Wat een walgelijke TV-avond. In De Wereld Draait Door en bij Pauw werd podium geboden aan ‘Okkie’ Durham, de inbreker die twee Van Gogh schilderijen roofde uit het museum aan de Paulus Potterstraat. Gelukkig bleef mijn inbreng in de door Vincent Verweij gemaakte en door Brandpunt uitgezonden documentaire over de inbraak en de terugkeer van de schilderijen beperkt tot een enkele, algemene opmerking over inbraakvertragend glas en mijn stellige overtuiging dat deals met criminelen de basis leggen voor toekomstige diefstallen. Okkie’s advocaat Bénédicte Ficq, iedere keer wanneer ik haar zie moet ik denken aan Hirsi Ali, deelde mijn mening.

De documentaire waar Verweij een jaar aan werkte, geeft een fascinerende inkijk in de wereld van ‘career criminals’ als Durham en Mink Kok. Geen heren die je graag in je kennissenkring hebt, of met wie je op wat voor manier dan ook geassocieerd wilt worden. Als documentairemaker begeef je je op glad ijs wanneer je met dergelijke heren aan de slag gaat. Het ware beter geweest wanneer Vincent Verweij de boeiende documentaire voor zichzelf had laten spreken, want zijn optreden bij met name Pauw vond ik ronduit ongelukkig. Wat mij betreft wierp dat een smet op wat een goed produkt is. Zo zie je maar: er is een aanzienlijk verschil tussen onmiskenbare professionaliteit achter de camera en beschouwingen over je product in spotlights van een babbelprogramma.

Laat het duidelijk zijn, Okkie Durham wordt in de documentaire van Verweij geenszins verheerlijkt, een valkuil waar journalisten vaak in vallen. De kijkers kregen de narcistische persoon Durham in al zijn ontluistering te zien. Daar was nauwelijks interpretatie door de documentairemaker voor nodig. De man is blijkbaar zoals hij is, een nare crimineel die jarenlang velen benadeeld heeft. Het zal voor Okkie niet prettig zijn op Twitter alle reacties op zijn persoon te lezen. Ik raad hem aan voorlopig niet op zijn bromfietsje – heel symbolisch een kinderformaat ding – door Amsterdam te zwerven, maar zich in schaamte een aantal weken achter de goed beveiligde voordeur van zijn appartement terug te trekken.

Het verhaal in de docu spitste zich toe op de winstgevende kant van schilderijendiefstal. Gestolen schilderijen zouden een ruilmiddel kunnen zijn voor criminelen om strafvermindering te krijgen. Gelukkig prikte Axel Rüger deze ballon door. De suggestie in de docu van Verweij dat een Italiaanse crimineel geen 20 maar 12 jaar straf kreeg dankzij onder andere de teruggave van de schilderijen klopte volgens Axel Rüger niet. De strafeis ging weliswaar van 20 naar 12 jaar, maar de uiteindelijke straf werd 18 jaar. Tel maar uit je winst.

Vincent Verweij leek bij Pauw alle distantie tot zijn criminele subject uit de documentaire kwijt te zijn en ging tegen Axel Rüger in de aanval omdat het Van Goghmuseum die nare Okkie niet meer in het museum wil hebben. Hij heeft immers zijn straf er al op zitten. Axel Rüger ziet dat, volkomen terecht, anders. Mensen die schade hebben aangericht mogen, geheel volgens de huisregels, het museum niet meer in. Verweij’s poging Axel Rüger de kwaaie Pier toe te spelen werd door Rüger overtuigend gecounterd.

Laten we wel wezen, een cultureel onbenul als Okkie Durham – hij had het in de docu herhaaldelijk over de ‘aardappeltelers’ en meende dat schilderijen met dikke verf meer geld waard zijn – heeft sowieso niets te zoeken in welk museum dan ook.

Was Erbin Wennemars in DWDD een verkwikkende criticus van Durham, een welkom alternatief voor de schaapachtig lachende Van Nieuwkerk, in Pauw overklaste Axel Rüger zowel Vincent Verweij als Okkie.  Rügers woede was integer en overduidelijk. Zijn ogen spuwden vuur, zijn mond sprak logica en zijn houding was die van een verontwaardigde gentleman. Hij had zijn opgekropte emotie beter onder controle dan Verweij.

