Why is Lord Elgin an abomination to the Greeks?

by Effrosyni Moschoudi

To the Greeks, the name Thomas Bruce, 7th Earl of Elgin, is an abomination, the likes perhaps, of only Lucifer himself. Lord Elgin, as he is more famously known, is notorious in my country for his enormous blundering appetite that was coupled by an equally enormous lack of regard for the Parthenon treasures.

Having acquired a paper of questionable validity (i.e. a mere letter signed by a pasha as opposed to a firman signed by a sultan – the only document that could have authorized him properly within the Othoman Empire), he didn’t hesitate to remove from the Parthenon far more than anyone could have ever imagined possible. Furthermore, he caused irreversible damage to the sculptures that were taken off the friezes. By instructing the workers to remove the posterior side from these treasures (obviously, he thought only the frontal side was of any value!), he thus managed to rid his cargo of unnecessary (!) weight and to cut down on logistic costs.

Elgin shipped the Parthenon Marbles to Britain divided among many different ships, whatever he could arrange with the odd passing ship of the British Navy and each time, he was allowed a very small amount of treasures on board. However, he managed once to commission his own boat, the legendary ‘Mentor’, in 1802. Thrilled to have no weight restrictions this time, Elgin greedily loaded that ship so much that it sank just off the shore on the island of Kythira. When that happened, he contacted the local British consulate, and in order to seek assistance for the retrieval of the treasures, he stated in his letter the infamous lie “…she had on board a quantity of boxes with stones of no value of themselves; but of great consequence for me to secure…”

Do read the full blog at: Why is Lord Elgin an abomination to the Greeks? | Effrosyni’s Blog

October 1st, 2015

Posted In: blogwereld, looting and illegal art traffickers, Parthenon Marbles, Parthenon Marbles (DO NOT CALL THE ELGIN MARBLES!), Ton Cremers

Why is Lord Elgin an abomination to the Greeks?

by Effrosyni Moschoudi

To the Greeks, the name Thomas Bruce, 7th Earl of Elgin, is an abomination, the likes perhaps, of only Lucifer himself. Lord Elgin, as he is more famously known, is notorious in my country for his enormous blundering appetite that was coupled by an equally enormous lack of regard for the Parthenon treasures.

Having acquired a paper of questionable validity (i.e. a mere letter signed by a pasha as opposed to a firman signed by a sultan – the only document that could have authorized him properly within the Othoman Empire), he didn’t hesitate to remove from the Parthenon far more than anyone could have ever imagined possible. Furthermore, he caused irreversible damage to the sculptures that were taken off the friezes. By instructing the workers to remove the posterior side from these treasures (obviously, he thought only the frontal side was of any value!), he thus managed to rid his cargo of unnecessary (!) weight and to cut down on logistic costs.

Elgin shipped the Parthenon Marbles to Britain divided among many different ships, whatever he could arrange with the odd passing ship of the British Navy and each time, he was allowed a very small amount of treasures on board. However, he managed once to commission his own boat, the legendary ‘Mentor’, in 1802. Thrilled to have no weight restrictions this time, Elgin greedily loaded that ship so much that it sank just off the shore on the island of Kythira. When that happened, he contacted the local British consulate, and in order to seek assistance for the retrieval of the treasures, he stated in his letter the infamous lie “…she had on board a quantity of boxes with stones of no value of themselves; but of great consequence for me to secure…”

Do read the full blog at: Why is Lord Elgin an abomination to the Greeks? | Effrosyni’s Blog

October 1st, 2015

Posted In: blogwereld, looting and illegal art traffickers, Parthenon Marbles, Parthenon Marbles (DO NOT CALL THE ELGIN MARBLES!), Ton Cremers

‘Rembrandts hoeven niet gered te worden van oliesjeiks’ – Madelon Strijbos van TEFAF Maastricht kletst uit haar nek

September 21, 2015 – 14:52

“Het is niet zo dat kunst vastzit in particuliere handen.” Madelon Strijbos van TEFAF Maastricht, de belangrijkste kunstbeurs ter wereld, sust de zorgen van minister Bussemaker. Die wil met de aankoop van twee Rembrandts voorkomen dat ze, in de woorden van de minister, “in handen komen van een of andere rijke oliesjeik”.

