This content is password protected. To view it please enter your password below:

March 16th, 2015

Posted In: diefstal, diefstal uit museum

Wat hebben Rudy Fuchs, Ruud Spruit, Gerard de Klein, Jelle Reumer en Emily Ansenk met elkaar gemeen?

site-iconmuseumbeveiliging.com/2014/01/27/wat-hebben-ruud-spruit-gerard-de-klein-jelle-reumer-en-emily-ansenk-met-elkaar-gemeen/
27/01/2014 – 09:47De naderende heropening van De Kunsthal te Rotterdam (1 februari 2014) na een ingrijpende verbouwing waarbij het klimaat en de beveiliging onder handen werden genomen, roept de publicitair wanstaltige toestand rondom de inbraak en diefstal van oktober 2012 weer in herinnering. Niet in het minst omdat de directrice van De Kunsthal onlangs in De Volkskrant verklaarde dat de beveiliging van De Kunsthal nu ‘goed’ is. Ansenk schaart zich in het rijtje directeuren van geslachtofferde musea die zich, nadat het fout ging, in de publiciteit ineens ontpopten als experts op het gebied van beveiliging en criminaliteit.Nog geen halve dag nadat een stelletje Roemeense losers kinderlijk eenvoudig wisten in te breken in De Kunsthal verklaarde Ansenk doodleuk dat de beveiliging van haar kunsthal ‘state of the art’ was. Een faux pas door emotie over de inbraak? Een vergeeflijke faux pas, ware het niet dat Ansenk in de dagen na die inbraak zowel in De Volkskrant als de NRC de strekking van dat ‘state of the art’ in andere woorden wederom benadrukte. In De Volkskrant werd ze geciteerd met “Er is geen aanleiding de beveiliging aan te passen”. Kan het nog zouter?Heb ik over dit gestuntel in de media al genoeg gezegd? Je zou het haast denken wanneer je de ingezonden brief van Raaskallende Ruudleest in de NRC van 23 oktober 2012. Spruit, want die Ruud is het, smeedt in zijn brief een band met de directeur van De Kunsthal, Emily Ansenk, waar – ik kan me niet anders voorstellen – Ansenk niet blij mee kan zijn. Ansenks buurman Jelle Reumer – directeur van het Rotterdamse Natuurhistorisch – sprong voor Ansenk en Raaskallende Ruud in de bres in een hysterische mail aan mij. Er ontplooit zich een trend, een trend die jaren geleden werd ingezet door Rudy Fuchs, chagrijnig fulminerend tegen een TV journalist nadat een schilderij van Picasso met een aardappelschilmesje was bewerkt door een bezoeker. Als museumdirecteur geef je na incidenten blijkbaar nooit toe dat de beveiliging gefaald heeft, of minstens kritisch onder de loep moet worden genomen, maar je schreeuwt stampvoetend uit dat die beveiliging ‘state of the art’ (Ansenk), ‘geavanceerd’ (Ruud Spruit) of zonder meer ‘goed’ (Fuchs) is. Om je woorden kracht bij te zetten, geef je desnoods de criminelen een compliment met hun ‘professionaliteit’ (Spruit). Er ligt terrein braak  voor mediatrainers..

Overigens vind ik niet dat in 1999 de beveiliging van het Stedelijk Museum onvoldoende was toen dat Picasso schilderij werd beschadigd. Niet de beveiliging faalde, maar Rudy Fuchs, niet bepaald bekend vanwege zijn bescheidenheid, faalde als woordvoerend directeur en viel als een amateur in de kuil die een volhardende journalist voor hem groef. Een pijnlijke TV vertoning.

Gerard de Klein, met in zijn kielzog conservator Yvonne Ploumen mailden mij ziedend van woede toen ik na de verwoestende brand in het Armando Museum in de pers verklaarde dat er onvoldoende afstemming was geweest tussen de gemeente Amersfoort, eigenaar van de Elleboogkerk waarin het museum gehuisvest was, en het museum. Hoe was het anders mogelijk dat men bezig ging met brandgevaarlijke dakwerkzaamheden terwijl het museum de belangrijkste tentoonstelling uit zijn bestaan had? Een tentoonstelling met kostbare bruiklenen die allemaal in de brand verloren gingen. Ik zou de relatie tussen het museum en de gemeente schade toebrengen met mijn opmerking in de pers, aldus Ploumen in een mail aan mij. Wie wat bewaart, die heeft wat. Mails als die van Ploumen zijn parels in mijn archief. Toen de gemeente Amersfoort de toezegging het museum te herbouwen heroverwoog, inmiddels sloeg ook in Nederland de financiële crisis toe, hadden De Klein noch Ploumen enige boodschap aan de relatie met de gemeente en gingen in de pers helemaal los over de onbetrouwbaarheid van de gemeente. De gemeente zou woordbreuk plegen.

Had die brand in het Armando Museum voorkomen kunnen worden? Natuurlijk. Strikt genomen kan, met uitzondering van brandstichting, iedere brand voorkomen worden. Had voorkomen kunnen worden dat de hele collectie verloren ging? Absoluut! Maar: er was vanuit het museum geen toezicht tijdens de werkzaamheden, het museum bezat geen calamiteitenplan met een onderdeel gewijd aan de collectie en er waren geen afspraken met de brandweer over het redden van de collectie, echter…De Klein en Ploumen wasten hun handen in onschuld en stelden zich als slachtoffers op. Ploumen mag nu de kar trekken bij het nieuwe, virtuele Armando Museum in Amelisweerd en Gerard de Klein vond onderdak als directeur in museumgoudA. Daar liet hij van zich spreken door de verkoop van een schilderij van Dumas en had hij in 2012 de pech dat er ingebroken werd en een kostbare monstrans gestolen. Het zit de man niet mee. Had die diefstal voorkomen kunnen worden? Ja. Treft Gerard de Klein hier blaam? Nee, maar ik ben wel nieuwsgierig wat de beste man gedaan heeft om herhaling te voorkomen.

Jelle Reumer van het Natuurhistorisch vond in zijn eerder genoemde arrogante en hysterische mail aan mij dat ik mijn pijlen niet moest richten op zijn buurvrouw van De Kunsthal, maar op de overheid die beknibbelt op budgetten waardoor de musea niet goed beveiligd kunnen worden. Het deed mij goed te lezen dat ook Jelle Reumer van mening is dat de musea niet ‘state of the art’, of geavanceerd beveiligd zijn. Echter, had de inbraak en diefstal door neushoorndieven in zijn museum iets te maken met teruglopende budgetten? Niets, helemaal niets. Het was de inertie van Reumer die deze diefstal mogelijk maakte. Vanuit zijn museum – er schort in het museum iets aan de loyaliteit met directeur Reumer – bereikte mij de informatie dat Jelle Reumer een waarschuwing door de politie terzijde had gelegd en geweigerd had de neushoorns te voorzien van replica hoorns. Een stap die in Naturalis terecht wel genomen werd toen wereldwijd een hausse aan inbraken plaatsvond in natuurhistorische musea.

Wat hebben Rudy Fuchs, Ruud Spruit, Gerard de Klein, Jelle Reumer en Emily Ansenk met elkaar gemeen?