De medewerkers van het Van Goghmuseum kunnen zich gelukkig prijzen met zo’n directeur. De man is blijkbaar bereid als een leeuw te vechten voor het behoud van kunst die van ons allemaal is.

Het ongeloofwaardige excuus van Okkie negeerde hij volledig en Verweij werd aan het einde van het gesprek door de directeur van het Van Goghmuseum berispt. Axel Rüger vond de afsluiting van de documentaire waarin Okkie wandelend langs het museum tegen zijn vriendin blaatte dat hij gemakkelijk via ‘die muur en dat raam’ de Zonnebloemen kon stelen, een stuitende belediging.

Geef de man eens ongelijk.

Niet Okkie of Grunberg stalen de show bij Pauw. Dat deed Axel Rüger.

Ton Cremers

 

 

March 22nd, 2017

Posted In: diefstal uit museum, Museum thefts, Ton Cremers

Tags: , , , , , , , ,

Volkskrant 7 maart 2017: Neushoornstropers slaan nu zelfs toe in Franse dierentuin, ‘Nederlandse’ Vince gedood.

Neushoornstropers schrikken nergens meer voor terug. In het wild waren neushoorns al nergens meer veilig, en zelfs opgezette neushoorns in Europese natuurmusea werden van hun kostbare hoorns beroofd. Maar nu hebben de stropers voor het eerst ook toegeslagen in een Europese dierentuin.

(xxxxxx)

Daar gaan we weer. Stoorde ik mij in het verleden regelmatig aan museummanagers die zich na incidenten ontpopten als multigetalenteerden die quasi-deskundigheid over beveiliging ten toon spreidden, nu voegt zich de manager van een dierenpark zich ook al in die rij en stelt zich bovendien als sitting duck op, want ‘je kunt het als een kluis beveiligen, maar….stropers weten altijd wel een manier om binnen te komen’.

WAT?!! Stropers weten altijd wel een manier om binnen te komen, maar toch zijn volgens Wineke geen ‘strengere maatregelen nodig’? Als ze nu nog beweerde dat strengere maatregelen niet mogelijk zijn – dat kan ik niet overzien, maar betwijfel ik – maar nee: stropers kunnen binnenkomen, en toch zijn er, nogmaals volgens Wineke, geen strengere maatregelen nodig. Er is nota bene in een collega-dierenpark ingebroken, een neushoorn vermoord en beroofd van zijn hoorn en Wineke Schoo beweert doodleuk dat geen extra maatregelen nodig zijn. Doe. Normaal. Hier word ik echt heel moe van. Wat een management lamlendigheid. Volgens mij hoog tijd voor een functioneringsgesprekje.

Kromme tenen krijg ik van dergelijke prietpraat. Ik vertik het om voor de zoveelste keer een onbezoldigde cursus beveiliging en veiligheid te geven, en beperk mij tot de opmerking dat het zonder kluis – de museale collega’s van mevrouw Wineke Schoo papegaaien elkaar na en blaten dat ze van hun museum geen vesting kunnen maken (dixit o.a. Jan Reumer, voormalig directeur Natuurhistorisch Rotterdam) – heel goed mogelijk is de zes neushoorns  in Burgers’ Zoo afdoende te beveiligen. Ik heb het dan nog niet eens over de methode die in sommige Afrikaanse natuurparken wordt gehanteerd: preventief verwijderen van de hoorns (zie foto).

De hoorns van neushoorns leveren op de markt voor bijgelovigen circa $ 50.000 per kilo op. Volwassen neushoorns żeulen 5 tot 7 kilo hoorn op hun kop mee (ik ben geen deskundige, maar deze info vond ik op het internet). De totale waarde van de hoorns in Burgers Zoo komt dus neer op 6 x 5 x 50.000 = $ 1.500.000. Een bedrag interessant genoeg om met een paar man de hele neushoornpopulatie in Arnhem uit te moorden.

Mevrouw Wineke Schoo doet er verstandig aan ongeveer 5% van deze waarde bij financiers en sponsoren – denk aan de Postcodeloterij – los te peuteren op basis van een goed beveiligingsplan, in plaats van criminelen uit te dagen een nachtelijk bezoek bij haar dierentuin af te leggen.

