Nederlands Dagblad
Januari 2006
‘Musea moeten af van fluistercultuur’

Koninklijke Bibliotheek start proefproject incidentenregistratieHet Korps Landelijke Politiediensten werkt aan een landelijke databank voor gestolen kunst en antiek, die dit jaar klaar moet zijn. De Museumvereniging en andere erfgoedorganisaties willen echter ook een databank voor (bijna-)incidenten. Maar melden de musea al hun calamiteiten en ‘stommiteiten’?
door onze redacteur Hans Hopman

AMSTERDAM – Een schoonmaker die de steel van een bezem dwars door een schilderij steekt, een doek van Jan Steen dat in het restauratieatelier van een ezel valt, een sleutel die de hele dag in een museumdeur heeft gezeten. Als het aan de Museumvereniging – spreekbuis van de Nederlandse musea – ligt, gaan de erfgoedorganisaties al deze dingen straks centraal melden in een incidentenregister. Via deze databank kunnen musea elkaar in een vroeg stadium op de hoogte stellen van incidenten. Dit moet uiteindelijk de veiligheid ten goede komen. ,,Het is van groot belang dat erfgoedinstellingen van elkaars ‘fouten’ leren”, aldus vorig jaar een werkgroep. De werkgroep is ingesteld door onder andere de Museumvereniging en stichting NedArt, een platform voor organisaties in de kunsthandel. Meer openheid zal wel betekenen dat de musea ‘met de billen bloot’ moeten. AanbevelingenDe twee belangrijkste aanbevelingen van de werkgroep nam staatssecretaris Medy van der Laan (Cultuur) over: een diefstalregistratie ‚n een (onderzoek naar) incidentenregistratie. De databank voor gestolen cultuurgoederen komt er in de tweede helft van dit jaar, meldde Van der Laan eind vorige maand. Opsporing van kunstroof, vooral in internationaal verband, hoopt zij daarmee te verbeteren. De Nederlandse databank – tevens meldpunt – wordt een onderdeel van een Europees netwerk van politiediensten die zich bezighouden met kunstroof. De startkosten voor de databank bedragen 750.000 euro, en de structurele kosten voor het operatief houden van het register zijn ongeveer 250.000 euro per jaar. FluistercultuurCentrale incidentenregistratie, als middel bij risicobeheer, is voor musea een vrij onbekend gebied. Dit in tegenstelling tot chemische bedrijven, vliegtuigmaatschappijen en ziekenhuizen. ,,Het is zeer de vraag of de culturele wereld bereid is incidenten buiten de eigen organisatie te melden”, schrijft een sceptische Ton Cremers op zijn website ®MDUL¯museum-security.org®MDNM¯. ,,Recente cijfers over aangiftebereidheid heb ik niet, maar een jaar of tien geleden lag die bereidheid op ongeveer 30 procent. Zelfs binnen de eigen organisatie hebben medewerkers vaak de grootste moeite incidenten te melden. Maar al te vaak heerst er een fluistercultuur”, zegt de directeur van een adviesbureau op het gebied van veiligheid. Hij noemt als voorbeeld de ontvreemding van een laptop, omdat dit ook net zo goed een peperduur kunstvoorwerp had kunnen zijn. Hoe dan ook, cultuurstaatssecretaris Van der Laan stelde ook een subsidie beschikbaar voor een proefproject bij de Koninklijke Bibliotheek. De KB gaat in samenwerking met enkele tientallen erfgoedinstellingen uit Den Haag, Leiden en Delft een systeem opzetten om incidenten centraal te registreren. ,,Volgende maand wordt er feitelijke invulling aan gegeven. Eind dit jaar verwachten we de eerste resultaten”, laat woordvoerder Onno Groustra van de Museumvereniging weten. Paniek zaaienDe praktijk moet uitwijzen hoe open de musea naar elkaar toe zijn in het melden van incidenten die ze voorheen liever onder de pet hielden, zogenaamd ‘om geen paniek te zaaien’. Ton Cremers noemt een vrij recent voorbeeld, zonder het museum te noemen. Maar de ingewijde lezer ontdekt gemakkelijk een relatie met de brutale roof uit het Westfries Museum in Hoorn. ,,Hoewel de criminelen op een kinderlijk eenvoudige wijze de elektronische signalering hebben weten te omzeilen, verklaart de directie te beschikken over een ‘zeer geavanceerd beveiligingssysteem’ en slachtoffer te zijn geworden van ‘zeer professionele criminelen’.” Op deze manier wordt volgens Cremers niet alleen onjuiste informatie gegeven over het niveau van het beveiligingssysteem, maar ook worden de dieven ,,zeer ten onrechte” gecomplimenteerd met hun ‘professionaliteit’. De museumdirectie zei ook te hopen dat andere musea van deze gebeurtenis kunnen leren. Een ‘advies’ waar volgens de beveiligingsdeskundige niemand wat mee kan, als er niet meer openheid van zaken wordt gegeven.
Groustra van de Museumvereniging is het met Cremers eens dat het succes van een centrale incidentenregistratie afhangt van de bereidheid om informatie te delen. De wil is er in ieder geval onder de instellingen die meedoen aan het proefproject van de Koninklijke Bibliotheek, en dat geeft hem hoop. ,,Ze gaan werken met een gebruikersnaam en wachtwoord, dus het systeem is beveiligd tegen ‘derden’. Maar als musea informatie achterhouden, is het project tot mislukken gedoemd.”

Hans Hopman
Nederlands Dagblad
Januari 2006

January 10th, 2006

Posted In: Nederlandstalige artikelen