De beveiliging van het Westfries Museum was, wat Raaskallende Ruud dan ook beweerde, ver onder de maat. Ruud verwaarloosde die beveiliging jarenlang en sloeg waarschuwingen van zijn beveiligingsinstallateur jaar na jaar in de wind. “We gaven feitelijk nooit aandacht aan de beveiliging” verklaarde zijn conservator ooit tijdens een receptie. Maar, Ruud mocht ondanks aantoonbaar falen op zijn post blijven.

De Klein verwaarloosde zijn verantwoordelijkheid als directeur van het Armando Museum en verzuimde, hoewel zijn museum deelnam aan een door het Mondriaanfonds gesubsidieerd project, te zorgen voor een calamiteitenplan voor zijn museum. Maar, Gerard mocht ondanks aantoonbaar falen op zijn post blijven.

De beveiliging van De Kunsthal, dat was geen nieuws, was onvoldoende en er werden geen aanvullende maatregelen getroffen toen er een kostbare tentoonstelling werd ingericht. Maar, Emily mocht ondanks aantoonbaar falen en domme presentaties in de publiciteit op haar post blijven.

Jelle Reumer weigerde de in zijn museum aanwezige hoorns van neushoorns te beveiligen, maar ook Jelle, het wordt eentonig, mocht ondanks aantoonbaar falen op zijn post blijven.

Werd Rudy Fuchs gecorrigeerd nadat hij zo onhandig manoeuvreerde in een TV interview? Niet dat ik weet…misschien achter de schermen?

Zo lang eindverantwoordelijken niet op hun verantwoordelijkheid worden aangesproken en aantoonbaar falen geen consequenties heeft, zal het aanmodderen blijven met de beveiliging van musea.

Ton Cremers

27 januari 2014

Museumbeveiliging, Ton Cremers » Blog Archive » Wat hebben Rudy Fuchs, Ruud Spruit, Gerard de Klein, Jelle Reumer en Emily Ansenk met elkaar gemeen?.

January 27th, 2014

Posted In: blogwereld, brand museum, Columns Ton Cremers, De Kunsthal, diefstal, diefstal uit museum, Jelle Reumer, Kunsthal, museum security, Museum thefts, Ton Cremers

De Kunsthal, het Catharijne Convent, Huis Doorn, het Stedelijk Museum Zutphen, Museum Bommel van Dam…vijf geslachtofferde Nederlandse musea binnen vijf maanden en het einde zal ongetwijfeld nog niet in zicht zijn. Criminelen zien onze musea blijkbaar als ‘soft targets’ en erger nog: ze bewijzen hun gelijk te vaak. Dit kan niet langer zo door gaan.

Het zal toch niet zo zijn dat inbrekers na het ‘makkie’ in De Kunsthal zich realiseren dat ‘state of the art’ beveiliging bij musea synoniem is aan gemakkelijke binnendringen. Zal hier sprake zijn van ‘copy cat’ criminaliteit? Het gaat er op lijken.

Het wordt nu echt tijd dat alle, maar dan ook alle musea zich zorgen maken over en aandacht besteden aan de inbraakwerendheid van de gebouwen (en de vitrines in die gebouwen) en niet langer vertrouwen op bewegingsmelders binnen het gebouw, maar zorgen voor detectie op de buitenschil van de gebouwen.

Niet alle inbraken zullen voorkomen kunnen worden. Was het maar waar, maar de inbraak en diefstal in De Kunsthal – er zijn nog geen details bekend over de inbraken in Zutphen en Venlo – had zonder meer voorkomen kunnen worden.

Als het al lukt een buitendeur te forceren, inbrekers deinzen er niet voor terug zelfs explosieven te gebruiken (Museum Gouda 2012), dan nog moet het inbrekers grote moeite en tijd kosten verder door te dringen. Dat kan via inbraakvertragende compartimenten en inbraakvertragende vitrines. Het gaat om ontmoedigen en tijd winnen zodat de alarmopvolgers adequaat kunnen reageren.

Er zijn naast compartimenteringsmaatregelen nog andere middelen om na binnendringen in het gebouw diefstal te verijdelen. Heel effectief is de Inferno Sound Barrier. Bij testen is gebleken dat niemand langer dan 30 seconden in een ruimte kan blijven waar Inferno klinkt. Proefpersonen werden onwel en moesten overgeven na die 30 seconden.

Er bestaat geen enkele beveiligingsmaatregelen die op zichzelf afdoende is. In de beveiliging wordt het begrip ‘redundancy’ gehanteerd. Die sound barrier kan immers omzeild worden via oorbeschermers (dan moeten inbrekers die wel bij zich hebben). Naast geluid kan stroboscopisch licht een belangrijke rol vervullen. Helaas bestaat er weerstand tegen het gebruik van mistgeneratoren die razendsnel een ruimte ondoordringbaar maken.

Waarom geen rolluiken achter ramen en deuren? Er zijn gecertificeerde rolluiken die zeer afdoende zijn tegen inbraak. In enkele Nederlandse musea zijn de afgelopen tien jaar inbraakwerende vitrines geplaatst die volgens testen 15 tot zelfs 20 minuten bestand zijn tegen aanvallen met koevoeten, (voor)hamers en ander handgereedschap.

Het kan allemaal. Het is mogelijk om inbraken als in Rotterdam, Doorn, Zutphen en Venlo te voorkomen, of een diefstal tijdens openingstijd zoals in het Catharijne Convent (via inbraakwerende vitrines).

Al die voorzieningen zullen heel afdoende blijken, maar ze kosten geld. Er moet een relatie zijn tussen investeringen in beveiligingen en de waarde van te beschermen objecten.

Klagen over gebrek aan budgetten om afdoende te beveiligen is feitelijk een schuldbekentenis: het betekent namelijk dat er voor gekozen wordt objecten bewust te kwetsbaar te tonen. Als het niet mogelijk is objecten op een veilige wijze te tonen, dan moeten ze maar – tijdelijk – niet getoond worden.

Dat soms helemaal geen geld nodig is om maatregelen te treffen, maar het door nalatigheid toch fout gaat betoogde ik al in een bizarre discussie met de directeur van het Natuurhistorisch (museum) in Rotterdam.

Ton Cremers

 

 

March 22nd, 2013

Posted In: Catharijneconvent, Columns Ton Cremers, commentaar, De Kunsthal, diefstal, diefstal uit museum, Kunsthal, Uncategorized

This content is password protected. To view it please enter your password below:

February 15th, 2012

Posted In: algemeen, diefstal

‘De Tefaf is de grootste wasserette van zwart geld’ ‘De opdracht was ze te verbranden’

 

Op The European Fine Art Fair (Tefaf) in Maastricht wordt BenZuidema tegenwoordig met de nek aangekeken. Vroeger werd de privédetective op de belangrijkste kunstbeurs ter wereld met alle egards ontvangen. “Maar ik heb de oprichter van de beurs van zijn voetstuk gehaald. Handelaren willen me nu niet meer kennen.”

Zuidema begrijpt het wel. Het schandaal dat hij heeft blootgelegd is even onthutsend als tragisch. Tefaf-oprichter Robert Noortman, ooit de grootste kunsthandelaar ter wereld, blijkt na zijn dood een ordinaire oplichter te zijn geweest. “Dit is geen lijk dat uit de kast komt vallen,” zegt Zuidema, “dit is een compleet kerkhof.”