Ik verzeker haar dat het met dat budget mogelijk is snode plannen van ‘stropers’ te verhinderen. Die moeten bij een goed beveiligingsplan in Burgers’ Zoo gedwongen nagelbijten (een gelijkwaardig alternatief voor de hoorns van neushoorns, want van exact dezelfde biologische samenstelling).

Ton Cremers

lees verder het volledige artikel in De Volkskrant: http://www.volkskrant.nl/reizen/neushoornstropers-slaan-nu-zelfs-toe-in-franse-dierentuin-nederlandse-vince-gedood~a4471388/

March 8th, 2017

Posted In: advice and tips, Ton Cremers

Tags: , , ,

‘Rembrandts hoeven niet gered te worden van oliesjeiks’ – Madelon Strijbos van TEFAF Maastricht kletst uit haar nek

September 21, 2015 – 14:52

“Het is niet zo dat kunst vastzit in particuliere handen.” Madelon Strijbos van TEFAF Maastricht, de belangrijkste kunstbeurs ter wereld, sust de zorgen van minister Bussemaker. Die wil met de aankoop van twee Rembrandts voorkomen dat ze, in de woorden van de minister, “in handen komen van een of andere rijke oliesjeik”.

Bussemaker vreest dat het publiek de doeken nooit meer kan zien als ze in vreemde handen terechtkomen. Maar Strijbos wijst erop dat particulieren hun kunstwerken vaak uitlenen aan musea. “Ik begrijp heel goed dat het Rijksmuseum deze werken in de collectie wil hebben, maar het is niet zo zwart-wit dat kunst in particuliere handen altijd achter gesloten deuren blijft.”

lees hele artikel: ‘Rembrandts hoeven niet gered te worden van oliesjeiks’

Die Madelon Strijbos lijkt haar kunsthandelarenkongsi op een prima wijze te vertegenwoordigen, maar goed beschouwd kletst ze uit haar nek. Om te beginnen worden de schatrijke Rothschilds met Nederlands belastinggeld nog rijker gemaakt dan ze al zijn. Strijbos kakelt in haar interview met de NOS lustig door dat dit soort kunst (Rembrandtschilderijen) continu in waarde stijgt en dus een goede belegging is. We hoeven ons niet ongerust te maken, want die particulieren lenen de kunst vaak weer uit aan musea zodat we er allemaal van kunnen genieten.

Dank je de koekoek: dat is zo, maar ten koste van wat/wie? Denkt deze dame nu echt dat particulieren hun kostbare schilderijen uit filantropische overwegingen aan musea uitlenen? Welnee, hun investering in kunst wordt op die manier in een beveiligde omgeving bewaard – soms schiet die beveiliging tekort, dat realiseer ik mij maar al te goed – zonder dat ze daar een cent voor hoeven uit te geven en de lenende musea draaien dan in vrijwel alle gevallen ook nog op voor de kosten van verzekering en duurzaam behoud en beheer. Aangezien alle Nederlandse musea, en met name de musea die Rembrandts tentoonstellen, afhankelijk zijn van subsidies – uit gemeenschapsgeld – draait de belastingbetaler altijd op voor de kosten, of schilderijen met hulp van belastinggeld worden aangekocht of wanneer gesubsidieeerde musea de kostbaarheden voor  particuliere investeerders-verzamelaars opslaan. Feitelijk wordt de investering in kostbare kunst op deze wijze gesubsidieerd door de belastingbetaler, zeker wanneer je je realiseert dat de winst bij verkoop van de schilderijen onbelast is. Maar wie strijkt bij verkoop, desnoods door een volgende generatie, de winst op? Juist: die toch al rijke beleggers. Een risicoloze maar, volgens Madelon, lucratieve belegging.

Als de bruiklenen uiteindelijk verkocht worden op een elitaire beurs als de TEFAF is het balletje rond en kunnen Madelon Strijbos en haar collega’s het champagneglas heffen.

