspectie, waarin ik mijn beklag deed over dreigementen door een medewerker van het Ministerie van OCW namens erfgoedinspecteur Marja van Heese. Ik heb mevrouw Siregar gevraagd mij uiterlijk 14 mei te laten weten wat de status van het dreigement en van de ‘aangifte’ is. Mocht ik op genoemde datum geen reactie ontvangen hebben, dan zal ik een klacht indienen bij de minister. Het is niet acceptabel dat verslaglegging over een ernstige kwestie leidt tot dreigementen door een ambtenaar die met die dreigementen tracht de vrijheid van meningsuiting te beperken.

Ton Cremers

Bericht van 10 april 2010:

Het is een paar jaar geleden dat ik bij de Erfgoedinspectie meldde ernstige zorgen te hebben over de aankoopethiek van de oprichter van het Ikonenmuseum in Kampen. De betreffende erfgoedinspecteur, Marja van Heese, reageerde nauwelijks op die melding en kwam pas in actie toen ik anderhalf jaar later de publiciteit zocht. Tijdens een gesprek met de Erfgoedinspectie najaar 2009 werd mij medegedeeld dat de fouten gemaakt rondom mijn melding voor de inspectie aanleiding waren een meldingsprocedure te ontwikkelen. Die procedure had er natuurlijk al jaren moeten zijn. De trouwe lezers van de http://www.museumbeveiliging.com website en van de Museum Security Network en Museumbeveiliging Google groepen zullen het verhaal kennen. Ik heb er na zo veel tijd en energie geen zin meer in de hele geschiedenis te herhalen. Geïnteresseerden kunnen via een Google zoekopdracht alle informatie op het web vinden.

Voor mij was deze zaak geschiedenis totdat ik vanmorgen een bizar telefoontje kreeg van iemand die zich meldde als medewerker van het ‘Ministerie van Onderwijs’ (070-4122749).
In dat telefoontje werd mij verzocht mijn WWW archief te censureren en de naam van erfgoedinspecteur Marja van Heese te verwijderen. Een dergelijke vraag bereikte mij nooit eerder, in ieder geval niet van de betreffende inspecteur. Ik geef toe dat ik op dit heel onverwachte verzoek afwijzend reageerde, temeer daar Van Heese een achttal e-mails van mij aan haar in de loop van vorig jaar onbeantwoord liet. Tamelijk nalatig voor een ambtenaar die beroepsmatig door een ‘burger’  benaderd wordt.

In reactie op mijn weigering van vanmorgen kreeg ik van de beller te horen dat er inmiddels aangifte tegen mij gedaan was. Aangifte? Aangifte? Wat is het strafbare feit vraag ik mij af. Ik zie dat wel wanneer die aangifte mij bereikt. Ik zal hem dan meteen delen met de bezoekers van mijn site en de abonnees van de mailing list.

Behalve de vraag naar het strafbare feit is er een andere vraag die mij nog veel meer boeit. Men (Van Heese? De Erfgoedinspectie? Het Ministerie?) doet eerst aangifte en daarna word ik gebeld met het vriendelijke verzoek de naam van Marja van Heese te verwijderen uit mijn berichtgeving. Wat een vreemde volgorde. Deze door het ministerie gehanteerde handelwijze komt mij even amateuristisch voor als de wijze waarop de Erfgoedinspectie – onderdeel van datzelfde ministerie – destijds omging met mijn zeer ernstige en door een getuige gestaafde melding.

In deze tijd van dreigende bezuinigingen dringt zich een voor de hand liggende bezuinigingsoptie op….

Ton Cremers

May 28th, 2010

Posted In: Alexander Stichting Kampen, commentaar, conventies, Cyprus, Erfgoedinspectie, Ikonen Museum Kampen, illegale handel

Tags: , , , , , ,