Niet dat het voor de privédetective als een verrassing komt. De kunsthandel heeft veel te verbergen, weet hij al jaren. “De Tefaf is de grootste wasserette van zwart geld in Nederland. Handelaren zijn in feite allemaal offsetdrukkerijen. Ze laten de kunst in Nederland zien, maar de echte zaken worden gedaan op de Kaaimaneilanden of in een ander fiscaal paradijs.”

Criminelen verleggen hun werkterrein vaker naar kunst, zegtZuidema. De miljoenendiefstal van de Frans Hals uit een museum in Leerdam vorige week is er het zoveelste voorbeeld van. “Wie z’n misdaadgeld vooral in onroerend goed heeft geïnvesteerd, kan het niet meenemen als het begint te stinken. Met kunst heb je dat probleem niet.”

Zuidema weet waarover hij praat. De afgelopen dertig jaar wist hij in samenwerking met politiediensten in binnen- en buitenland tientallen kunstroven op te lossen. Zijn naam als meesterspeurder vestigde hij in 1976 toen hij 118 Picasso’s terugbezorgde die gestolen waren uit het Pauselijk Paleis in Avignon. Daarna wist hij onder meer vermiste werken van Rubens en Breughel op te sporen en werd met zijn hulp een roversbende opgerold die op het punt stond valse schilderijen van de negentiende-eeuwse Engelse schilder William Turner te verkopen.

In 1987 verwenen uit de Maastrichtse galerie van Robert Noortman meesterwerken van zeventiende-eeuwse schilders als Jan Brueghel de Jonge, David Teniers, Auguste Renoir, Camille Pisarro, Meindert Hobbema en twee schilderijen van Willem van de Velde. Jaren bleven ze onvindbaar, tot de kunstwerken twee jaar geleden, op het paneel van Hobbema na, dankzij speurwerk van Zuidema en een speciale Amsterdamse eenheid van de Nationale Recherche boven water kwamen. Drie verdachten werden gearresteerd. Noortman had indertijd, zo verklaarden zij, zelf opdracht tot de diefstal gegeven. De kunsthandelaar, die van de verzekering vijf miljoen kreeg uitgekeerd, zou het paneel van Hobbema zelfs in de kachel hebben gegooid.

Robert Noortman, die in januari 2007 op zestigjarige leeftijd overleed, genoot internationaal veel aanzien. Hij wist zich op te werken van tapijtenhandelaar tot hofleverancier van internationale musea en rijke verzamelaars. In 1969 opende hij zijn eerste galerie in Hulsberg, later volgden vestigingen in New York, Londen en Maastricht. Hij was de oprichter van de Pictura, de voorloper van de grote internationale kunstbeurs Tefaf, waarvan hij tien jaar lang voorzitter was, en gold als één van de grootste experts op het gebied van zeventiende-eeuwse Hollandse Meesters. Hij werd onderscheiden met de Franse Chevalier de l’Ordre des Arts et des Lettres en Honorary Liveryman of the City of London en bezat de Zilveren Eremedaille van de stad Maastricht.

Maar Noortman had twee gezichten, zegt Zuidema, die hem in de jaren tachtig in Maastricht leerde kennen. “Noortman was een nobody, hij was kelner en had daarnaast een tapijtenhandel. Op een gegeven moment begon hij een rommelmarkt voor kunst en antiek in Valkenburg, waaruit later uiteindelijk de Pictura is voortgekomen.”

Noortman had een indrukwekkend strafblad, zegt Zuidema. Hij werkte nauw samen met een bende brandkastkrakers die later in amfetaminepillen ging handelen. De organisatie was in 2001 nog het onderwerp van een doctoraalscriptie Nederlands recht van een voormalig politie-inspecteur uit de regio. Noortman figureert hierin onder de codenaam ‘Viking’.

De razendsnelle opmars van Noortman in de kunstwereld wekte volgens Zuidema veel afgunst bij sommige collega’s. “Een Amsterdamse handelaar wilde hem een lesje leren en liet doorschemeren dat hij in New York een topstuk van Meindert Hobbema te koop wist. Op zijn advies schafte Noortman in New York voor 200.000 dollar het doek aan, maar toen het eenmaal was schoongemaakt, bleek het om een werk van zeer matige kwaliteit te gaan. Noortman zat daar geweldig mee in zijn maag, want hij had aan de vooravond van de Pictura aangekondigd dat hij daar een topstuk van een Hollandse Meester ging presenteren. Zo is het plan ontstaan om de diefstal van de negen werken in scène te zetten.”

Noortman incasseerde zijn verzekeringsgeld, vijf miljoen gulden. Meer dan twintig jaar werd er niets meer van de schilderijen vernomen. TotZuidema in december 2008 werd benaderd door een Duitser die beweerde dat hij de kunstwerken kon terugbezorgen. Dat de man serieus genomen moest worden, was voor Zuidema meteen duidelijk. Hij bleek alles te weten over duistere zaken waarbij Noortman in het verleden betrokken was geweest. “Hij wilde dat ik contact opnam met de familie. Als die vijf miljoen betaalde, zouden zij de misdrijven van Noortman niet bekend maken en de schilderijen teruggeven.”

Zuidema heeft niets dan lof voor het Amsterdamse politieteam van de Nationale Recherche, waarmee de zaak uiteindelijk werd opgelost. “Dat team, onder leiding van Edwin de Vos, heeft geweldig werk geleverd. Drie maanden hebben we keihard aan deze zaak gewerkt, van Hamburg tot Brussel en Valkenburg aan de Geul.”

Met ’s werelds grootste databank van gestolen kunst, het Art Loss Register (ALR), bedong Zuidema een forse beloning. Voor zijn speurwerk ontvangt hij dertig procent van de huidige waarde van de schilderijen, een miljoenenbedrag dat hij moet delen met het ALR. Maar het geld nog steeds op zich wachten. De schilderijen staan opgeslagen in een magazijn van het Rijksmuseum in Amsterdam.

De reden waarom het zo lang te duurt, is te bizar voor woorden, vindtZuidema. Kunstdiefstal verjaart in Nederland al na twintig jaar. De voormalige handlanger van Noortman, die de schilderijen jaren in zijn bezit had, claimt daarom nu de rechtmatige eigenaar te zijn. Een civiele procedure verloor hij inmiddels, maar tegen het vonnis ging de man, hoewel zijn strafzaak nog steeds loopt, in cassatie. Deskundigen verwachten dat getouwtrek om de schilderijen nog jaren kan duren.

Zuidema heeft er geen goed woord voor over. “Al bijna 25 jaar ben ik met deze zaak bezig. Ik heb mijn burgerplicht gedaan en misschien wel meer. Een loepzuivere zaak hebben we gedraaid. Daar hoef ik geen schouderklopje voor te hebben, maar ik wil nu wel eindelijk eens betaald worden.”

Er staan grote belangen op het spel. Noortman stierf begin 2007. Zijn galerie Noortman Master Paintings, tegenwoordig gevestigd in de Van Eeghenstraat in Amsterdam, was twee jaar eerder al overgenomen door Sotheby’s. Het veilinghuis staat nu een claim van vele miljoenen te wachten.

Wat de zaak er niet eenvoudiger op maakt, is dat Sotheby’s voor tien procent aandeelhouder is van het Art Loss Register, dat optreedt namens de verzekeraars. Geprocedeerd wordt er nog niet. “Het Art Loss Register hoopt de zaak met Sotheby’s in goed overleg te kunnen schikken en is daarom gebaat bij zo weinig mogelijk publiciteit. De voorzitter, Julian Radcliffe, heeft gevraagd of ik me rustig wil houden. Maar er is een misdrijf gepleegd. Dat hebben we opgelost. Mijn geduld is nu op.”