Ton Cremers

 

September 21st, 2015

Posted In: BLOG World (from related blogs), blogwereld, Ton Cremers

Tags: , , , , ,

‘Rembrandts hoeven niet gered te worden van oliesjeiks’ – Madelon Strijbos van TEFAF Maastricht kletst uit haar nek

September 21, 2015 – 14:52

“Het is niet zo dat kunst vastzit in particuliere handen.” Madelon Strijbos van TEFAF Maastricht, de belangrijkste kunstbeurs ter wereld, sust de zorgen van minister Bussemaker. Die wil met de aankoop van twee Rembrandts voorkomen dat ze, in de woorden van de minister, “in handen komen van een of andere rijke oliesjeik”.

Bussemaker vreest dat het publiek de doeken nooit meer kan zien als ze in vreemde handen terechtkomen. Maar Strijbos wijst erop dat particulieren hun kunstwerken vaak uitlenen aan musea. “Ik begrijp heel goed dat het Rijksmuseum deze werken in de collectie wil hebben, maar het is niet zo zwart-wit dat kunst in particuliere handen altijd achter gesloten deuren blijft.”

lees hele artikel: ‘Rembrandts hoeven niet gered te worden van oliesjeiks’

Die Madelon Strijbos lijkt haar kunsthandelarenkongsi op een prima wijze te vertegenwoordigen, maar goed beschouwd kletst ze uit haar nek. Om te beginnen worden de schatrijke Rothschilds met Nederlands belastinggeld nog rijker gemaakt dan ze al zijn. Strijbos kakelt in haar interview met de NOS lustig door dat dit soort kunst (Rembrandtschilderijen) continu in waarde stijgt en dus een goede belegging is. We hoeven ons niet ongerust te maken, want die particulieren lenen de kunst vaak weer uit aan musea zodat we er allemaal van kunnen genieten.

Dank je de koekoek: dat is zo, maar ten koste van wat/wie? Denkt deze dame nu echt dat particulieren hun kostbare schilderijen uit filantropische overwegingen aan musea uitlenen? Welnee, hun investering in kunst wordt op die manier in een beveiligde omgeving bewaard – soms schiet die beveiliging tekort, dat realiseer ik mij maar al te goed – zonder dat ze daar een cent voor hoeven uit te geven en de lenende musea draaien dan in vrijwel alle gevallen ook nog op voor de kosten van verzekering en duurzaam behoud en beheer. Aangezien alle Nederlandse musea, en met name de musea die Rembrandts tentoonstellen, afhankelijk zijn van subsidies – uit gemeenschapsgeld – draait de belastingbetaler altijd op voor de kosten, of schilderijen met hulp van belastinggeld worden aangekocht of wanneer gesubsidieeerde musea de kostbaarheden voor  particuliere investeerders-verzamelaars opslaan. Feitelijk wordt de investering in kostbare kunst op deze wijze gesubsidieerd door de belastingbetaler, zeker wanneer je je realiseert dat de winst bij verkoop van de schilderijen onbelast is. Maar wie strijkt bij verkoop, desnoods door een volgende generatie, de winst op? Juist: die toch al rijke beleggers. Een risicoloze maar, volgens Madelon, lucratieve belegging.

Als de bruiklenen uiteindelijk verkocht worden op een elitaire beurs als de TEFAF is het balletje rond en kunnen Madelon Strijbos en haar collega’s het champagneglas heffen.

Ton Cremers

 

September 21st, 2015

Posted In: BLOG World (from related blogs), blogwereld, Ton Cremers

Tags: , , , , ,

Wat hebben Rudy Fuchs, Ruud Spruit, Gerard de Klein, Jelle Reumer en Emily Ansenk met elkaar gemeen?