Bussemaker vreest dat het publiek de doeken nooit meer kan zien als ze in vreemde handen terechtkomen. Maar Strijbos wijst erop dat particulieren hun kunstwerken vaak uitlenen aan musea. “Ik begrijp heel goed dat het Rijksmuseum deze werken in de collectie wil hebben, maar het is niet zo zwart-wit dat kunst in particuliere handen altijd achter gesloten deuren blijft.”

lees hele artikel: ‘Rembrandts hoeven niet gered te worden van oliesjeiks’

Die Madelon Strijbos lijkt haar kunsthandelarenkongsi op een prima wijze te vertegenwoordigen, maar goed beschouwd kletst ze uit haar nek. Om te beginnen worden de schatrijke Rothschilds met Nederlands belastinggeld nog rijker gemaakt dan ze al zijn. Strijbos kakelt in haar interview met de NOS lustig door dat dit soort kunst (Rembrandtschilderijen) continu in waarde stijgt en dus een goede belegging is. We hoeven ons niet ongerust te maken, want die particulieren lenen de kunst vaak weer uit aan musea zodat we er allemaal van kunnen genieten.

Dank je de koekoek: dat is zo, maar ten koste van wat/wie? Denkt deze dame nu echt dat particulieren hun kostbare schilderijen uit filantropische overwegingen aan musea uitlenen? Welnee, hun investering in kunst wordt op die manier in een beveiligde omgeving bewaard – soms schiet die beveiliging tekort, dat realiseer ik mij maar al te goed – zonder dat ze daar een cent voor hoeven uit te geven en de lenende musea draaien dan in vrijwel alle gevallen ook nog op voor de kosten van verzekering en duurzaam behoud en beheer. Aangezien alle Nederlandse musea, en met name de musea die Rembrandts tentoonstellen, afhankelijk zijn van subsidies – uit gemeenschapsgeld – draait de belastingbetaler altijd op voor de kosten, of schilderijen met hulp van belastinggeld worden aangekocht of wanneer gesubsidieeerde musea de kostbaarheden voor  particuliere investeerders-verzamelaars opslaan. Feitelijk wordt de investering in kostbare kunst op deze wijze gesubsidieerd door de belastingbetaler, zeker wanneer je je realiseert dat de winst bij verkoop van de schilderijen onbelast is. Maar wie strijkt bij verkoop, desnoods door een volgende generatie, de winst op? Juist: die toch al rijke beleggers. Een risicoloze maar, volgens Madelon, lucratieve belegging.

Als de bruiklenen uiteindelijk verkocht worden op een elitaire beurs als de TEFAF is het balletje rond en kunnen Madelon Strijbos en haar collega’s het champagneglas heffen.

Ton Cremers

 

September 21st, 2015

Posted In: BLOG World (from related blogs), blogwereld, Ton Cremers

Tags: , , , , ,

‘Rembrandts hoeven niet gered te worden van oliesjeiks’ – Madelon Strijbos van TEFAF Maastricht kletst uit haar nek

September 21, 2015 – 14:52

“Het is niet zo dat kunst vastzit in particuliere handen.” Madelon Strijbos van TEFAF Maastricht, de belangrijkste kunstbeurs ter wereld, sust de zorgen van minister Bussemaker. Die wil met de aankoop van twee Rembrandts voorkomen dat ze, in de woorden van de minister, “in handen komen van een of andere rijke oliesjeik”.

Bussemaker vreest dat het publiek de doeken nooit meer kan zien als ze in vreemde handen terechtkomen. Maar Strijbos wijst erop dat particulieren hun kunstwerken vaak uitlenen aan musea. “Ik begrijp heel goed dat het Rijksmuseum deze werken in de collectie wil hebben, maar het is niet zo zwart-wit dat kunst in particuliere handen altijd achter gesloten deuren blijft.”

lees hele artikel: ‘Rembrandts hoeven niet gered te worden van oliesjeiks’

Die Madelon Strijbos lijkt haar kunsthandelarenkongsi op een prima wijze te vertegenwoordigen, maar goed beschouwd kletst ze uit haar nek. Om te beginnen worden de schatrijke Rothschilds met Nederlands belastinggeld nog rijker gemaakt dan ze al zijn. Strijbos kakelt in haar interview met de NOS lustig door dat dit soort kunst (Rembrandtschilderijen) continu in waarde stijgt en dus een goede belegging is. We hoeven ons niet ongerust te maken, want die particulieren lenen de kunst vaak weer uit aan musea zodat we er allemaal van kunnen genieten.