Het dossier dat hij de afgelopen kwarteeuw over de verdwenen schilderijen van Robert Noortman heeft opgebouwd, is inmiddels meer dan een meter hoog. Stapels belastende informatie over Noortman. “De

Daily Mirror en de Washington Post hangen hier voortdurend aan de lijn, dus als ik dit allemaal naar buiten breng, zal Sotheby’s daar niet erg blij mee zijn.”

Momenteel houdt Zuidema zich bezig met de inbraak in het Westfries Museum en een grote schilderijenroof in Almelo. Hopeloze zaken zijn nu eenmaal z’n hobby, zegt hij. “Langzaam komen we erachter dat in de illegale kunsthandel miljarden omgaan. En de dieven hebben vrij spel, want de pakkans is nihil. Bij de politie ontbreekt de kennis van zaken en bij justitie heeft de opsporing van kunstcriminelen geen prioriteit. Dat maakt dit tot zo’n lucratieve business. Er zijn nu eenmaal voldoende mensen die niet bereid zijn Tefaf-prijzen te betalen.”

Zuidema beschikt over tientallen handgeschreven A4’tjes, vol spelfouten, waarin één van de verdachten opbiecht welke misdrijven hij samen met Noortman heeft gepleegd. ‘Vrijdag 13 februari voor het sluiten van de galerie, alarm staat niet aan, snijdt Robbie (zoals hij toentertijd bekend is in de Heerlense onderwereld) Noortman 1 schilderij uit de lijst, de andere 8 schilderijen worden door Robbie uit de ramen gehaald en in twee vuilniszakken gedaan, 2 schilderijen op doek zijn opgevouwen door Robbie beschadigd in vuilniszak 1 gedaan. Schilderij houten paneel door Robbie in stukken gebroken ook in vuilniszak 1 gedaan, de andere 6 schilderijen de kleinere zitten onbeschadigd in vuilniszak 2. De opdracht van Robbie was de schilderijen meteen te verbranden. Robbie zet het alarm aan, gaat naar buiten geeft meteen bij de deur de twee vuilniszakken aan handlanger 1 Robbie gaat meteen naar café-restaurant om de hoek.’

’s Avonds komt Noortman terug om te kijken of de drie handlangers zijn opdracht hebben uitgevoerd, blijkt uit de aantekeningen: ‘In de veronderstelling dat de andere schilderijen verbrand waren, verbrandt Robbie zelf in de kachel in het bijzijn van 3 getuigen het schilderij van Hobbema Meindert (1638 1709) Oud Hollandse watermolen Schilderij op houten paneel door Robbie in 10 stukken gebroken.’

Kort na de verdwijning van de schilderijen in 1987 werd Zuidema door Noortman ingeschakeld om een onderzoek in stellen. Maar de detective kende de reputatie van zijn opdrachtgever en vond al snel de ene na de andere aanwijzing dat die zelf achter de vermissing zat. Tijdens een gesprek daarover eiste Noortman dat Zuidema zijn onderzoek meteen zou stopzetten. “Hij versteende toen ik hem vertelde wat ik ontdekte. ‘Blijf achter mij, uit. Ik heb je betaald.’ En toen ging hij dreigen. Hij begon over mijn zoon die vaak van Heerlen naar Klimmen naar zijn oma fietste. ‘Als ze willen, kunnen ze hem zo van de fiets afschieten,’ zei hij. Ik kende die brandkastkrakers, die jongens waren tot alles in staat. Dus ik stond voor de keus.”

Zuidema brengt zijn duim en wijsvinger dicht bij elkaar: “Zó dicht ben ik er toen bij geweest. Anders had Noortman in 1987 al in de bak gezeten en was hij daarna nooit zo groot geworden.”

Twee jaar geleden bezorgde privédetective Ben Zuidema negen meesterwerken terug die in 1987 verdwenen uit de kunsthandel van wijlen Robert Noortman. Zijn beloning laat nog steeds op zich wachten omdat de crimineel die de schilderijen in zijn bezit had tot de diefstal was verjaard, zich nu opwerpt als rechtmatige eigenaar.

HENK SCHUTTEN

 

June 6th, 2011

Posted In: algemeen, algemeen, diefstal

Toen een aantal jaren geleden uit het Kunsthistorisches Museum in Wenen de Saliera van Benvenuto Cellini, waarde 30 tot 40 miljoen euro, gestolen werd schreef ik in een column dat wat mij betreft de directeur van dat museum meteen ontslagen moest worden. De inbraak en diefstal vond binnen 56 seconden plaats. Mijn commentaar leidde toen tot een reactie uit Engeland. Charles Hill schreef mij dat ik die directeur te hard aanpakte en dat de inbraak en diefstal het werk waren van een beveiligingsspecialist die het alarm op de ramen zou hebben gemanipuleerd. Diezelfde Charles Hill beweerde ook dat de diefstal het werk was van een oost-Europese bende. Dat soort uit de duim gezogen verhaaltjes doen het altijd goed. Er was iets heel anders aan de hand: de inbraak en diefstal werd verricht door een aangeschoten inwoner van Wenen die op de steigers tegen het museum klom, een onbeveiligde ruit insloeg, een onbeveiligde vitrine insloeg en met het zoutvat van Cellini er vandoor ging. Niks specialistische beveiligingskennis en niks georganiseerde criminaliteit. Gewoon een ordinaire gelegenheidsdiefstal die simpel gepleegd kon worden. De beveiliging van het museum was waardeloos en mijn advies de eindverantwoordelijke de laan uit te sturen meer dan gerechtvaardigd.

In Nederland kennen we ook zo’n voorbeeld: de roof van vele schilderijen en zilveren objecten uit het Westfries Museum te Hoorn. Ook die directeur had meteen moeten opstappen. Het liep anders: hij presenteerde zich als de leugenaar van de eeuw toen hij blaatte dat de beveiliging van het museum geavanceerd was en de crimineel zeer professioneel. Kletskoek. De bewegingsmelders in het museum waren van het niveau stacaravan en werden kinderlijk eenvoudig afgeplakt. De laan uit met die directeur was toen mijn mening en ik sta nog steeds achter die mening.
We hebben in Nederlandse musea geen cultuur waarbij falende, verantwoordelijke managers de rekening gepresenteerd krijgen wanneer zich incidenten voordoen. In tegenstelling: wanneer je museum afbrandt en de hele collectie verloren gaat omdat je de zaken organisatorisch niet op een rij hebt, of wanneer je museum leeggeroofd wordt doordat je vele jaren de beveiliging verwaarloosde, dan maak je een goede kans in het lezingencircuit terecht te komen als slachtoffer van de boze buitenwereld. Geen woord over de verantwoordelijkheid.
Na de inbraak en diefstal uit het museum in Parijs afgelopen mei (2010) bleek dat de beveiliging al maanden onklaar was. Weg met die verantwoordelijke eindmanager, denk ik dan. Nu Egypte weer: de schilderijenalarmen deden het geen van alle en 36 van de 43 camera’s functioneerde niet. Daar weten ze in Egypte wel raad mee: de verantwoordelijke staatssecretaris de bak in. Of dat nu redelijk is? Misschien wel, wie zal het zeggen.
Beveiliging en veiligheid zijn core business voor musea. Langdurig verwaarlozen van core business lijkt mij voldoende reden voor ontslag. Geen geld? Nonsens; het is een kwestie van prioriteiten stellen. Wanneer er geld is om kostbare objecten in huis te halen – al of niet via tijdelijke tentoonstellingen – dan moet er ook geld vrijgemaakt worden om die kostbare objecten veilig binnen te houden. Zo eenvoudig is het. Dan maar geen dure eersteklas dienstreizen – denk aan de Nederlandse museumdirecteur die eerste klas naar Parijs vloog om daar over te stappen op de Concorde naar New York; denk aan de Nederlandse museumdirecteur die met dienstwagen met chauffeur naar Parijs reisde. Er werd wel een beetje op de kleintjes gelet gelukkig, want de chauffeur moest overnachten in een goedkoop hotel om de volgende morgen de directeur weer bij zijn 5sterren hotel op te halen.
De museummanagers moeten zich realiseren dat het de beveiliging is die de deur van het museum open maakt….