site-iconmuseumbeveiliging.com/2014/01/27/wat-hebben-ruud-spruit-gerard-de-klein-jelle-reumer-en-emily-ansenk-met-elkaar-gemeen/
27/01/2014 – 09:47De naderende heropening van De Kunsthal te Rotterdam (1 februari 2014) na een ingrijpende verbouwing waarbij het klimaat en de beveiliging onder handen werden genomen, roept de publicitair wanstaltige toestand rondom de inbraak en diefstal van oktober 2012 weer in herinnering. Niet in het minst omdat de directrice van De Kunsthal onlangs in De Volkskrant verklaarde dat de beveiliging van De Kunsthal nu ‘goed’ is. Ansenk schaart zich in het rijtje directeuren van geslachtofferde musea die zich, nadat het fout ging, in de publiciteit ineens ontpopten als experts op het gebied van beveiliging en criminaliteit.Nog geen halve dag nadat een stelletje Roemeense losers kinderlijk eenvoudig wisten in te breken in De Kunsthal verklaarde Ansenk doodleuk dat de beveiliging van haar kunsthal ‘state of the art’ was. Een faux pas door emotie over de inbraak? Een vergeeflijke faux pas, ware het niet dat Ansenk in de dagen na die inbraak zowel in De Volkskrant als de NRC de strekking van dat ‘state of the art’ in andere woorden wederom benadrukte. In De Volkskrant werd ze geciteerd met “Er is geen aanleiding de beveiliging aan te passen”. Kan het nog zouter?Heb ik over dit gestuntel in de media al genoeg gezegd? Je zou het haast denken wanneer je de ingezonden brief van Raaskallende Ruudleest in de NRC van 23 oktober 2012. Spruit, want die Ruud is het, smeedt in zijn brief een band met de directeur van De Kunsthal, Emily Ansenk, waar – ik kan me niet anders voorstellen – Ansenk niet blij mee kan zijn. Ansenks buurman Jelle Reumer – directeur van het Rotterdamse Natuurhistorisch – sprong voor Ansenk en Raaskallende Ruud in de bres in een hysterische mail aan mij. Er ontplooit zich een trend, een trend die jaren geleden werd ingezet door Rudy Fuchs, chagrijnig fulminerend tegen een TV journalist nadat een schilderij van Picasso met een aardappelschilmesje was bewerkt door een bezoeker. Als museumdirecteur geef je na incidenten blijkbaar nooit toe dat de beveiliging gefaald heeft, of minstens kritisch onder de loep moet worden genomen, maar je schreeuwt stampvoetend uit dat die beveiliging ‘state of the art’ (Ansenk), ‘geavanceerd’ (Ruud Spruit) of zonder meer ‘goed’ (Fuchs) is. Om je woorden kracht bij te zetten, geef je desnoods de criminelen een compliment met hun ‘professionaliteit’ (Spruit). Er ligt terrein braak  voor mediatrainers..

Overigens vind ik niet dat in 1999 de beveiliging van het Stedelijk Museum onvoldoende was toen dat Picasso schilderij werd beschadigd. Niet de beveiliging faalde, maar Rudy Fuchs, niet bepaald bekend vanwege zijn bescheidenheid, faalde als woordvoerend directeur en viel als een amateur in de kuil die een volhardende journalist voor hem groef. Een pijnlijke TV vertoning.

Gerard de Klein, met in zijn kielzog conservator Yvonne Ploumen mailden mij ziedend van woede toen ik na de verwoestende brand in het Armando Museum in de pers verklaarde dat er onvoldoende afstemming was geweest tussen de gemeente Amersfoort, eigenaar van de Elleboogkerk waarin het museum gehuisvest was, en het museum. Hoe was het anders mogelijk dat men bezig ging met brandgevaarlijke dakwerkzaamheden terwijl het museum de belangrijkste tentoonstelling uit zijn bestaan had? Een tentoonstelling met kostbare bruiklenen die allemaal in de brand verloren gingen. Ik zou de relatie tussen het museum en de gemeente schade toebrengen met mijn opmerking in de pers, aldus Ploumen in een mail aan mij. Wie wat bewaart, die heeft wat. Mails als die van Ploumen zijn parels in mijn archief. Toen de gemeente Amersfoort de toezegging het museum te herbouwen heroverwoog, inmiddels sloeg ook in Nederland de financiële crisis toe, hadden De Klein noch Ploumen enige boodschap aan de relatie met de gemeente en gingen in de pers helemaal los over de onbetrouwbaarheid van de gemeente. De gemeente zou woordbreuk plegen.