Dank je de koekoek: dat is zo, maar ten koste van wat/wie? Denkt deze dame nu echt dat particulieren hun kostbare schilderijen uit filantropische overwegingen aan musea uitlenen? Welnee, hun investering in kunst wordt op die manier in een beveiligde omgeving bewaard – soms schiet die beveiliging tekort, dat realiseer ik mij maar al te goed – zonder dat ze daar een cent voor hoeven uit te geven en de lenende musea draaien dan in vrijwel alle gevallen ook nog op voor de kosten van verzekering en duurzaam behoud en beheer. Aangezien alle Nederlandse musea, en met name de musea die Rembrandts tentoonstellen, afhankelijk zijn van subsidies – uit gemeenschapsgeld – draait de belastingbetaler altijd op voor de kosten, of schilderijen met hulp van belastinggeld worden aangekocht of wanneer gesubsidieeerde musea de kostbaarheden voor  particuliere investeerders-verzamelaars opslaan. Feitelijk wordt de investering in kostbare kunst op deze wijze gesubsidieerd door de belastingbetaler, zeker wanneer je je realiseert dat de winst bij verkoop van de schilderijen onbelast is. Maar wie strijkt bij verkoop, desnoods door een volgende generatie, de winst op? Juist: die toch al rijke beleggers. Een risicoloze maar, volgens Madelon, lucratieve belegging.

Als de bruiklenen uiteindelijk verkocht worden op een elitaire beurs als de TEFAF is het balletje rond en kunnen Madelon Strijbos en haar collega’s het champagneglas heffen.

Ton Cremers

 

September 21st, 2015

Posted In: BLOG World (from related blogs), blogwereld, Ton Cremers

Tags: , , , , ,

Dan koop je toch lekker zelf een Rembrandt

 

24/04/2015 – 10:24

In Het Parool van 21 april 2015 komt Wim Pijbes aan het woord over drukte in de tentoonstelling Late Rembrandts in het Rijksmuseum. Blijkbaar zijn er veel klachten van bezoekers – ‘honderden’ – over de drukte in de tentoonstelling. “Voornamelijk Nederlanders” die klagen volgens Pijbes met het hem zo langzamerhand typerende autoritaire toontje. Het klinkt als: het zijn altijd Nederlanders die wat te zeuren hebben. Dat deze Nederlanders via de belastingen jaarlijks 38 miljoen euro ophoesten voor deze grootste museale subsidieslurper, is Pijbes blijkbaar vergeten.

“Drukte” is volgens Pijbes “een belevenis”. Dat kan wel zijn, maar voor velen een negatieve belevenis. Overigens: ik vraag mij af of de brandweer deze drukte ook slechts ziet als een belevenis. Natuurlijk is drukte niet alleen een belevenis, maar ook een feit. Een feit waar het museum, ten koste van de bezoekers, maar al te trots op is.

Pijbes verwijst naar enkele buitenlandse instituten waar ook sprake is van grote drukte en lange rijen wachtenden. Hij stelt vast dat het druk is, ‘Maar lang niet zo druk als in het Uffizi, in de Sixtijnse Kapel of voor de Mona Lisa.’ Kijk, daar gaat Pijbes de fout in. Voor wat betreft de Sixtijnse Kapel en de Mona Lisa heeft hij slechts zeer gedeeltelijk gelijk. In de Sixtijnse Kapel wordt de bezoekersstroom – ik geef toe, niet altijd even vriendelijk – snel geleid door de kapel om te voorkomen dat hij te vol stroomt. De zaal waarin de Mona Lisa hangt, staat altijd vol met bezoekers, echter: dat schilderij is feitelijk het enige schilderij waarom bezoekers die ruime zaal in gaan en het is bovendien centraal in de ruimte opgesteld. De drukte rondom de Mona Lisa hoort zo langzamerhand onlosmakelijk bij de museale folklore van het Louvre.