Ton Cremers

Koppen rollen in Caïro na diefstal Van Goghmaandag 23 augustus 2010 | 18:24CAIRO (ANP) – In Egypte rollen de eerste koppen na de diefstal van een schilderij van Vincent van Gogh. Het Openbaar Ministerie heeft het hoofd van de afdeling kunst van het ministerie van Cultuur opgepakt in verband met de diefstal van het kunstwerk. Dat meldden staatsmedia maandag.Mohsen Shaalan, de eerste ondersecretaris van het ministerie van Cultuur, en vier andere functionarissen worden beschuldigd van ,,nalatigheid en falen bij het vervullen van hun functie”, aldus persbureau MENA. Negen functionarissen van het Egyptische ministerie mogen het land niet verlaten.Het schilderij Klaprozen, waarvan de waarde is geschat op 43 miljoen euro, werd zaterdag op klaarlichte dag gestolen uit het Mahmoud Khalil Museum in Giza, een voorstad van de hoofdstad Caïro. Het alarmsysteem bleek niet te werken. Slechts zeven van de 43 beveiligingscamera’s functioneerden. Ook werkte het alarmsysteem bij de schilderijen niet.

August 24th, 2010

Posted In: algemeen, diefstal, diefstal uit museum

This content is password protected. To view it please enter your password below:

August 22nd, 2010

Posted In: diefstal, diefstal uit museum

This content is password protected. To view it please enter your password below:

August 22nd, 2010

Posted In: diefstal, diefstal uit museum

Gestolen kunst is verloren kunst

Relaas van een gewelddadige overval, het verlies en een doodlopend onderzoek

Gepubliceerd: 25 maart 2008 06:30 | Gewijzigd: 26 maart 2008 08:14

Tatiana Scheltema

(more…)

March 26th, 2008

Posted In: database gestolen kunst, diefstal

This content is password protected. To view it please enter your password below:

December 22nd, 2007

Posted In: diefstal

slide 1 and 2

In April 2003 the Army Museum in Delft, The Netherlands, began preparations for a book history session. This museum has a large 500.000 volume library about the history of warfare, armies and weaponry. Besides there is a large collection of books with topographical prints, and there is a large and very diverse print collection.About half of all items in this unique library cannot be found in any other Netherlands library. Many books are from our Royal archives and from the library of our first king, William the first. Who reigned from 1814 till 1839. One can imagine that there is quite a difference from a cultural history perspective between a 17th century atlas from a private collection or the same atlas from the collection of William the first.

Slide 3

During the preparations for this book history event one of the museums’ highlights, a book about Napoleons travels and battles in Italy was selected to show to the participants of this special event. This book was also shown a few years earlier at another book history event. To the complete stupefaction of museum staff the book appeared to have been robbed of 47 of 67 large folio size prints. Two years earlier it was still complete and intact. Not only had 47 prints disappeared but many others were severely damaged by what seemed to be a razor or sharp knife. Of this book only three complete copies are, or rather were, known worldwide. One in the British Library, one in the French National Library in Paris, and one in the Delft Army Museum.
Slide 4

The discovery of this terrible damage to a unique book also was the beginning of the unmasking of the man who later appeared to have ruined, and stolen many books and prints from the museum’s library: the curator Alexander Polman. Mister Polman made a major mistake that finally would lead to his conviction and imprisonment. Upon the discovery of the book Polman pretended to be very shocked and stated that he had never before seen this book. That was a major mistake, for Polman himself presented this unique book at a book history event two years earlier. I will get back to this case later, but first I want to present a few general observations about insider theft and the characteristics of staff members stealing from the collection trusted to them.

Slide 5

Comparison of recent cases of insider theft, and reports about older cases lead to several interesting conclusions.Internal thieves appear to have common characteristics. It goes without saying that not all thieves have all characteristics, but there really appear to be some common denominators. 

–          most of the time internal thieves have a long time working relationship with the institution they work for, varying from some 10 to over 30 years.-          they are very well trusted and in independent positions. This goes with the specific profession of curators and librarians. Very often they are responsible for the acquisition of new collection items, they are recipients of donations, they are responsible for registration and they have unlimited access to depositories.

–          often the thieves are very valued experts in their profession and therefore beyond any suspicion. The librarian of the French national Library who was arrested last year was an international renowned expert of Hebrew manuscripts, and his wife – also arrested – was an expert in Coptic texts and manuscripts. The Danish librarian who was unmasked posthumously last year, was as a long term employee beyond any suspicion.

–          Internal thieves play an important social role. They participate in trade union negotiations, and perform an important role in the professional or private community. The curator of the Army Museum in Delft was very active in trade unions, and the French librarian was a well known benefactor of an international children organization.

–          These thieves really are the least expected people to be thieves of the collection in the institute they work for,

–          they even participate very actively in solving the thefts; both in Delft, The Netherlands, and in Paris, France, the thieves very actively participated in solving the crimes. In Delft this participation was so transparent that it finally led to the arrest of the curator.

–          when unmasked the institution gets the blame and peers are being accused of stealing as well. The lawyer of the Delft curator defended his client by stating that removing collection items from the library and museum almost was daily practice in the museum, and that his client now seemed to receive the blame for the museum’s chaotic organization.

Slide 6

Insider theft also is a case of swindling. The thieves almost never are the introvert, remote colleagues with very little contact with co workers. Contrary, they are more likely the ones communicating with everyone in a seemingly open way. Co-workers are being misled as a daily routine. In the Army Museum the director was convinced that his stealing curator was the pearl in the crown of his organization. He had big plans with this talented man. However, during the investigation this man appeared to be a born liar, and always out to create trust where trust should not be given. After his arrest his 26 years young girlfriend was frustrated to read in the newspapers that her friend was aged 36 and not 33 as he had told her. Age appeared very important to him. A substantial part of his criminal earnings was invested in several hair implant treatments. His behavior during the interview Ton Cremers had with him was almost charming. He tried to gain confidence, and every time he was caught lying he was most willing to admit and right away started to build new mystifications.  More about this later, but first a few remarks about insider thefts. 