Had die brand in het Armando Museum voorkomen kunnen worden? Natuurlijk. Strikt genomen kan, met uitzondering van brandstichting, iedere brand voorkomen worden. Had voorkomen kunnen worden dat de hele collectie verloren ging? Absoluut! Maar: er was vanuit het museum geen toezicht tijdens de werkzaamheden, het museum bezat geen calamiteitenplan met een onderdeel gewijd aan de collectie en er waren geen afspraken met de brandweer over het redden van de collectie, echter…De Klein en Ploumen wasten hun handen in onschuld en stelden zich als slachtoffers op. Ploumen mag nu de kar trekken bij het nieuwe, virtuele Armando Museum in Amelisweerd en Gerard de Klein vond onderdak als directeur in museumgoudA. Daar liet hij van zich spreken door de verkoop van een schilderij van Dumas en had hij in 2012 de pech dat er ingebroken werd en een kostbare monstrans gestolen. Het zit de man niet mee. Had die diefstal voorkomen kunnen worden? Ja. Treft Gerard de Klein hier blaam? Nee, maar ik ben wel nieuwsgierig wat de beste man gedaan heeft om herhaling te voorkomen.

Jelle Reumer van het Natuurhistorisch vond in zijn eerder genoemde arrogante en hysterische mail aan mij dat ik mijn pijlen niet moest richten op zijn buurvrouw van De Kunsthal, maar op de overheid die beknibbelt op budgetten waardoor de musea niet goed beveiligd kunnen worden. Het deed mij goed te lezen dat ook Jelle Reumer van mening is dat de musea niet ‘state of the art’, of geavanceerd beveiligd zijn. Echter, had de inbraak en diefstal door neushoorndieven in zijn museum iets te maken met teruglopende budgetten? Niets, helemaal niets. Het was de inertie van Reumer die deze diefstal mogelijk maakte. Vanuit zijn museum – er schort in het museum iets aan de loyaliteit met directeur Reumer – bereikte mij de informatie dat Jelle Reumer een waarschuwing door de politie terzijde had gelegd en geweigerd had de neushoorns te voorzien van replica hoorns. Een stap die in Naturalis terecht wel genomen werd toen wereldwijd een hausse aan inbraken plaatsvond in natuurhistorische musea.

Wat hebben Rudy Fuchs, Ruud Spruit, Gerard de Klein, Jelle Reumer en Emily Ansenk met elkaar gemeen?

De beveiliging van het Westfries Museum was, wat Raaskallende Ruud dan ook beweerde, ver onder de maat. Ruud verwaarloosde die beveiliging jarenlang en sloeg waarschuwingen van zijn beveiligingsinstallateur jaar na jaar in de wind. “We gaven feitelijk nooit aandacht aan de beveiliging” verklaarde zijn conservator ooit tijdens een receptie. Maar, Ruud mocht ondanks aantoonbaar falen op zijn post blijven.

De Klein verwaarloosde zijn verantwoordelijkheid als directeur van het Armando Museum en verzuimde, hoewel zijn museum deelnam aan een door het Mondriaanfonds gesubsidieerd project, te zorgen voor een calamiteitenplan voor zijn museum. Maar, Gerard mocht ondanks aantoonbaar falen op zijn post blijven.

De beveiliging van De Kunsthal, dat was geen nieuws, was onvoldoende en er werden geen aanvullende maatregelen getroffen toen er een kostbare tentoonstelling werd ingericht. Maar, Emily mocht ondanks aantoonbaar falen en domme presentaties in de publiciteit op haar post blijven.

Jelle Reumer weigerde de in zijn museum aanwezige hoorns van neushoorns te beveiligen, maar ook Jelle, het wordt eentonig, mocht ondanks aantoonbaar falen op zijn post blijven.

Werd Rudy Fuchs gecorrigeerd nadat hij zo onhandig manoeuvreerde in een TV interview? Niet dat ik weet…misschien achter de schermen?

Zo lang eindverantwoordelijken niet op hun verantwoordelijkheid worden aangesproken en aantoonbaar falen geen consequenties heeft, zal het aanmodderen blijven met de beveiliging van musea.

Ton Cremers

27 januari 2014

Museumbeveiliging, Ton Cremers » Blog Archive » Wat hebben Rudy Fuchs, Ruud Spruit, Gerard de Klein, Jelle Reumer en Emily Ansenk met elkaar gemeen?.