De vergelijking met de Uffizi gaat helemaal niet op. Daar staat altijd een lange rij wachtenden voor het gebouw juist om er voor te zorgen dat het binnen niet te vol stroomt en bezoekers waar voor hun geld krijgen. Er is meestal slechts 1 kassa geopend, en alleen als het minder druk is, opent men een tweede kassa. Dit lijkt vreemd, maar toont aan dat men zowel rekening houdt met de rij wachtenden voor de deur, als met de drukte binnen de tentoonstelling. Het primaat moet altijd liggen bij de drukte in de tentoonstelling. Doe je dat niet, dan verkoop je de bezoekers een kat in de zak: men hoeft niet heel lang buiten te wachten, bij het Rijksmuseum is dat vrijwel nooit langer dan een kwartier, maar eenmaal binnen loop je van opstopping naar opstopping. Bezoekers moeten zelf kunnen besluiten of ze bereid zijn buiten langdurig in de rij te staan, en mogen niet, zoals nu gebeurt, in de val gelokt worden opdat Pijbes aan het einde van het jaar borstkloppend de groei van het aantal bezoekers kan melden.

Pijbes kreeg een klacht waarin stond dat het voor de Rembrandts te druk was voor contemplatie. ‘Dat lees ik met aandacht. En denk: koop dan zelf een Rembrandt. Een museum is geen stiltezone.’

Koop dan zelf een Rembrandt? Hoevelen kunnen dat? Pijbes toont hier een storend elitair trekje. Hij kan de klacht dan wel met aandacht gelezen hebben, maar dacht hij lang na over zijn antwoord? Dit antwoord hoort thuis in de categorie borrelpraat.

Een museum is geen stiltezone, maar het culturele lunapark dat op publiekscijfers gerichte museumdirecteuren er nu van maken, is ook niet waar we heen willen.

Eerst wordt er een twijfelachtige hype veroorzaakt via een hersenspoeling aan STER reclames waarin directeur collecties Taco Dibbits beweert dat het een “Once in a lifetime, maybe even a once in eternity experience” is (spreek je moers taal denk ik dan), en als die hersenspoeling leidt tot aanzienlijke bezoekersaantallen die het Rijksmuseum logistiek niet verantwoord aan kan, worden klagende bezoekers geschoffeerd.

Overigens: het historisch besef van kusthistoricus Dibbits blijkt hiaten te vertonen. In 1990 presenteerde het Rijksmuseum onder Henk van Os een Rembrandt overzichtstentoonstelling met bruiklenen van over de hele wereld, veel ruimer van opzet dan de huidige tentoonstelling, waar ook van gezegd werd: dit maken we nooit meer mee.

Als ik het Rijksmuseum mag adviseren: bij grote drukte minder kassa’s open zodat de bezoekers buiten al kunnen bepalen of ze lang wachten over hebben voor deze tentoonstelling en om te voorkomen dat men zich opgelicht voelt en, volkomen terecht, het museum overspoelt met klachten. Mochten er toch klachten komen, dan is het beter die serieus te nemen en niet in de pers die klagende bezoekers te schofferen.

‘Honderden’ klachten kan je niet afdoen met sarcasme zoals Pijbes zich aanmatigde, mede omdat achter iedere klagende bezoeker er mogelijk tientallen anderen staan die dezelfde klacht hebben maar niet uiten.

Ton Cremers

 Museumbeveiliging, Ton Cremers » Blog Archive » Dan koop je toch lekker zelf een Rembrandt.

April 24th, 2015

Posted In: blogwereld

Tags: , , , ,

Wat hebben Rudy Fuchs, Ruud Spruit, Gerard de Klein, Jelle Reumer en Emily Ansenk met elkaar gemeen?