Slide 7-         

Insider thefts may continue for many years; The Army Museum curator has been stealing from the collection for over seven years, removing maybe over two thousands prints, hundreds of books and most likely some 20 paintings. Since some three years before his arrest he has been responsible for accepting donations. The museum used to receive some 40 donations of collections items per year. During his reign in the museum there were only very few donations. We managed to find several letters in which donators were being thanked for their gifts. However, the gifts themselves never reached the museum.-          The number of stolen items can be very vast. At the Army Museum curator’s neighbor a small museum of items stolen from the museum was found. In Copenhagen some 60 wooden boxes with stolen books were removed from the house of a stealing librarian. –          It may take years before insider thefts are discovered. The thefts in Copenhagen were not discovered until after the death of the stealing librarian when his wife and son tried to sell stolen items through auction.-          Insider thefts never are expected to take place in one’s own museum, library or archive, and sometimes for very long periods staff members remain convinced that missing items may be misplaced and not stolen. Insider theft is a very difficult phenomenon to deal with. Interviewing museum directors in Germany, The Netherlands, and Belgium we are always confronted with the same reaction: I do trust my staff, and we cannot check their actions for that would be a sign of distrust, so they say. We always try to explain that trust should be based on the system and not on individual staff members. There is really nothing against random or even daily checks of staff leaving the premises like are done at the Library of Congress in Washington DC. –          It appears quite easy to sell stolen books and prints to ‘reputable’ dealers, via auction houses or E-bay. The Army Museum curator has been selling stolen books and prints to the same antiquarian book and print dealer for some six years. The librarian of the French National Library sold the items he stole through dealers and private collectors in France. Finally a very unique stolen Hebrew manuscript was sold through Christie’s in New York to a good faith buyer for 300.000 dollars, and the national library now has only one option left: put up the money to buy it back. The sale of stolen items over the internet sometimes leads to actions from alert individuals and consequently to the start of investigations and the discovery of the thieves responsible.

Slide 8

The thieving of Sherrie Shaw, former conservator of the National Museum of Naval Aviation in Pensacola, Florida, was identified after a Navy “Black Widow” Cross (shown left on top) offered for sale on the internet raised the suspicion of a military memorabilia collector. After contacting the museum the inventories were checked and several items, including the Black Widow Cross, appeared to be missing. This August Shaw was found guilty and faces up to 25 years in prison. Shaw keeps insisting that the items she sold belonged to her own collection. She sold them because she felt having a collection was in conflict with her job. Shaw worked at the museum for over 10 years

Slide 9

Last year it was made public that National Archives and Records Administration of the United States is missing hundreds of historic documents and artifacts from its various collections. In April 2003 a civil war researcher noticed a letter written by Confederate Brig. Gen. Lewis. A. Armistead, which he previously had viewed at the National Archives, was being auctioned on E-Bay. This led to the identification of Howard W. Harner Jr, a visiting researcher. Consequently this man was linked to the theft of more than 100 other documents. In May of this year he was sentenced to 2 years in prison.Also the thefts of archivist Shawn. P. Aubitz, who worked at the National Archives for 16 years, were discovered after an important document appeared for sale online. His thefts included dozens of presidential pardons, a 1863 warrant to seize the estate of Robert E. Lee and hundreds of autographed photographs of US astronauts. Aubitz was sentenced to 21 months in prison and a fine of over $73,000. Some of the pardons and the 1863 warrant have been recovered, but none of the photographs.In response to these thefts and all other missing items the National archives have upgraded their security measures towards employees and visiting researchers. This includes an awareness campaign that urges the public, employees and researchers to monitor auctions and internet sales and report suspicious materials to ‘missingdocuments@nara.gov”.

Slide 10

In December last year it was discovered by the curator of the Swimming Hall of Fame in Fort Lauerdale, Florida, artifacts were disappearing at a fast pace. At the same time, a memorabilia collector from North Carolina contacted the Hall of Fame about some medals of Weissmuller he bought through eBay. These medals were among the items that were missing. On the right photographs of Johnny Weissmuller who dominated the swimming Olympics in 1924 and 1928 and also is famous for being Tarzan in the movies. On the left the man responsible for the theft of over 100 medals and cups. This man, Paul Nicholas Cristow, alias Joseph Mancino, had been temporarily employed for janitorial duties. Cristow was arrested after the police arranged a set up with the help of the coin store the stolen items were taken to and is awaiting trial. 

Slide 11

Insider theft is not a new phenomenon. Already in 1954 the Victoria & Albert Museum in London was confronted with an employee that had been stealing from the collections for about two decades. This man, Nevin, stole about 2500 objects, including musical instruments, ceramics, prints, paintings and 98 Japanese swords. At the time of discovery no stock-taking had taken place for 16 years. Nevin was sentenced to three years in prison for the thefts.  Also, there have been insider thefts at the Amsterdam City Archives many years ago. Last year the oldest known stock paper, stolen from this archive, was offered for sale by a German investment group.  In January of this year an assistant curator from Calcutta in India was arrested after he broke into the museum and stole a Buddha bust. He was ‘nailed’ on his fingerprints. Also in January a former depository worker of the Museo Nacional de Arte de Cataluña was sentenced to 4 years in prison. The investigations into this man started in 1999 after it was noted that he offered for sale archaeological objects and engravings of the Italian architect Piranesi that originated from the museum. The Piranesi prints he tore out of the books from the museum and put for sale at an antiquities dealer. This dealer was sentenced to one and a half year in prison. Last month the former curator of the Danish Museum of Art & Design in Copenhagen was sentenced to 13 days in prison. This man stole over 100 objects, including delicate porcelain and glass objects, portrait paintings and a 2000-year old Japanese kimono ornament. The police believe that he stole the artifacts and one of his woman friends arranged for them to be sold at auctions abroad and in antique shops in Denmark. Also last month, the Former director of an Antiquities Department of Egypt, Abu Shanab, was sentenced to life time imprisonment, which in Egypt equals 25 years. He was found guilty on taking bribes and supplying smugglers with certificates that said genuine antiquities were fakes. Under Egyptian law, only fake antiquities can be exported.  Last week the Carabinieri arrested Giuseppe Ghilarducci, the Director of the Archive and Museum of the Cathedral of Lucca in Italy. He is charged with receiving and selling stolen property. Two chalices found were stolen in Rome and Terni. Also the found a 15th century canvas by Giovanni Marracci that is stolen from the Gello church in Pescaglia. Ghilarducci is granted home arrest and the investigations will continue.