January 27th, 2014

Posted In: blogwereld, brand museum, Columns Ton Cremers, De Kunsthal, diefstal, diefstal uit museum, Jelle Reumer, Kunsthal, museum security, Museum thefts, Ton Cremers

May 11, 2003, Benvenuto Cellini’s Saliera (salt cellar) was stolen from the Kunsthistorisches Museum in Vienna, which was covered byscaffolding at that time due to reconstruction works. In the press one could read: Vienna’s ‘Mona Lisa of sculptures’ stolen / Cellini’s‘Saliera,’ worth $57 million, taken from museum. And: “Climbing scaffolding and smashing a window early Sunday, thieves slipped intoVienna’s Art History Museum and — despite high-tech motion sensorsand round-the-clock guards — disappeared with a 16th-century gold-plated masterpiece sculpted by Benvenuto Cellini. The stealthy andstunning heist was one of the biggest art thefts in Europe in recentyears. The intricate, 10-inch-high sculpture, known is valued at about$57 million.”

Stealthy? Thieves?

The facts appeared to be quite different. A former Scotland Yard art detective, now a private consultant, claimed that a Serbian gang was involved in this theft. Why? Because “the guard who turned off the alarm system when it was activated had recently married a Serbian lady”. Talking about sound investigativework, and rather discriminatory as well.

September 2006, the real culprit Robert Mang was jailed four years for the theft of the Cellini Saliera, which Mang called a “prank”. And a prank it must have been. Mang hardly prepared his crime. Passing one evening, a bit plastered, he just climbed the scaffolding, smashed a window, and a display case and climbed down with the Saliera under his arm.

The burglary and theft took place in 56 seconds. In those days I wrote a Museum Security Network blog that the director, Wilfried Seipel, of the museum ought to be dismissed offhand. Either his museum employed an unqualified security manager – for which the general director is responsible – or the director of the museum did just swing away all advice a qualified security manager gave. In both cases the director has the final responsibility, and in my opinion should leave.

It is by no means acceptable that a € 30 million piece de resistance, the absolute highlight of this museum, could be stolen as easily as Robert Mang did.

My blog evoked an angry reaction by the very same imaginative former Scotland Yard art sleuth. I should not be that harsh on the victimized director. Shouldn’t I?

Almost ten years after Mang’s ‘simple comme bonjour’ theft from the Kunsthistorisches Museum in Vienna, the De Kunsthal experienced an almost similar burglary and theft. It took three small time Romanian criminals – a child’s play – two minutes to break into De Kunsthal, and get away with seven paintings.

Maybe a well prepared – too well for they visited De Kunsthal several times, and were easily traced via CCTV – burglary, and theft. However, with a ridiculous epilogue. After the theft they hid the paintings some two weeks in Rotterdam, just two blocks away from my apartment, and took them to Romania where they very clumsily started peddling the stolen paintings. The suspects have been arrested.

While writing this (April 15, 2013) the paintings are still missing.

Criminals may always be able to break in a museum through the outershell of the building, but it is absolutely inacceptable that they can steal millions worth of objects, even a highlight as Cellini’s Saliera, within a minute, or seven paintings within two minutes.

If that happens there is something fundamentally wrong. The awkward public presentation of the De Kunsthal director, Emily Ansenk, made matters even worse. After the theft she stated at a press conference that the security of De Kunsthal ‘is state of the art’.

An embarrassing blunder.

Seven valuable paintings stolen during a two minutes burglary, but the security is ‘state of the art’…

In both thefts there is a lesson to be learned. Intruder alarm systems have a very limited value when criminals are able to get in as easily as in the Kunsthistorisches Museum in Vienna, and De Kunsthal in Rotterdam.

No alarm response organisation can cope with such a structural vulnerability. In another Dutch museum heist, Gouda March 21, 2012, thieves used explosives to force their way in. It is quite difficult to stop that. It can be done, but not easily, and not in all buildings. What can be done however is to prevent thieves from stealing highlights after they enter. At least not as quickly as in both mentioned museums.

Structural, burglar-proof shells must be similar to the peels of an onion. Every time one peel is removed there will be another one. These might be burglar resistant doors and roller shutters, but may also be high-end burglar-proof display cases.

Claiming that there is not enough budget to protect very valuable objects really is confession of guilt. It means that valuable objects
are displayed irresponsibly..

Ton Cremers

toncremers@museum-security.org

+31624224620

April 16th, 2013

Posted In: Ton Cremers