site-iconmuseumbeveiliging.com/2014/01/27/wat-hebben-ruud-spruit-gerard-de-klein-jelle-reumer-en-emily-ansenk-met-elkaar-gemeen/
27/01/2014 – 09:47De naderende heropening van De Kunsthal te Rotterdam (1 februari 2014) na een ingrijpende verbouwing waarbij het klimaat en de beveiliging onder handen werden genomen, roept de publicitair wanstaltige toestand rondom de inbraak en diefstal van oktober 2012 weer in herinnering. Niet in het minst omdat de directrice van De Kunsthal onlangs in De Volkskrant verklaarde dat de beveiliging van De Kunsthal nu ‘goed’ is. Ansenk schaart zich in het rijtje directeuren van geslachtofferde musea die zich, nadat het fout ging, in de publiciteit ineens ontpopten als experts op het gebied van beveiliging en criminaliteit.Nog geen halve dag nadat een stelletje Roemeense losers kinderlijk eenvoudig wisten in te breken in De Kunsthal verklaarde Ansenk doodleuk dat de beveiliging van haar kunsthal ‘state of the art’ was. Een faux pas door emotie over de inbraak? Een vergeeflijke faux pas, ware het niet dat Ansenk in de dagen na die inbraak zowel in De Volkskrant als de NRC de strekking van dat ‘state of the art’ in andere woorden wederom benadrukte. In De Volkskrant werd ze geciteerd met “Er is geen aanleiding de beveiliging aan te passen”. Kan het nog zouter?Heb ik over dit gestuntel in de media al genoeg gezegd? Je zou het haast denken wanneer je de ingezonden brief van Raaskallende Ruudleest in de NRC van 23 oktober 2012. Spruit, want die Ruud is het, smeedt in zijn brief een band met de directeur van De Kunsthal, Emily Ansenk, waar – ik kan me niet anders voorstellen – Ansenk niet blij mee kan zijn. Ansenks buurman Jelle Reumer – directeur van het Rotterdamse Natuurhistorisch – sprong voor Ansenk en Raaskallende Ruud in de bres in een hysterische mail aan mij. Er ontplooit zich een trend, een trend die jaren geleden werd ingezet door Rudy Fuchs, chagrijnig fulminerend tegen een TV journalist nadat een schilderij van Picasso met een aardappelschilmesje was bewerkt door een bezoeker. Als museumdirecteur geef je na incidenten blijkbaar nooit toe dat de beveiliging gefaald heeft, of minstens kritisch onder de loep moet worden genomen, maar je schreeuwt stampvoetend uit dat die beveiliging ‘state of the art’ (Ansenk), ‘geavanceerd’ (Ruud Spruit) of zonder meer ‘goed’ (Fuchs) is. Om je woorden kracht bij te zetten, geef je desnoods de criminelen een compliment met hun ‘professionaliteit’ (Spruit). Er ligt terrein braak  voor mediatrainers..

Overigens vind ik niet dat in 1999 de beveiliging van het Stedelijk Museum onvoldoende was toen dat Picasso schilderij werd beschadigd. Niet de beveiliging faalde, maar Rudy Fuchs, niet bepaald bekend vanwege zijn bescheidenheid, faalde als woordvoerend directeur en viel als een amateur in de kuil die een volhardende journalist voor hem groef. Een pijnlijke TV vertoning.

Gerard de Klein, met in zijn kielzog conservator Yvonne Ploumen mailden mij ziedend van woede toen ik na de verwoestende brand in het Armando Museum in de pers verklaarde dat er onvoldoende afstemming was geweest tussen de gemeente Amersfoort, eigenaar van de Elleboogkerk waarin het museum gehuisvest was, en het museum. Hoe was het anders mogelijk dat men bezig ging met brandgevaarlijke dakwerkzaamheden terwijl het museum de belangrijkste tentoonstelling uit zijn bestaan had? Een tentoonstelling met kostbare bruiklenen die allemaal in de brand verloren gingen. Ik zou de relatie tussen het museum en de gemeente schade toebrengen met mijn opmerking in de pers, aldus Ploumen in een mail aan mij. Wie wat bewaart, die heeft wat. Mails als die van Ploumen zijn parels in mijn archief. Toen de gemeente Amersfoort de toezegging het museum te herbouwen heroverwoog, inmiddels sloeg ook in Nederland de financiële crisis toe, hadden De Klein noch Ploumen enige boodschap aan de relatie met de gemeente en gingen in de pers helemaal los over de onbetrouwbaarheid van de gemeente. De gemeente zou woordbreuk plegen.