Slide 12

Michel Garel had been working at the Bibliothèque Nationale de France in Paris for 30 years when he was arrested last year for stealing a very valuable 13th century manuscript. Garel was an internationally esteemed specialist on Hebrew manuscript and author of several publications. Next to his work he was very active in an international children organization. The manuscript, called manuscript number 52, was sold by Garel to a dealer, and Garel himself signed a permit to allow this manuscript to leave France. To make sure that the manuscript would not be recognized the stamps were removed, pages were taken out and borders were cut. These changes to the manuscript were seemingly made by a professional hand, so it is very well possible that Garel was helped by someone unknown yet. The good faith buyer of this manuscript sold it at a Christie’s auction in New York to another buyer who took the manuscript to Jerusalem. In spite of the changes made to the manuscript it was recognized by a scholar in Jerusalem who warned the French national library. This led to the arrest of Garel and his wife who is regarded accomplice in the theft of at least 5 valuable manuscripts. Garel’s wife too was an esteemed scholar, specialized in Coptic writings. The present owner of the valuable 13th century manuscript bought it at Christie’s for 300.000,00 US dollars, and is willing to sell it for that price to the National Library. Already a few years it was known that books and manuscripts had disappeared from the Hebrew collection at the National Library. A stock taking in 2004 showed 30,000 books and almost 1200 of the most precious documents of the National Library are missing since the previous major shelf reading in 1947.  Last June Garel appeared in court for the theft of 25 rare manuscripts and 121 pages torn 14,15 and 16th century books and incunabula. Garel withdraw his initial confession. Now he claims he is being used as the perfect scapegoat for a massive security breach at the library.  Last year the Danish Royal library managed to recover 75 boxes with books from the home of a former employee. The librarian retired in 2000 and started to sell books he stole while working at the library. After he died his wife and son continued selling the stolen items. In total 80 rare manuscripts were put on the market through Christie’s in London and Swann in New York, for the equivalent of 1,50 million US dollars. Some 600 additional works were sold through other channels.   Last December an employee of the National Library of Stockholm committed suicide after admitting that he stole valuable works from the Stockholm University Library, the National Library and the Uppsala University’s Carolina Rediviva library. As a known librarian he was able to move relatively freely in many libraries. He also spent some time working at the Carolina Rediviva library.

Slide 13

Max Ary, former President of the Kansas Cosmosphere and Space Center, is charged with counts ranging from money laundering to theft and sale of artifacts including items received on loan. About a year after Max Ary resigned after 27 years of service an internal audit showed that more than 100 artifacts were unaccounted for in the Cosmosphere’s collection. Among them 26 items on loan from the NASA (National Aeronautics and Space Administration). Also Ary failed to inform NASA of the loss of an Omega mockup astronaut’s watch valued at $25,000, even after an insurance claim was submitted and a payment was made for the loss.Ary has pleaded innocent to all charges and in return Ary is now also suing the Cosmosphere. Last week he filed a suit claiming the Cosmosphere owes Ary hundreds of thousands dollar and also holds artifacts that belong to Ary personally. 

Slide 14

Insider theft in heritage institutions does not always concern collection objects: A former University of Texas at San Antonio library employee was found guilty this March on stealing over 200,000 US dollar in fines for overdue or lost materials. This scheme took place over a six-year period of time.  A former Boston Children Museum employee admitted to have been stealing $200,000 in a payroll scheme that lasted five years, starting just four days after her first day on the job. She was sentenced last May to 18 months in prison to be followed by three years supervised release. Also last May, the former director of the Phenix City-Russell County Library has admitted stealing $70,000 in library funds over a three year period. The thefts were uncovered in a city wide audit last year. A manager at the Whitney Museum of American Art dodged jail time by pleading guilty to the theft of $850,000 in ticket sales. The Whitney museum’s manager of visitor services, stole the money from January 2002 to July 2004 by selling tickets to visitors and then voiding the sales and pocketing the cash. Investigators found about $800,000 in a safe. The fact that she could make restitution helped her case.

Slide 15

Also facility workers often have unsupervised and unrestricted access to collection storage areas: This month truck driver, Anthony Porcelli Jr, pleaded guilty to stealing a Jean-Michel Basquiat painting from a warehouse at John F. Kennedy International Airport. The Police identified Porcelli after reviewing video surveillance tapes. The untitled Basquiat painting is shown on the upper left side with a District Attorney standing next to it. In April of this year a Picasso (‘Nature morte a la charlotte’) missing for over a year from the Centre Pompidou in Paris was recovered. It turned out to be stolen by a drug addicted museum worker and was recovered from behind a wardrobe in a house in Paris.

 Last month two former employees of a Bridgeton art shipping company pleaded guilty to stealing more than 130 works of art, including works of Picasso, Matisse, Dali, the Kooning and Archipenko. The works of art, which belonged to a Florida couple, had been sitting in storage since 1994. The theft was discovered after a man bought eight works from one of the offenders and came in contact with the real owners. 

Slide 16

Also this month a Malaysian artist, Raja Azhar Idris, found out his shop assistant had been stealing works of art since he was hired. He first realized something missing when a fellow artist asked him for a work he had in display for him and he could not find it. A friend told he had seen it in an auction house and subsequently he went there to look. When he arrived he found his shop assistant operating his own art shop. Over a period of 4 year a total of 20 paintings, glass works and handicraft were stolen. It is suspected that the arrested shop assistant is part of a syndicate headed by an art collector, who sells stolen art at low prices to auction houses and individuals. The police will continue to investigate the extent of the syndicate’s operations and if more art galleries have fallen victim to them.

Slide 17

Last May Hendrikus Van Leeuwen appeared in court for the theft of over 2000 objects from the Australian Museum in Sydney. Already in 1997, just after Henk started to work as pest controller in the museum, staff noticed a leopard pelt missing. As a pest controller, Henk received unsupervised access to the entire collection of 13 million items. His thieving spree continued for over 5 years.In 2003 the ICAC (Independent Commission Against Corruption) started investigating the great amount of missing specimens of the museum. During a raid at the premises of Van Leeuwen and accomplice the ICAC discovered many skins, skeletons and preserved bodies with features in common with the missing items. Some even had the museum tags still attached. Among them even a stuffed lion that was first exhibited in the museum in 1911. Henk was not only a passionate private collector. He also ran a business that sold skulls and in 2002 he approached the city council to inquire about establishing a Zoological institute that should be competitive with the Australian museum.
Slide 18

April 2003 a shock went through the Army Museum  Delft, The Netherlands when it was discovered that a most valuable and extremely rare book was robbed of almost all of its prints, and the remaining prints were severely damaged. This was the start of an investigation that did last for some 8 months and that ended with the conviction of the stealing curator. During the investigation it appeared that that some 2000 prints and 22 paintings went missing. Numerous books disappeared, or were robbed of their illustrations.The Army Museum’s library is not only a very specialized library; it also contains items that are very unique and not available in any other library.

The photograph you are seeing now is a portrait of the stealing curator – Alexander Polman – giving a speech after the thefts were discovered. This speech was given at a special museum event. He started his speech with a small statement saying that it is a real privilege to work in a museum, and that it is an absolute shame that anyone working in a museum would dare to steal from its collection. It was not until a few weeks after this speech that Mr. Polman was unmasked to be a thief himself.

Slide 19

May 2003 Ton Cremers was invited by the general director of the museum to talk about the thefts they experienced. During this conversation it turned out that 22 of his staff had free access to the library’s and print room depositories. There was an electronic access control system but at the same time staff was in the possession of keys. At random they used their keys or their electronic cards to enter the depositories. So, the electronic history of access was useless. Besides, this history was erased weekly from the digital files.

Mr Polman, the stealing curator, was the most zealous worker of all. Everyday he was the first to arrive in the museum and about the last to leave. Besides he worked many weekends. Later on, after he had been arrested, it appeared that when h was alone early in the morning he started his looting of prints out of books and out of the print collection. Before his colleagues arrived he rolled the prints and put them in the trunk of his car parked at the inner court of the museum.  The general director was advised to not allow staff to park their cars any longer at this inner court, or to make sure that security performs random checks on leaving cars. Most unfortunately this advice was not followed.

Mr Polman was the only responsible for the print collection and was given a job updating the registration of the collection. What he really did was steal some 2000 prints from the collection and sold almost all of those to the same antiquarian book dealer. We will never know how many prints were stolen, for Polman also made the old handwritten registration disappear. Of the old registration of topographical prints nothing is left.