Had die brand in het Armando Museum voorkomen kunnen worden? Natuurlijk. Strikt genomen kan, met uitzondering van brandstichting, iedere brand voorkomen worden. Had voorkomen kunnen worden dat de hele collectie verloren ging? Absoluut! Maar: er was vanuit het museum geen toezicht tijdens de werkzaamheden, het museum bezat geen calamiteitenplan met een onderdeel gewijd aan de collectie en er waren geen afspraken met de brandweer over het redden van de collectie, echter…De Klein en Ploumen wasten hun handen in onschuld en stelden zich als slachtoffers op. Ploumen mag nu de kar trekken bij het nieuwe, virtuele Armando Museum in Amelisweerd en Gerard de Klein vond onderdak als directeur in museumgoudA. Daar liet hij van zich spreken door de verkoop van een schilderij van Dumas en had hij in 2012 de pech dat er ingebroken werd en een kostbare monstrans gestolen. Het zit de man niet mee. Had die diefstal voorkomen kunnen worden? Ja. Treft Gerard de Klein hier blaam? Nee, maar ik ben wel nieuwsgierig wat de beste man gedaan heeft om herhaling te voorkomen.

Jelle Reumer van het Natuurhistorisch vond in zijn eerder genoemde arrogante en hysterische mail aan mij dat ik mijn pijlen niet moest richten op zijn buurvrouw van De Kunsthal, maar op de overheid die beknibbelt op budgetten waardoor de musea niet goed beveiligd kunnen worden. Het deed mij goed te lezen dat ook Jelle Reumer van mening is dat de musea niet ‘state of the art’, of geavanceerd beveiligd zijn. Echter, had de inbraak en diefstal door neushoorndieven in zijn museum iets te maken met teruglopende budgetten? Niets, helemaal niets. Het was de inertie van Reumer die deze diefstal mogelijk maakte. Vanuit zijn museum – er schort in het museum iets aan de loyaliteit met directeur Reumer – bereikte mij de informatie dat Jelle Reumer een waarschuwing door de politie terzijde had gelegd en geweigerd had de neushoorns te voorzien van replica hoorns. Een stap die in Naturalis terecht wel genomen werd toen wereldwijd een hausse aan inbraken plaatsvond in natuurhistorische musea.

Wat hebben Rudy Fuchs, Ruud Spruit, Gerard de Klein, Jelle Reumer en Emily Ansenk met elkaar gemeen?

De beveiliging van het Westfries Museum was, wat Raaskallende Ruud dan ook beweerde, ver onder de maat. Ruud verwaarloosde die beveiliging jarenlang en sloeg waarschuwingen van zijn beveiligingsinstallateur jaar na jaar in de wind. “We gaven feitelijk nooit aandacht aan de beveiliging” verklaarde zijn conservator ooit tijdens een receptie. Maar, Ruud mocht ondanks aantoonbaar falen op zijn post blijven.

De Klein verwaarloosde zijn verantwoordelijkheid als directeur van het Armando Museum en verzuimde, hoewel zijn museum deelnam aan een door het Mondriaanfonds gesubsidieerd project, te zorgen voor een calamiteitenplan voor zijn museum. Maar, Gerard mocht ondanks aantoonbaar falen op zijn post blijven.

De beveiliging van De Kunsthal, dat was geen nieuws, was onvoldoende en er werden geen aanvullende maatregelen getroffen toen er een kostbare tentoonstelling werd ingericht. Maar, Emily mocht ondanks aantoonbaar falen en domme presentaties in de publiciteit op haar post blijven.

Jelle Reumer weigerde de in zijn museum aanwezige hoorns van neushoorns te beveiligen, maar ook Jelle, het wordt eentonig, mocht ondanks aantoonbaar falen op zijn post blijven.

Werd Rudy Fuchs gecorrigeerd nadat hij zo onhandig manoeuvreerde in een TV interview? Niet dat ik weet…misschien achter de schermen?

Zo lang eindverantwoordelijken niet op hun verantwoordelijkheid worden aangesproken en aantoonbaar falen geen consequenties heeft, zal het aanmodderen blijven met de beveiliging van musea.

Ton Cremers

27 januari 2014

Museumbeveiliging, Ton Cremers » Blog Archive » Wat hebben Rudy Fuchs, Ruud Spruit, Gerard de Klein, Jelle Reumer en Emily Ansenk met elkaar gemeen?.

January 27th, 2014

Posted In: blogwereld, brand museum, Columns Ton Cremers, De Kunsthal, diefstal, diefstal uit museum, Jelle Reumer, Kunsthal, museum security, Museum thefts, Ton Cremers

This content is password protected. To view it please enter your password below:

February 4th, 2012

Posted In: blogwereld, vervalsing

This content is password protected. To view it please enter your password below:

August 1st, 2011

Posted In: blogwereld