Polman was also responsible for the acquisition of prints that were presented as a gift to museum workers leaving for another job, or who had been employed by the museum for many years. These prints were bought by Polman at the same antiquarian bookshop were he sold the prints he stole. So, the museum really paid for prints that were stolen from it’s own collection. After Polman was arrested buying stolen prints from the antiquarian fence appeared to be another one of Polman’s mistakes. One staff member offered a print took it to the museum and it could be proofed without any doubt that this print was taken out of one of the museum’s books.

Slide 20

June 2003 it still was not known who was the one who had been stealing from the museum’s library and print room. It was also not known how many books and prints were missing, and it was not known at all that 22 paintings left the museum.

Ton Cremers offered the museum director to interview each and every staff member with access to the library’s and print room depositories. In three days time 22 staff members were interviewed. One can imagine that there was very little time to interview each individual staff member, and that a very direct interviewing technique was demanded. However all of these interviews took place in a very friendly way. Except the one with Mr Polman. He kept twisting his statements again and again and appeared to be a born liar. The morning after this interview took place Ton Cremers invited him to speak to again, and advised him to leave his job at the museum. Which he did. After a few weeks he resigned.

During the interviews we received information that one of Polman’s colleagues had seen a book at Polman’s neighbor that might very well be from the museum. It took several weeks to get a search warrant from the district attorney and one very early Saturday morning the DA, military police, and Ton Cremers went to search this neighbors place. That turned out to become a very fascinating visit. The book was found very quickly and belonged without any doubt to the Army Museum. However, there was more. This three story house was full of watercolors, paintings, framed prints and photographs. All of which this neighbor had bought from Mr. Polman. He was quite frank about the source of his collection but not able to convince the DA that he bought all of these at good faith. So this man was arrested. At the same time it was decided that Mr. Polman who lived two doors further was arrested as well. A truck was ordered and a small museum had to be moved. So the search for just one book finally led to the recovery of a small museum. Most interestingly: none of the recovered items was reported missing at the museum.

The neighbor appeared to have a Porsche sports car in his garage. This car was given to him by a retired Dutch army colonel who lives in Scotland. This opened another track, this time to Scotland. Polman and his neighbor paid several visits to Scotland, and sold two of the museum’s paintings to this retired colonel. After long negotiations these paintings returned to the museum, but not until the museum paid compensation to this good faith buyer.

Slide 21

Polman’s neighbor was part of a group of military personnel and collectors of military artifacts. This group visited very expensive clubs in London, United Kingdom, on a regular basis. Polman by far did not make enough money at his job as curator, but was very eager to also drive a sports car and join this gang to London. During three or four days visits they spent over $5000,00 dollars each. Polman is not on this photograph, but his neighbor is at the far right. In the middle is a Dutch general wearing his uniform in London against army regulations.

During the investigations there appeared to be several links to high ranking soldiers, and to board members of the museum. Several co workers in the museum appeared to have bought museum items from Polman without knowing these came out of the museum’s depositories. They could have known, but no questions were asked.

Some of these finally were forced to leave the museum.

Slide 22 to 31 Photos.

Slide 32

For some six years Polman has been selling books and prints to the same antiquarian book dealer. Estimates are that this man bought over 1000 prints. He knew Polman was working as a curator at the Army Museum for Polman did buy prints as well, and the book dealer wrote invoices in the name of the Army Museum. Most unfortunately the District Attorney granted us just one single afternoon to search this book dealer’s shop and storage. The DA really was not interested in the recovery of stolen goods, but only in the arrest of a possible fence. The bookdealer was arrested, but set free again after one day.

We were very much convinced that numerous prints in his two story shop belonged to the Army Museum. However, the bookdealer appeared to suffer from many senior moments. He really could not remember which prints he bought from Polman, but as soon as we were convinced that certain prints were from the museum all of a sudden his memory returned and he knew exactly these prints were not from the army museum. During the visit together with the DA some 50 prints were recovered.

After very long negotiations we were allowed to return to the bookshop for a second search, this time without the police and the DA. Upon arrival we discovered that the dealer had cleaned his complete shop and storage area, and only very few suspected prints remained.
Slide 33

Lessons learned.We all know that security belongs to the core business of cultural institutions like museums, libraries and archives. Too often insider thefts are not part of risk assessments. It is a problem one prefers not to think about. It is not true that protection against insider theft means distrusting staff. Contrary. Protection against insider theft protects the working environment and those working in the museum, library of archive.

In the Army Museum we have been able to observe not only the destruction of a fascinating and very rare collection, but also the destruction of working relationships. Now, almost three years after these thefts were discovered there still are a lot of negative emotions and there still is distrust.

People blame one another for not noticing the thefts. Some still support the imprisoned curator and regard him as the victim of an imperfect organization. Others feel a lot of aggression against this curator.

It was a very good decision of the general director to make a display of ruined books for staff only. Some museum workers have looked at this display for a very long time in total silence. Others stood there crying.

Worst of all is that for many years to come museum staff will be confronted with damaged books. If something is stolen it will be out of sight and possibly forgotten. These damaged books will always be there to remember a curator who was able to steal uncontrolled for many years.

Slide 33

And what happened to Mr Polman? December 2003 Mr Polman was convicted to 26 months imprisonment and as additional condition he was convicted not to work as a museum curator for six years. His neighbor was convicted to 60 days social labor and appealed. This case is still pending.
It was not only until May this year that this book dealer and fence was convicted to 150 hours penal labor.

Slide 34

The Museum Security Network disseminates news on security and safety issues and cultural property protection through two mailing lists: the Museum Security Network mailing list and the Cultural Property Protection Net mailing list. These mailing lists are a free service for cultural heritage managers world wide. Over 2000 members from 90 countries receive several times a week information over incidents with and the protection of cultural heritage. Via following web-address one can subscribe to these: http://www.museum-security.org Also the archives are accessible on this web-address.

September 17th, 2005

Posted In: algemeen, diefstal, interne diefstal

Diefstal- en incidentenregistratie cultuurgoederen

Dit artikel werd voor het eerst mei 2005 geplaatst op de Museum Security Network website.

‘Incidenten’ in Nederlandse musea de afgelopen jaren waren aanleiding voor de Nederlandse Museumvereniging een onderzoek in te laten stellen door Gerard de Baay naar de mogelijkheden de beveiliging van de musea op een hoger plan te brengen. Een van de aanbevelingen in het rapport van De Baay was het opzetten van een incidentenregistratie. Een werkgroep heeft zich de afgelopen twee jaar gebogen over de uitvoering van dit advies. (more…)

May 13th, 2005

Posted In: diefstal, incidentenregistratie

Databases gestolen kunst en registratie incidenten; deel I (deel II staat onder dit artikel)

Beide artikelen over incidentenregistratie werden voor het eerst gepubliceerd in mei 2005 op de Museum Security Network website.

Begin mei 2005 werd duidelijk dat de Engelse overheid besloten heeft plannen om een centrale database van gestolen kunst op te zetten heeft laten vallen (lees hierover op:
http://te.verweg.com/pipermail/cpprot/2005-May/001068.html).

De redenen het samenstellen van die database niet langer te steunen: (more…)

May 13th, 2005

Posted In: diefstal

Tags: , , , , , , , ,

This content is password protected. To view it please enter your password below:

May 14th, 2003

Posted In: algemeen, diefstal